Begin 2013, drie maanden na de laatste gemeenteraadsverkiezingen, werd Liesbeth Homans (N-VA) aangesteld als voorzitster van het Antwerpse OCMW. In één moeite door werden Chris Morel (N-VA), de vader van wijlen Vlaams Belangpolitica Marie-Rose, en Eddy Baelemans (Open VLD), de gewezen korpschef van de Antwerpse politie, benoemd tot ondervoorzitters van de dienst.
...

Begin 2013, drie maanden na de laatste gemeenteraadsverkiezingen, werd Liesbeth Homans (N-VA) aangesteld als voorzitster van het Antwerpse OCMW. In één moeite door werden Chris Morel (N-VA), de vader van wijlen Vlaams Belangpolitica Marie-Rose, en Eddy Baelemans (Open VLD), de gewezen korpschef van de Antwerpse politie, benoemd tot ondervoorzitters van de dienst. De benoeming deed toen al wenkbrauwen fronsen bij de oppositie. Terwijl de voorgangers van Baelemans en Morel betaald werden in zitpenningen, kregen hun opvolgers voor deze post plots een vast loon uitgekeerd, inclusief dubbel vakantiegeld en dertiende maand. De 'hervorming' was om meer dan één reden omstreden. Volgens de oppositie strookte de maatregel niet met de belofte van het nieuwe stadsbestuur om ook binnen de eigen diensten te besparen. Bovendien was er het vermoeden dat de beslissing om OCMW-ondervoorzitters voortaan vast te bezoldigen in wezen een politieke vriendendienst was. Zeker Eddy Baelemans kon zo'n dienst op dat ogenblik wel gebruiken. Voor de verkiezingen had hij zijn job als korpschef opgegeven, een offer waarvoor hij werd beloond met de tweede plaats op de Open VLD-lijst. Opmerkelijk genoeg raakte hij ondanks die mooie plaats niet verkozen als gemeenteraadslid. Vanwege de ook in het algemeen nogal miserabele verkiezingsresultaten kon Open VLD tijdens de formatiebesprekingen slechts twee schepenmandaten uit de brand slepen. Of beter gezegd: slechts anderhalf. Afgesproken werd dat N-VA'er Rob Van de Velde en Eddy Baelemans de post Ruimtelijke Ordening en Stadsontwikkeling met elkaar zouden delen. Omdat Van de Velde de eerste drie jaar voor zijn rekening mocht nemen, dreigde Baelemans minstens tijdelijk met lege handen achter te blijven. Tot hij naar voren werd geschoven als ondervoorzitter van het OCMW. Dat er aan die post plots ook een vaste vergoeding was verbonden, kan geïnterpreteerd worden als een nogal bedenkelijk staaltje van oude politieke cultuur. Minstens ontstond hier het vermoeden dat het nieuwe stadsbestuur de functie van OCMW-ondervoorzitter had hervormd tot een niet onaardige parkeerplaats voor minder succesvolle politici. 'De sluimerende en goedbetaalde functie van ondervoorzitter is zelfbediening zonder scrupules, gestart amper één maand na de installatie van de OCMW-raad', zegt Dirk Avonts, OCMW-raadslid voor Groen. 'Het gaat zelfs niet om het voortzetten van oude politieke cultuur, maar om een creatieve renaissance van postjespolitiek en zelfbediening.' Liesbeth Homans wuifde de kritiek eertijds weg. Tijdens haar installatievergadering verantwoordde de nieuwe voorzitster de maatregel als 'een besparingsoperatie'. In Het Laatste Nieuws verklaarde ze dat de ondervoorzitters een eerder karige vergoeding zouden krijgen van 'ongeveer 2000 euro' (netto, zo bleek uit verklaringen in andere kranten). Volgens Homans kwam de nieuwe regeling daardoor een stuk goedkoper uit dan de oude. In het verleden kregen de ondervoorzitters 150 euro bruto betaald per vergadering, plenaire bijeenkomst of zitting. Verreweg het meeste geld was te verdienen door deelname aan zittingen van de zogenaamde Bijzondere Comités voor Sociale Dienst - achtkoppige adviesraden die oordelen of OCMW-klanten al dan niet steun mogen genieten. Die Bijzondere Comités komen zes keer per week samen, en gaven - althans in theorie - de ondervoorzitters de mogelijkheid om een stevige som te verdienen. Een bijzonder stevige soms zelfs, argumenteerde Homans. 