Barbershops: harde werkers of oneerlijke concurrentie?

BARBERSHOPS IN GENT EN BRUGGE 'Logisch dat "Belgische" kappers klanten verliezen. Ze zijn gewoon te duur.' © BAS BOGAERTS

‘Oneerlijke concurrentie’, dat vinden gevestigde kapsalons van de populaire barbershops, nieuwkomers die veelal tot de etnische middenstand behoren. Knack probeert feiten en verdachtmakingen te scheiden en noteerde een verrassende conclusie. ‘Met herensnitten valt niets meer te verdienen, daarom worden de dameskapsels steeds duurder.’

Wat doet een mens op een regenachtige zondagmiddag? Naar de kapper gaan op de steenweg om de hoek. Voor een nieuwe snit, maar meer nog om zijn nieuwsgierigheid te bevredigen. Aan kappers was er nooit een tekort op deze Mechelse uitvalsweg. En de voorbije twee jaar zijn er nog enkele salons bijgekomen, waardoor de burger over een afstand van 400 meter de keuze uit acht coiffeurs heeft. Twee zijn dameskappers, drie knippen m/v/x, de anderen bedienen uitsluitend mannen tegen een tarief dat varieert tussen de 10 en 15 euro. Zo ook de nieuwkomers die zich als barbershop presenteren, een salon waar de man behalve zijn schedel ook zijn baard en snor kan laten trimmen.

15 euro lijkt goedkoop, maar niet als je zoals veel van mijn klanten om de twee weken naar de kapper moet om je coupe kort te houden.

M., barbier uit Mechelen

Barbershops zijn de voorbije jaren overal in Vlaanderen als paddenstoelen uit de grond geschoten. Traditionele, gevestigde kappers, zo mochten we ondervinden, hebben er weinig goeds over te vertellen. Ze zetten de tarieven onder druk, halen het imago van de stiel onderuit en hun bodemprijzen kunnen alleen worden verklaard door frauduleuze praktijken waarvan zwartwerk en schijnzelfstandigheid nog de minst flagrante zijn. Velen zouden niet eens een kappersdiploma bezitten.

Meermaals ging aan kritische bedenkingen het zinnetje ‘ik ben geen racist, maar…’ vooraf. Want goedkope barbershops zijn hoofdzakelijk een zaak van buitenlanders of Belgen met een migratieachtergrond. Het zijn niet toevallig de enige salons die op zondag werken, wat overigens perfect legaal is. Heel wat van deze budgetfigaro’s komen uit Turkije en Marokko maar ook opvallend vaak uit Irak en Syrië. Etnische kappers worden ze weleens genoemd, in de economische taxonomie horen ze bij de etnische middenstand waar bijvoorbeeld ook nachtwinkels, kebabtenten, Chinese takeaways of handcarwashbedrijven onder sorteren.

Die regenachtige zondag ben ik de enige klant. Het kapsalon, tot voor kort een Armeense voedingswinkel waar je nooit in de rij stond, is met drie stoelen en twee wastafels verrassend groot. Het hele interieur draagt het logo van Bandido, een Turks budgetmerk van cosmeticaproducten dat alomtegenwoordig is in dit soort salons. De huisstijl sluit aan bij de Amerikaanse roots van de moderne barbier, een mengeling van gothic en patserige Harley Davidson- esthetiek. Een gesprek over diploma’s of arbeidsomstandigheden zit er helaas niet in. De Marokkaanse kapper, zelf behept met een weelderige maar niet bepaald hippe baard, spreekt slechts functioneel Nederlands. Met summiere instructies begint hij aan de snit. Veel tondeusewerk, een beetje water, afwerken met de schaar – de man kent zijn vak. Meer dan twintig minuten duurt het niet, en intussen is de zaak goed volgelopen. Twee klanten zijn met een monter ‘salaam alaikum’ binnengestapt, kort daarop gevolgd door een autochtoon koppel met twee tienerzonen dat wellicht niet door nieuwsgierigheid maar door economische overwegingen wordt gedreven. Mijn snit kost 14 euro, 10 euro minder dan bij mijn eigen kapper. Betalen met de kaart? Helaas onmogelijk, gebaart de barbier. Ik leg een tientje en vijfje op tafel, een bescheiden fooi kan er wel af.

