Wee de slordige burger die zijn belastingbrief onzorgvuldig en te laat invult. Heb mededogen met de zaakvoerder die een potje maakt van zijn jaarlijkse balans. De fiscus zal onverbiddelijk zijn en het zal geld kosten. De Belgische Staat lijkt daarentegen met heel veel weg te komen. Het Rekenhof bevestigde vorige maand voor het zoveelste jaar op rij dat de boekhouding van tal van overheden een complete puinhoop is. Zie de toestand van het Waals Gewest of de Koninklijke Schenking. Bovendien biedt het ontbreken van boekhouddiscipline ruimte voor creatief boekhouden. De sale-and-leasebackconstructies waarvan de verkoop van de Financiëntoren het toppunt is, zijn hiervan het historische bewijs. In het bedrijfsleven bestond dit ook, maar werd dat inmiddels aan banden gelegd. Iedereen in België is gelijk voor de wet, maar dat geldt duidelijk (nog) niet voor de overheid.

Als overheid wil dat de boekhouding van burgers in orde is, moet ze zelf het goede voorbeeld geven.

Moet het nog gezegd dat de budgettaire stand van het land niet om over naar huis te schrijven is? Een staatsschuld even groot als ons jaarlijks nationaal product en een chronisch gat in de begroting dreigen de volgende generaties op te zadelen met een miljardenfactuur. Wie dieper in de cijfers wil duiken, komt in troebel water terecht. Een klare kijk is onmogelijk. De federale overheid slaagt er werkelijk nog altijd niet in om een behoorlijk leesbare geconsolideerde jaarrekening af te leveren. Nochtans verplicht een Belgische wet van 2003 (!) en een Europese richtlijn uit 2012 de overheden dat vanaf dit jaar. Het Rekenhof stelt al enkele jaren op rij dat de kwaliteit van het rekenwerk ondermaats is. Na enkele jaren van verbetering is de toestand weer achteruitgegaan. Federaal is de toestand ernstig. Op het niveau van de deelstaten gaat het beter, al zitten de rekeningen van het Waals Gewest ook vol gaten. Begin op die manier maar eens het staatsapparaat te verbeteren en de begroting te doen kloppen.

De Federale Accountant is de persoon die het cijfermateriaal van de diverse diensten moet verzamelen en analyseren en hen zegt hoe ze dat materiaal moeten aanleveren. Wat blijkt? De instructies zijn onvoldoende. De cijfers komen regelmatig te laat binnen en de kwaliteit is wisselvallig. Het niveau van analyse is navenant. Het Rekenhof stelt zelf dat het leidt tot een jaarrekening met "grove fouten". Het bestaan van zo'n jaarrekening is op zich al een prestatie, want de Regie der Gebouwen slaagde er nog altijd niet in deze voor 2018 te publiceren. Ook het Belgisch Staatsblad publiceert veel, behalve de laatste zes jaar zijn eigen jaarrekening.

Ook eenvormigheid over wat er in de rekening staat, ontbreekt. De verschillende software-systemen geraken maar moeilijk compatibel met elkaar. Sommige organisaties zijn nog niet afgestapt van hun ouderwetse kasboekhouding. Zo normaliseert het Bureau voor Normalisatie alles in dit land behalve zijn eigen boekhouding. Er heerst onduidelijkheid over wat onder kosten of investeringen geboekt moet worden. Ook de waardering van de activa blijft één groot vraagteken. De terreinen en gebouwen van de Regie der Gebouwen en de Belgische Staat hebben geen actuele marktconforme waardering. Dat leidt tot slecht asset-management, maar ook tot een potentiële verarming van de staat. Het dossier van de sale-and-leaseback van de Financiëntoren in Brussel tart alle verbeelding. Verkocht door de Federale overheid in 2001 voor 311 miljoen met een langlopende huurovereenkomst. Het gebouw gaat nu opnieuw van de hand voor 1,2 miljard!

Ook op het vlak van inkomsten blijft het soms giswerk. Sinds 2017 is de FOD Financiën verplicht om fiscale ontvangsten te boeken volgens vastgestelde rechten in plaats van op kasbasis maar hier is nog altijd niks van in huis gekomen. Gemene deler van dit alles: te weinig mensen met financiële kennis, gebrek aan eenvormige regels en onvoldoende correct ingezette middelen.

Het belang van correcte rekeningen overstijgt in deze context de kille boekhouderslogica. Ze zijn de noodzakelijke basis om de werking van het staatsapparaat te verzekeren. Om kostenefficiëntie te verhogen en fraude te voorkomen. Om ervoor te zorgen dat elke euro schaars belastinggeld goed besteed wordt. Onze overheden moeten op een verantwoorde manier omgaan met ons belastinggeld en daarover verantwoording afleggen. Als burgers en ondernemers daartoe verplicht worden, moet de overheid het goede voorbeeld geven.

De overheidsfinanciën worden onvermijdelijk een van de zware dossiers in de nakende federale formatie. Voorafgaand aan elke politieke discussie hierover moeten onze overheden in staat gesteld kunnen worden een accurate boekhouding te voeren. Om dit doel te bereiken moeten de administraties kunnen werken met competente mensen en moderne middelen. Dat betekent ook duidelijke regels en voldoende controle (federale audit, Rekenhof). Een solide financieel beheerde en transparante federale overheid zou een no-brainer moeten zijn. Hoog tijd om daar werk van te maken.

