IN afwachting dat, dit najaar, de volgende delen afgeleverd worden van “De vertellingen van duizend-en-één-nacht” en dat zullen dan de delen zeven en acht worden, apart als paperback uitgegeven of samen in één gebonden deel kan men deze zomer nog steeds het deel vijf en zes mee op vakantie nemen (ook weer : gedeeld in paperback om samen te lezen, verenigd in een gebonden deel voor wie alleen gaat). Zoals bekend moeten drie en vier, die samen een roman vormen, later verschijnen. Er zijn vijf redenen te bedenken om een deel van deze Duizend-en-één-nacht mee op vakantie te nemen.

Ten eerste omdat men van sprookjes houdt, en daarvan is dit een woeste, baldadige, kleurrijke en uiterst gevarieerde verzameling, waarin sommige elementen de noordelijke lezer bekend zullen voorkomen, maar de overgrote meerderheid niet, en waarin, vooral, het licht zo totaal anders is dan in onze sprookjes van Grimm of van moeder de Gans (donkergroen met veel schaduw en donker woud erin) : in dit mytische Oosten baadt de dag in gouden zonlicht, en schitteren’s nachts de maan en de sterren aan de donkerblauwe hemel.

Ten tweede omdat men de eerste afleveringen ook al gelezen heeft, en de smaak te pakken heeft.

ZUIVER.

Ten derde omdat de Nederlandse vertaling van Richard van Leeuwen zo zuiver van taal is en zo nauwkeurig van toon dat men er zonder aarzelen alle andere, eerdere, versies (die op zich ook wel hun pluspunten zullen hebben) voor kan laten liggen.

Ten vierde omdat de sprookjesverzameling, ook al werd ze niet ernstig genomen in de akademische wereld van de “serieuze” literatuur, een bijna alomvattend beeld geeft van de verbeeldingswereld in de islamitische landen op een moment dat de vernederingen van het kolonialisme die nog niet noemenswaardig aangetast hadden en dat is een wereld die in een tijd van xenofobie en religieus extremisme niet genoeg kan gepropageerd worden.

Ten vijfde omdat ik geen enkel ander boek ken dat zo geschikt is als reisgezel voor een vakantie, geschreven als het is in een volmaakt rustgevende vorm en dat tegelijk tot zo weinig verplicht : net als de gelukkige koning kan men, op het einde van een nacht, afhaken en wat anders gaan doen, zonder dat het boek zal protesteren.

Sus van Elzen

“De vertellingen van duizend-en-één-nacht”, deel 5/6, vertaling Richard van Leeuwen, uitgeverij Bulaaq, Amsterdam / Kritak, Leuven (voor de paperback-uitgave), geb. 512 blz., 1900 fr., gen. 798 fr per deel.

Illustratie van Jean-Paul Franssens

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content