'Ik heb dit boek geschreven als reactie op het gekakel van vandaag.' Uit de mond van antropoloog Rik Pinxten klinkt de uitspraak als een bekentenis. De voorbije veertig jaar schreef Pinxten een lange reeks artikels en boeken over uiteenlopende thema's zoals het humanisme, actief burgerschap, cultuurrelativisme, de vrijzinnigheid in het algemeen en de vrijmetselarij in het bijzonder, maar ook over Navajo's, Afrikanen, wiskunde en cognitieve antropologie.
...

'Ik heb dit boek geschreven als reactie op het gekakel van vandaag.' Uit de mond van antropoloog Rik Pinxten klinkt de uitspraak als een bekentenis. De voorbije veertig jaar schreef Pinxten een lange reeks artikels en boeken over uiteenlopende thema's zoals het humanisme, actief burgerschap, cultuurrelativisme, de vrijzinnigheid in het algemeen en de vrijmetselarij in het bijzonder, maar ook over Navajo's, Afrikanen, wiskunde en cognitieve antropologie. Het nieuwe vertrouwen is een wat apart boek over politiek: het beschrijft hoe de inzichten en opvattingen van de verlichting, die een humanist als Rik Pinxten zo dierbaar zijn, de voorbije decennia in de verdrukking zijn geraakt. Pinxten onderzoekt waarom die conservatieve, antiverlichtingsdenkbeelden aan kracht hebben gewonnen, waardoor ze vandaag zelfs als modern, juist, onaantastbaar en niet-tegensprekelijk worden beschouwd, als waren het de nieuwe dogma's van de moderne tijd. 'Gekakel', noemt Pinxten het discours dat het denken in West-Europa en de VS domineert. Dat valse geluid komt volgens hem door een doorgedreven culturalisme. Rik Pinxten: 'Culturalisme is de manier waarop het politieke en maatschappelijke debat alleen nog wordt gevoerd in termen van cultuurverschillen en waardeoordelen. Als je werkloos bent, komt dat niet doordat de economie vierkant draait maar omdat je een slechte arbeidsethos hebt. Wie die visie aanklaagt en de werkloze in bescherming neemt, wordt al snel "conservatief" gevonden. Op die manier worden linkse partijen en vakbonden tegenwoordig geframed. De markt as such is namelijk boven alle kritiek verheven, die is heilig. Het geloof in de markt is zo sterk dat men niet ziet wat voor miserie hij veroorzaakt. Toen David Cameron premier van Groot-Brittannië was, liet hij een nationaal onderzoek uitvoeren naar armoede in zijn land. De resultaten werden vrijgegeven op het moment dat er in enkele Britse steden brandhaarden waren uitgebroken. Wat bleek? 52 procent van de Britten bleek eigenlijk niet rond te komen. Cameron had dat resultaat kunnen gebruiken om de torenhoge winsten van The City wat af te romen en meer te investeren in zijn sociaal beleid. Hij deed het tegenovergestelde: hij noemde de grote groep potentiële bijstandszoekers 'scum', uitschot. Alweer werd een sociale realiteit vertaald in een moreel oordeel. En wat nog veel erger was: de leider van de oudste democratie ter wereld zette meer dan de helft van zijn eigen bevolking weg als een groep die niet meetelt en waarmee hij geen rekening hield.' Waarom schopte David Cameron zo wild om zich heen, en veroorlooft Donald Trump zich vandaag soortgelijke brutaliteiten? Rik Pinxten: Omdat het Westen de wereld niet meer controleert. In vroegere eeuwen en decennia dankte het Westen zijn rijkdom aan zijn dominantie over de rest van de wereld. Het waren de hoogtijdagen van de independentie: vanaf de negentiende eeuw voerden sterke onafhankelijke nationale staten allemaal hun eigen beleid. Vandaag zijn we geëvolueerd naar een wereld die in wezen interdependent is: de ene kan niet meer zonder de andere. Wat in Patagonië gebeurt, voelt men tot in Vlaanderen. Argentinië voorziet West-Europa alvast van vlees, en onze bloemen van bij de bloemist komen uit Ecuador. Pinxten: Onze wederzijdse afhankelijkheid zorgt ervoor dat de structurele ongelijkheid onder druk komt te staan. We laten onze kleren maken in Aziatische