Christian Leysen is ondernemer en federaal parlementslid voor Open VLD.

Wee de slordige burger die zijn belastingbrief onzorgvuldig en te laat invult. Heb mededogen met de zaakvoerder die een potje maakt van zijn jaarlijkse balans. De fiscus zal onverbiddelijk zijn en het zal geld kosten. De Belgische Staat lijkt daarentegen met heel veel weg te komen. Het Rekenhof bevestigde vorige maand voor het zoveelste jaar op rij dat de boekhouding van tal van overheden een complete puinhoop is. Zie de toestand van het Waals Gewest of de Koninklijke Schenking. Bovendien biedt het ontbreken van boekhouddiscipline ruimte voor creatief boekhouden. De sale-and-leasebackconstructies waarvan de verkoop van de Financiëntoren het toppunt is, zijn hiervan het historische bewijs. In het bedrijfsleven bestond dit ook, maar werd dat inmiddels aan banden gelegd. Iedereen in België is gelijk voor de wet, maar dat geldt duidelijk (nog) niet voor de overheid. Moet het nog gezegd dat de budgettaire stand van het land niet om over naar huis te schrijven is? Een staatsschuld even groot als ons jaarlijks nationaal product en een chronisch gat in de begroting dreigen de volgende generaties op te zadelen met een miljardenfactuur. Wie dieper in de cijfers wil duiken, komt in troebel water terecht. Een klare kijk is onmogelijk. De federale overheid slaagt er werkelijk nog altijd niet in om een behoorlijk leesbare geconsolideerde jaarrekening af te leveren. Nochtans verplicht een Belgische wet van 2003 (!) en een Europese richtlijn uit 2012 de overheden dat vanaf dit jaar. Het Rekenhof stelt al enkele jaren op rij dat de kwaliteit van het rekenwerk ondermaats is. Na enkele jaren van verbetering is de toestand weer achteruitgegaan. Federaal is de toestand ernstig. Op het niveau van de deelstaten gaat het beter, al zitten de rekeningen van het Waals Gewest ook vol gaten. Begin op die manier maar eens het staatsapparaat te verbeteren en de begroting te doen kloppen. De Federale Accountant is de persoon die het cijfermateriaal van de diverse diensten moet verzamelen en analyseren en hen zegt hoe ze dat materiaal moeten aanleveren. Wat blijkt? De instructies zijn onvoldoende. De cijfers komen regelmatig te laat binnen en de kwaliteit is wisselvallig. Het niveau van analyse is navenant. Het Rekenhof stelt zelf dat het leidt tot een jaarrekening met "grove fouten". Het bestaan van zo'n jaarrekening is op zich al een prestatie, want de Regie der Gebouwen slaagde er nog altijd niet in deze voor 2018 te publiceren. Ook het Belgisch Staatsblad publiceert veel, behalve de laatste zes jaar zijn eigen jaarrekening. Ook eenvormigheid over wat er in de rekening staat, ontbreekt. De verschillende software-systemen geraken maar moeilijk compatibel met elkaar. Sommige organisaties zijn nog niet afgestapt van hun ouderwetse kasboekhouding. Zo normaliseert het Bureau voor Normalisatie alles in dit land behalve zijn eigen boekhouding. Er heerst onduidelijkheid over wat onder kosten of investeringen geboekt moet worden. Ook de waardering van de activa blijft één groot vraagteken. De terreinen en gebouwen van de Regie der Gebouwen en de Belgische Staat hebben geen actuele marktconforme waardering. Dat leidt tot slecht asset-management, maar ook tot een potentiële verarming van de staat. Het dossier van de sale-and-leaseback van de Financiëntoren in Brussel tart alle verbeelding. Verkocht door de Federale overheid in 2001 voor 311 miljoen met een langlopende huurovereenkomst. Het gebouw gaat nu opnieuw van de hand voor 1,2 miljard! Ook op het vlak van inkomsten blijft het soms giswerk. Sinds 2017 is de FOD Financiën verplicht om fiscale ontvangsten te boeken volgens vastgestelde rechten in plaats van op kasbasis maar hier is nog altijd niks van in huis gekomen. Gemene deler van dit alles: te weinig mensen met financiële kennis, gebrek aan eenvormige regels en onvoldoende correct ingezette middelen. Het belang van correcte rekeningen overstijgt in deze context de kille boekhouderslogica. Ze zijn de noodzakelijke basis om de werking van het staatsapparaat te verzekeren. Om kostenefficiëntie te verhogen en fraude te voorkomen. Om ervoor te zorgen dat elke euro schaars belastinggeld goed besteed wordt. Onze overheden moeten op een verantwoorde manier omgaan met ons belastinggeld en daarover verantwoording afleggen. Als burgers en ondernemers daartoe verplicht worden, moet de overheid het goede voorbeeld geven. De overheidsfinanciën worden onvermijdelijk een van de zware dossiers in de nakende federale formatie. Voorafgaand aan elke politieke discussie hierover moeten onze overheden in staat gesteld kunnen worden een accurate boekhouding te voeren. Om dit doel te bereiken moeten de administraties kunnen werken met competente mensen en moderne middelen. Dat betekent ook duidelijke regels en voldoende controle (federale audit, Rekenhof). Een solide financieel beheerde en transparante federale overheid zou een no-brainer moeten zijn. Hoog tijd om daar werk van te maken. Christian Leysen is ondernemer en federaal parlementslid voor Open VLD.