Waarom Bonaparte keizer werd

Parade ter ere van de Romeinse keizer Augustus. De keizerstitel van Napoleon was geïnspireerd op de Romeinen: hij was 'Empéreur de la République', en niet een door God gewilde koning. © Getty Images

Na vier jaar Consulaat (1800-1804) was Eerste Consul Bonaparte het onbetwistbare staatshoofd. Meer dan ooit was hij de man die het hele republikeinse bestel bij elkaar hield, maar zoals elke leider ontsnapte hij niet aan de noodzaak om zijn macht te legitimeren. De grondslag voor zijn gezag werd gevonden in het statuut van vorst.

Frankrijk bestond op het einde van de 18e eeuw uit meer dan alleen een republikeinse toplaag, en in de hoofden van de meeste burgers werd hem dan ook een monarchale positie toegedicht. Behalve de jakobijnen choqueerde een keizerstitel niemand, integendeel: vanuit alle hoeken van het land en met name vanuit de legerkampen waren er in de maanden voorafgaand aan de kroning talloze verzoekschriften aan de Eerste Consul gestuurd om zich tot keizer te laten benoemen.

In de meeste steden die het echtpaar Bonaparte in de afgelopen twee jaar had bezocht, waren ze onthaald als een vorstenpaar. De bevolking associeerde het begrip ‘keizer’ met de Romeinse Republiek, waar het keizerlijke staatshoofd werd aangesteld door de Senaat. Zo gebeurde het ook in 1804. Napoleon zou ‘Empereur de la République’ worden, de keizer van de Republiek. Dat was heel wat anders dan een door God gewilde koning. Vele republikeinen hadden wel een rechtvaardige samenleving gewild, maar daarom niet de dood van een koning. Frankrijk en Napoleon Bonaparte bevonden zich dan ook op het kruispunt van twee tijdperken: bij de uitgang van het eeuwenoude koninkrijk met zijn goddelijk recht en zijn privileges, en bij de ingang van de moderne tijd, met stemrecht en gelijkheid als hoekstenen. Een monarch die tegelijk de republikeinse waarden verdedigde, schonk de mensen dan ook veel voldoening. Als er later in de straten van de steden, in de feestzalen van Parijs en op de slagvelden van het Franse leger luidkeels ‘Vive l’Empereur!’ werd geroepen, was dat niet alleen ter ere van een persoon. De keizer was ook een begrip. Zijn naam belichaamde een idee, het idee van een nieuwe tijd waarin gelijkheid gold, vermengd met de glorie van het vaderland en de trots van een natie. Het was de eerste stap naar een grondwettelijke monarchie op het Europese continent.

Legitimiteit

Voor Napoleon zelf ten slotte was het noodzakelijk dat een Frans staatshoofd ook legitiem was in de ogen van het buitenland. Het was goed voor Frankrijk als de vorsten in zijn keizerschap een teken zouden zien dat de revolutie voorbij was en dat het land terug in de rangen keerde – ook al klopte dat beeld natuurlijk niet helemaal. Bij de intellectuele elite viel de omschakeling nochtans slecht. De kinderen van de verlichting waren geschokt dat het boegbeeld van de revolutie en de republiek zoiets had kunnen doen. Beethoven, die zopas een complete symfonie had opgedragen aan zijn held Bonaparte, was razend. Hij gaf zijn werkstuk de nieuwe naam Eroica en droeg het op ‘aan een groot man’ in plaats van aan Napoleon. Ondanks de revolutie en de elf jaar oude republiek was bij velen de mentale klik naar een ‘presidentieel’ staatshoofd nog niet gemaakt. ‘Ik kon alleen maar een gekroonde Washington zijn’, zou Napoleon later zeggen toen hij op Sint-Helena zijn memoires dicteerde. De vergelijking met de Verenigde Staten van Amerika ging niet op in de Europese context. ‘Nog geen twee jaar zou een republiek als de VS in Europa de druk van de monarchieën kunnen weerstaan.’ Allicht heeft hij op dat punt gelijk gehad.

