Onder de noemer Het Beste van ’t Westen verzamelen zich dit jaar op een Dranouters festivalpodium de gouwgenoten Brihang, Wannes Cappelle, Flip Kowlier en de Wimmen Opbrouck en Willaert van De Dolfijntjes. Voor u verklaard aan de hand van hun songteksten: het West-Vlaamse widder/wulder/wij-gevoel.

Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

’k Peize wel dammet hoan eirdn

Donderdagnacht, Flip Kowlier (uit De man van 31, 2007)

Flip Kowlier: Letterlijk vertaald: ik denk wel dat we het zullen aarden, verdragen. Maar eigenlijk is dat luchtig bedoeld, want datgene wat je kunt verdragen, is meestal iets wat zo rap mogelijk jouw richting uit mag komen. (lacht) Een dessertje? ’k Zoe ’t wel eirdn! Of ik zo’n all-star project als Het Beste van ’t Westen zag zitten? Absoluut. Dit soort samenwerkingen met mensen voor wie ik bewondering heb, spreekt me sowieso aan. Vorig jaar waren Boudy (Verleye, Brihang dus, nvdr.) en ik op Dranouter al bij Wannes te gast geweest. Misschien dachten de mensen van het festival: aha, nu hebben we iets gevonden! We kennen elkaar allemaal al langer en vonden het direct een tof idee. Ik voel de goesting bij iedereen. Zelf sta ik tegenwoordig sentimenteler tegenover muziek, merk ik. Ergens kunnen gaan spelen, de interactie die ermee gepaard gaat: het maakt me altijd zo blij en dankbaar.

Ik heb mijn Wevelgems verloochend om discussies te vermijden.’ Wannes Cappelle

Zeg mie oe da’t skjit

Moment, De Dolfijntjes (uit Verre rien, 2022)

Wim Opbrouck: Grappig dat we het hier over onbegrijpelijk West-Vlaams gaan hebben, want zeg mie oe da’t skjit is zelfs voor Wim Willaert Kirgizisch. Bij hem in Nieuwpoort spreken ze met de sjchù, in Harelbeke hanteren wij de skù. Ik denk dat het Harelbeeks van alle West-Vlaamse dialecten het hardvochtigst is. Zeg mie oe da’t skjit betekent: hoe zit het, makker, zeg waar het op staat! Daarbij intonerend alsof je die persoon tegen de muur wilt duwen. In de context van het nummer gaat het erom dat dit het moment is. Morgen is het voorbij, leef in het nu!

Preus lik fjirtig

Oe ist, Brihang (single, 2015)

Brihang: Preus lik fjirtig is een manier om te zeggen dat je apetrots bent. Geen idee hoe dat indertijd in die tekst is gekropen, want zelf zeg ik dat nooit zo. Ik bén nog altijd wel trots dat ik een West-Vlaming ben. Ook al hoor je het West-Vlaams uit mijn platen wegtrekken als je ze chronologisch beluistert. Niet onlogisch, want ik ging naar de middelbare school in Gent, woon nu al vijf jaar in Brussel en mijn vrouw is van Dendermonde. Zo is die tussentaal van mij ontstaan. In het begin had ik daar wel wat struggles mee, maar nu voel ik me goed bij hoe ik spreek en schrijf. Weet je, na een optreden in Gent kwam er ooit een jongen van mijn leeftijd met tranen in de ogen naar mij toe en zei: ‘Bedankt dat je dit doet.’ Hij had daar net als ik op school gezeten en had zijn West-Vlaams altijd aangepast want hij werd ermee uitgelachen. Dat ik mijn ding deed en daarvoor werd omarmd door Oost-Vlamingen, vond hij zó mooi. Trouwens, je moest eens weten hoeveel cafés in Gent worden opengehouden door West-Vlamingen. Een Gentenaar zei mij eens: ‘Al die West-Vlamingen in Gent, da’s de max, anders zou het hier gewoon Mechelen zijn.’ (lacht)

Der zit schoonheid in iets kiezigs

Rommel, Brihang (uit Casco, 2016)

Brihang:Kiezig is smerig, vies. Het wordt veel over eten gezegd, iets wat slecht smaakt. Dat woord gebruik ik wél nog, omdat het blijkbaar niet uit mijn systeem te krijgen is. (lacht) Ik geloof zelfs dat ik het mijn vrouw ook al heb horen zeggen.