sweatshops door mensen met een leeftijdsverwachting die twintig jaar lager ligt dan de onze, en wier loon een verwaarloosbaar percentage van het onze is. Dat is niet vol te houden. Ook in Pakistan en Bangladesh heeft iedereen een smartphone. Overal ter wereld weet men hoe rijk wij hier zijn, en dat verklaart natuurlijk de vluchtelingenstromen. Straks komt daar een extra golf van klimaatvluchtelingen bij: die mensen zijn al massaal op komst. En opnieuw zullen wij zeggen: 'Los jullie problemen op in jullie eigen land.' Maar wie heeft het klimaat opgewarmd? Dat is toch niet de schuld van de arme Afrikanen? Vandaar dat de klassieke mondiale verhoudingen op hun einde lopen. De westerse staten zijn niet meer automatisch de leidende partij. China is die rol aan het overnemen. Kijk maar hoe de Chinezen de Amerikaanse president Donald Trump vorig jaar ontvingen. Ze voerden een meesterlijk stukje theater op, om toch een béétje te camoufleren dat ze Trump met pek en veren hadden teruggestuurd. Waarnemers die het wilden zien, begrepen wel hoe de vork echt aan de steel zat, maar Trump kon verder met de illusie dat hij het er niet zo slecht van af had gebracht in Peking. Dat was de laatste keer, denk ik. Straks zullen de Chinezen niet meer zo vriendelijk zijn. Er valt wat voor te zeggen om het begin van 'het nieuwe China' te laten samenvallen met de openingsceremonie van de Olympische Spelen van Peking in 2008. Die was spectaculairder dan wat er ooit in een westerse stad was getoond. Tegelijk was het fake news avant la lettre, want de Chinezen stuurden digitaal gemanipuleerde beelden de wereld rond. Pinxten: In 2009 opende de nummer twee van het Chinese regime de Europalia-tentoonstelling over zijn land. In zijn toespraak blikte hij terug op de bankencrisis die een jaar eerder de westerse wereld trof. Hij zei laconiek: 'Nu is het wel duidelijk. Jullie zijn aan het verliezen, wij zijn aan de winnende hand.' Het werd muisstil in de zaal. Was het een slip of the tongue - normaal gezien hullen de Chinezen zich in een veel diplomatischer taalgebruik. Maar hij had gelijk: als wij in het Westen dat soort fratsen blijven doen, gaan we eraan. De Chinezen kopen gestaag de westerse bedrijven op. Een groot deel van de Amerikaanse hotelketens is al in Chinese handen, net als de pc-afdeling van IBM, autobouwer Volvo en zo veel andere bedrijven, elk jaar meer. Ze kopen zich overal in. De aanhoudende migratie naar Europa is nog het beste bewijs van die interdepentie: er bestaan nog buitengrenzen, maar de EU slaagt er niet meer in om ze te laten respecteren. Pinxten: In Gent wonen tegenwoordig mensen van 152 niet-Europese nationaliteiten. Het officiële regeringsbeleid is dat al die inwoners 'Vlamingen' moeten worden. Maar wat zijn dat, Vlamingen? Als die identiteit zo cruciaal is, moet je ze toch kunnen omschrijven? Trouwens, zijn we wel in staat om kritisch te kijken naar die zogenaamde eigen 'volksaard'? Durven we ook een aantal beperkingen onder ogen te zien? Kunnen wij het bijvoorbeeld uitleggen hoe het komt dat acht van de tien Nobelprijzen die naar een Belg of een Belgische organisatie gingen voor een Franstalige Belg waren? En dat Maurice Maeterlinck, onze enige Nobelprijs voor de de Literatuur, wel in Gent woonde maar in het Frans schreef? Zijn Vlamingen in bepaalde opzichten soms ook een beetje inferieur? Daarom vind ik het tijdverlies om ons op onszelf terug te plooien, wat rechtse partijen bepleiten. Het biedt geen enkele duurzame oplossing. Willen of niet, uiteindelijk zijn we op elkaar aangewezen. Het heeft geen zin om vanuit een Vlaams superioriteitsdenken een probleem te maken van de hoofddoek van moslima's. We zijn in een kwalijke fase beland waarin we de ongelijkheid tussen autochtone Vlamingen en bepaalde groepen nieuwkomers aanprijzen als een uiting van westerse vrijheid: onze vrijheid om onze 'vrije' waarden