De Hoge Raad voor Justitie noemde hem een gevaarlijk man. Zelf wil hij alleen maar onze grondrechten verdedigen, zegt hij. Een gesprek met oud-vrederechter Jan Nolf over de zaak-Jonathan Jacob, het proces-Aquino en waarom justitie niet echt wil dat iedereen begrijpt hoe het gerecht werkt.

‘Ik ben zeer gevoelig, zeg maar óvergevoelig, voor het lot van de underdog’, zegt Jan Nolf. ‘Als iemand onder de laarzen vertrappeld dreigt te worden, krijgt hij mijn aandacht. Wij moeten de kwaliteit van ons rechtssysteem niet afmeten aan snelheid of efficiëntie, maar aan de zorg voor de kwetsbaarsten onder ons. Niet aan de bescherming van de meerderheid, maar aan de bescherming van de minderheid, zelfs als dat maar één persoon is.’

Drie jaar geleden ging Jan Nolf na een kwarteeuw vrederechterschap met pensioen. Sindsdien is hij een van de actiefste bloggers van het land. Op zijn website, en op Knack.be, toont hij zich een fel criticus van ons gerechtelijk systeem – de Hoge Raad voor Justitie noemde hem regelrecht ‘gevaarlijk’.

De voorbije jaren heeft Nolf zich onder meer vastgebeten in de zaak-Jonathan Jacob, de jongeman die vier jaar geleden in een Mortselse politiecel werd doodgeslagen door de zogenaamde bottinekes. Vorige week donderdag werden in die zaak de ultieme pleidooien gehouden voor de Kamer van Inbeschuldigingstelling – op 9 oktober volgt de uitspraak. ‘Dan zullen we weten wie er naar de correctionele rechtbank wordt verwezen’, zegt Nolf. ‘De psychiaters die Jonathan niet wilden opnemen, de politiecommissaris, of de bottinekes.’

Wie draagt volgens u schuld voor de dood van Jonathan?

JAN NOLF: Wel, ik hoop dat er helemaal niemand wordt verwezen naar de correctionele rechtbank. Omdat het onderzoek niet volledig is gevoerd. Het bevel om Jonathan plat te spuiten, kwam volgens alle politiemensen van het parket. En het parket heeft helemaal de bevoegdheid niet om zo’n bevel te geven. De ouders van Jonathan hebben al verschillende keren een klacht ingediend wegens mededaderschap van het parket. Dat de vader van Jonathan uitgerekend vorige vrijdag te horen kreeg dat hij in verdenking wordt gesteld wegens schending van het geheim van het onderzoek, getuigt van een lugubere timing. En zijn klacht is nooit echt grondig onderzocht.

Waarom niet?

NOLF: Alleen het parket-generaal mag een onderzoek opstarten naar het parket. Maar dat onderzoek heeft de Antwerpse procureur-generaal Yves Liégeois nooit toegestaan. Terwijl men precies dat had moeten onderzoeken: op welke manier is de beslissing om Jonathan plat te spuiten genomen? En op welke manier was procureur Herman Dams daar eventueel bij betrokken?

Zullen we dat dan nooit weten?

NOLF: Daarom is dit een fundamenteel debat waard. Het grote probleem van justitie is dat de hiërarchie alles binnenskamers probeert te regelen. Tot op de limiet van de wettelijkheid. Men heeft in deze zaak twee keer zogezegd een onderzoek laten voeren door magistraten die uit Gent en Brussel naar Antwerpen waren gestuurd, maar dat is niet ernstig. Het verslag van dat onderzoek getuigde van een hallucinante partijdigheid. Men had het hele onderzoek moeten weghalen uit Antwerpen. Ik hoop dat de Kamer van Inbeschuldigingstelling tot dezelfde conclusie komt.

Dus het echte onderzoek…

NOLF: Moet nog beginnen. Inderdaad. En Jonathan is al vier jaar dood. Nu goed, er bestaat een kans dat het alsnog goed komt, dat de Kamer van Inbeschuldigingstelling op dezelfde lijn zit als ik. De vrijlating van Bernard Wesphael heb ik ook goed voorspeld, daar had ik bij een weddenschap een fles champagne op gezet.

Het was een merkwaardig moment: u stond Wesphael, de oud-Ecolopoliticus die wordt verdacht van de moord op zijn vrouw, op te wachten aan de gevangenispoort. Neemt u geen grote gok door ervan uit te gaan dat hij onschuldig is?

