Omgaan met kiezers '... vereist namenkennis, vleierij, doorzettingsvermogen, vrijgevigheid, publiciteit, een mooie show en een visie voor de staat'. 'Zorg ervoor dat je hele campagne een grote show is, opvallend, prachtig en populair, dat die een onuitwisbare indruk maakt en het hoogst bereikbare prestige oplevert'.

Deze zinnen zijn eeuwenoud. Quintus Tullius Cicero pent ze neer in 64 voor Christus in een brief aan zijn oudere broer Marcus Tullius Cicero. Deze laatste is kandidaat bij de consulverkiezingen en zal verkozen worden. Sedert 2017 is de brief vertaald in het Nederlands en, samen met de oorspronkelijke Latijnse tekst, gepubliceerd in een mooi boekje met als titel 'Hoe je verkiezingen wint. Romeins handboek voor een effectieve verkiezingscampagne'.

Klassieke media en politiek: wie macht heeft, krijgt beeld

Over de verhouding tussen klassieke media en politiek is al veel geschreven. 'Vooral in hun dagelijkse berichtgeving van de politiek versterken de media vaak de bestaande machtsverhoudingen binnen en tussen de partijen, eerder dan ze te wijzigen. Dat maakt dat 'gewone' politici zoals parlementsleden nauwelijks aandacht krijgen', schrijft Professor Peter Van Aelst (UAntwerpen). In de televisiejournaals zijn het voornamelijk regeringsleden en partijvoorzitters die aan bod komen, samen met de fractieleiders van de oppositiepartijen. De gemiddelde aandacht voor een parlementslid is verwaarloosbaar, nog steeds volgens Van Aelst.

Als er al iemand verslaafd is aan subsidies in dit land, dan zijn het wel de politieke partijen.

Dan zijn er nog de vele 'human interest' programma's en artikelen. Hier is er nagenoeg alleen plaats voor dezelfde partijtoppers. Recent werd bericht dat premier De Croo een Hongaarse jachthond in huis haalt. Wil een parlementslid met zoiets het nieuws halen, dan moeten er minstens drie roedels wolven in zijn tuin rondlopen.

Het zijn de partijen die bepalen wie een partijtopper is en die politici halen het makkelijkst de media. Dit gebeurt niet bewust, of met kwade bedoelingen, maar is gewoon het gevolg van een economische logica: kranten en tv-programma's zijn consumptieproducten en ze brengen wat verkoopt. Zo versterken ze wel de interne verhoudingen binnen de partijen. Zoals we al hebben gesteld in ons boek 'Schone schijn. Particratie wurgt democratie': de traditionele media hebben de particratie niet gecreëerd (dat deden de partijen zelf), maar ze versterken de particratie wel. Het is een beetje ironisch: de zelfverklaarde 'vierde macht' klaagt vaak de particratie aan, maar is tegelijk de trouwste bondgenoot van de particratie.

Dit blijft niet zonder gevolg voor de werking van ons politiek bestel. Wanneer parlementsleden weinig of geen media-aandacht genieten, dan wordt ook het parlement onbelangrijk. Meer nog, zelfs de kiezer wordt onbelangrijk want hij heeft vertegenwoordigers gekozen die slechts 'woestijnpredikers' zijn. Hun standpunt doet er eigenlijk niet toe. De toppers beslissen, de anderen applaudisseren.

Sociale media: 'there is no such thing as a free lunch'

Obama won de presidentsverkiezingen van 2012 na een geslaagde campagne op sociale media. Toen dachten velen dat dit mogelijkheden bood aan nieuwkomers. Men voert vrij campagne, zelfs zonder te moeten passeren langs die 'vervelende' journalisten. Men vergeet wel dat Obama dit deed in een land waar het vergaren en het besteden van campagnemiddelen nagenoeg vrij is. 'There is no such thing as a free lunch', ook niet op sociale media. Alleen wie kapitaalkrachtig is, kan succesvol zo'n campagne voeren.

