Bart Cornand
Bart Cornand Redacteur Knack

Kenny Werner rouwt op No Beginning, No End.

‘Het zal je maar overkomen. Je bestelt een feestconcert voor iemands 80e verjaardag, en je krijgt dít!’ Lorraine Werner zat schuddend te lachen aan haar tafeltje in Dizzy’s, de club van Jazz at Lincoln Center in New York. ‘Iedereen heeft zo zijn manier om met verlies om te gaan, en dan is Kenny veel emotioneler dan ik. Kijk naar zijn samenwerking met Toots Thielemans – twee heerlijke tearjerkers samen. We’re very different people.’

Dít is No Beginning, No End, de nieuwe cd van pianist Kenny Werner. Werner is ’t onzent vooral bekend om zijn zoetgevooisde pianospel met Thielemans, maar is net zo goed thuis in bop, swing en elektronica – probeert u vooral zijn cd Lawn Chair Society (Blue Note) uit 2007 eens. Die Werner, dus, kreeg in 2006 een telefoontje van saxofonist Joe Lovano, die een bestelling wou plaatsen: een compositie voor de 80e verjaardag van Bradford Endicott, een van de geldschieters van het cultuurcurriculum van het Massachusetts Institute of Technology (MIT). Hij kreeg een jaar de tijd om het stuk te componeren. Een eitje – alleen had hij nog wat werk te doen, zoals lesgeven en toeren.

Toen stierf zijn tienerdochter Katheryne bij een verkeersongeval.

Een maand voor de première sloeg Werner aan het schrijven, geïnspireerd door een zelfgeschreven ‘gedicht’ – Amerikanen plegen de term licht te gebruiken. Met regels als ‘No beginning, no end, / No such thing as loss. / The voices say, / That we are never lost’, aangevuld met verwijzingen naar oosterse meditatie, weet u gelijk dat troost zoeken hier zwaarder doorweegt dan emotie afromen. Die aanpak is tekenend voor het hele project. Werner verzamelde een 37-koppig ensemble met blazers, een koor, zangeres Judi Silvano en haar echtgenoot, saxofonist Joe Lovano. Het eindresultaat is een werkstuk dat zo dicht bij klassiek aanleunt dat de term third stream niet meer van toepassing is.

Veel van wat u hier te horen krijgt, is zwaar op de hand, emotioneel, gezwollen. Maar luistert u eens naar The God of Time, het centrale deel van de vijfdelige suite, waarin Lovano een cathartische solo blaast – lispelend, ademend, volstrekt uitgeschreven maar met een naturel die de illusie van improvisatie wekt. En spring dan naar Coda, een onverwachtse improvisatie aan het eind van de opnamesessie voor piano, vibrafoon, marimba en harp. Werner liet de klassieke muzikanten, die zo veel vrijheid niet gewoon zijn, noten uit de mixolydische toonladder spelen en peddelt aan de piano over hun golven.

Het leverde Werner de Guggenheim Fellowship Award 2010 op. Niet bepaald met verjaardagsmuziek. En evenmin voor iedereen. Maar mensen verschillen, zeggen ze.

KENNY WERNER, NO BEGINNING, NO END, IS UIT OP HALF NOTE.

Bart Cornand

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content