Hoofdschuddend, maar betrekkelijk eensgezind probeert de SP.A zich van de vrije tribune van Frank Vandenbroucke te herstellen.

‘Woede en onbegrip’, zo vatte Freddy Willockx de algemene teneur van de reacties in de partij kort na het opiniestuk van Frank Vandenbroucke samen. Wie vriendelijk bleef voor Vandenbroucke, zag het als ‘een noodkreet’ van ‘een gefrustreerd politicus’. Andere kameraden, iets vileiner van inborst, hechtten nauwelijks geloof aan de hypothese van de cri du coeur. Zij meenden dat Vandenbroucke met zijn intussen beruchte vrije tribune doelbewust een machtsgreep had proberen te plegen, uitgerekend op het moment dat partijvoorzitter Stevaert zich op Cuba bevond.

Veel vrienden heeft de Vlaamse minister van Werk en Onderwijs dus niet gemaakt met zijn analyse dat de federale regering niet doortastend genoeg optreedt om de gezondheidszorg in de toekomst betaalbaar te houden en de kosten van de vergrijzing te kunnen opvangen. Want ook al is het voor niemand een geheim dat Vandenbroucke verontrust is door ’s lands lage activiteitsgraad, en dat hij PS’er Rudy Demotte niet de geschikte persoon vindt om op de winkel van de Sociale Zekerheid te letten, dat is nog geen voldoende reden om publiekelijk je federale collega’s – partijgenoten inbegrepen! – over de hekel te halen. En hen nog een tweede keer in de verlegenheid te brengen met de onbeholpen oproep oppositiepartij CD&V mee in de federale regering op te nemen, om zo tot een meer samenhangend bestuur te komen.

Je hoefde ook geen schriftgeleerde te zijn om in het gebrek aan zure, en het surplus aan zoete maatregelen dat Vandenbroucke aan de kaak stelt, scherpe kritiek te lezen op de partijlijn van Steve Stevaert. Een socialist die de eigen partij zo openlijk afvalt, ‘daarvoor moet je al bijna terug naar de legendarische ruzies tussen André Cools en Guy Spitaels’, zegt Willockx. ‘Onuitgegeven’ noemde Louis Tobback de eenmansactie van zijn vroegere protégé. Dat was ook het enige wat hij erover kwijt wilde, wegens ‘persoonlijk te pijnlijk’.

Gewild of ongewild, Vandenbroucke deed het in zijn opiniestuk in elk geval overkomen alsof hij in dit land nog de enige politicus is die zich op de lange termijn toelegt. ‘Alsof de rest maar een stelletje nitwits is, zonder enige visie’, zegt een SP.A-kopstuk. Daarbij komt nog dat Vandenbroucke vooral bijval oogstte in werkgeverskringen en in de ‘rechtse’ pers, wat bij de SP.A uiteraard niet als een pluspunt geldt. Bovendien, zegt Freddy Willockx, ‘zelfs als hij gelijk heeft, dan nog vergeet Frank dat hij als minister van Sociale Zaken zelf óók schromelijk mislukt is in het tot stand brengen van de actieve welvaartsstaat, en zijn ‘zure’ boodschap nooit in praktijk heeft gebracht.’

Onverantwoordelijk

Een samenloop van omstandigheden heeft Vandenbrouckes ‘stoppen doen doorslaan’, zoals een partijgenoot het uitdrukt. Spreekwoordelijke druppel was het feit dat zijn vroegere buddy in de federale regering, minister van begroting Johan Vande Lanotte, het niet nodig had gevonden hem in te lichten over de federale beslissing om de gemeenschappen en de gewesten sociale bijdragen te laten betalen op het vakantiegeld van hun ambtenaren, een maatregel met vérstrekkende financiële gevolgen voor Vlaanderen. Overigens waren de Franstaligen door hun federale partijgenoten wél vooraf op de hoogte gebracht. Waals minister-president Jean-Claude Van Cauwenberghe (PS) laat zich er zelfs op voorstaan dat hij de keuze kreeg tussen de strengere begrotingsnormen van de Hoge Raad voor Financiën en de sociale bijdragen op het vakantiegeld, waarbij zijn voorkeur naar het laatste uitging.