België is ook een land waar de partijen bijzonder kapitaalkrachtig zijn. We zijn het land van het 'partij-kapitalisme', niet omdat onze partijen zoals in de Verenigde Staten vele sponsors hebben, maar wel omdat ze jaarlijks een kleine 74 miljoen euro uit de staatskas graaien. Onze partijen zijn 'de zieke man van Europa', ze liggen aan het 'infuus'. België is 'graailand, waar de partijen boven hun stand leven'.

Vorige week maakt journalist Matthias Verbergt in De Standaard bekend dat van alle Europese partijen en politici de Vlaamse het meest adverteren op sociale media. Op kop de grootste partij, die dus ook de grootste dotatie ontvangt. Van januari tot juli geeft N-VA meer dan 1 miljoen euro uit aan advertenties op sociale media. Telt men daar nog de uitgaven bij van Vlaams Belang en PVDA/PTB, dan is dit meer dan 2 miljoen euro. Maar er zijn niet alleen de 'big spenders'. Gaan ze op hun élan verder, dan zullen alle partijen samen eind dit jaar net geen 5 miljoen euro gespendeerd hebben. Dit 'krijg je niet uitgelegd aan Debora'.

Economisch bekeken is dit geld dat weglekt naar buitenlandse bedrijven. En laat dat geld nu net belastinggeld zijn. Zo versassen de partijen miljoenen euro's van 'de pocket van de belastingbetaler' naar 'de pocket van Mark Zuckerberg en co'.

Het verhaaltje dat nieuwkomers in de politiek kunnen doorbreken met een geslaagde campagne op sociale media is doorprikt. Campagne voeren op sociale media kost geld, heel veel geld. Dat hebben nieuwkomers niet want ze blijven verstoken van overheidsfinanciering. De bovenvermelde bedragen werden uitgeven over een periode van 7 maanden, in een jaar zonder verkiezingen. Partijen zijn permanent in campagne, ook dat kunnen nieuwkomers niet. Onze partijen gedragen zich als 'politiek-financiële concerns' die de kartelafspraak hebben om geen nieuwkomers toe te laten. Zo verschraalt het politieke landschap, want het vernieuwt zich niet. De grootste kans om als partij in de Kamer vertegenwoordigd te zijn, heb je wanneer je er al vertegenwoordigd bent. Bestaande partijen zijn blijvers, nieuwkomers zijn ongewenste witte raven.

Sociale media: 'politieke ondernemers', met overheidsgeld

Blijkt ook dat de politici die in de klassieke media populair zijn, dat ook zijn op sociale media. De partijboegbeelden worden rijkelijk bediend door hun partij. In de top tien van de Europese politici die het meeste geld besteden aan sociale media (periode januari - juli 2021), staan maar liefst 7 Belgische politici. Op kop vijf partijvoorzitters (Bart De Wever: 225.411euro; Peter Mertens: 97.565 euro; Tom Van Grieken: 81.479 euro; Conner Rousseau: 73.560 euro en Georges-Louis Bouchez: 58.401 euro). Het eskadron partijvoorzitters wordt aangevuld met twee Vlaamse ministers (Jan Jambon: 64.457 euro en Zuhal Demir: 54.566 euro). Dit zijn net de politici die ook in de klassieke media ruim aan bod komen.

Het toont ook aan dat partijen bestaan uit een 'politiek proletariaat' en een 'politiek profitariaat'. Alleen het imago van partijtoppers wordt met belastinggeld uitgesmeerd op sociale media, dit alles met dank aan 'de subsidieslurf'. Als er al iemand verslaafd is aan subsidies in dit land, dan zijn dit wel de partijen.

