‘België schendt internationale richtlijnen bij leeftijdscontrole minderjarige vreemdelingen’

Aan het opvang- en registratiecentrum van Fedasil ('Het Klein Kasteeltje') te Brussel op 17 juni 2022. © NOE ZIMMER/BELGA MAG/AFP via Getty Images
Tex Van berlaer
Tex Van berlaer Journalist Knack.be

De manier waarop ons land niet-begeleide minderjarige vreemdelingen behandelt bij aankomst, druist in tegen Europese en internationale richtlijnen. Dat stellen twee gespecialiseerde centra aan de UGent in een advies aan het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM).

Vorig jaar werden er 7.180 meldingen gemaakt van niet-begeleide minderjarige vreemdelingen. Dat zijn kinderen en jongeren die zonder ouders of andere bevoegde volwassenen België binnenkomen. Vaak is het niet meteen duidelijk of de toegekomen persoon wel echt minderjarig is. Daarom gaat de bevoegde Dienst Voogdij over tot een medische leeftijdscontrole. Die dienst hangt af van de FOD Justitie, en valt dus onder de bevoegdheid van minister van Justitie Vincent Van Quickenborne (Open VLD).

In 2021 werden er 2.435 leeftijdsbeslissingen genomen. 1.686 mensen, of 69 procent, blijken na die test wel degelijk meerderjarig.

Maar die leeftijdscontrole is niet onomstreden. Sinds september 2021 loopt er een zaak bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM). Het gaat om een vrouw uit Guinee uit wiens leeftijdscontrole zou blijken dat ze meerderjarig was bij aankomst in 2019, een beslissing die ze verwerpt.

In die zaak hebben twee gespecialiseerde centra van de UGent een zogenaamde third party intervention geleverd. Het gaat om The Human Rights Centre (HRC) en The Centre for the Social Study of Migration and Refugees (CESSMIR). Via zo’n interventie biedt het Hof de mogelijkheid aan ngo’s of academici om juridisch advies aan te brengen.

Volgens het advies, dat van maart dateert, is de manier waarop ons land de leeftijd van niet-begeleide minderjarige vreemdelingen bepaalt in strijd met Europese en internationale richtlijnen.

Zo zou de Dienst Voogdij niet correct handelen door vermoedelijke minderjarigen niet meteen een tijdelijke voogd aan te bieden tijdens de periode waarin het onderzoek loopt. ‘Dat wil zeggen dat het kind meerderjarig is tot het tegendeel is bewezen’, zegt professor Ellen Desmet, die aan beide Gentse centra verbonden is. ‘Nochtans is het duidelijk dat zij recht hebben op een voorlopige voogd.’

De experts verwijzen naar richtlijnen van het Kinderrechtencomité, die stellen dat een voogd zo vlug als mogelijk – en voor de leeftijdsbepaling begint – aangesteld moet worden.

Volgens de FOD Justitie zorgt de Dienst Voogdij wel degelijk voor gepaste opvang. ‘Als het nodig is, kan er een voorlopige voogd worden aangesteld’, zegt woordvoerder Sharon Beavis. ‘Maar meestal is dat niet aan de orde omdat er binnen de 10 à 15 dagen een beslissing kan genomen worden over de leeftijd.’ Volgens de FOD Justitie worden de personen ook begeleid door sociale assistenten van opvangcentra.

Ons land kampt overigens al langer met een tekort aan voogden.

‘Het standpunt van de centra lijkt louter gestoeld op ideologische en principiële bezwaren.’

Sharon Beavis (FOD Justitie)

Botscan

Nog een doorn in het oog is de manier waarop de Dienst Voogdij de leeftijd van vermoedelijke minderjarigen controleert. Dat gebeurt via een botscan, ook bekend als de ‘triple test’. Dat is een combinatie van een radiografie van de pols, het sleutelbeen en een scan van het gebit. De Dienst werkt daarvoor samen met vier ziekenhuizen.

De Gentse centra werpen op dat de wetenschappelijke onderbouwing van de botscan verre van duidelijk is. Zo zou de onzekerheidsmarge te groot zijn. Een kans op een fout is dus snel gemaakt, klinkt het.

Bovendien laat de wet ook psychosociale testen toe, zodat de diensten niet louter gebruik moeten maken van medische testen, die voor jongeren invasief kunnen aanvoelen. België gaat echter meteen over tot een triple test, terwijl dit slechts een laatste middel zou moeten zijn.

‘Zoals voor een Belgisch kind, moet ook voor een kind dat uit het buitenland komt een geboorteakte of ander document een doorslaggevende rol kunnen spelen’, zegt professor Jinske Verhellen, eveneens verbonden aan beide Gentse centra. ‘Ook hierover is het Kinderrechtencomité duidelijk: medische testen kunnen enkel in geval van ernstige twijfel over de leeftijd én nadat rekening is gehouden met documenten of enige vorm van bewijs waarover de jongere beschikt.’

De experts verwijzen ook naar een uitspraak van het Europees Comité voor Sociale Rechten uit 2018, waarin botscans ‘ontoereikend en onbetrouwbaar’ worden verklaard, en dus indruisen tegen het Europees Sociaal Handvest, een mensenrechtenverdrag dat België heeft ondertekend.

Volgens de FOD Justitie is de triple test momenteel de beste wetenschappelijke aanpak. ‘Het standpunt van de centra gaat dus in tegen de objectieve analyse van wetenschappers en lijkt louter gestoeld op ideologische en principiële bezwaren’, zegt Beavis.

Ook wordt er steeds rekening gehouden met betrouwbaarheidsintervallen en foutenmarges, die tussen de 1 à 4 jaar kunnen schommelen, aldus Beavis. ‘De dienst Voogdij kijkt steeds naar de ondergrens van de foutenmarge om te bepalen of een persoon meer of minder dan 18 jaar is.’

Beavis erkent dat er geen systematisch gebruik wordt gemaakt van psychosociale testen. ‘Maar dat komt omdat het niet wetenschappelijk is aangetoond dat men op basis daarvan de leeftijd kan bepalen.’

Bovendien benadrukt ze dat ook documenten, gesprekken met de jongere en observaties deel uitmaken van de beoordeling. ‘Als de testen geen afdoende uitsluitsel kunnen geven, wordt altijd beslist in het voordeel van de persoon in kwestie, en wordt die dus als minderjarig beschouwd.’

Onlangs heeft de Dienst Voogdij nog een adviesraad opgericht onder leiding van experts van de KU Leuven en de UGent. Die raad moet de leeftijdsbepaling verbeteren en ervoor zorgen dat alle ziekenhuizen op dezelfde manier te werk gaan. De raad legt op dit moment de laatste hand aan haar advies.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content