Eerst de cijfers. Vorig jaar kwamen in ons land om exact te zijn 293.844 nieuwe bedrijfswagens op de weg, goed voor meer dan de helft (53,5 procent) van het totale aantal nieuwe inschrijvingen (549.632). Het gaat dan voor alle duidelijkheid om de optelsom van drie categorieën passagierswagens: zogenaamde kortetermijnlease- en huurwagens, wagens ingeschreven door bedrijven maar niet geleased of gehuurd en wagens van zelfstandigen.

Daarvan was 7,3 procent 'groen', dat wil zeggen aangedreven door elektriciteit, aardgas (CNG) of waterstof, of hybride (elektro- plus diesel- of benzine motor). Dat blijkt uit cijfers van Renta, de belangenvereniging van de leasingmaatschappijen en autoverhuurders, die Knack.be opvroeg. Het gaat om een stijging van 0,2 procentpunt in vergelijking met 2017 (7,1 procent) en met 2,2 procentpunt tegenover 2016 (5,1 procent).

De lichte stijging zit vooral bij zuiver elektrische wagens (van 0,5 procent in 2016 naar 1 procent vorig jaar) en benzinehybrides (van 3,9 procent naar 5,2 procent de voorbije twee jaar). CNG volgt op de derde plaats (van 0,4 naar 0,7 procent). Enkel zelfstandigen kozen vorig jaar meer voor CNG (1 procent) dan voor elektrisch (0,6 procent).

Met andere woorden: conventionele benzines en diesels waren in 2018 nog altijd goed voor bijna 93 procent van alle nieuwe bedrijfswagens. Ondanks zijn geschonden reputatie blijft diesel (51,2 procent, een daling met 12,1 procentpunt) vaak nog altijd de interessantste optie. Het aandeel benzines bedroeg 41,5 procent, een stijging met 11,9 procentpunt.

Passagiersvoertuigen voor professioneel gebruik (tussen haakjes aantal nieuw ingeschreven voertuigen in 2018)

Benzine (121.862 of 41,5 procent)

Diesel (150.450 of 51,2 procent)

LPG (29 of 0,0 procent)

Elektrisch (3.026 of 1 procent)

Aardgas of CNG (2.092 of 0,7 procent)

Benzinehybride (15.212 of 5,2 procent)

Dieselhybride (1.165 of 0,4 procent)

Waterstof (8 of 0,0 procent)

Bron: Renta

'Ecorealisme'

Als er gesproken wordt over de vergroening van het wagenpark, wordt van de leasingbedrijven verwacht dat zij het goede voorbeeld geven. Dat doen ze in feite ook, want bij de nieuwe inschrijvingen door particulieren lag het aandeel van de alternatieve aandrijvingen nog lager: slechts 4,2 procent.

Toch kan en moet een en ander beter. Er kwam onder andere al het voorstel van CD&V dat bedrijven vanaf 2025 alleen nog elektrische of andere zero-emissievoertuigen aanbieden. Het is ook in die sector dat de omslag in principe het makkelijkst te maken is. Zo rijden bedrijfswagens meestal van bedrijf naar bedrijf, waar ze telkens zouden moeten kunnen opladen.

Renta wil graag de 'elektrificatie' bevorderen, maar kaatst de bal ook terug naar de politiek. De federatie pleit voor een 'ecorealistisch' beleid. Frank Van Gool: 'Daarmee bedoelen we onder andere geen uitsluiting van bepaalde aandrijftechnologieën, maar belonen wat beter is voor het milieu. Diesels staan nu in een slecht daglicht, maar veel bestuurders zijn daar nog altijd bij gebaat. De nieuwe generatie dieselmotoren (Euro 6) scoort lang niet zo slecht.'

Renta vindt ook dat de prioriteit moet zijn om de oudste voertuigen eerst uit dienst te nemen. Van Gool: 'Een focus op vergroening van nieuwe voertuigen is nuttig, maar oude voertuigen vervangen door jonge wagens levert ook stappen vooruit voor het milieu op.'

Leasewagens schuiven na drie jaar door naar de tweedehandsmarkt en zo worden groene wagens ook betaalbaarder de gemiddelde Vlaming. Van Gool wijst erop dat de markt zo voor een stuk zichzelf zal corrigeren. 'Alleen al door het correcter inschatten van de restwaardes van salariswagens. Wat elektrische wagens betreft, blijkt die gunstiger dan in het verleden gedacht werd. Diesels raken dan weer moeilijker doorverkocht. Dat maakt dat de leaseprijs zal stijgen.'

Uitbreiden

De overheid moet zowel financieel als logistiek een tandje bijsteken, vindt Van Gool. 'Ze zou bijvoorbeeld de btw-aftrek voor elektrische wagens nog gunstiger kunnen maken.'