NOLF: Nee, want ik zeg niets over de grond van de zaak. Ik heb sympathie voor die man, en al zijn vrienden zeggen dat hij nooit een vinger naar iemand heeft uitgestoken. Dat neemt niet weg dat er iets gebeurd kan zijn in een bui van woede, maar daar spreek ik mij niet over uit. Ik heb over zijn dossier alleen een aantal pertinente vragen gesteld. Bijvoorbeeld of men hem wel had mogen arresteren. Iemand die parlementair onschendbaar is, moet men op heterdaad betrappen.

En dat was bij hem niet het geval?

NOLF: Men heeft het begrip heterdaad nogal breed gedefinieerd: omdat hij heel kort na de feiten is gearresteerd, noemt men het nog heterdaad. Maar bon, die discussie is achterhaald, hij heeft nu eenmaal in de gevangenis gezeten. Maar daarover kan men ook vragen stellen. In de jaren zeventig en tachtig werd de voorhechtenis nog grandioos misbruikt om mensen onder druk te zetten en een bekentenis af te dwingen. Dat is hier, vrees ik, ook gebeurd.

Moest hij daarom onlangs vrijgelaten worden?

NOLF: De raadkamer had zijn aanhouding verschillende keren verlengd, maar was de laatste keer anders samengesteld. Daarom wist ik dat hij kon vrijkomen. Ik wist dat het dossier anders bekeken kon worden, en dus anders bekeken zou worden. Vandaar mijn weddenschap. Het bewijst overigens nog maar eens dat justitie mensenwerk is. En dus fouten kan maken. Dat is altijd mijn belangrijkste boodschap: justitie is feilbaar, en het zou beter zijn mochten meer magistraten dat ook toegeven.

Waarom kunnen ze dat niet?

NOLF: Ik denk dat het te maken heeft met het soort mensen dat justitie aantrekt. Wat magistraten doen, is een bijna goddelijke opdracht: oordelen over de medemens. Wat voor iemand moet je zijn om dat aan te durven? Wat motiveert zulke mensen? En welk zelfbeeld hebben zij?

Zegt u het maar, u bent magistraat geweest.

NOLF: Toen ze nog minister van Justitie was, heeft Annemie Turtelboom eens een parlementaire vraag beantwoord over de pensioenen van magistraten. In haar antwoord zei ze dat de belangrijkste motivering van mensen om voor een carrière bij justitie te kiezen het aanzien is. Ik dacht meteen: nu horen we het eens van iemand anders. Het gevaar is dat mensen magistraat willen worden omwille van het aanzien en de macht. En macht kan altijd worden misbruikt.

Hoe groot was die verleiding bij u?

NOLF: Ik heb er altijd naar gestreefd om gezag op te bouwen, geen macht. Wie macht heeft, wordt gevreesd. Wie gezag heeft, wordt gerespecteerd.

Vandaag bent u ‘een gevaar voor justitie’, althans volgens een recent rapport van de Hoge Raad voor Justitie. Wat heeft die raad tegen u?

NOLF: Ik ben te kritisch. De Hoge Raad draagt magistraten voor om benoemd te worden en is tegelijk verantwoordelijk voor de doorlichting van de rechtbanken. Dat zijn twee petten die niet verenigbaar zijn: je kunt niet tegelijk magistraten voordragen en verantwoordelijk zijn voor het onderzoek naar disfuncties. Als de Hoge Raad eerlijk is met zichzelf, moet hij die onderzoekstaak afstoten. Maar wat doet hij? Hij probeert er net nog andere bevoegdheden bij te krijgen – hij zou ook tuchtstraffen willen uitspreken. Dat getuigt van een soort halfgoddelijk zelfbewustzijn, en dat is fundamenteel verkeerd.

En als u dat zegt, bent u al gevaarlijk?