Morgen hon we tope up ’t strand / Droamen van den overkant

Calais, Het Zesde Metaal (uit Calais, 2016)

Wannes Cappelle: Tope is afgeleid van te hope, op een hoop, meen ik te weten. Het betekent samen, maar dat zou ik in de dagelijkse West-Vlaamse omgang nooit gebruiken. Boudy hoor ik het wél zeggen. Het voordeel van dialect voor een songtekstschrijver is dat je er een rijk vocabularium bij krijgt. Naargelang het metrum kun je in dit geval kiezen voor tope of een synoniem als tegoare.

’t È wotta ’t è

Baby, De Dolfijntjes (uit Verre rien, 2022)

Opbrouck: Als je hetzelfde zinnetje op de plaat uit de mond van Wim Willaert hoort, klinkt het al veel mooier en zangeriger: ’t is wotta ’t is. Die harde Harelbeekse klanken uit het zuidwesten – het Texas van Vlaanderen! – zijn wel zeer muzikaal. Ik wil geen vaandeldrager van het West-Vlaams zijn, ook niet in mijn andere projecten, want dan word je al snel in een kot geduwd. Maar West-Vlaams zingt wel heel lekker, dat is thuiskomen. In die zin zijn we beïnvloed door sommige klanken die Arno gebruikte: ‘’k Èn een klintje mo ’t sjchiet verre.’ De grootmeester boven alles en iedereen is natuurlijk Willem Vermandere. In Antwerpen had je Wannes Van de Velde, in Gent Walter De Buck. Drie grote barden met baarden. Maar vooral: met goeie teksten. Dat vloeit, dat rijmt, ieder van ons is daar schatplichtig aan.

Sliern mè je zokn over tegels

#Quote, Brihang (uit Casco, 2019)

Brihang: Een beeld dat ik van mijn kindertijd meedraag: zonder schoenen een aanloop nemen en dan over de tegels – of het parket bij mijn oma – glijden als over ijs. Slieren kun je dus ook van een slierbaan doen. (lacht) Mooi, hé. Slieren als een slee, je kunt er ook mee allitereren.

Overhoap, overende, overkop, overkloatn, ongekuust

Houd mie dichte, Het Zesde Metaal (uit Skepsels, 2019)

Cappelle: Overkloatn wordt vaak gebruikt in combinatie met kop of top: kop overkloatn. Compleet overhoop of ondersteboven, zeg maar. Die term heb ik veel uit de mond van mijn moeder gehoord. (lacht) Mijn ouders zijn allebei echte Wevelgemnaren, dus die taal heb ik thuis onvervalst meegekregen. Maar door er weg te gaan is ook mijn dialect onvermijdelijk veranderd. Als ik in Wevelgem speel, zing ik in Naar de wuppe niet ‘doe mo voart’ maar ‘doe moar voars’. En wuppe was in de eerste versie eigenlijk wippe, omdat ze dat in Wevelgem zo zeggen. Maar toen bleek dat men op de meeste andere plekken naar de wuppe kent, heb ik mijn Wevelgems verloochend om discussies te vermijden. (lacht) Het woord stamt af van de wipgalg, ook wel schopstoel genoemd, een middeleeuwse manier om iemand terecht te stellen. Jaja, ik zoek die dingen af en toe eens op.

Dit wil ik toch gezegd hebben: niet alle West-Vlaams is plat of vulgair. Het klinkt alleen maar zo.’ Flip Kowlier

Hiv mo buzze

Geofrey, De Dolfijntjes (uit Dolfijntjes, 2008)

Opbrouck: Universeel West-Vlaams voor met volle kracht ertegenaan gaan. Ik pluk graag uit die typische algemeenheden als ik teksten schrijf. Zalig, zeker voor de muziek van De Dolfijntjes, die naar het prettig gestoorde overhelt. In dit nummer zing ik ook: ‘Oj nie moe zit, kap nen boam.’ Dat heb ik dan weer zelf uitgevonden. Grappig genoeg begint het wel een staande uitdrukking te worden. Je zegt het tegen iemand die met zijn energie of frustratie geen blijf weet. Nog niet moe of gekalmeerd? Hak een boom om. Niet zo ecologisch, wel een machtig beeld. Ik zag het direct voor me nadat ik de film Höhenfeuer had gezien, over een jongetje in de Alpen dat een muur moest stapelen om zijn driften te temperen.