'Wie alle commissies van het OCMW bijwoont, kan makkelijk 5000 euro per maand verdienen. Dus besparen we wél.' Met de bedragen die Homans noemde, is er evenwel een probleem. Ze kloppen niet. Om te beginnen leert een simpele rekensom dat een raadslid of vicevoorzitter, zelfs als die alle OCMW-vergaderingen zou bijwonen, onmogelijk 'makkelijk 5000 euro' kon verdienen. Aangezien de 2000 euro een nettobedrag is, mogen we ervan uitgaan dat die 5000 euro dat ook is. Om 5000 euro netto te verdienen, zou een ondervoorzitter per maand toch minstens 9000 euro bruto aan zitpenningen moeten opstrijken. Om dat bedrag bij elkaar te krijgen, zou de ondervoorzitter elke maand 60 vergaderingen moeten bijwonen - geen sinecure, al was het maar omdat er binnen het OCMW nooit zo veel vergaderingen worden georganiseerd. En er is meer. Uit documenten die Knack kon inkijken, blijkt dat Eddy Baelemans in 2016 een jaarwedde van 114.956,05 euro bruto opstreek (vakantiegelden en dertiende maand inbegrepen). Dat betekent dat de ondervoorzitter maandelijks meer dan 3000 euro netto kreeg, en dus minstens 1000 euro meer dan het bedrag dat Homans destijds noemde. De totale wedde van Baelemans bedroeg ook ongeveer het viervoudige van wat zijn voorgangers - Marco Laenens en Luk Lemmens, beiden inmiddels N-VA - aan zitpenningen hadden opgestreken. Welke prestaties Baelemans in ruil voor dat bedrag moest leveren, is niet onmiddellijk duidelijk, hij werd niet bereid gevonden tot commentaar. Hoe dan ook slaagde Baelemans erin om de functie van OCMW-voorzitter te combineren met die van veiligheidsadviseur bij de Open VLD en - van mei tot december 2016 - expert politiediensten binnen de onderzoekscommissie-Dewael. Naar een precieze omschrijving van het takenpakket van een Antwerpse OCMW-ondervoorzitter is het ook vandaag nog tevergeefs speuren, al gaf Liesbeth Homans ooit wel een indicatie. Tijdens de installatievergadering begin 2013 zei de toen kersverse voorzitster dat de nieuwe OCMW-ondervoorzitters geacht worden om de voorzitter bij afwezigheden te vervangen. In theorie hadden de ondervoorzitters daar minstens een halftijdse baan aan kunnen hebben, want zowel Homans als haar opvolger Fons Duchateau (N-VA) liet zich in de Bijzondere Comités eerder sporadisch zien. De rol van vervanger nam ondervoorzitter Baelemans evenwel zelden op zich. Hij woonde vorig jaar ongeveer een derde van de zittingen bij. Mocht hij, zoals zijn voorgangers, in zitpenningen zijn uitbetaald, had het OCMW hem maximaal 20.000 euro (bruto) moeten betalen. Dat is bijna zes keer minder dan wat hij dankzij het nieuwe systeem kon opstrijken. Een stuk genuanceerder is het verhaal van Chris Morel. Nadat Homans eind 2013 had verklaard dat de tweede ondervoorzitter alvast 'afstand had gedaan' van zijn bezoldiging, legde de oppositie bloot dat hij wel degelijk voor zijn diensten werd vergoed. Dat was trouwens ook vorig jaar nog het geval. Ondervoorzitter Morel kreeg in 2016 32.010,11 euro uitbetaald. Niet niks, natuurlijk, maar wel klein bier in vergelijking met wat collega Baelemans ontving. Een