NOLF: Ik heb ook kritiek gegeven op de samenstelling van de Hoge Raad. Bij de Franstalige voordrachten heeft de Senaat de voorwaarden bijvoorbeeld niet nageleefd. Dat resulteerde onder meer in de benoeming van mevrouw Loquifer, de echtgenote van PS-kopstuk Philippe Busquin, tot voorzitter van de benoemingscommissie. Tot zover de depolitisering. Eigenlijk zou die Hoge Raad beter collectief ontslag nemen. Het probleem is alleen dat alle benoemingen dan ongeldig zouden zijn. Als er ooit een beroep komt bij de Raad van State, dreigt die hele cascade van benoemingen van de voorbije jaren in elkaar te stuiken. Dat heb ik uitgebracht, en dat namen ze mij heel kwalijk.

Wat vond u ervan ‘een gevaar voor justitie’ te zijn?

NOLF: Ongelofelijk. In het bewuste rapport van het Europees netwerk voor de hoge raden voor justitie staat letterlijk dat de druk van media op rechters tegenwoordig gevaarlijker is dan de druk van corruptie of politiek. En ik ben een van de voorbeelden die daarvan wordt ge-geven. Enfin, ik word niet met naam genoemd, maar door de formulering ben ik wel meteen herkenbaar.

Uw naam is geschrapt uit het rapport ondertussen.

NOLF: Op verzoek van de Belgische Hoge Raad is de lijst met voorbeelden inderdaad weggehaald. Terwijl het de vertegenwoordiger van de Belgische Hoge Raad zelf was die mij er had ingezet. Ze hebben zich ook bij mij verontschuldigd, maar alleen omdat ik herkenbaar was door de formulering – dat was niet de bedoeling, zeggen ze. Maar het besluit blijft overeind: de mediadruk is groter dan die van corruptie of politiek. En ik ben daarvan een voorbeeld, door mijn blog en de interviews die ik geef.

U kunt justitie scherp bekritiseren, omdat u die wereld door en door kent. Voor de meeste mensen is het allemaal veel te ingewikkeld.

NOLF: En dat is de bedoeling. Daar houdt justitie van. U bent namelijk te dom om het allemaal te begrijpen. Zo redeneren ze: ‘Het is te ingewikkeld voor u, dus laat ons maar doen.’ En dat is een probleem voor de democratische legitimiteit van justitie. Want iets dat we niet begrijpen, vrezen we. Die vrees is irrationeel. En het gaat nochtans over onze fundamentele rechten als burger. Een zekere complexiteit heeft het systeem natuurlijk nodig, maar het probleem is dat de mensen zelfs niet meer vertrouwd zijn met de essentie.

Wat is dat, die essentie?

NOLF: De bescherming van onze grondrechten. Dat staat niet langer centraal. Alles draait om efficiëntie en snelheid. Justitie wordt gerund zoals een Coca-Colafabriek. Het marktdenken, dat ook in het onderwijs en de zorgsector doorbreekt, gaat op den duur ten koste van de ethiek. Dat is ook de reden waarom ik drie jaar geleden ben gestopt als vrederechter.

Wat zat u dwars?

NOLF: Men haalde de familiale taken weg uit het vredegerecht. En net dat had ik vijfentwintig jaar lang gedaan: bemiddelen tussen partners, in de fase voor de echtscheiding, als het er soms letterlijk fysiek bovenop zit. Die zaken gaan nu allemaal naar de familierechtbank. Maar zo is er maar één per vroeger arrondissement, terwijl je een vredegerecht hebt in elk kanton. Een vrouw die afgetroefd wordt door haar man, moet te voet naar haar rechter kunnen gaan. Men lacht daar misschien mee, maar dat was vroeger de redenering, vandaag telt dat niet meer.

Vandaag moet ze de auto nemen.

NOLF: En niet iedereen heeft een auto. U zou ervan versteld staan hoeveel mensen uit de vierde wereld geen auto hebben of niet meer kunnen betalen of niet meer verzekerd zijn. Die mensen moeten op korte afstand een rechter kunnen vinden. Mensen die gewoon ruzie maken, bij wijze van spreken, konden vroeger naar de vrederechter.

Wat doen vrederechters vandaag nog?

NOLF: Het zijn fabriekjes geworden die zich vooral bezighouden met die fameuze parkeerretributies van geprivatiseerde parkings. Dat is een ontzettend dure, zeer klantonvriendelijke inningsprocedure die leidt tot een instroom bij de vrederechter. Dat zijn eigenlijk allemaal belachelijke zaken die alleen de computers aan het werk zetten. Voor zover die computers al werken.

U hebt ooit een hele reeks parkeerboetes ongeldig verklaard.