Knelpuntberoep

België telt volgens de recentste gegevens 23.133 zelfstandige kappers, nog eens 4223 zijn als werknemer ingeschreven. Eenmanszaken domineren dus het landschap, kapper prijkt overigens op de VDAB-lijst van knelpuntberoepen. Op het eerste gezicht bizar, want het Neutraal Syndicaat voor Zelfstandigen (NSZ) zag het aantal aangesloten kappers vorig jaar met 9 procent toenemen. Een vergelijkbare stijging noteerde Febelhair, de Belgische sectorfederatie waarvan de Vlaamse leden automatisch tot ondernemersorganisatie Unizo toetreden. ‘De stijging ligt deels aan corona’, zegt Febelhair-voorzitter Charles-Antoine Huybrechts. ‘De complexe regelgeving rond de overheidssteun voor zelfstandigen heeft ons heel wat nieuwe leden bezorgd. De behoefte aan advies was groot, de meeste kappers hebben weinig kaas gegeten van papierwerk. Maar corona had nog een effect: tijdens de lockdown zijn heel wat werknemers voor eigen rekening bij klanten aan huis gaan kappen. Dat bleek een lucratieve bijverdienste, ook na de lockdown. Sommigen hebben thuis een eenmanszaak geopend, maar we noteren vooral een sterke stijging van het aantal zelfstandigen in bijberoep met de NACE-code voor haarverzorging.’

Barbershops: harde werkers of oneerlijke concurrentie?
© BAS BOGAERTS

Het corona-effect moet dus gerelativeerd worden. Aansluiten bij een zelfstandigenorganisatie is niet verplicht, waardoor stijgende ledenaantallen veeleer op interne verschuivingen dan een aangroei van het korps duiden. Vast staat dat heel wat barbershops nooit de weg naar Febelhair of NSZ hebben gevonden. Ze passeren wel langs een ondernemingsloket, de enige manier om een ondernemings- en btw-nummer te krijgen. Bij de Vlaamse marktleider Acerta hebben ze geen specifieke cijfers over een hausse van barbershops. ‘Het aantal startende kappers blijft al jaren stabiel’, zegt woordvoerder Els Schellens. ‘Wel zien we bij alle niet-medische contactberoepen een forse toename van het aantal starters in bijberoep. Vermoedelijk hebben de coronasteunmaatregelen daarin een rol gespeeld. Voor het eerst is de overheid zelfstandigen in tijden van crisis bijgesprongen. Dat heeft velen aangemoedigd om de stap te zetten.’

Vestigingswet

Ook al blijven barbershops op vele radars onzichtbaar, in het straatbeeld valt er niet naast te kijken. Zelden vestigen ze zich op triple A-locaties, doorgaans kiezen ze voor invalswegen in de stadsrand of ietwat zieltogende winkelbuurten met lage huurprijzen. En daar is niet iedereen blij mee. Hairstylist Julien Thibaut uit Kortrijk haalde in december 2019 de regionale pers met het faillissement van zijn chique, op een toplocatie gevestigde zaak. Tussen de verschillende verklaringen voor het bankroet was er een die volgens hem veel impact had: in Kortrijk waren in een jaar tijd 27 nieuwe barbershops opengegaan.

Navraag bij de stad Kortrijk bevestigt het beeld. Het aantal openingen van kapsalons verdubbelde in 2018 en bleef sindsdien rond de 20 schommelen. Het cijfer, afkomstig van het gespecialiseerde retailonderzoeksbureau Locatus, zegt evenwel niets over stopzettingen. De stad Gent, volgens Locatus gezegend met 349 kapsalon, was zo attent de kruispuntbankgegevens te checken. Daaruit blijkt vooral een enorm verloop: tegenover 80 starters sinds 1 januari 2019 staan liefst 100 stopzettingen. Laagdrempeligheid wordt als verklaring voor het hoge aantal faillissementen vermeld.

