Opinie

Gilles Pittoors

‘Als ethiek wel boven de wet zou staan, dan zou dat leiden tot een uitholling van onze rechtsstaat’

Gilles Pittoors Gilles Pittoors is is onderzoeker aan de faculteit politieke wetenschappen aan de UGent.

‘Het is dus niet per definitie zo dat individuele overtuigingen boven deze gezamenlijke afspraken uitstijgen’, reageert Gilles Pittoors op het opiniestuk ‘De sharia staat wel boven de wet’. ‘Deze stelling zou bovendien leiden tot absolute chaos.’

In een opinie in Knack schrijft theoloog Jonas Slaats dat de sharia wél boven de wet staat, in tegenstelling tot wat Vlaams minister Liesbeth Homans zegt. Er zijn veel delen van zijn betoog waar ik mezelf helemaal achter kan zetten. Het is bijvoorbeeld inderdaad zo dat een radicale interpretatie van de sharia niet de norm is in de islamitische wereld, en dat dat ook niet zo afgebeeld mag worden. Daarnaast is het ook zo dat veel mensen praten over de sharia zonder goed te weten wat dat eigenlijk is, waardoor er een fout beeld is ontstaan van de sharia als een soort gecodificeerde religieuze wettekst. In realiteit is deze echter meer een set van normen en waarden die voortvloeien uit eeuwen van islamitische leer. De sharia is dus eerder een ethische codex dan een juridische. Wat geeft dat dan als we het debat verder opentrekken, los van het concrete geval van de sharia, naar de relatie tussen enerzijds een set normen en waarden en anderzijds onze wetboeken.

Slaats maakt hier het onderscheid tussen de ‘Wet’ (ethiek) en de ‘wet’ (jurisprudentie). Zoals het hoofdlettergebruik al duidelijk maakt, stelt Slaats dat onze ethische normen en waarden boven onze maatschappelijke wetten staan. Het is immers zo dat onze wetten geïnspireerd zijn door onze Wetten. Hier wringt echter het schoentje in zijn betoog.

‘Als ethiek wel boven de wet zou staan, dan zou dat leiden tot een uitholling van onze rechtsstaat’

Want wat zegt Slaats hier eigenlijk? Dat onze persoonlijke normen en waarden belangrijker zijn dan de wetten die onze maatschappij reguleren. Want, zo stelt Slaats, deze normen en waarden zijn gebaseerd op “mededogen en barmhartigheid die boven de wet uitstijgen”. Deze stelling geeft blijk van een zeer rooskleurige visie op de menselijke (en religieuze) ethiek, alsook van een vrij minimalistische invulling van wat onze wetten zijn. Onze wetten dienen om de maatschappij — het samenleven van verschillende mensen met verschillende belangen en overtuigingen — in goede banen te leiden.

Deze wetten zijn inderdaad gebaseerd op onze (soms onbewuste) normatieve kaders. Maar — en dit is een maar met een grote M — deze wetten zijn opgesteld via een democratisch proces waarin alle overtuigingen vertegenwoordigd zijn. De wet is dus geen collectie persoonlijke overtuigingen van individuen, maar wel een systeem van regels dat op een democratische manier door iedereen is opgesteld en voor iedereen geldt. Ze zijn dus min of meer een aggregaat van de verschillende normen en waarden die in onze maatschappij leven, inclusief die van de moslimgemeenschap. Het is dus niet per definitie zo dat individuele overtuigingen boven deze gezamenlijke afspraken uitstijgen.

Volgen van het buikgevoel

Deze stelling zou bovendien leiden tot absolute chaos. Stel je eens voor dat iedereen dat idee in de praktijk zou omzetten. Dus telkens als er een conflict bestaat tussen onze persoonlijke ethiek en de wetten die iedereen dienen te beschermen, zouden mensen dan kiezen om hun persoonlijke overtuiging — wat bij velen neerkomt op het ‘buikgevoel’ — te volgen en de wet te breken. Het is dan maar hopen dat alle mensen inderdaad geleid worden door die goddelijke barmhartigheid, maar ik heb er sterk mijn twijfels over. Zeker dus in deze situaties, waarbij er conflict bestaat tussen ethiek en wet, moet het klaar en duidelijk zijn dat de wet, indien die op liberaal-democratische wijze is gemaakt, voorrang heeft op onze persoonlijke ethiek.

Uiteraard zien we dat dit broodnodige democratisch proces, zonder dewelke onze wetten pure tirannie zijn, in de praktijk niet altijd goed werkt. Er moet dus dringend werk gemaakt worden om onze democratie te verstevigen, ondermeer door iets te doen aan de ondervertegenwoordiging van minderheden, maar ook door het vertrouwen van de bevolking in onze instellingen terug op te krikken.

Democratisch proces versterken

Dat de radicalisering in België toeneemt, kan voor een deel toegeschreven worden aan de perceptie dat de bevolking haar stem niet meer weerspiegeld ziet in het democratisch proces dat onze wetten maakt — en dat geldt zeker niet alleen voor de islamitische minderheid in ons land. De echte discussie zou dus moeten gaan over hoe we dat proces kunnen versterken, en niet over of de wet ondergeschikt is aan onze persoonlijke normen en waarden — hetzij islamitisch, christelijk, nationalistisch of wat dan ook. Moest ethiek wel boven de wet staan, dan zou dit leiden tot een uitholling van onze rechtstaat en onze democratie.

Liesbeth Homans
Liesbeth Homans© belga

Maar wat dan met de vraag van Homans? Kan onze minister moskeeën verplichten om te ondertekenen dat hun god ondergeschikt is aan de wet? De gemoederen over de islam is ons land dreigen dat debat te verduisteren, dus laat ons dezelfde vraag stellen over onze oude liefde, de Rooms-Katholieke Kerk. Kan de overheid eisen van Paus Franciscus en het Vaticaan dat zij publiek onderschrijven dat hun almachtige god ondergeschikt is aan de wetten die een paar miljoen Vlamingen hebben opgesteld?

Klinkt ridicuul en zelfs beledigend, en toch is dat exact van Homans vraagt van de moskeeën. Los van enige twijfel over de intenties van Homans en haar partij, is de onderliggende vraag — namelijk dat ook gelovigen zich aan de seculiere wet dienen te houden — uiteraard legitiem. De concrete vraagstelling laat echter te wensen over.

De bewoording laat er geen twijfel over bestaan en past ook binnen het discours van de partij: namelijk dat onze seculiere cultuur boven een religieuze (moslim)-cultuur zou moeten staan. Dat is een zeer fout signaal en men kan de vraag stellen of het nodig is om in dergelijke hiërarchische termen te spreken. Beter zou zijn om van de religieuze instanties in ons land te vragen dat zij hun grieven op democratische manier aankaarten, zonder op te roepen tot haat of onverdraagzaamheid.

Onze democratische instellingen dienen juist om geschillen tussen bevolkingsgroepen op vreedzame manier uit te werken — dat is het hele idee achter de democratische rechtstaat. Dat het juist de N-VA is, die zich recent nog vrij kritishc uitliet over de rechterlijke macht, die deze oproep aan de moslimgemeenschap doet, is daarom ook vrij ironisch. Misschien is het een oproep die niet alleen aan moskeeën gedaan moet worden, maar wel aan elke burger in ons land?

Partner Content