He zit ol hjil de nacht ip tjool

Vannacht, Flip Kowlier (uit In de fik, 2004)

Kowlier: Ip tjool zin, kortweg tjolen, is doelloos ronddwalen. Ip de tjoal zin is nog negatiever, dan ben je op de sukkel, heb je financiële of medische problemen. Willem Vermandere zei ooit tegen mij: (neemt het juiste accent aan) ‘Muzikanten, dat zijn tjoolderrrs. ’ We speelden die dag samen – hoe toepasselijk – in De Zwerver in Leffinge in de periode dat er veel over een statuut voor ons te doen was. Willem vond dat onnozel. ‘Ne muzikant heeft niks of niemand nodig.’ Hij gebruikt tjooler als een geuzennaam. In De troubadours, het nummer dat ik met Tourist LeMC heb geschreven, gebruik ik het ook: ‘We zin zwervers ip den dool / Hjile nacht’n an et tjooln.’ Het land doorkruisen met ons instrument, dat is wat we doen.

Woar dien’ ze voarn, die letterwoorden / Met even letter zin

Toe nu maar, Het Zesde Metaal (uit Nie voe kinders, 2014)

Cappelle: Een dubbele betekenis die aan niet-West-Vlamingen waarschijnlijk verloren gaat, maar die ik niet kon laten liggen. Want letter is ook synoniem voor weinig. Ken je die mop van iemand die een brief moest gaan posten? Hij kwam er terug mee thuis en men vroeg: ‘Waarom heb je die nu niet op de bus gedaan?’ ‘Omdat erop stond: “Ferme gesloten voor lettres brieven.”’ (lacht) Normaal zou ik het woord weinig gebruiken, maar hier kon ik er een woordspel mee maken.

De coiffeur is mè zin oar

Bom bin, Flip Kowlier (uit In de fik, 2004)

Kowlier: ‘De kapper is naar de kapper’, waar sláát dat op? (lacht) Maar ‘met zijn haar’ zijn betekent: dood zijn. Ik weet niet of dat tegenwoordig nog zo wordt gezegd, want het is wat oneerbiedig, volks. Of misschien denk ik dat alleen maar omdat ik zelf geen haar meer heb. (lacht) Gisteren was ik nog een raptekst aan het schrijven en dacht ik van sommige woorden: deze zou ik twintig jaar geleden niet gebruikt hebben. Maar in feite heb ik alle dichterlijke vrijheid om géén dan wel een hárd dialect te kiezen, zelfs al gebruik ik een bepaalde term al lang niet meer. Zoals lik de bjisten(in Welgemeende, nvdr.). Misschien was dat wel de jongerentaal van tóén. Tja, taal evolueert, bij iedereen. Vroeger kwam men mij soms op de vingers tikken: ‘Jamaar, dat is geen echt West-Vlaams.’ Maar het valt op dat dat al lang geleden is. Trouwens, dat wil ik toch gezegd hebben: niet alle West-Vlaams is plat of vulgair. Het klinkt alleen maar zo. (lacht)

H’it de brugn ipgebloazn / He kunt ’t zelfste doen mè minne zak

Ik haat u nie, Het Zesde Metaal (uit Akkatemets, 2008)

Cappelle: Ik weet niet of ‘je kunt mijn zak opblazen’ ook buiten de provincie bekend is, maar wacht, ik zoek het even op. O ja, blijkbaar wel. Tot in Nederland zelfs. Je kunt me sjak opblaaze! (lacht)

Het Beste van ’t Westen

Op zaterdag 6/8 op de Mainstage van Festival Dranouter.

Wien is wien?

Brihang Echte naam: Boudy Verleye. Poëtische rapper uit Knokke-Heist die via Gent in Schaarbeek is neergestreken. Bekend van de singles Steentje en Rommel en presenteerwerk op StuBru.

Flip Kowlier Izegemnaar en een van de aartsvaders van de West-Vlaamse hiphop dankzij ’t Hof van Commerce. Inmiddels al langer een joviale singer-songwriter met evergreens als Min moaten, Mo ba nin en Welgemeende op zijn hoed.

Wannes Cappelle De Wevelgemse connectie en tevens de man vooraan bij Het Zesde Metaal. U kunt of kon hem ook aantreffen in het theater, op televisie in de serie Bevergem en als vertolker van Schubert-liederen.

Wim Opbrouck Acteur, regisseur, zanger, muzikant, auteur en presentator uit Harelbeke, maar woonachtig te Bavikhove. Viert dit jaar de dertigste verjaardag van zijn groep De Dolfijntjes, waarin ook acteur-muzikant Wim Willaert figureert.

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content