Dirk Draulans

Almaar meer mensen zoeken de natuur op voor hun ontspanning en zetten die natuur daarbij onder zeer zware druk. “De toerist zoekt naar wat hij zelf uitsluit : de pure rust. “

DE BELGISCHE KUST is een van de lelijkste ter wereld. Niets anders dan beton en aangevoerd zand. Dat was niet altijd zo. Restanten van duinen en natuurgebiedjes bewijzen dat het er bij ons ooit moet hebben uitgezien als de mooiste stukken Nederlandse kust nu : pure natuur. Maar zelfs het Zwin, dat toch gepromoot wordt als het pareltje van onze kust, is inmiddels ontaard tot een pretpark waarin meer mensen lopen dan meeuwen vliegen.

In Vlaanderen wordt ongeveer 1,2 procent van de oppervlakte ingenomen door strukturen ten behoeve van rekreatie en toerisme. Volgens een recent rapport van de Bond Beter Leefmilieu (BBL) loopt dat langs de kust op tot liefst 57,5 procent. Van de oorspronkelijke 5.000 hektaren duinen verdween bijna de helft definitief. De rest ligt er dikwijls belabberd bij.

In het rapport van de BBL stelt professor Myriam Jansen-Verbeke van de afdeling Sociale en Ekonomische Geografie van de KU Leuven, dat dit ruimtelijk wanbeleid een zware hypoteek legt op de toeristische toekomst van onze kust : “Op langere termijn mag onze kust haar internationale positie kompleet vergeten. Het is veel aantrekkelijker geworden om naar de Nederlandse of de Noordfranse kust te gaan, want daar zijn nog duinen, en werd niet alles volgestort met beton. De Belgische kust is geen internationale trekpleister meer. Ze zal het in de toekomst vooral moeten hebben van de Belgen die er voor een dag of een weekeinde op uit trekken. “

KALMTHOUTSE HEIDE.

Helaas blijft deze katastrofe niet beperkt tot de kuststreek. Om een of andere reden associeert een toerist of een burger die ontspanning wil , het platteland, de buiten vooral met “bos”. Het bos dus als tegenhanger van de stad. Landbouwgebieden komen daar blijkbaar niet voor in aanmerking. Dat schept een probleem, want in Vlaanderen beslaan landbouwgebieden 72 procent van de oppervlakte, bosgebieden daarentegen maar 8 procent. Die 8 procent bos geraken dus onder almaar zwaardere druk van dagjesmensen, en van toeristische infrastruktuur die het de mensen mogelijk moet maken om eens in een bos te verblijven.

Op een zomerse dag ziet de geïnteresseerde natuurliefhebber in een gebied als de Kalmthoutse Heide alleen mensen en honden. Geen wild te bespeuren. In de bossen van Mol wedijveren wandelaars, fietsers, motorrijders, paardenliefhebbers en autobestuurders om het recht van de “rust” te kunnen genieten. In het Zoniënwoud lopen joggers elkaar voor de voeten.

Professor Jansen-Verbeke geeft in het BBL-verslag het voorbeeld van de gemeente Kasterlee in de Kempen : “De toeristen werden daar aangetrokken door de bossen. Maar iedere keer als er een nieuw hotel bijkwam, of ten behoeve van uitbreidingen, gingen er stukken bos tegen de vlakte. Op de duur is er alleen nog een provinciaal domein overgebleven met een paar wandelpaden, en is er van het oorspronkelijke kernprodukt nauwelijks nog iets te vinden. En dan vragen ze zich af waarom die hotels geen commerciële bezettingsgraad meer halen. Ze trekken mensen aan voor een bepaald toeristisch produkt, en tegelijk ondermijnen ze dat produkt door een ongekontroleerde uitbreiding van akkommodatie. Ik denk dat we hard moeten werken aan het kweken van het besef dat groen en open ruimte heel belangrijk zijn. “

Niet alleen de kust en de bossen worden geteisterd door een stroom toeristen. Er bestaat in Vlaanderen omzeggens geen wateroppervlak van betekenis meer, dat niet werd ingeschakeld voor een of andere vorm van aktieve rekreatie : surfen, zeilen, roeien, vissen. Het aantal motor- en zeilboten dat in ons land wordt verkocht, stijgt snel. Daaraan gekoppeld worden op almaar meer plaatsen langs meren en kanalen jachthaventjes en andere uitbatingen gebouwd. Vele “natuurtoeristen” kunnen ook in de natuur niet zonder logistiek.