NOLF: Ja, ik heb mij de laatste maanden als rechter nog in dat dossier verdiept, en ik heb honderden retributies in Roeselare onwettig verklaard. Dat was een principevonnis op basis van onwettig gebruik van nummerplaatgegevens door een privéfirma – iets waar men ondertussen een mouw aan heeft gepast. Maar ik blijf het een raar verhaal vinden: in België heeft de Franse groep Vinci bijna het monopolie van de parkings, ook van onze straten. In Frankrijk bestaat privaat parkeren zelfs niet. Wij zijn eigenlijk gekoloniseerd door Vinci.

Kan ik vandaag nog altijd onder een parkeerretributie uit raken, denk u?

NOLF:(lacht) Het probleem is dat het in iedere stad anders geregeld is. Zoals de gasboetes.

Ook tegen die gasboetes verzet u zich al jaren. Is het probleem ondertussen overgewaaid?

NOLF: Integendeel, het wordt almaar gekker: vandaag kun je in Antwerpen een gasboete krijgen voor een overvolle brievenbus. Gemeentelijke overheden kunnen het niet laten, het is sterker dan henzelf. Ze zijn verslaafd aan regeldrift. Mensen mailen mij iedere dag, ook hoogopgeleide mensen, ook politici, met de vraag hoe ze zich tegen een gasboete kunnen verzetten. Maar mijn website, justwatch.be, is de enige plek waar ze een modelformulier kunnen vinden om verzet aan te tekenen. Terwijl ook dat voor iedereen toegankelijk zou moeten zijn.

Wat vindt u ervan dat mensen die verdacht worden van drugshandel, zoals de Limburgse familie Aquino, zich met dure advocaten kunnen laten vrijpleiten op procedurefouten?

NOLF: Jef Vermassen had het in dat verband over een ‘bommetje’. De advocaten zouden een ‘procedurebommetje’ laten vallen. Dat vond ik vreselijk, want zo praat je niet over justitie. Mensen krijgen zo de indruk dat het voor Vermassen maar een spelletje is, dat die advocaten zich een beetje komen amuseren. En dat is de verkeerde boodschap, justitie is geen spel. Al vind ik het natuurlijk wel zeer belangrijk dat alle procedures correct worden gevolgd.

Er is niets mis met procedurepleiten, dus?

NOLF: Nee. Maar je moet als jurist aangeven dat het om fundamentele rechten gaat. Als je er een spelletje van maakt, ondergraaf je de legitimiteit van je pleidooi. Ik wil daar trouwens aan toevoegen dat ook de Aquino’s onschuldig zijn tot er een definitieve veroordeling is. Dat is toch een vorm van zuiverheid van redeneren die we zouden moeten kunnen respecteren. Ook in de pers: je kunt de Aquino’s pas een drugsbende noemen als ze veroordeeld zijn.

Was er vroeger meer terughoudendheid?

NOLF: Zeker. Vroeger was er ook nog het idee dat mensen die een straf hebben uitgezeten een tweede kans verdienen. Vandaag beschouwen we gevangenissen steeds meer als een soort stapelhuizen voor slechte mensen. Ik hou mijn hart vast voor het federale regeerakkoord op dat punt. Politici gaan daar heel lichtzinnig overheen.

Hoe bedoelt u?

NOLF: Sinds men de wet-Lejeune heeft aangepast, is er een opbod ontstaan. Vroeger kon men vrijkomen na een derde van de straf. Nu pas na de helft van de straf. De N-VA wilde in haar verkiezingsprogramma dat vier vijfde van de straf wordt uitgezeten. Ik heb weleens gezegd, en niet eens om te lachen: wanneer komt de dag dat mensen vijf vierde van hun straf moeten doen? Ik hoor dat Vlaams minister Ben Weyts rechters oproept om verkeersovertredingen wat strenger te bestraffen. Nu is dat een sympathiek onderwerp, maar op die manier verglijden we naar een erg autoritaire samenleving, waarin de scheiding der machten niet meer bestaat.

Wat vindt u van het rijbewijs met punten?

NOLF: Ik was van 1987 tot 1995 met lengten voorsprong de strengste politierechter van België, toen dat nog niet populair was. Maar ik vind een rijbewijs zo belangrijk in het dagelijks leven, dat er steeds een rechter aan te pas moet komen om dat af te nemen. Het systeem met punten betekent een blinde automatische piloot. In Frankrijk blijft dat de belangrijkste kritiek: er wordt niet meer ‘op maat’ gestraft.