en normen superieur te vinden aan die van hen. Ook Open VLD-voorzitster Gwendolyn Rutten zegt vol overtuiging dat 'onze manier van leven superieur is aan alle andere'. Pinxten: Op basis van welke kennis beweert men zoiets? De bekende Nederlandse politicoloog Siep Stuurman, hoogleraar aan de Erasmus Universiteit van Rotterdam, heeft een jaar of tien geleden een prachtig boek geschreven , De uitvinding van de mensheid: korte wereldgeschiedenis van het denken over gelijkheid en cultuurverschil. Hij heeft een deel van zijn leven gewijd aan de studie van 3000 jaar wereldgeschiedenis, om na te gaan hoe in een aantal gebieden - van West-Europa tot China - mensen elkaar zijn gaan appreciëren. Overal begon het volgens de termen van de Griekse historicus Herodotos: hij noemt de Perzen 'barbaroi', barbaren, een minderwaardig volk dat vooral bevochten dient te worden. Maar door oorlog te voeren, merken de Grieken hoe sterk de tegenstander kan zijn, en door handel en huwelijken worden de vroegere vijanden ook volwaardige mensen. Overal zien we hetzelfde gebeuren, en in de loop der eeuwen wordt het begrip 'mensheid' steeds breder geïnterpreteerd. Dat culmineert na het bloedbad van de Tweede Wereldoorlog in de plechtige Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Voor het eerst werd daar uitdrukkelijk gezegd dat iedereen die op deze aarde geboren wordt als mens, alleen door het feit van zijn geboorte, dezelfde rechten heeft als een ander, omdat alle mensen fundamenteel gelijkwaardig zijn, ongeacht hun afkomst, hun ras, hun geslacht of hun geloof. Dat was een enorme stap voorwaarts. Al heeft het natuurlijk 3000 jaar van oorlogen en moordpartijen gekost om tot dat inzicht te komen. Als we vandaag, amper 60 jaar later, al beginnen af te dingen op dat beginsel - zoals Gwendolyn Rutten deed, misschien zonder het goed te beseffen - dan zijn we ver van huis. Wie zich superieur waant aan een ander, en dus beknibbelt op de gelijkheid tussen alle mensen, is op de terugweg naar de barbarij. Beschouwt u de afkondiging van de Universele Verklaring uit 1948 en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens uit 1950 als voorlopige 'hoogtepunten' in de geschiedenis van de mensheid? Pinxten: In zekere zin wel. Het was zeker een nieuwe stap in het lange proces van het echte verlichtingsdenken, waarop zo veel conservatieven zich tegenwoordig beroepen. De Universele Verklaring maakte duidelijk dat mensenrechten gedragen worden door een rist van waarden: vrijheid kan niet zonder gelijkheid, en beide zijn holle begrippen zonder broederlijkheid - zeg maar: solidariteit. Je kunt er niet eentje vantussen wippen, zoals dat vandaag gebeurt. Gelijkheid staat ons niet aan, en ineens wordt er geflirt met ongelijkheid. Ook dat inzicht heeft Rutten woordelijk verdedigd: 'Er is niets mis met ongelijkheid.' Pinxten: Met die uitspraak staat Rutten natuurlijk niet alleen. Dat wij in het Westen deel uitmaken van een superieure wereld is een inzicht dat erin gehamerd werd door de man die ik de meest invloedrijke 'scenarioschrijver' van deze tijd noem: de rechts-conservatieve politicoloog Samuel Huntington en zijn adepten van Harvard University. Hij is erin geslaagd zijn opvattingen over de realiteit zo overtuigend neer te zetten dat het geen visie meer lijkt maar een beschrijving van hoe de wereld evolueert, dus een scenario van wat ons te wachten staat: een strijd om de wereldhegemonie, met de moslimlanden als voornaamste tegenstanders. In die zin is Huntington een kosmopoliet: de westerse waarden zijn superieur en dus universeel geldig. Zijn invloed valt nauwelijks te overschatten. Oud-premier Jean-Luc Dehaene (CD&V) noemde Huntingtons boek Clash of Civilizations(Botsende beschavingen) een van de belangrijkste non-fictieboeken die hij ooit had gelezen. Dat verhaal wordt ook uitgedragen op bijeenkomsten als het Wereld Economisch