In Abu Dhabi wordt een hoog symbolisch moordproces gevoerd tegen de Filippijnse meid Sarah, die haar verkrachter doodstak.

SARAH BALABAGAN is zestien jaar. Toen ze haar valse paspoort kreeg, dat als leeftijd 29 vermeldt, was ze vijftien jaar oud. Dat paspoort had ze nodig omdat de Filippijnse wet een minimumleeftijd van 25 jaar eist voor vrouwen die in het buitenland gaan werken. De wet moest minderjarige meisjes te beschermen, de ronselaars hadden er niet veel werk mee om ze buiten werking te stellen : de slachtoffers zijn immers meestal meer dan bereid om zelf voor een vals paspoort te betalen.

Het is niet anders dan het verhaal van Klein Duimpje. Sarah Balabagan, geboren op het arme Filippijnse eiland Mindanao, moest het bos in omdat haar vader, Karim, een landarbeider met een vrouw en negen kinderen, te arm is en te weinig verdient om de broertjes en zusjes voldoende te eten te geven. Dat komt veel voor op de Filippijnen. Omdat Sarah uit een goede moslimfamilie stamt, en vroom en maagd was, konden de soeteneurs ook niets voor haar doen. Dus ging ze naar het Midden-Oosten. Vooral de oliestaten aan de Perzische Golf bieden veel werk aan meisjes uit de Filippijnen, uit India en Sri Lanka, meestal als kinderoppas en als meid voor alle werk.

In de Verenigde Arabische Emiraten, het land waar Sarah belandde, werken 80.000 Filippino’s, van wie 23.000 huisbedienden. Zij komen daar meestal graag naartoe, omdat verteld wordt dat ze veel geld zullen verdienen : 150 US dollar (4.500 frank) per maand, in de plaats van veertig dollar in Manila, als ze daar al aan werk komen. Meestal krijgen ze ter plekke maar honderd dollar en moeten ze eerst een jaar of wat voor niets werken om hun vliegtuigticket en ander “kosten” terug te betalen. Maar eigenlijk hebben ze geen keuze, omdat de Filippijnen nu eenmaal dat geld nodig hebben : gastarbeiders zijn het belangrijkste Filippijnse uitvoerprodukt, tegelijk de grootste bron van deviezen voor Manila dat, op een bevolking van 70 miljoen inwoners (45 procent van hen onder de armoedegrens), vier miljoen onderdanen in het buitenland werken heeft waarvan een miljoen klandestien : 5 miljard dollar in 1994.

De Arabieren aan de Golf hebben trouwens in dat circuit van gastarbeidsters een kwalijke reputatie. Niet alleen beschouwen zij hun werkneemsters als hun persoonlijke slaven, die ze met onmogelijke kontrakten aan hun huis binden, maar ook komt het vaak voor dat zij ze ook fysiek als slavinnen beschouwen, ze afranselen en andere lijfstraffen toedienen. En ze verkrachten. In 1994 moesten de Filippijnen meer dan vijfduizend meiden repatriëren, via hun ambassades, omdat ze mishandeld of verkracht waren.

AL-AIN.

Sarah Balabagan werd verkracht in de zomer van 1994 door haar werkgever, Mohammed Abdullah Al Bahaouchi. In juli stak ze de man dood, volgens de aanklager met 34 messteken. Daarna begon het proces.

Een eerste proces werd gehouden door de traditionele islamitische rechtbank van de oase Al-Aïn, waar Sarah werkte. Die rechtbank achtte de verkrachting van Sarah door haar werkgever bewezen, en veroordeelde haar tot zeven jaar gevangenisstraf, plus 40.000 dollar bloedgeld, te betalen aan de familie. Tegelijk bepaalde de rechtbank dat de familie hààr, Sarah, 27.000 dollar schadevergoeding moest voor de verkrachting. Een streng maar, alleszins, bedaard vonnis. Maar daar bleef het niet bij.

Om redenen aan hemzelf bekend, besloot het staatshoofd van de Emiraten, sjeik Zaïd Bin Sultan al Nahayan, het vonnis van Al-Aïn te vernietigen en een nieuw proces aan te spannen. Ingegeven door de vrees dat ook andere verkrachte vrouwen schadevergoeding zouden eisen ? Of door de vrees voor het precedent, dat slaven zouden opstaan tegen hun meesters ? Hoe dan ook, de tweede rechtbank verwierp het argument van de verkrachting, en veroordeelde Sarah Balabagan op 16 september ter dood, wegens moord met voorbedachte rade.

Tegenover de protesten die tegen dat vonnis rezen eerst en vooral, veelbetekenend, van zwart gesluierde moslimvrouwen op de Filippijnen brachten de Emiraten dan, tamelijk onhandig, een propagandacampagne in het geweer. Foto’s van de vermoorde man werden verspreid een gruwelijk gezicht. Van hem werd gezegd dat hij, 85 jaar oud en impotent was en niemand had kunnen verkrachten volgens de verdediging was hij er 55. Van Sarah werd volgehouden dat zij geen zestien, maar 29 jaar oud was, of toch 27. Het betalen van bloedgeld werd afgewezen, de familie wilde de doodstraf.

Toch volgt er een derde proces. Alle partijen laten daar alle argumenten aanrukken. De Filippijnse president Fidel Ramos is bij de Emiraten tussengekomen, heeft een juridische ploeg naar Abu Dhabi gestuurd. Een internationale campagne voor Sarah is intussen ook van de grond gekomen. Het proces, dat op 9 oktober uitspraak had moeten doen, is tot eind oktober verdaagd.

Terwijl men zich wel wacht om zich te bemoeien met de rechtspraak in de Verenigde Arabische Emiraten, worden aan de kant van Sarahs verdediging wel enkele opmerkingen gemaakt. Dat verwijzingen naar de sharia, de islamitische wet, meer indruk hadden gemaakt dan het vonnis van Al-Aïn, dat op de sharia gebaseerd was. Dat de feodale aard van het politieke systeem in Abu Dhabi misschien niet voorziet in het geval van een vrouw die haar hand opheft tegen een man, en wellicht nog minder in dat van een arm meisje van zestien, een vreemdelinge dan nog, gelovig of niet, tegen haar rijke patroon. Dat het uiteindelijk sterk op een familiekwestie lijkt, die in familiekring zal moeten opgelost worden.

Zaterdag bleek de doodstraf voor Sarah dan toch opgeheven te zijn, ongetwijfeld onder invloed van de internationale campagne. Het wachten is nu op de gevangenisstraf die eind oktober moet worden uitgesproken.

S.V.E.

Sarah Balabagan, zestien jaar of negenentwintig ?

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content