FRANS VERLEYEN

POLITIEK WORDT BEDREVEN aan de hand van taal. Zij wordt immers beoefend door “meestal” verkozen machthebbers die over hun maatregelen voortdurend moeten onderhandelen : met elkaar en met allerlei groepen binnen de bevolking, onder wie ook een aantal van hun kiezers. De oude Grieken die het woord politicus uitvonden, bedoelden er iemand mee die bekwaam was in zowel spreken als schrijven en filozoferen. Precies daarom bleven de redevoeringen en teksten van Socrates, Plato en later van de Romein Cicero zorgvuldig bewaard.

Nog tot diep in onze eigen eeuw oogstten in de westerse landen, ook in België, sommige bewindslieden roem en eer vanwege hun uitzonderlijk verbaal of literair talent. Grote redenaars zoals Winston Churchill, Charles de Gaulle en de Brusselse volksmenner Paul-Henri Spaak konden hun parlementen of andere toehoorders begeesteren met adembenemende onderwerpen zoals het “bloed, zweet en tranen” van de Britse oorlogspremier, het “je vous ai compris” van de Franse president in koloniaal Algiers of het “nous avons peur” van de latere Navo-baas Spaak, die er al vroeg de vrees voor de Russen wou inpompen. Net als een van zijn opvolgers, Willy Claes, was hij socialist èn wist hij dat suksesvolle leiders de vader van een stevig gekruid vijandbeeld moeten zijn of worden. Vandaag, na de koude oorlog, is het de islam die daar stilaan voor in aanmerking komt. Of, zuiver binnenlands, mevrouw Ancia en het door de SP bijna als gespuis beschouwde korps van de rechterlijke macht.

In ieder geval putte de politiek van oudsher veel kracht uit het goed verzorgde woord, de smeerolie voor maatschappelijke projekten. Dat gold vooral in tijden dat er nog meeslepende en toch overzichtelijke tema’s aan de orde waren : de scheiding tussen kerk en staat, het algemeen stemrecht, gelijke sociale kansen, gratis onderwijs voor iedereen, federalisme tegenover centrale staatsmacht. Om die vaak sedert lang smeulende kwesties bovenaan de agenda te krijgen, moesten strijdlustige politici een en ander in huis hebben : een innerlijke overtuiging (dus roeping), een eisen stellende achterban binnen de samenleving, gezag over de eigen partij, enig vertrouwen vanwege de voor elke verandering beduchte maar ook invloedrijke “bonzen” die er altijd en overal zijn.

De taal als politiek instrument kende haar hoogste bloei tot een jaar of dertig geleden. Nadien begon vanalles tegelijk in haar nadeel te spelen. De grote vragen waren langzamerhand uiteengerafeld tot detail-oplossingen voor elk geval apart. De na veel vijven en zessen uitgebouwde verzorgingsstaat hing eigenlijk heel saai aaneen van miljoenen reglementjes en achterpoortjes of casuïstieken, waarvan bijvoorbeeld de milieuwetgeving blijk geeft. Het vernuft van de ekonomische en financiële multinationals overtrof stelselmatig dat van de traditionele regeringen. En, misschien vooral : het politieke toneel werd gaandeweg overmeesterd en bevolkt door een niet langer te stelpen massa van gegadigde akteurs die wel over ambitie maar lang niet altijd over voldoende formaat beschikken.

Sektorieel, partijgebonden, gemeentelijk, provinciaal, regionaal, nationaal, Europees, onder gezag van of vaag gekoppeld aan de Verenigde Naties : zie ze krioelen, hoor ze vergaderen, ruik hun lobby’s, proef hun cocktails, lees het verslag van hun partijkongressen, voel het gewicht van hun ambtelijke tussenkomsten in uw dagelijks leven dat vrijwel elke ochtend een of ander overheidspapier (of aanverwante brochure, boodschap, rekening, boete, aanmaning, rappel) in de brievenbus te verwerken krijgt. Probeer te bevroeden hoevelen, namens een door niemand nog omschreven algemeen belang, zich (en op rekening van wie) professioneel bezighouden met uw kultuur, good feelings, ontplooiing, tweede kans, medische preventie, kennisweerbaarheid, kontaktbevordering of “aanvaardbare” vrijetijdsbeleving. In Europa alleen zijn miljoenen mannen en vrouwen daarmee bezig. Zij vormen de onzichtbare zwerm “vrijgestelde” afgevaardigden van het politieke projekt dat verzorgingsstaat (of “een betere wereld”) heet, maar niet de simpelste toestand van rechtvaardigheid en veiligheid voor iedereen kan bereiken. Hun gezamenlijk optreden, dat hen alvast ontslaat van meer kommervolle arbeid, maar dat wel op elke kollektieve en sociale begroting weegt, mag de best geslaagde hold-up aller tijden heten. Achter de aanhoudende stroom van overheidsnieuws gaat een vormloze massa berichtgevers schuil. Die is verantwoordelijk voor de versplintering van de politieke waarheid : van het globale inzicht welke kant de samenleving op moet.

IN DIE GELATINE-ACHTIGE KONSTELLATIE van goedkope bemoeienissen kan politieke taal, in de historische betekenis van het woord, niet langer gedijen. Daarom stamelen de meeste van onze politici hun geloofsbelijdenissen zo duister, onoprecht en bang. Het getsjirp van de politieke krekels overstemt elke redenaar, het programmarooster de uitzending, het dertig sekonden-interview de gedachte. Daarom zijn de regeringsverklaringen voor België, Vlaanderen, Brussel en Wallonië zo nietszeggend. Iets werkelijk willen verkondigen, is namelijk niet langer de bedoeling. Er zijn teveel sprekers, er is teveel bewind tegelijk.

In dat opzicht doet de Belgische politiek sterk denken aan wat de BRTN overkomen is, het overheidsorgaan dat zijn stem in het maatschappelijke koor kwijtraakte. De afgelopen decennia slorpte die instelling altijd meer mankracht en geld op om systematisch minder mee te delen. De vuurtoren had uiteindelijk alleen nog licht over om zichzelf te bestralen. Maar geen nood. De politici weten al wat ze gaan doen : de openbare omroep zo hervormen dat hij op hen zelf gelijkt. Dan is er geen probleem meer want worden woorden overbodig.

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content