Forum in Davos, of op de vergaderingen van de Bilderberggroep. In de publieke opinie wordt de samenkomst in Davos nooit omschreven als 'de vergadering van superrijken'. Nee, ze wordt opgevoerd als 'de bijeenkomst van de belangrijkste figuren die vorm geven aan onze global culture'. Ook van zelfverklaarde progressieve mensen wordt verwacht dat ze zich inschrijven in dit kosmopolitisch-neoliberale project. We kijken met afschuw en bezorgdheid naar de brutale manier waarop staatshoofden en regeringsleiders zoals Donald Trump en Silvio Berlusconi dit verhaal vertellen, maar we zien niet in dat ook schijnbaar zachtere en liberale figuren zoals Bill Clinton, Emmanuel Macron of de EU-leiders zo denken en handelen. Trump en Macron zijn als Coca-Cola en Pepsi-Cola: ze verkopen zich anders, maar ze smaken ongeveer hetzelfde. Bill Clinton beperkte zich niet tot culturele verklaringen. Zijn meest historische uitspraak blijft toch: 'It's the economy, stupid.' Pinxten: Natuurlijk zijn Huntington en zijn navolgers believers van de vrije markt - daarom ook dat ze daarover niet eens het debat willen aangaan. Het enige geldende narratief van die schrijvers is het global capitalism. De grote uitdaging van links is om daar een alternatief voor te bieden. Makkelijk is dat niet. Het is vandaag haast gemeengoed om de mens te herleiden tot een homo economicus. De mens wordt alléén beoordeeld op zijn economische waarde. Dat is toch een gigantische reductie? In de middeleeuwen bracht men de mens terug tot een louter religieus wezen, en sommige vormen van radicale islam doen dat vandaag nog altijd. Dat is van de pot gerukt. Maar iedere persoon en elk goed in de eerste plaats beoordelen op zijn economische waarde is dat óók. Ik ben als mens toch méér waard dan mijn 'marktwaarde' alleen? Maar dat verhaal slaat dus aan: je bent maar iemand als je geslaagd bent in het leven. Donald Trump schreeuwt dat uit: 'Ik ben gesláágd!' En daarom vindt hij dat hij mag doen en zeggen wat hij wil. Mensen worden bestookt met neoliberale newspeak . Men noemt je 'conservatief' als je bepaalde discussies opnieuw wilt voeren, en men doet dat bewust. Misschien dat het met de recente verhoging van de rentevoeten weer wat rustiger zal worden, maar de heftigheid waarmee men de voorbije jaren het spaargeld bleef aanvallen, was ideologisch toch niet neutraal? Van economische analisten móésten we naar de beurs, en wie dat niet deed, moest zich schuldig voelen omdat hij zijn spaargeld liet slapen. Mensen die hun leven lang keurig hadden gespaard voor hun oude dag moesten hun geld dus laten vergokken door specialisten die hen daarbij - tegen een mooie vergoeding - zouden begeleiden. U hebt carrière gemaakt aan de Gentse universiteit. De vermarkting die u aanklaagt, heeft ook de academische wereld in zijn greep. Pinxten: Academici willen meetellen, ze moeten geciteerd worden, en het liefst in zogenaamde A-tijdschriften. Voor 95 procent zijn die tijdschriften Engelstalig. In mijn domein, de antropologie, verschijnt veel toponderzoek in het Russisch, het Spaans en het Chinees, maar dat wordt niet gelezen. Alleen het Engels telt. Vanuit diverse hoeken is er al aangedrongen om niet alleen rekening te houden met de kleine kring van toptijdschriften, maar bijvoorbeeld ook citaten in boeken te laten meetellen. Reactie van de privéfirma's die deze citaten bijhouden: 'Dat is te duur.' Dus die allesbepalende academische citation indexes zijn eigenlijk gewone commerciële producten? Pinxten: Inderdaad. Thomson Reuters, de Amerikaanse holding die ook het nieuwsagentschap Reuters controleert, is de feitelijke monopoliehouder. En dus wordt er gelobbyd. Mijn collega en professor huisartsgeneeskunde Jan De Maeseneer moest vaststellen dat de belangrijkste academische medische tijdschriften niet geïnteresseerd waren in malariastudies. De farmaceutische industrie vindt