Iedereen verwacht dat de trend in de richting van aktieve vakanties in een natuurlijk kader zich de komende jaren zal doorzetten. Veel toeristen beschouwen natuurbeleving ondertussen als een essentieel aspekt van een geslaagde vakantie. Zelfs aan onze kust is het doorgedrongen dat de toerist van vandaag iets anders wil dan lui aan het strand liggen en een putje scheppen in het zand. Er wordt gewerkt aan aktieve vakanties, die graag als alternatief worden voorgesteld.

“Nu het toerisme almaar meer in de greep is geraakt van imitatie en het afleggen van grote afstanden, willen steeds minder mensen betiteld worden als een massatoerist, ” zegt beleidsmedewerker Rik De Baere van de BBL. “Sommigen gaan dan ook voortdurend op zoek naar nieuwe bestemmingen, naar exclusieve plaatsen, naar nog niet ontdekte oorden. Het gedrag van toeristen en rekreanten wordt voortdurend verscheidener. De toerist wil meer afwisseling. “

MOTORCROSSERS.

Het is evident dat deze drang naar afwisseling tot konflikten leidt. Toeristen of rekreanten vullen hun verblijf in de natuur namelijk niet allemaal op dezelfde manier in. Dat zorgt almaar meer voor ruzies, tussen hengelaars en motorbootbestuurders, fietsers en automobilisten, wandelaars en motorcrossers. Dikwijls geeft de faktor geluid daar aanleiding toe. Het is niet leuk om rustig in de natuur te wandelen als daar plotseling een motor voorbij scheurt.

Maar vooral belangrijk zijn konflikten tussen toeristen en de natuur. Onlangs schreef Margit Warmink in het tijdschrift Natuur en Milieu : “Het feest van de vakantie dreigt uit de hand te lopen, omdat de toerist juist op zoek is naar datgene wat zijn massale aanwezigheid per definitie uitsluit : rust en ongerepte natuur. Waar wagonladingen mensen de stilte en de natuur opzoeken, is het snel gedaan met de stilte, en op langere termijn ook met de natuur. “

Langs de wegeltjes van Vlaanderen staat bijna geen boom meer, waar geen aanduiding voor een fiets- of wandelroute op geklad is. Vooral in het binnenland wordt er gezocht naar manieren om natuur en rekreatie te verzoenen. Her en der duiken in het landschap tema- en vakantieparken op. Voor het fameuze Sun-Parks in Mol sneuvelde heel wat bos. Op een waterplas waar vroeger watervogels verbleven, dobberen nu bootjes. Een reigerkolonie in de buurt vertrok.

Iedereen hanteert naar eigen smaak zijn persoonlijke definitie van wat als natuur kan worden beschouwd. Sommigen zien er geen graten in dat een “lelijk bos” wordt gekapt om plaats te maken voor “mooie natuur”, zoals een grasveld met een vijvertje omzoomd door exotische sierbomen. Daar komt dan dikwijls een, al dan niet legaal gebouwd, weekendverblijf bij. In het biezonder de golfsektor valt op door haar eigenzinnige invulling van het begrip natuur. Ze beschouwt een golvend grasveld als natuurlijker dan de duinen of de bossen die voor het gras moesten verdwijnen. Over de infrastruktuur die het vereist om de golfers goed te ontvangen, wordt gewoonlijk in alle talen gezwegen.

In Vlaanderen bestaat tussen de milieubeweging en de toeristische sektor bijna geen gestruktureerd overleg over de complexe relatie tussen natuur en toerisme. “Vlaanderen als vakantieland heeft alles te winnen bij het tot een duurzaam geheel samen smeden van toerisme en milieu, ” vindt de BBL. “Al was het maar omdat zo de stellingenoorlogen over illegale weekendverblijven en de onverantwoorde inplanting van golfterreinen, in een ruimer perspektief dan dat van de kille konfrontatie kunnen worden gesitueerd. “

Onlangs waarschuwde Alfons Mouling van het Vlaams Kommissariaat-Generaal voor Toerisme (VKGT) de milieubeweging nog om “geen initiatieven te nemen zonder overleg met de toeristische sektor. ” De BBL reageert daar nogal kregelig op : “Hoewel de toeristische sektor al sinds jaar en dag niet anders doet dan initiatieven nemen zonder overleg met de milieubeweging vandaar de vele aanvaringen tussen beide partijen heeft de leiding van het Vlaams Kommissariaat-Generaal daarover nooit een vermanend woord laten horen, laat staan dat er al geijverd zou zijn om de milieubeweging daadwerkelijk te betrekken bij de initiatieven van die toeristische sektor. “

TWEESPORENBELEID.