De knik in de Kortrijkse curve valt niet toevallig in 2018, het jaar waarin Vlaanderen de zogenaamde vestigingswet afschafte. Sindsdien kan eender wie een kapsalon openen, zelfs zonder diploma of certificaat van beroepsbekwaamheid, documenten die vroeger vereist waren om als zelfstandige kapper te kunnen beginnen. Met dezelfde wetswijziging verdween het basisattest bedrijfskennis, dat decennialang verplicht was voor alle starters die geen hogere studie hadden verricht. De afschaffing, onder druk van Europa, gold niet alleen voor kappers maar voor alle voorheen gereglementeerde beroepen zoals slager, bakker, opticien, bouwvakker of begrafenisondernemer.

Het effect van deze omwenteling staat ter discussie. De diplomavereiste viel al bij al makkelijk te omzeilen, en de opleiding bedrijfsbeheer was wel erg theoretisch. In Wallonië en Brussel werd de vestigingswet overigens niet afgeschaft. Niet dat het veel uitmaakt, vernamen we bij Unizo Brussel. Starters worden nauwelijks gecontroleerd op het naleven van de vestigingscriteria, en barbershops, erg talrijk in de hoofdstad, al helemaal niet. Anders dan kapper is barbier in Brussel geen erkend beroep. Wie zich als zodanig registreert, valt simpelweg buiten de vestigingswet. Je hoeft geen jurist te zijn om sommige achterpoortjes te vinden.

Sinds de afschaffing van de vestigingswet lijkt het wel alsof ze de buitenlandse barbiers met bussen tegelijkertijd aanvoeren.

Tom Audoore, barbier Tom

Toch noemt Febelhair de afschaffing in Vlaanderen een drama voor de sector. ‘Die beslissing heeft het aanzien van het beroep veel schade berokkend’, zegt Huybrechts. ‘Vroeger duurde het drie jaar om een gediplomeerde kapper af te leveren. Die tijd was echt nodig om iemand breed te vormen, want vooral bij dameskapsels komt veel techniek en kennis kijken. Met kleur- of verzorgingsproducten kun je drama’s veroorzaken als je niets kent van haar- of huidtypes. Intussen zijn er privéscholen waar je voor geen duizend euro in tien weekends een zogenaamd volwaardig kappersdiploma kunt behalen. Het kan nog erger, in veel barbershops werken kappers zonder enig diploma. Daarmee is niet gezegd dat ze slecht werk leveren. Mannen kappen is veel eenvoudiger dan vrouwen, zeker bij de korte snitten waarin barbershops zich specialiseren. Zoiets kun je leren van vader op zoon, zoals dat gebruikelijk is in de herkomstlanden van de meeste van die kappers. Het is vooral tondeusewerk en droog knippen, heel wat kleine salons hebben zelfs geen wastafel. Dat maakt het ook zo laagdrempelig.’

Hoofdmassage

Maar laten we het barbiervak ook niet onderschatten. Behalve spotgoedkope salons zijn er trendy barbiers die zich als echte wellnesscenters voor de man profileren. Een knip- of scheerbeurt kost er tussen de 25 en de 80 euro, afhankelijk van extraatjes zoals een hoofdmassage of afwerking met pommade. Vaak gaat het om gediplomeerde herenkappers die zich hebben bijgeschoold in instituten zoals Schorem, een Rotterdamse school opgericht door drie barbiers met een stoer bikerimago. ‘Geen gezeik, knippen en scheren!’ is de slogan van de drie zwaar getatoeëerde stichters die met Reuzel een eigen lijn verzorgingsproducten hebben gelanceerd. Vettig en toch varkensvriendelijk, beweert de webshop met een knipoog.