'Maar ook laadpunten blijven een belangrijke hindernis. De Vlaamse overheid doet al wel een inspanning om het net uit te breiden, maar publieke laadpalen zullen niet volstaan. Belangrijker lijkt ons de distributie: als er meer elektromobiliteit is, zal er logischerwijze meer vraag naar elektriciteit zijn. De overheid moet hier een tandje bijsteken en dringend investeren in elektriciteitsnetten, anders zullen we tegen de muur lopen.'

Lees verder onder de foto

© Reuters

Vlaams minister van Energie Lydia Peeters (Open VLD) merkt in een reactie op dat 'de afgelopen tijd wel duidelijk is geworden dat we als Vlaamse regering blijvend aandacht schenken aan zero-emissietransport, vooral elektrische voertuigen en voertuigen op waterstof. Met de interessante fiscaliteit (de vrijstelling van de Belasting op inverkeerstelling en Verkeersbelasting, nvdr.), de zero-emissie premie, het stijgend aantal laadpalen, de informatiecampagne "van euh? naar aha!", en de groepsaankoop voor elektrische wagens, gericht op zowel particulieren als bedrijven.'

'We willen de vrijstelling van de VKB en BIV voor elektrische wagens dan ook erg graag uitbreiden naar de leasingsector, want dat is een belangrijke trekker voor de vergroening van ons wagenpark.'

Het overleg met de andere niveaus over de leasingsector is volop bezig, zegt Peeters. 'Ik zal me maximaal inzetten om die vergroening te realiseren. Ook voor de lancering van de Audi e-tron, eigenlijk de eerste echte 'Belgische' elektrische wagen, is een vrijstelling van de VKB en BIV voor elektrische leasingwagens, meer dan welkom. Ik hoop dus dat het overleg met de andere regio's zijn vruchten afwerpt om de vergroening van onze mobiliteit die extra duw in de rug te geven.'

Fiscaliteit

Renta vraagt ook een eenvoudigere, duidelijke en stabiele fiscaliteit voor bedrijfsmobiliteit. Van Gool denkt onder andere aan het schrappen van de catalogusprijs bij de bepaling van het 'voordeel alle aard' (VAA) en voluit te gaan voor het criterium 'groen'. De mobiliteitsvergoeding (Cash-for-Car) en de regeling voor zogenaamde 'fake hybrides' worden best afgeschaft, vindt hij.

'Het mobiliteitsbudget, waarmee werknemers hun bedrijfswagen kunnen inruilen voor een properder model of een duurzaam alternatief, en de mobiliteitsvergoeding Cash-for-Car, de bedrijfswagen inruilen voor geld, overlappen te veel. Dat maakt het heel verwarrend en complex voor de werknemer. Het lijkt ons beter om te werken met één regeling, namelijk het mobiliteitsbudget.'

'Wat de "fake hybrides" betreft, een optie die mensen enkel verkiezen voor het fiscaal voordeel, geldt vanaf 2020 dat voor de berekening van dat fiscaal voordeel wordt gekeken naar de batterijcapaciteit in verhouding tot het gewicht van de auto. Daardoor zullen heel wat modellen minder interessant worden. Maar dat is volgens ons niet de juiste manier. Eigenlijk zou het criterium moeten zijn: hoeveel rijdt iemand echt groen'?

Die fiscaliteit is materie voor de federale regering, die momenteel in lopende zaken is en geen initiatiefrecht meer heeft om te sleutelen aan de formule van VAA. 'Een volgende regering kan dat natuurlijk wel doen, bijvoorbeeld om het bedrijfswagenpark verder te vergroenen,' reageert Tom Meulenbergs, de woordvoerder van minister van Financiën Alexander De Croo (Open VLD). 'Maar als men iets zou aanpassen, is het belangrijk om niet in te grijpen in lopende leasingcontracten. Anders snijd je in de verloning van mensen en dat kan op geen enkel moment de bedoeling zijn.'

Wat betreft het mobiliteitsbudget en de mobiliteitsvergoeding, benadrukt De Croo dat beide regelingen duidelijk andere doelstellingen hebben. 'Bij Cash-for-car kan men de wagen volledig omzetten naar nettoloon. Bij het mobiliteitsbudget kan men de bedrijfswagen omzetten naar een kleinere wagen, aangevuld met andere transportmodi zoals bijvoorbeeld een bus- of een treinabonnement en eventueel ook nog nettoloon. Het is best om die twee mogelijkheden nu eerst wat de tijd te geven om zich "te zetten" in plaats van meteen al één van de twee af te schaffen. Dat zou pas een stop & go-beleid zijn.'