Twee van de grootste popsterren doen van oontz oontz en dat is niet zo vreemd als je zou denken.

Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

‘Drake probeerde house te maken en Beyoncé dacht: “hm, klinkt meer als een appartement, baby”’, klonk het de voorbije weken op Twitter. Het ene project werd wat enthousiaster verwelkomd dan het andere, maar het viel hoe dan ook op: in één week tijd waagden twee van de grootste popsterren op deze aardbol zich aan housemuziek. Een genre waarmee ze in het verleden ook al speelden, maar nooit zo nadrukkelijk.

Eerst was er Drakes lauw onthaalde verrassingsalbum Honestly, Nevermind, waarop de Canadees zijn kenmerkende droefheid combineert met opzwepende housebeats. Het resultaat klinkt een beetje alsof je in een eenzaam hoekje van een EDM-club staat waar iedereen neonkleurige shutter shades draagt en je je afvraagt waarom je niet gewoon in je bed ligt.

Drie dagen later volgde Beyoncé’s nieuwe single Break My Soul, een voorsmaakje van het album Renaissance dat eind deze maand zal verschijnen en dat met zijn opzwepende dansbaarheid, motiverende boodschap, nostalgische sound, sample van queer bounce-icoon Big Freedia en knipoog naar de klassieker Show Me Love van Robin S nogal expliciet de mosterd haalt bij de vocal house uit de nineties. Niet per se wat de fans hadden verwacht na Lemonade, haar vorige plaat uit 2016, maar wel een welgekomen feestanthem om de zomer mee in te gaan.

We zijn het genre gaan associëren met witte, mannelijke dj’s met dure zonnebrillen, Ben Sherman-polo’s en propere witte sneakers, maar de roots van house zijn zwart en queer.

Voor sommige popliefhebbers lijkt die muzikale switch van Queen B en Drizzy misschien uit het niets te komen, maar aandachtige luisteraars hebben al een tijdje door dat artiesten hun songs steeds gretiger in een housesaus dippen. Azealia Banks is er nooit mee gestopt. Lady Gaga’s Chromatica en het bijbehorende remixalbum Dawn of Chromatica stonden er vol mee. Dua Lipa flirtte ermee op Future Nostalgia. Charli XCX gebruikte eerder dit jaar ook al een sample van Show Me Love van Robin S in haar Used to Know Me. In de underground blazen artiesten zoals Big Freedia, Cakes da Killa, Honey Dijon en Channel Tres al langer een frisse wind door het genre. En eerlijkheidshalve moeten we vaststellen dat David Guetta nooit helemaal uit de mode is geraakt.

Als verklaring voor die recente house-obsessie worden nogal makkelijk de nostalgische aantrekkingskracht en onze collectieve knaldrang na twee jaar pandemie aangehaald, maar zeker in het geval van Beyoncé en Drake lijkt er meer aan de hand. De voorbije weken klonk hier en daar zowel het compliment dat Beyoncé en Drake eindelijk bewijzen dat zwarte artiesten ook dance kunnen maken, als de kritiek dat de sterren hun pop, r&b en hiphop zouden inruilen voor house om een wit publiek te pleasen en zo H&M alvast van hun zomerplaylist hebben voorzien. Alleen: geen van beide reacties houdt steek.

De voorbije twee decennia zijn we house inderdaad voornamelijk gaan associëren met witte, mannelijke dj’s met dure zonnebrillen, Ben Sherman-polo’s en propere witte sneakers die oontz oontz-beats fabriceren. Maar de roots van housemuziek zijn uitgesproken zwart en queer. Het genre zag in de vroege jaren tachtig het licht in The Warehouse, een nachtclub in Chicago die voornamelijk werd bezocht door zwarte en latino homo’s en de vaste stek werd van ‘peetvader van de house’ Frankie Knuckles. Eind jaren tachtig, begin jaren negentig bereikte het genre vervolgens de mainstream dankzij zwarte artiesten als Robin S, CeCe Peniston, Kenny Dope en Crystal Waters, tot onder meer Daft Punk, Armand Van Helden, Bob Sinclar en David Guetta elk op hun beurt de vertrouwde gezichten van house werden.

Het is een stukje zwarte muziekgeschiedenis dat enigszins ondergesneeuwd is geraakt, maar nu mede dankzij Beyoncé en Drake opnieuw belicht wordt. ‘De zwarte wortels van housemuziek werden verscheurd – nu eisen Drake en Beyoncé ze opnieuw op’, kopte The Guardian. De kans is dan ook klein dat de popsterren zich niet bewust waren van de culturele bagage van house. Drake werkte voor Honestly, Nevermind samen met enkele zwarte topproducers uit het genre, onder wie Black Coffee en Gordo. En het is allicht geen toeval dat Beyoncé uitgerekend Robin S en Big Freedia, twee zwarte house-iconen van vroeger en nu, onder de aandacht brengt. De popster herclaimt namelijk wel vaker stukjes vergeten zwarte geschiedenis, van cowboycultuur tot HBCU’s (oftewel historically black colleges and universities). Beyoncé en Drake doen misschien weinig nieuws, maar ze slagen er wel in om zwarte house opnieuw naar een massapubliek te brengen.

Of dat effectief zorgt voor een heropwaardering van het genre en zijn grondleggers, valt nog af te wachten. Misschien wakkert Beyoncé de interesse nog wat verder aan met Renaissance, dat naar verluidt minstens even dansbaar zal klinken als Break My Soul. ‘Na al het isolement en onrecht van de voorbije periode, denk ik dat we allemaal klaar zijn om te ontsnappen, te reizen, lief te hebben en opnieuw te lachen’, kondigde Queen B haar zevende album vorige zomer aan. ‘Ik voel een renaissance opkomen en ik wil op eender welke manier mee voor die ontsnapping zorgen.’ Een dansplaat dus, maar Beyoncé zou Beyoncé niet zijn mocht er geen meesterlijk doordachte intentie achter zitten. Maak je alvast klaar voor een housefeestje.

Renaissance

De nieuwe Beyoncé verschijnt op 27/7 via Columbia/Sony.

Honestly, Nevermind

Het nieuwe album van Drake is uit bij Republic/Universal.

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content