Tom Audoore is een trotse vakman. Hij heeft verschillende diploma’s en certificaten aan de muur hangen, in zijn prijzenkast staan trofeeën van kapperswedstrijden. Na een carrière in diverse herensalons heeft hij zich met succes omgeschoold. Barbier Tom heeft intussen vestigingen in Gent, Knokke en Lievegem, je kunt zijn barbiers inhuren voor een workshop scheren aan huis of op het werk. De opkomst van spotgoedkope barbershops zit hem dwars. ‘Een behoorlijke snit kost minstens 20 minuten’, rekent hij voor. ‘Als je daar 12 à 15 euro voor vraagt, dan houd je na aftrek van de btw nog 30 euro bruto per uur over. Trek daar de huur en de andere kosten af, en de conclusie ligt voor de hand. Het is onmogelijk om met zulke tarieven je broek op te houden. Bij ons kost een snit algauw 36 euro, en toch moeten we harken om alle lonen en kosten te betalen en aan het einde van het jaar niet in het rood te landen. Concurrentie is gezond, maar de spelregels moeten voor iedereen gelijk zijn. Ik denk niet dat we veel klanten verliezen aan die barbershops. Onze klanten komen niet alleen voor een snit of scheerbeurt maar voor de totaalbeleving. Maar onrechtstreeks voelen we het natuurlijk wel. Eigenlijk zouden alle kappers hun prijzen moeten verhogen om de stijgende kosten en inflatie te compenseren. Maar dat durven we niet, want hoe krijg je dat uitgelegd als klanten voor 10 of 15 euro bij een barbershop terechtkunnen?’ Audoore ziet een duidelijke link met de afschaffing van de vestigingswet. ‘Daarmee hebben ze de deuren opengezet’, zegt hij. ‘Het lijkt wel alsof ze de buitenlandse barbiers sindsdien met bussen tegelijkertijd aanvoeren. Ik heb er in Gent verschillende zien opengaan, zelfs in Knokke zijn er intussen al drie. De inrichting ziet er identiek uit, volgens mij zit er een organisatie achter. Een van mijn beste kappers is Turks. Hij wil graag een eigen salon beginnen, maar de oneerlijke concurrentie schrikt hem af. Als Turk kan ik niet meer aanrekenen dan die barbershops, zegt hij, maar van 15 euro per snit kan ik niet leven.’

Drie kappers – hun namen zijn bij de redactie bekend – maken dezelfde rekensom. ‘Een regulier salon moet minimaal 1,16 euro per kapper per minuut omzet genereren’, zegt een werkgever die een verleden heeft als boekhouder. ‘Zelfs met vier klanten per uur tegen 15 euro per kop maken die barbershops dus verlies. Hun geheim? Schijnzelfstandigheid en zwart geld. De meeste van die salons zijn geregistreerd als besloten vennootschap, een juridische vorm die de aansprakelijkheid bij een faillissement tot een minimum beperkt. De uitbater hoeft niet eens zelf in de zaak te staan, stoelen worden aan zelfstandige kappers in bijberoep verhuurd. 60 euro per dag voor de uitbater, dat betekent dat voor de kapper de kassa na vier klanten begint te rinkelen. Veel sociale bijdragen of btw komt er niet bij kijken. Er wordt uitsluitend cash of met Payconiq betaald, veelal in het zwart dus.’

BIJ DE KAPPER IN GENT 'Barbershops 'halen het imago van de stiel onderuit.'
BIJ DE KAPPER IN GENT ‘Barbershops ‘halen het imago van de stiel onderuit.’© BAS BOGAERTS

Dat zwartwerk en niet-gedeclareerde omzet nog niet zo lang geleden tot de modus operandi van vele reguliere salons behoorden, wil hij niet ontkennen. ‘Maar dat is intussen fel verminderd’, zo maakt hij zich sterk. ‘In mijn zaak wordt 95 procent van alle transacties met Bancontact afgerekend. Praktisch en noodzakelijk, want een normaal salon moet inkomsten kunnen bewijzen om zijn bedrijfsvoering en onkosten te verantwoorden. Voor barbershops die om de haverklap failliet gaan, geldt dat blijkbaar niet.’