Als kind van de verlichting was componist Ludwig van Beethoven razend toen zijn held Napoleon zich tot keizer liet kronen.
Als kind van de verlichting was componist Ludwig van Beethoven razend toen zijn held Napoleon zich tot keizer liet kronen.© Getty Images

Al speelden persoonlijke motieven natuurlijk ook een rol. IJdel als hij was, voelde hij zich ten zeerste aangetrokken door het vooruitzicht om een eigen dynastie op te richten. Ongenaakbaar als hij zich voelde, dacht hij ermee weg te komen in een Europa waarin een monarchie alleen werd aanvaard als die volgens de middeleeuwse principes tot stand was gekomen. Dat zou lelijk tegenvallen. Al snel noemde Londen hem de ‘usurpator’, een man die zich wederrechtelijk de bevoegdheid van een staatshoofd had toegeëigend. De benaming zou later door andere vijanden overgenomen worden. Dat imago heeft er in hoge mate toe bijgedragen dat volgende generaties zich Napoleon herinneren als een egocentrische dictator die tegen de wil van zijn volk regeerde. Het moge duidelijk zijn dat dit beeld niet klopt. Eenvoudige mensen als zijn kamerheer Constant zeiden er het volgende over: ‘Usurpator? Laat me niet lachen. Wat een zielenpoten. Als er van usurpatie sprake was, welnu, dan was driekwart van de Franse bevolking daar medeplichtig aan!’

Keizer van een republiek

Op 18 mei 1804 werd Napoleon Bonaparte voor het eerst officieel aangesproken als keizer. Het was tijdens een plechtigheid in de Senaat, die nauwelijks een kwartier in beslag nam. Alle hedendaagse clichébeelden ten spijt was het niet zijn ongebreidelde persoonlijke ambitie die Napoleon Bonaparte zo ver heeft gebracht, maar de unieke historische omstandigheden. Zowel hijzelf als iedereen in zijn politieke omgeving wikte en woog de kansen, voor zichzelf en voor het nieuwe Frankrijk. Beide zagen ze als onlosmakelijk verbonden. Wilde de ware erfenis van de Revolutie voortleven, samen met alle moderniseringen van het Consulaat, dan was het absoluut noodzakelijk dat Bonaparte aan de macht bleef. Maar om de macht te behouden zoals hij die op dat moment bezat, moest hij haar nog vergroten, nog onaantastbaarder maken. Dat was de ware reden waarom Bonaparte uiteindelijk Napoleon I werd. Tijdens de tien jaar die het keizerrijk standhield, zou hij die republikeinse waarden steeds minder trouw blijven. Zijn officiële titel was ‘Napoléon, empereur des Français, par la grâce de Dieu et les constitutions de la République’. Vanaf 1807 werd het woord ‘République’ echter geschrapt. Napoleon zag zichzelf als een vorst van de natie, van het volk, maar niet van een staatsvorm. Hijzelf wás namelijk die staatsvorm. Wat niet verdween, was de verwijzing naar de Grondwet, die op een republikeinse en bijna democratische wijze tot stand was gekomen. Ten slotte hield ook de verbazende verwijzing naar God stand. De formule verwees naar de oude wereld en was dus totaal onrepublikeins. Maar ze was politiek nog noodzakelijker dan een verwijzing naar de verdwenen republiek. Dat Napoleon zijn titel bij de gratie Gods had verkregen, was minder een teken van zijn persoonlijke geloofsbelijdenis dan een erkenning van het feit dat Frankrijk niet alleen een republikeins, maar ook een diepchristelijk land was.