verklaring voor dat frappante verschil is makkelijk te vinden.Omdat Morel al gepensioneerd is, mocht en mag hij slechts beperkt 'bijklussen' in Antwerpen. Wat hij in ruil voor die eerder beperkte bezoldiging precies doet, is echter evenmin helder omschreven. In een scherpe, maar voorts beheerste reactie op een stuk over deze kwestie in De Standaard schreef Morel dat hij - een gewezen topmanager - zijn ervaringen uit zijn beroepsleven gebruikt om 'niet-essentiële onderdelen van het OCMW-patrimonium te verkopen en te herinvesteren in kerntaken van het OCMW'. Tegelijk gaf hij toe dat hij de zittingen in de Bijzondere Comités al een aantal jaren niet meer bijwoont. Op zich hoeven die afwezigheden geen probleem te zijn voor de goede werking van die Comités. Afwezige voorzitters of ondervoorzitters worden in de regel vervangen door de 'gewone' raadsleden. Maar aan dit haast systematisch vervangen hangt natuurlijk wel een prijskaartje. Voorzitter Fons Duchateau en zijn twee ondervoorzitters lieten zich vorig jaar bijna systematisch vervangen door de N-VA-raadsleden Alain Herremans, Marco Laenens en Luc Bungeneers, voormalige Antwerpse schepen die daarnaast ook nog districtsburgemeester van Merksem en provincieraadslid is. Voor hun taak als vervanger kregen ze in totaal ongeveer 70.000 euro bruto aan zitpenningen uitbetaald. Voor OCMW-raadslid Lise Vandecasteele (PVDA) is het helder. 'N-VA doet mee met de graaipolitiek van de traditionele partijen', zegt ze. 'Ze creeerden bij het OCMW extra goedbetaalde mandaten als troostprijs voor politici. En dat bij het orgaan dat de armoede in de stad moet aanpakken en beslist over een leefloon van 884 euro per maand, een bedrag dat ver onder de armoedegrens ligt.' Raadslid Johan Peeters (SP.A) is niet minder categorisch. 'Het systeem van vaste bezoldiging blijkt het OCMW ongeveer drie keer meer te kosten dan het systeem met zitpenningen. Daar komt nog bij dat die ondervoorzitters meestal afwezig waren, en er voor hun vervangingen alsnog 70.000 euro aan zitpenningen moest worden betaald. Ik vind dat een schrijnende vaststelling, niet het minst omdat het OCMW tegelijk wél bespaart op de essentie: de zorg voor zijn klanten.' Voor een goed begrip: sinds eind vorig jaar is Eddy Baelemans niet langer OCMW-ondervoorzitter in Antwerpen. Nadat hij eerst naast de beloofde schepenpost en vervolgens ook nog eens naast de post van directeur van het Gemeentelijk vastgoedbedrijf AG Vespa viel, vertrok hij begin dit jaar naar het kabinet van minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon (N-VA), waar hij tegenwoordig directeur Veiligheid en Justitie is. Zijn job als ondervoorzitter werd in februari ingenomen door Open VLD-politicus Axel Polis. Hij zou zich veel minder dan zijn voorganger laten vervangen bij de hoorzittingen van de Bijzondere Comités. 'Over het werk van mijn voorganger kan ik niet oordelen', reageert Polis. 'Ik kan alleen voor mezelf spreken en vaststellen dat deze job - als je hem serieus neemt - niet zomaar een bijbaantje is.' Behalve met het voorbereiden en bijwonen van de hoorzittingen houdt Polis zich naar eigen zeggen bezig met activering van leefloners en het voorbereiden van de integratie van het OCMW in de gemeente. 'De job van ondervoorzitter houdt me elke dag bezig', besluit Polis, 'en ik weet dat ook mijn collega Morel zijn job serieus neemt. Met zijn expertise in de zakenwereld is hij bovendien van goudwaarde voor het Antwerpse OCMW.'