malaria geen interessante ziekte, want ze treft vooral straatarme gebieden en daar valt weinig te verdienen. Ik heb ook tot de redactie behoord van zo'n internationaal wetenschappelijk tijdschrift. Ik herinner me nog een vergadering. De uitgever kwam de verzamelde academici zeggen welke debatten we moesten opnemen in ons tijdschrift, en hoe we dat moesten doen, want dan zouden we meer geciteerd worden en werd het belang van het tijdschrift groter. Hij wierp ons zelfs voor de voeten dat wij geïnteresseerd waren in de foute thema's, en suggereerde zelf een paar andere onderwerpen 'want die verkopen beter'. Hij wilde zeggen: bij de afnemers van zijn tijdschrift, dus in het universitaire milieu. Sommige collega's raken in paniek. Ze zien niet alleen een toename van de academische fraude, maar vooral ook een toename van volstrekt onbelangrijk onderzoek. Sommige departementen worden fabriekjes die uitermate specialistisch 'onderzoek' produceren, waarop dan wordt gereageerd door andere onderzoeksgroepen die ongeveer hetzelfde doen. En natuurlijk citeren ze elkaar: ik krab jouw rug, jij de mijne. Pinxten: Precies. Dat navelstaarderige systeem leidt ertoe dat er minder aandacht wordt besteed aan de studie van grote ideeën of van wezenlijke stromingen, omdat met dergelijk breed onderzoek niet onmiddellijk veel te verdienen valt. En die commercialisering van onderwijs en onderzoek blijft niet beperkt tot de universiteiten, hè. In sommige plaatsen in de VS en Groot-Brittannië neemt zelfs de vermarkting van het middelbaar onderwijs al groteske vormen aan. Je ziet de een van de scholen: gewapend personeel zorgt ervoor dat leerlingen van elkaar afgescheiden worden. Het beste onderwijs is voor de uitstekende leerlingen, en de zwakkeren worden in aparte klassen bijeen gezet. Op verzoek van de ouders van de leerlingen in die elitaire klassen kwam er gewapende bewaking op school, 'anders lopen onze kinderen het risico dat ze het allerbeste onderwijs missen waarop zij recht hebben en waarvoor wij betalen'. Onderwijs is zó cruciaal. Kritisch nadenken en blíjven denken is een essentieel kenmerk van het westerse denken. Als een Chinees voor een probleem staat, zal hij nadenken tot hij een oplossing heeft gevonden. Maar dan stopt het ook, want het probleem is van de baan. In het Westen blijven wij ons kritisch opstellen, en dus verder denken. Is dat dan toch geen bewijs van een zekere superioriteit van de westerse cultuur? Pinxten: Ik vind het inderdaad een merkwaardig positieve bijdrage van het Westen aan het werelderfgoed, net zoals ook de esthetiek van de Japanners dat is. Van sommige andere bijdragen van de westerse samenleving ben ik minder onder de indruk. Het is dus niet zo dat het Westen het alomvattende culturele pakket voor de hele mensheid in de aanbieding heeft, dat de rest van de wereld dan maar integraal moet overnemen. Dat is westerse zelfoverschatting. Bovendien is de westerse kritische reflex een teer plantje. Voortdurend werd en wordt hij vertrappeld - de ene keer door een of andere potentaat, de andere door een religieus instituut. Toch steekt het kritische denken altijd weer de kop op. In de middeleeuwen was het zo goed als weg, maar het was er weer tijdens het humanisme en de renaissance. Dan volgden opnieuw kwade jaren tijdens de godsdienstoorlogen, maar tijdens de verlichting stond het kritisch denken er weer, sterker dan tevoren. En in de jaren 1960 was zo goed als alles bespreekbaar. Niet dat ik de sixties wil verheerlijken: in een tijd waarin mensen in alle vrijheid en absolute openheid op zoek gaan, krijg je altijd aberraties. Maar in vergelijking met de jaren zestig is er vandaag toch minder ruimte voor discussie en voor afwijkende meningen. Het publieke debat kreunt onder de last van de échte soumission van deze tijd: de onderwerping van een hele samenleving aan het neoliberale denken.