Witwassen

Maaike De Vreese, Vlaams Parlementslid voor de N-VA uit Brugge, heeft zich in het dossier vastgebeten. Haar aandacht werd getrokken toen in korte tijd vier barbershops de deuren openden in de drukke Smedenstraat vlak bij ’t Zand. De Vreese, criminoloog van opleiding, werkte voor haar politieke carrière bij de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ). ‘Ik deed samen met andere inspectiediensten controles in Brussel en Antwerpen’, zegt ze. ‘Zo ontdekte ik een wereld van schimmige vzw’s achter nachtwinkels, carwashbedrijven of takeawayrestaurants. We stelden aan de lopende band inbreuken vast: op de arbeidswetgeving, op de vreemdelingenwet, op de wetgeving rond milieu en voedselveiligheid. De toestand in de Smedenstraat doet me daaraan denken, er is daar trouwens ook een wildgroei van goedkope groentewinkels. Gezien de hoge huurprijzen vraag ik me zelfs af of er geen sprake is van witwaspraktijken.’

Dat zware vermoeden hebben we meermaals gehoord, maar zonder enig bewijs. ‘Kapsalons zijn te arbeidsintensief voor witwassen’, zegt de kapper-boekhouder. ‘Veel beter zijn handelszaken met ondoorzichtige geld- en goederentransacties die door een stroman opengehouden kunnen worden. Denk aan winkels met goedkope elektro waar je nooit een klant ziet. Of aan wasserettes natuurlijk, we spreken niet toevallig van witwassen.’

De Vreese heeft Hilde Crevits (CD&V), Vlaams minister van Werk en Economie, geïnterpelleerd en opgeroepen om de controles op te drijven. Navraag bij het kabinet leert dat de Vlaamse Sociale Inspectie samen met de Dienst Vreemdelingenzaken in 2020 welgeteld 52 kappers/barbershops heeft gecontroleerd. Een persoon zonder beroepskaart werd aangetroffen, naast een kapper zonder verblijfsvergunning. Niet bepaald indrukwekkend, maar Vlaanderen is niet bevoegd voor fraudegevoelige materies zoals RSZ, RSZV, RVA en RIZIV, afkortingen waarachter federale administraties met eigen inspectiediensten schuilen. Toch is het geen toeval dat de Vlaamse regering begin januari een decreet heeft goedgekeurd dat ondernemers van buiten de Europese Economische Ruimte (EER) verplicht een startkapitaal van 18.600 euro te bewijzen. Doel van die maatregel is het beschermen van Vlaamse ondernemingen. Of dat ook een rem plaatst op de barbershops is maar de vraag. De overgrote meerderheid van de zaakvoerders zijn EU-burgers.

Dat de federale inspectiediensten ook niet stilzitten, bleek toen eind vorig jaar zeven zaakvoerders door de Brugse arbeidsauditeur werden gedagvaard. De rechtbank van eerste aanleg veroordeelde hen tot zware geldboetes voor een resem inbreuken, zoals het achterhouden van lonen, verschillende vormen van zwartwerk en het tewerkstellen van personen zonder verblijfsvergunning. Op de beklaagdenbank zaten vier Turken, twee Irakezen en een Syriër. Het onderzoek, waarbij behalve de politie ook een half dozijn inspectiediensten waren betrokken, startte na een handgemeen tussen een zaakvoerder en een kapper die ruzie kregen over onbetaalde lonen. Opvallend: een van de beklaagden liep eerder in het Verenigd Koninkrijk al een veroordeling tot veertien jaar op voor mensenhandel. De zeven uitbaters werden in één dossier vervolgd en veroordeeld, omdat er vermoedens waren dat achter de verschillende kapsalons één organisatie schuilde. Maar dat kon tijdens het onderzoek niet hard worden gemaakt.

