De belangrijkste verklaring voor deze grote sprong is de coronamaand maart 2020 toen garages een halve maand gesloten bleven. Wanneer we vergelijken met maart 2019 dalen de inschrijvingen van nieuwe wagens met 17,3%, terwijl de tweedehandsmarkt toch groeit met bijna 15%. Er liggen tal van redenen aan de basis van deze tendens, want zowel particuliere als zakelijke rijders nemen een afwachtende houding aan omdat er de voorbije jaren vaak werd gesleuteld aan de fiscale regelgeving waardoor heel wat auto's gedurende hun afschrijfperiode plots anders (lees: zwaarder) werden belast.

Ook de komst van lage emissiezones maakt dat heel wat (diesel)wagens van de ene dag op de andere in de helft (of soms nog vroeger) van hun normale gebruikstijd niet meer inzetbaar waren. Heel wat van die automobilisten moeten daarom vroeger dan gepland een voertuig vervangen dat bovendien niet versleten is en waarvoor ze een veel lagere inruilwaarde krijgen. Precies die consumenten richten zich vandaag vaak uit economische noodzaak op de tweedehandsmarkt.

Vraagtekens

Er zijn ook consumenten die met een gebruikte wagen enkele jaren de kat uit de boom willen kijken. De overstap naar (deels) elektrisch aangedreven modellen is voor particulieren immers erg groot, vooral omdat ook daar onzekerheid heerst. De (toekomstige) prijs voor elektriciteit is immers een groot vraagteken zolang er geen langetermijnvisie komt voor energiebeleid. De gevolgen van de digitale energiemeter, het nakende piektarief en de (mogelijke) sluiting van kerncentrales op de stroomprijs zorgt ervoor dat particuliere consumenten een tweedehands benzinewagen verkiezen boven een nieuw, elektrisch aangedreven exemplaar.

Zakelijke rijders kopen makkelijker een (semi) elektrisch aangedreven voertuig omwille van de fiscale voordelen, maar dit zal de tweedehandsmarkt op termijn nog complexer maken. Omdat heel veel particulieren een tweedehandswagen willen, is de vraag hoog en het aanbod beperkt. Deze situatie zal nog prangender worden omdat er binnen enkele jaren een overaanbod van gebruikte elektrische voertuigen zal zijn, die de particuliere koper niet wil.

Dat zal ook voor leasingbedrijven (vaak banken) marktverstorend werken omdat deze rekenen op een behoorlijke herverkoopwaarde en een stabiele afzetmarkt voor jonge, gebruikte voertuigen.

De belangrijkste verklaring voor deze grote sprong is de coronamaand maart 2020 toen garages een halve maand gesloten bleven. Wanneer we vergelijken met maart 2019 dalen de inschrijvingen van nieuwe wagens met 17,3%, terwijl de tweedehandsmarkt toch groeit met bijna 15%. Er liggen tal van redenen aan de basis van deze tendens, want zowel particuliere als zakelijke rijders nemen een afwachtende houding aan omdat er de voorbije jaren vaak werd gesleuteld aan de fiscale regelgeving waardoor heel wat auto's gedurende hun afschrijfperiode plots anders (lees: zwaarder) werden belast. Ook de komst van lage emissiezones maakt dat heel wat (diesel)wagens van de ene dag op de andere in de helft (of soms nog vroeger) van hun normale gebruikstijd niet meer inzetbaar waren. Heel wat van die automobilisten moeten daarom vroeger dan gepland een voertuig vervangen dat bovendien niet versleten is en waarvoor ze een veel lagere inruilwaarde krijgen. Precies die consumenten richten zich vandaag vaak uit economische noodzaak op de tweedehandsmarkt. Er zijn ook consumenten die met een gebruikte wagen enkele jaren de kat uit de boom willen kijken. De overstap naar (deels) elektrisch aangedreven modellen is voor particulieren immers erg groot, vooral omdat ook daar onzekerheid heerst. De (toekomstige) prijs voor elektriciteit is immers een groot vraagteken zolang er geen langetermijnvisie komt voor energiebeleid. De gevolgen van de digitale energiemeter, het nakende piektarief en de (mogelijke) sluiting van kerncentrales op de stroomprijs zorgt ervoor dat particuliere consumenten een tweedehands benzinewagen verkiezen boven een nieuw, elektrisch aangedreven exemplaar. Zakelijke rijders kopen makkelijker een (semi) elektrisch aangedreven voertuig omwille van de fiscale voordelen, maar dit zal de tweedehandsmarkt op termijn nog complexer maken. Omdat heel veel particulieren een tweedehandswagen willen, is de vraag hoog en het aanbod beperkt. Deze situatie zal nog prangender worden omdat er binnen enkele jaren een overaanbod van gebruikte elektrische voertuigen zal zijn, die de particuliere koper niet wil. Dat zal ook voor leasingbedrijven (vaak banken) marktverstorend werken omdat deze rekenen op een behoorlijke herverkoopwaarde en een stabiele afzetmarkt voor jonge, gebruikte voertuigen.