Er ontstaat ook een nieuwe homo politicus, de politicus die de partij is: 'Le parti, c'est moi'. Gewezen RTBF-journalist Alain Gerlache heeft hier al op gewezen: 'Zowel Georges-Louis Bouchez als Conner Rousseau beschouwen hun partij als een fanbase'. Ze richten zich tot hun partijgenoten net als alsof het hun volgers zijn op sociale media. Ze knippen de banden met het verleden door, voortaan zijn zij de Zonnekoning van hun partij. Het is geen toeval dat Rousseau de naam van zijn partij reeds heeft veranderd en dat Bouchez plannen heeft om dit te doen. Het proces waarbij het succes van de partij toegeschreven wordt aan één individu wordt reeds decennia lang beoefend door N-VA. Het is niet eigen aan de politiek. Filosofe Tinneke Beeckman beschrijft hoe ook in de ondernemerswereld het succes van een bedrijf wordt geïndividualiseerd (Machiavelli's lef, 2020). Men creëert goeroes: Jeff Bezos is Amazon, Marck Zuckerberg is Facebook, Bill Gates was Microsoft, Steve Jobs was Apple... De gelijkenis tussen deze bedrijfsgiganten en de politiek is geen toeval. We schreven het al eerder, partijen gedragen zich als politiek-financiële concerns. Ze zijn 'politieke ondernemers', die ondernemen met overheidsgeld dat ze zichzelf toekennen.

Keren we even terug naar het jaar 64 voor Christus en de brief van Quintus Tullius Cicero. Hij beschrijft de erfzonde van de democratie: verkiezingen die niet over inhoud gaan, maar over het verleiden van de kiezer. Het 'zorg dat je gezien wordt op het Forum Romanum' van Quintus Tullius, is nu gewoon 'zorg dat je gezien wordt op de mediafora'. Wat Quintus Tullius niet wist toen hij zijn brief schreef, was dat de Romeinse Republiek kort nadien ten onder ging, wat zelfs aan beide broers Cicero het leven kost. De Romeinse Republiek was 'verdorven' geworden, analyseert Machiavelli (1469-1527) in zijn Discorsi. Het gevolg was '... dat het Romeinse volk bij de benoeming van de consuls niet meer lette op kwaliteit maar op populariteit, en in dat ambt niet meer diegenen benoemde die het beste de vijand konden verslaan, maar diegenen die het beste de massa konden bespelen'. Hoe men de massa bespeelt, laat net dit het onderwerp zijn van de brief die Quintus Tullius schreef. Hij was de eerste spindoctor uit de geschiedenis. Nu zijn er massa's spindoctors die van politiek 'een catwalk van de perceptie' maken. Wat zijn ze toch hedendaags die Romeinen.

