Dirk Draulans

Vrouwen moeten nog altijd een speciaal karakter hebben wanneer ze het in de akademische wereld willen waarmaken.

TOEN ZE VORIGE week samen met twee Amerikaanse mannen de Nobelprijs voor geneeskunde kreeg, zei de Duitse onderzoekster Christiane Nüsslein-Volhard dat ze, om de akademische top te bereiken, veel harder had moeten werken dan mannelijke kollega’s van haar niveau. Niet toevallig is haar vakdomein de genetika een relatief nieuwe discipline. Ook ons land bezit, met de professoren Inge Liebaers van de VU Brussel en Christine Van Broeckhoven van de Universiteit Antwerpen, vrouwen aan de top in het erfelijkheidsonderzoek.

Vlaamse vrouwen bereiken nog altijd maar moeizaam de hoogste sporten van de akademische ladder. Pas onlangs werd de eerste vrouwelijke rektor benoemd, kregen we de eerste vrouwelijke hoogleraar in de gynekologie toch een discipline die voor vrouwen gemaakt lijkt en behaalde de eerste vrouw aan de KU Leuven een doctoraat in de teologie.

De KU Leuven blinkt overigens niet uit in een vrouwvriendelijke, zelfs niet in een geslachtsneutrale, benoemingspolitiek. Dat moet worden afgeleid uit het wedervaren van doctor Griet Reydams-Schils, die de universiteit van Notre Dame in de Verenigde Staten onlangs uit een honderdtal kandidaten selekteerde als assistent-hoogleraar.

Reydams-Schils begon haar akademische loopbaan aan het Hoger Instituut voor Wijsbegeerte (HIW) van de KU Leuven. Ze studeerde af met magna cum laude, maar kreeg toch niet de kans om een doctoraatsonderzoek te beginnen. De belangrijkste motivering van voorzitter Carlos Steel van het HIW : “Er zijn zelfs niet genoeg jobs voor onze jongens. Om nu nog aan een wetenschappelijk projekt mee te werken, moet je echt uitzonderlijk goed zijn. “

Wat Steel niet belette om voor zijn projekt “Filozofie van de Oudheid” een team te vormen van drie mannen, van wie er twee afgestudeerd waren met grote onderscheiding en een met onderscheiding. Graden die niet als “uitzonderlijk goed” kwalificeren, zoals van de vrouwelijke kandidaat werd geëist. De drie studeerden overigens af in de richting klassieke filologie, waarin vrouwen 40 procent van de beste resultaten (grootste en grote onderscheiding) leveren. Veel mannen blijken daar dus niet “slimmer” dan vrouwen. Maar ze worden blijkbaar wel gemakkelijker benoemd.

BELEDIGEND.

Reydams-Schils liet het daar niet bij, en dook in de cijfers. Tussen 1985 en 1995 werden er op het HIW 54 doctoraten afgelegd, waarvan twee (minder dan 4 procent) door een vrouw en die kwamen dan nog alle twee uit het buitenland. Toch studeren er elk jaar vrouwen af aan het HIW. De prestigieuze Kardinaal Mercier-lezingen die het HIW geregeld organizeert, werden overigens nog nooit door een vrouw gegeven.

Reydams-Schils is koppig. Ze behaalde in 1994 een doctoraat in de VS, aan de gerenommeerde Berkeley-universiteit van California, en stelde haar kandidatuur voor een postdoctoraal mandaat aan het HIW. Steel schreef haar op 19 april 1995 dat hij haar kandidatuur alleen zou steunen als zij haar “virulente en beledigende” kritiek op het benoemingsbeleid van het HIW zou terugtrekken. Als verklaring voor het feit dat er op zijn projekten geen vrouwen worden benoemd, gaf hij “het gebrek aan vrouwelijke kandidaten voor dit type van onderzoek. “

Uiteraard greep Reydams-Schils ook naast dit postdoctoraal mandaat. Op 28 juli 1995 meldde voorzitter Yvan Bruynseraede van de onderzoeksraad van de KU Leuven haar dat schriftelijk. Als belangrijkste reden stipte hij het beperkt aantal publikaties in internationale tijdschriften aan. De brief was geadresseerd aan Dr. Griet Reydams-Schils. De aanspreking luidde : “Geachte Heer”. Een grapje ?

Dirk Draulans

Nobelprijswinnares Christiane Nüsslein-Volhard : vrouwen die willen doctoreren, moeten uitzonderlijk goed zijn. Mannen niet.

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content