De BBL beklaagt zich erover dat hij, als gevolg van het ontbreken van een consensus met de toerisme-sektor, nog al te vaak vanuit het defensief moet optreden. En zich te veel moet inspannen om te redden wat er nog te redden valt. De BBL heeft het over een “zwalpend tweesporenbeleid” van de overheid, dat “rampzalige resultaten” oplevert. Het beste voorbeeld daarvan is uiteraard het omstreden Fenix-projekt in Limburg, dat, volgens de BBL, “zowat alle ingrediënten bevat van hoe een toeristisch en rekreatief beleid nu juist niet moet. “

Het Fenix-projekt wil per jaar tussen de 7,5 en 20 miljoen bezoekers lokken naar een megalomaan rekreatie- en pretpark op de vroegere mijnterreinen van Waterschei. Een projekt verkocht als kaderend in een streven naar een “sterker en groener Limburg”. Dat veel “echte” natuur verloren gaat, blijkt niet van belang. Dat een enorme verkeerschaos dreigt, evenmin. Het verkeer is trouwens in alle projekten van landelijk toerisme een heet hangijzer, want vele natuurliefhebbers trekken met hun wagen de natuur in.

Een aantal deskundigen laat zich sceptisch uit over de kans dat er bruggen kunnen komen tussen de milieubeweging en de toeristische sektor. Ze vrezen veeleer dat de kloof nog groeit tussen enerzijds natuur en milieu, en anderzijds rekreatie en toerisme. Ze verwijten de natuurbeschermingsverenigingen dat ze niet bereid zijn tot samenwerking. De toeristische sektor krijgt het verwijt dat ze de ekonomische belangen te veel laat primeren. Zowel konsument als producent van “toeristische produkten” zouden te weinig milieubewust zijn.

Sommige deskundigen voorspellen dat toerisme en rekreatie afstevenen op een dubbel stelsel, met aan de ene kant een netwerk van sterk verstedelijkte, kapitaal- en energie-intensieve projekten, die op almaar meer kritiek zullen stoten. Nadat in de jaren tachtig het milieuprobleem werd aangepakt in de wereld van arbeid en produktie zou nu, op het eind van de jaren negentig, het domein van de vrije tijd en de konsumptie de arena worden van tegengestelde belangen en opvattingen rond het ekologische vraagstuk.

Tegenover die intensieve projekten staat de natuurlijke rekreatie. Volgens de BBL moet die dringend de politieke steun krijgen die ze verdient. Dat behelst in eerste instantie een bescherming van natuur en landschap, en misschien zelfs een uitbreiding van het beschikbare areaal. Studies wijzen uit dat er in Vlaanderen nu al een overaanbod is aan vakantiedorpen, tropische zwembaden en aanverwante “intensieve projekten”. Er moet dringend meer aandacht en ruimte komen voor kleinschalige projekten, met nadruk op natuurgerichte rekreatie.

Het Wereldnatuurfonds (WWF) nam in Nederland enkele interessante initiatieven genomen op het gebied van duurzame ontwikkeling van de natuur, en daaraan verbonden duurzame ontwikkeling van rekreatie en toerisme. Het WWF wil daarmee tegen het einde van de eeuw liefst 2000 vierkante kilometer nieuwe natuur scheppen, waarin plaats is voor diverse types rekreatie.

In Engeland bestaan er plannen om de honderdduizenden hektaren landbouwgrond, die de komende jaren braak zullen komen te liggen, in te schakelen in projekten voor “duurzaam toerisme”. Duurzaam toerisme wordt zo gepland dat het er niet toe leidt dat het zichzelf uitschakelt, en dat het leefbaar en aangenaam blijft voor elke betrokkene.

“De ontspanningsindustrie is snel de meest lukratieve van de cash crops van de landelijke omgeving aan het worden, ” schreef de Britse milieu-specialist Fred Pearce in het wetenschappelijke vakblad New Scientist. “De vraag kan worden gesteld welke de kost zal zijn voor de omgeving. De meeste mensen beschouwen het platteland als gemeenschappelijk bezit. Maar er bestaan bijna geen regels voor het beheer van dat gemeenschappelijk bezit. “

En zijn er vergelijkbare plannen in Vlaanderen ? “Zo er in Vlaanderen al sprake is van een uitbreiding van de mogelijkheden voor rekreatie en toerisme, ” zegt de BBL wat cryptisch, “dan zitten die veeleer in het kader van het rekreatief medegebruik. ” Met andere woorden : er zijn op korte termijn in Vlaanderen geen initiatieven te verwachten die het voor “aktieve toeristen en rekreanten” beschikbare areaal beduidend zouden uitbreiden.

Dirk Draulans

Omzeggens geen enkel water in Vlaanderen wordt niet voor rekreatie gebruikt.

Golfers hanteren een heel eigenzinnige definitie van natuur.

De Belgische kust verliest haar aantrekkingskracht voor internationaal toerisme.

De trend naar aktieve rekreatie zal zich de komende jaren doorzetten.

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content