'Ik word meestal niet echt warm van de debatten en filmpjes waarmee we om de oren worden geslagen. Het is nogal veel van hetzelfde. Politici worden gestroomlijnd, waardoor ze inboeten aan authenticiteit. Maar af en toe werd ik ook aangenaam verrast. Neem nu het onderwijsdebat tussen Bart De Wever (N-VA) en Hilde Crevits (CD&V) in De zevende dag: ik was verbaasd over de diepgang en de hoffelijkheid ervan. Waarna ik me begon te verbazen over mijn verbazing. Diepgang en hoffelijkheid zouden de regel moeten zijn, niet de uitzondering.'

In de campagne is onderwijs een sluimerend thema. Dat heeft veel, zo niet alles te maken met de berichten over de dalende kwaliteit ervan. Mogen we dat de bevoegde minister aanrekenen?

Alexandra Smarandescu: Zo eenvoudig is het niet. Er is, ook al onder Pascal Smet (SP.A), veel ingezet op gelijke kansen. Die bekommernis was terecht. Als daardoor wat te weinig werd gefocust op de uitblinkers kun je dat rechtzetten, zonder je aandacht voor gelijke kansen te verliezen. Zopas is in het Vlaams Parlement een resolutie goedgekeurd die ervoor moet zorgen dat er meer aandacht gaat naar heel sterke leerlingen. Je kunt zeggen dat die resolutie te laat komt, maar ik vrees dat politiek in een democratie vaak gedoemd is om achterop te hinken. Alleen in dictaturen zit je niet met trage besluitvorming.

Het debat tussen De Wever en Crevits heeft me aangenaam verrast.

Onlangs werd ook het inschrijvingsdecreet goedgekeurd. Daarin staat ook dat een computerprogramma moet bepalen welke leerling waar wordt ingeschreven. De N-VA kwam even later op haar stappen terug: de vrije keuze moet volgens de partij blijven.

Smarandescu: Achter die discussie gaat een andere, meer fundamentele kwestie schuil. Wat vinden we het belangrijkst: dat zo veel mogelijk leerlingen de beste kansen krijgen, of de vrijheid van elk individu? Ik vind dat een overheid vooral het collectief belang moet dienen. Op langere termijn is dat voor de meeste mensen beter. Maar ik begrijp dat langetermijndenken in de politiek moeilijk is, zeker in tijden van verkiezingen.

Minister van Armoedebestrijding Liesbeth Homans (N-VA) beloofde de kinderarmoede tijdens deze ambtstermijn te halveren. Hoewel het probleem nog groter is geworden, is het op het eerste gezicht geen thema in de campagne.

Smarandescu: Aan de Vlaamse Jeugdraad zal het niet gelegen hebben. Met het jeugdwerk hebben we besloten dat de bestrijding van kinderarmoede prioriteit nummer één in de volgende regering moet zijn. In het Jeugd- en Kinderrechtenbeleidsplan wordt 100 miljoen extra gevraagd. Dat er in deze campagne weinig aandacht voor is, is helaas waar. Ongetwijfeld heeft dat veel te maken met de precaire situatie van de mensen die in armoede leven. Die zijn in de eerste plaats bezig met overleven. Ze hebben geen tijd en energie om zich te mengen in het politieke debat.

Uit recente peilingen blijkt dat Vlaams Belang populair is bij jongeren. Hoe verklaart u dat?

Smarandescu: De extremen van het politieke spectrum slagen er inderdaad in jongeren te mobiliseren. De manier waarop het maatschappelijke debat wordt gevoerd, dwingt je bijna om te kiezen tussen links of rechts. Terwijl veel jongeren eigenlijk weinig hebben met partijpolitiek op zich. Te veel steriele debatten tasten de geloofwaardigheid daarvan aan. En dan heb je de kampen die zelf overgaan tot actie. Het gevoel dat je daarmee zelf het verschil kunt maken, spreekt veel jongeren aan. Dat lijkt me niet verwonderlijk.

Tot slot: wat wordt volgens u hét thema van deze verkiezingen?

Smarandescu: Ik ga ervan uit dat migratie opnieuw een rol zal spelen. Het ís ook een belangrijk thema - al vind ik de manier waarop het debat wordt gevoerd vaak tijdverspilling. Migratie en diversiteit zijn een realiteit, en ze zouden ook als realiteit benaderd moeten worden. Daarnaast denk ik dat ook het thema onderwijs zal doorwegen. De N-VA profileert zich daar niet voor niets op. Het is een thema waar zowat iedereen heel direct mee wordt geconfronteerd.

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.