Omgaan met kiezers '... vereist namenkennis, vleierij, doorzettingsvermogen, vrijgevigheid, publiciteit, een mooie show en een visie voor de staat'. 'Zorg ervoor dat je hele campagne een grote show is, opvallend, prachtig en populair, dat die een onuitwisbare indruk maakt en het hoogst bereikbare prestige oplevert'.Deze zinnen zijn eeuwenoud. Quintus Tullius Cicero pent ze neer in 64 voor Christus in een brief aan zijn oudere broer Marcus Tullius Cicero. Deze laatste is kandidaat bij de consulverkiezingen en zal verkozen worden. Sedert 2017 is de brief vertaald in het Nederlands en, samen met de oorspronkelijke Latijnse tekst, gepubliceerd in een mooi boekje met als titel 'Hoe je verkiezingen wint. Romeins handboek voor een effectieve verkiezingscampagne'.Klassieke media en politiek: wie macht heeft, krijgt beeldOver de verhouding tussen klassieke media en politiek is al veel geschreven. 'Vooral in hun dagelijkse berichtgeving van de politiek versterken de media vaak de bestaande machtsverhoudingen binnen en tussen de partijen, eerder dan ze te wijzigen. Dat maakt dat 'gewone' politici zoals parlementsleden nauwelijks aandacht krijgen', schrijft Professor Peter Van Aelst (UAntwerpen). In de televisiejournaals zijn het voornamelijk regeringsleden en partijvoorzitters die aan bod komen, samen met de fractieleiders van de oppositiepartijen. De gemiddelde aandacht voor een parlementslid is verwaarloosbaar, nog steeds volgens Van Aelst.Dan zijn er nog de vele 'human interest' programma's en artikelen. Hier is er nagenoeg alleen plaats voor dezelfde partijtoppers. Recent werd bericht dat premier De Croo een Hongaarse jachthond in huis haalt. Wil een parlementslid met zoiets het nieuws halen, dan moeten er minstens drie roedels wolven in zijn tuin rondlopen.Het zijn de partijen die bepalen wie een partijtopper is en die politici halen het makkelijkst de media. Dit gebeurt niet bewust, of met kwade bedoelingen, maar is gewoon het gevolg van een economische logica: kranten en tv-programma's zijn consumptieproducten en ze brengen wat verkoopt. Zo versterken ze wel de interne verhoudingen binnen de partijen. Zoals we al hebben gesteld in ons boek 'Schone schijn. Particratie wurgt democratie': de traditionele media hebben de particratie niet gecreëerd (dat deden de partijen zelf), maar ze versterken de particratie wel. Het is een beetje ironisch: de zelfverklaarde 'vierde macht' klaagt vaak de particratie aan, maar is tegelijk de trouwste bondgenoot van de particratie.Dit blijft niet zonder gevolg voor de werking van ons politiek bestel. Wanneer parlementsleden weinig of geen media-aandacht genieten, dan wordt ook het parlement onbelangrijk. Meer nog, zelfs de kiezer wordt onbelangrijk want hij heeft vertegenwoordigers gekozen die slechts 'woestijnpredikers' zijn. Hun standpunt doet er eigenlijk niet toe. De toppers beslissen, de anderen applaudisseren.Obama won de presidentsverkiezingen van 2012 na een geslaagde campagne op sociale media. Toen dachten velen dat dit mogelijkheden bood aan nieuwkomers. Men voert vrij campagne, zelfs zonder te moeten passeren langs die 'vervelende' journalisten. Men vergeet wel dat Obama dit deed in een land waar het vergaren en het besteden van campagnemiddelen nagenoeg vrij is. 'There is no such thing as a free lunch', ook niet op sociale media. Alleen wie kapitaalkrachtig is, kan succesvol zo'n campagne voeren.België is ook een land waar de partijen bijzonder kapitaalkrachtig zijn. We zijn het land van het 'partij-kapitalisme', niet omdat onze partijen zoals in de Verenigde Staten vele sponsors hebben, maar wel omdat ze jaarlijks een kleine 74 miljoen euro uit de staatskas graaien. Onze partijen zijn 'de zieke man van Europa', ze liggen aan het 'infuus'. België is 'graailand, waar de partijen boven hun stand leven'.Vorige week maakt journalist Matthias Verbergt in De Standaard bekend dat van alle Europese partijen en politici de Vlaamse het meest adverteren op sociale media. Op kop de grootste partij, die dus ook de grootste dotatie ontvangt. Van januari tot juli geeft N-VA meer dan 1 miljoen euro uit aan advertenties op sociale media. Telt men daar nog de uitgaven bij van Vlaams Belang en PVDA/PTB, dan is dit meer dan 2 miljoen euro. Maar er zijn niet alleen de 'big spenders'. Gaan ze op hun élan verder, dan zullen alle partijen samen eind dit jaar net geen 5 miljoen euro gespendeerd hebben. Dit 'krijg je niet uitgelegd aan Debora'.Economisch bekeken is dit