Hoe het ook zij, Vandenbroucke was na het bekendmaken van de federale begroting zo in zijn wiek geschoten dat hij besloot zijn ontslag in te dienen. Slechts ternauwernood liet hij zich door zijn medewerkers ompraten, die evenwel niet konden verhinderen dat Vandenbroucke zijn frustraties van zich afschreef in een voor zijn doen erg emotionele tekst, waaruit zijn entourage uiteindelijk enkel nog de scherpste passages wist te schrappen. Het is die gekuiste versie, die uiteindelijk in alle kranten belandde.

Achter de tijdelijke colère van de Vlaamse minister over een eenzijdige federale begrotingsmaatregel, schuilt immers een veel groter politiek onbehagen, dat al tijdens de federale regeringsonderhandelingen van 2003 aan de oppervlakte kwam. Die zomer zat Vandenbroucke, toen nog als ontslagnemend minister van Sociale Zaken, mee aan de onderhandelingstafel, met een goed becijferd dossier in de hand en in de vaste overtuiging dat een groei van 4,5 procent in de uitgaven voor de gezondheidszorg op termijn niet houdbaar is. Hij stond daarmee niet alleen lijnrecht tegenover de PS van Elio Di Rupo, maar ook tegenover de VLD, die ervoor terugschrok de Franstalige socialisten te sterk tegen de haren in te strijken. Meermaals zou hij ermee gedreigd hebben de zaak op te blazen, gebelgd over wat hij als onverantwoordelijk budgettair gedrag beschouwde. ‘Frank was onmogelijk,’zegt een politieke tegenstander, ‘dat is ook een van de redenen waarom de onderhandelingen zo lang geduurd hebben.’

Een terugkeer op Sociale Zaken zat er voor Vandenbroucke na het veto van PS-voorzitter Elio Di Rupo niet meer in. Ter compensatie kreeg hij het belangrijke departement Werk en Pensioenen in handen, maar toen hij daar eindelijk zijn draai had gevonden, werd hij door zijn partijvoorzitter met de pin op de neus naar Vlaanderen gestuurd. Een gedwongen huwelijk met het Vlaamse niveau dus, maar toch ook een verbond waarvan Vandenbroucke intussen zelf de meerwaarde is gaan inzien. Alleen kan hij moeilijk aanvaarden dat hij sindsdien voor de federale materies overal wordt buitengehouden, en door zijn opvolgster op Werkgelegenheid, de nog onervaren Freya Van den Bossche, op geen enkele manier bij het beleid wordt betrokken. Teleurgesteld is Vandenbroucke ook omdat hij de indruk heeft dat zijn partij in de federale regering de PS ongestoord laat afbreken wat hij met veel moeite had opgebouwd. De beleidslijnen van Vandenbroucke om de uitgaven in de gezondheidszorg te beheersen, zijn onder Demotte verwaterd. De recente cijfers van het Riziv lijken Vandenbroucke wat dat betreft alvast gelijk te geven.

Horendol

De vorm was natuurlijk ongebruikelijk, maar toen de SP.A-voorzitter in Havana het epistel van zijn minister onder ogen kreeg, was hij niet eens zo verrast dat ‘de kwestie-Vandenbroucke’ opnieuw de kop op stak. De voorzitter schijnt over het algemeen redelijk veel te kunnen verdragen van zijn briljante, hardwerkende, maar wat gelijkhebberige minister, en ook op persoonlijk vlak kunnen die twee het goed met elkaar vinden. Stevaert weet natuurlijk ook wat het prestige van Vandenbroucke voor de SP.A betekent, maar hij wordt samen met de rest van zijn partij soms wél compleet horendol van diens strategische onhandigheid.