Alternatieve economie

Is dit het topje van de ijsberg? De Brugse arbeidsauditeur Filiep De Ketelaere is voorzichtig. ‘Er wordt wel degelijk gecontroleerd, toch zeker in West- Vlaanderen. Zodra een kapper een dimona-aangifte doet (aangifte van tewerkstelling, nvdr) en vervolgens geen arbeidsprestaties aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (RSZ) doorgeeft, volgt er haast automatisch een controle. Maar dat zijn natuurlijk slechts momentopnames, en het is maar de vraag of controles en pv’s veel uithalen als je weet dat boetes meestal onbetaald blijven. Van inspecteurs verneem ik dat deze ondernemers er wel alles aan doen om hun huur te betalen, maar dat ze de noodzaak van RSZ-bijdragen of correcte uurlonen niet inzien. Het gaat overigens niet alleen over barbershops, we spreken over een alternatieve economie waarvan bijvoorbeeld ook carwashes, pita- en sishabars deel uitmaken. Het probleem is de mentaliteit: we huren een pand, trekken het rolluik op en beginnen eraan, daar komt het zowat op neer. Zo werkt het natuurlijk niet, regels zijn er voor iedereen. Voor gevestigde ondernemingen is dat oneerlijke concurrentie, en voor onze maatschappij wordt het onhoudbaar. We verwachten veel van de overheid, zeker in tijden van crisis. Dan klopt het niet als je alles doet om belastingen en sociale bijdragen te ontwijken.’ De Ketelaere, die niet de indruk wil wekken de etnische middenstand te viseren, ziet nog een gevaar voor de leefbaarheid van de kapperssector. ‘Thuiskappen’, zegt hij. ‘Dat heeft tijdens de pandemie een hoge vlucht genomen. Die vaststelling past in een verontrustende trend, er is een hele illegale economie aan het groeien die door sociale media wordt aangestuurd.’

Bij het NSZ werd er al op gewezen: we mogen het kind niet met het badwater weggooien. De etnische middenstand is een vorm van ondernemerschap die aanzienlijk bijdraagt tot de integratie van kansengroepen in onze economie. M., geboren in Marokko, twintig jaar in België, zal het niet tegenspreken. Aanvankelijk wilde hij wel on the record spreken, maar na overleg met zijn vrouw hield hij het toch liever anoniem. Ook bij hem kost een snit slechts 15 euro, en toch houdt zijn zaak met twee stoelen in Mechelen al ruim tien jaar stand. Hard werken en geen blingbling in het salon maken deel uit van zijn recept, over het statuut van zijn occasionele medewerkers blijft hij vaag. Het wantrouwen van ‘Belgische’ kappers is hem bekend. ‘Logisch dat ze klanten verliezen’, zegt hij schamper. ‘Ze zijn gewoon te duur. 15 euro lijkt goedkoop, maar niet als je zoals veel van mijn klanten om de twee weken naar de kapper moet om je coupe kort te houden.’

Uiteindelijk, zo besluit de kapper-boekhouder, zijn vrouwen de dupe. ‘De meeste salons kappen nog altijd mannen en vrouwen. Door de moordende concurrentie valt er met herensnitten nog amper geld te verdienen. Dat wordt gecompenseerd door tarieven voor vrouwen op te trekken. Die hebben toch geen alternatief, want dameskapsels zijn technisch te complex voor lowbudgetkappers.’

Cijfers

  • Een levensvatbaar salon moet minimaal 1,16 euro per kapper per minuut omzet genereren.
  • België telt 23.133 zelfstandige kappers, nog eens 4223 zijn als werknemer ingeschreven.
  • In Gent waren er 80 startende kappers tegenover 100 stopzettingen.
  • In Kortrijk waren in een jaar tijd 27 nieuwe barbershops opengegaan.
  • Vroeger duurde het 3 jaar om een gediplomeerde kapper te worden, vandaag kun je in 10 weekends een ‘kappersdiploma’ behalen.
  • In een goedkope barbershop kost een knipbeurt tussen de 10 en 15 euro, bij trendy barbiers tussen de 25 en 80.

Partner Content