NOLF:(lacht) Er bestaan ook linkse liberalen. Maar ik ben nooit een Thatcherfan geweest, zoals Guy Verhofstadt, een van mijn voorgangers als jongerenvoorzitter.

Waarom bent u niet in de politiek gebleven?

NOLF: Dat was een afspraak met mijn vrouw. Ik wilde mee de kinderen opvoeden. Daarom ben ik in 1986 vrederechter geworden. Vrij snel heb ik toen geleerd dat er een hele wereld bestaat die politici niet kennen. Ik ben bij heel veel mensen met problemen thuis over de vloer geweest, en dat heeft mij wakker gemaakt. Het heeft mij geleerd dat justitie warm moet zijn, menselijk, niet kil en reactionair.

Maar is die warme, menselijke justitie geen achterhaald idee uit de jaren zestig?

NOLF: Men heeft dat idee in elk geval volledig verlaten.

Omdat het naïef was, misschien?

NOLF: Nee, men heeft het nooit volledig toegepast. Het mag niet louter een kwestie zijn van geloof, hoop en liefde. Men moet investeren in alternatieve oplossingen. Er is zoveel knowhow opgebouwd door criminologisch onderzoek, onder meer in verband met jeugddelinquentie. Maar dat wordt niet gebruikt. Men laat zich alleen maar door ideologie inspireren. Vandaag meer dan ooit. Door een conservatieve ideologie.

‘Als er in Downing Street gehoest wordt, vliegen de fluimen via Antwerpen naar Brussel’, schreef u onlangs op uw blog.

NOLF: Het is toch ook opmerkelijk: de Britse premier David Cameron zegt iets, vaak geïnspireerd door Theodore Dalrymple, en dat wordt meteen gekopieerd door Bart De Wever in Antwerpen en vervolgens door Hans Bonte in Vilvoorde. Zo gaat het met de maatregelen die worden genomen in verband met de Syriëstrijders. Ze zullen het allemaal wel goed bedoelen, hoor, dat trek ik niet in twijfel. Maar iemand zijn paspoort afnemen, is niet de juiste oplossing.

Wat is dan wel de oplossing?

NOLF: Ik denk dat justitie nederig genoeg moet zijn om toe te geven dat ze daar op lange termijn geen oplossing voor heeft. We kunnen die jongeren natuurlijk oppakken en eventueel berechten, maar daarmee helpen we de maatschappelijke oorzaken niet uit de wereld. Wij hebben tegenover onze allochtone medeburgers toch veel boter op het hoofd: de armoede, het gebrek aan kansen – ik ben blij dat ik niet Mohammed heet, dat kan ik u verzekeren.

Maar daarmee is de angst voor de IS-strijders nog niet verdwenen. Mensen zijn vandaag bang dat er straks in ons land ook gruwelijke dingen kunnen gebeuren.

NOLF: We zijn onze veiligheid en rechtszekerheid aan het verprutsen door een beleid dat steunt op bangmakerij. Ik begrijp de angst wel. Mensen zijn bang dat er morgen op de Groenplaats in Antwerpen iemand wordt onthoofd. Maar dat is volstrekt irrationeel. En we weten al lang dat ons toenemende onveiligheidsgevoel niet strookt met de objectieve parameters: de onveiligheid neemt af op belangrijke punten. De vraag is nu: willen we echt een prioriteit maken van onze angst voor IS-strijders? Willen we als burgers ons binnenlands beleid daarop afstemmen? Mij lijkt dat bijzonder kortzichtig. Maar die kant gaat het wel op.

DOOR JOËL DE CEULAER, FOTO’S SASKIA VANDERSTICHELE

‘Het bevel om Jonathan Jacob plat te spuiten, kwam volgens alle politiemensen van het parket. Dat is nooit onderzocht. En hij is vier jaar dood.’

‘Jef Vermassen had het over een ‘bommetje’ in het proces-Aquino. Dat vond ik vreselijk, want zo praat je niet over justitie. Justitie is geen spel.’

‘Het gevaar is dat mensen magistraat willen worden omwille van het aanzien en de macht. En macht kan altijd worden misbruikt.’

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content