‘Stevaert is het zelfs grotendeels eens met de inhoudelijke analyse van Vandenbroucke’, klonk het de afgelopen week bij de SP.A. Maar, werd daar met-een aan toegevoegd, wat helpt het de ‘budgettaire ontsporingen’ in de sociale zekerheid aan de grote klok te hangen? Of in brandbrieven te gaan verkondigen dat het allemaal naar de knoppen gaat, waardoor zelfs de eigen minister van Begroting een modderfiguur slaat? Daarmee speelt de SP.A alleen zijn politieke tegenstanders in de kaart. ‘Iedereen weet dat er iets moet gebeuren om de vergrijzing te ondervangen’, zo verwoordt een waarnemer de interne kritiek op Vandenbroucke. ‘Maar wel op een sociaal rechtvaardige manier. Het kan toch niet de bedoeling zijn maatregelen voor te stellen die alleen de werkgevers van blijdschap doen opspringen.’

En hoewel Vandenbroucke op vele punten het gelijk aan zijn kant heeft, moet hij er rekening mee beginnen te houden dat hij snel medestanders aan het verliezen is. De belerende, soms arrogante stijl waarmee Vandenbroucke zijn standpunten uiteenzet, de partijstrategie aan zijn laars lapt, voor zijn beurt spreekt, en zich met andermans bevoegdheden inlaat, roept zowel intern als extern scherpe weerstand op. De Franstalige socialisten hadden al een bloedhekel aan hem, zijn uitval naar Rudy Demotte heeft dat alleen nog verergerd. Maar ook de liberalen, voor wie hij ooit een objectieve bondgenoot was om een aantal hervormingen te kunnen doorvoeren, hebben nu een appeltje met Vandenbroucke te schillen. Zij zijn ervan overtuigd dat de Vlaamse minister van Werk en Onderwijs erop uit is de premier onderuit te halen. Eerder joeg Vandenbroucke ook al de vakbonden tegen zich in het harnas, met catego- rische uitspraken over een algemene loonstop, niet alleen in het onderwijs, maar ook in de non-profit en in de privé-sector. Resultaat is dat de witte woede zich nu ook tegen de socialisten keert.

Vervroegd teruggekeerd uit Cuba, was het voor partijvoorzitter Stevaert vooral zaak Vandenbroucke nog voor het partijbureau van maandag te doen inzien dat hij in al zijn openhartigheid een grote strategische stommiteit had begaan. Tijdens een crisisvergadering voor het weekend, in aanwezigheid van Johan Vande Lanotte en Patrick Janssens, bleek naar verluidt opnieuw dat over de grond van de zaak eigenlijk weinig meningsverschil bestaat. Van een echte vertrouwensbreuk aan de top van de partij is dan ook geen sprake. Al is het evident dat de demarche van Vandenbroucke ‘niet voor herhaling vatbaar’ is. Nog een aanval op zijn gezag als voorzitter kan Stevaert immers niet over zijn kant laten gaan.

Op een koningsdrama is het niet uitgedraaid, maar onbeschadigd komt de SP.A dus ook niet uit deze hele episode. Ironisch genoeg zal Stevaert de komende weken nog een hele kluif hebben aan het verdedigen van zijn dissidente minister tegenover al diegenen in de partij die vinden dat hij Vandenbroucke de laan had moeten uitsturen. Op het partijbureau maandag was het begrip voor Franks ‘opgekropte frustraties’ naar verluidt vaak ver te zoeken. Ook de goede relaties met de PS staan enigszins onder druk, al mag dat niet overdreven worden. Voor de PS is Vandenbroucke in het beste geval gewoon van lotje getikt, in het slechtste geval een liberaal, maar toch vooral quan- tité négligeable geworden.

Het beeld van de partij als een vriendenclubje ten slotte, met vier gezellige teletubbies aan het stuur, ligt wel voorgoed aan diggelen. Al is het maar de vraag wat de publieke opinie nu het meest beroert. De kruistocht van minister van Mobiliteit Renaat Landuyt tegen de terreinwagens, terwijl hij op zijn kabinet zelf zo’n ‘strontauto’ in gebruik heeft, is qua beeldvorming misschien nog stukken nadeliger.

Door Han Renard

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content