geld dat weglekt naar buitenlandse bedrijven. En laat dat geld nu net belastinggeld zijn. Zo versassen de partijen miljoenen euro's van 'de pocket van de belastingbetaler' naar 'de pocket van Mark Zuckerberg en co'.Het verhaaltje dat nieuwkomers in de politiek kunnen doorbreken met een geslaagde campagne op sociale media is doorprikt. Campagne voeren op sociale media kost geld, heel veel geld. Dat hebben nieuwkomers niet want ze blijven verstoken van overheidsfinanciering. De bovenvermelde bedragen werden uitgeven over een periode van 7 maanden, in een jaar zonder verkiezingen. Partijen zijn permanent in campagne, ook dat kunnen nieuwkomers niet. Onze partijen gedragen zich als 'politiek-financiële concerns' die de kartelafspraak hebben om geen nieuwkomers toe te laten. Zo verschraalt het politieke landschap, want het vernieuwt zich niet. De grootste kans om als partij in de Kamer vertegenwoordigd te zijn, heb je wanneer je er al vertegenwoordigd bent. Bestaande partijen zijn blijvers, nieuwkomers zijn ongewenste witte raven.Blijkt ook dat de politici die in de klassieke media populair zijn, dat ook zijn op sociale media. De partijboegbeelden worden rijkelijk bediend door hun partij. In de top tien van de Europese politici die het meeste geld besteden aan sociale media (periode januari - juli 2021), staan maar liefst 7 Belgische politici. Op kop vijf partijvoorzitters (Bart De Wever: 225.411euro; Peter Mertens: 97.565 euro; Tom Van Grieken: 81.479 euro; Conner Rousseau: 73.560 euro en Georges-Louis Bouchez: 58.401 euro). Het eskadron partijvoorzitters wordt aangevuld met twee Vlaamse ministers (Jan Jambon: 64.457 euro en Zuhal Demir: 54.566 euro). Dit zijn net de politici die ook in de klassieke media ruim aan bod komen.Het toont ook aan dat partijen bestaan uit een 'politiek proletariaat' en een 'politiek profitariaat'. Alleen het imago van partijtoppers wordt met belastinggeld uitgesmeerd op sociale media, dit alles met dank aan 'de subsidieslurf'. Als er al iemand verslaafd is aan subsidies in dit land, dan zijn dit wel de partijen.Er ontstaat ook een nieuwe homo politicus, de politicus die de partij is: 'Le parti, c'est moi'. Gewezen RTBF-journalist Alain Gerlache heeft hier al op gewezen: 'Zowel Georges-Louis Bouchez als Conner Rousseau beschouwen hun partij als een fanbase'. Ze richten zich tot hun partijgenoten net als alsof het hun volgers zijn op sociale media. Ze knippen de banden met het verleden door, voortaan zijn zij de Zonnekoning van hun partij. Het is geen toeval dat Rousseau de naam van zijn partij reeds heeft veranderd en dat Bouchez plannen heeft om dit te doen. Het proces waarbij het succes van de partij toegeschreven wordt aan één individu wordt reeds decennia lang beoefend door N-VA. Het is niet eigen aan de politiek. Filosofe Tinneke Beeckman beschrijft hoe ook in de ondernemerswereld het succes van een bedrijf wordt geïndividualiseerd (Machiavelli's lef, 2020). Men creëert goeroes: Jeff Bezos is Amazon, Marck Zuckerberg is Facebook, Bill Gates was Microsoft, Steve Jobs was Apple... De gelijkenis tussen deze bedrijfsgiganten en de politiek is geen toeval. We schreven het al eerder, partijen gedragen zich als politiek-financiële concerns. Ze zijn 'politieke ondernemers', die ondernemen met overheidsgeld dat ze zichzelf toekennen.Keren we even terug naar het jaar 64 voor Christus en de brief van Quintus Tullius Cicero. Hij beschrijft de erfzonde van de democratie: verkiezingen die niet over inhoud gaan, maar over het verleiden van de kiezer. Het 'zorg dat je gezien wordt op het Forum Romanum' van Quintus Tullius, is nu gewoon 'zorg dat je gezien wordt op de mediafora'. Wat Quintus Tullius niet wist toen hij zijn brief schreef, was dat de Romeinse Republiek kort nadien ten onder ging, wat zelfs aan beide broers Cicero het leven kost. De Romeinse Republiek was 'verdorven' geworden, analyseert Machiavelli (1469-1527) in zijn Discorsi. Het gevolg was '... dat het Romeinse volk bij de benoeming van de consuls niet meer lette op kwaliteit maar op populariteit, en in dat ambt niet meer diegenen benoemde die het beste de vijand konden verslaan, maar diegenen die het beste de massa konden bespelen'. Hoe men de massa bespeelt, laat net dit het onderwerp zijn van de brief die Quintus Tullius schreef. Hij was de eerste spindoctor uit de geschiedenis. Nu zijn er massa's spindoctors die van politiek 'een catwalk van de perceptie' maken. Wat zijn ze toch hedendaags die Romeinen.