Isaac Cruikshank, Crying for a New Toy, 1803. De visie van de Britten op het keizerschap van Napoleon zou in hoge mate zijn imago bij de volgende generaties bepalen.
Isaac Cruikshank, Crying for a New Toy, 1803. De visie van de Britten op het keizerschap van Napoleon zou in hoge mate zijn imago bij de volgende generaties bepalen.© Bodleian Libraries. Publiek domein

Het was dan ook zijn wens dat de kroning een sacraal karakter zou hebben; de aanwezigheid van de paus was onontbeerlijk. Hij ondervond verzet uit eigen kringen. De republikeinse achterban was niet blij met het plan om de paus erbij te betrekken. Talrijke atheïsten in de Raad van State dreigden het hele project te blokkeren. Overigens was het van meet af aan duidelijk dat de paus zijn zegen mocht geven, maar niet de kroon zelf. Die kreeg Napoleon van het volk, niet van God. Zijn standpunt lokte bij beide partijen controverse uit. De paus voelde weinig voor die tweederangsrol, die volkomen tegenstrijdig was met de werkwijze die honderden jaren lang gangbaar was geweest. De linkerzijde zocht al naar een geschikte persoon die namens het volk de kroon op Napoleons hoofd zou plaatsen. Voor beiden had de keizer een verrassing in petto: hij liet weten dat hij tijdens de plechtigheid de kroon zélf op zijn hoofd zou zetten.

Napoleon en zijn broers, die elk een stukje van het keizerrijk onder hun hoede kregen.
Napoleon en zijn broers, die elk een stukje van het keizerrijk onder hun hoede kregen.© Bridgeman Images

De napoleoniden

Op het hoogtepunt van het Empire werd half Europa door de Bonpartes geregeerd. De keizer plaatste zijn familieleden aan het hoofd van heel wat landen, ongetwijfeld omdat hij hoopte dat zijn politieke controle over die landen dan steviger zou zijn. Zo was zijn broer oudste broer Joseph koning van Napels (1806-1808) en vervolgens van Spanje (1808-1814). Louis Bonaparte maakte hij koning van Holland (1806-1810), de jongste broer, Jerôme, moest Westfalen leiden (1807-1813). Schoonbroer Murat, echtgenoot van Napoleons zus Caroline, was eerst groothertog van Berg, een satellietstaat van Frankrijk (1806-1808) en diende vervolgens Jospeh op te volgen in Napels (1808-1814). Eugène de Beauharnais, zoon van Joséphine, regeerde namens Napoleon als koning van Italië (1805-1814). Napoleons zus Elisa was groothertogin van Toscane en resideerde te Lucca. Camillo Borghese, de echtgenoot van Pauline Bonaparte, was gouverneur-generaal van de Franse trans-Alpijnse gebieden. Het familiaal regeersysteem bereikte een hoogtepunt door Napoleons eigen huwelijk met de aartshertogin van Oostenrijk, Marie-Louise. Hun kind werd bij de geboorte benoemd tot koning van Rome.

Al deze familieleden hebben nooit autonoom geregeerd. Hun onafhankelijkheid was zeer relatief. De bewaarde correspondentie getuigt van een stroom van verwijten, raadgevingen, aanmoedigingen en directe bevelen van de zijde van de keizer. Louis werd in 1810 zelfs de Hollandse kroon ontnomen. Napoleon vond hem onbekwaam en verweet hem dat hij sluikhandel met Engeland gedoogde. Vervolgens werd Holland ingelijfd bij het keizerrijk. Koning Joseph was in Madrid vaak niet meer dan een marionet. Toen hij het als leider liet afweten, stuurde Napoleon enkele maarschalken die hun bevelen rechtstreeks uit Parijs kregen. Ook Murat, een moedige militair maar slordige koning, is enkele keren dicht bij een onttroning geweest. Telkens als deze gekroonde hoofden voet op Frans grondgebied zetten, werden ze in protocollair opzicht opnieuw beschouwd als Franse prinsen, niet als buitenlandse staatshoofden. In feite deed Napoleon met het systeem van de Napoleoniden niets anders dan wat grote dynastieën zoals de Habsburgers en de Bourbons voor hem hadden gedaan: de macht in strategisch belangrijke landen toevertrouwen aan familieleden.

Partner Content