Spijtig van de peiling

© National
Hier staat ingevoegde content uit een social media netwerk dat cookies wil schrijven of uitlezen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Is Sammy Mahdi een goeie marketeer? Naar CD&V-normen misschien wel. Het is te zeggen, dat gevoel leeft in alle geval in de partij zelf. Het was het eerste wat minister Annelies Verlinden dit weekend zei in haar reactie op het vertrek van haar voorzitter, Joachim Coens: Sammy is een goede kandidaat voor de opvolging van Coens, want hij is ‘een scherpe communicator’. Waarna ze nog iets vaags toevoegde over verantwoordelijkheid nemen, een uitdaging aangaan en de heropstanding van de partij.

Vooral dat laatste wordt een dingetje. In de jongste peiling scoren de christendemocraten historisch slecht: onder de tien procent, en slechter dan extreemlinks. Die vergelijking met de PVDA, zeggen experten, houdt geen rekening met de foutenmarge van zo’n peiling. Waarna diezelfde experten, samen met de rest van de wereld, die nuance prompt terzijde schuiven. Het beeld is gezet, de vergelijking met extreemlinks blijft plakken. Want slechter scoren dan de communisten: in Vlaanderen moet je daar echt je best voor doen.

Sinds eind vorige week doen de christendemocraten hun best om de schijn op te houden. Er is helemaal geen coup gepleegd binnen CD&V, het is allemaal het gevolg van een slechte peiling. Dat verhaal blijft overeind omdat werkelijk alle betrokkenen er belang bij hebben. In de eerste plaats Mahdi zelf. Met alle aandacht voor de slechte score heeft niemand oog gehad voor de dolk die hij in de rug van Coens heeft geplant, ook al stak die dolk er pontificaal in. Om het met een andere metafoor te zeggen: de kogel kwam van rechts. Om precies te zijn: van centrumrechts. Als staatssecretaris van Asiel en Migratie voert Mahdi, net zoals zijn voorgangers Maggie De Block (Open VLD) en Theo Francken (N-VA), een rechten- en plichtenbeleid, met vooral veel misbaar over de plichten. Als de kandidaat-voorzitter de CD&V vandaag een sprankeltje hoop geeft, dan vooral vanwege die flinke positionering in het migratiedebat.

De kogel voor Coens kwam van rechts. Om precies te zijn: van centrumrechts

De enquête die de voorzitter van het paard bliksemde, is ook een verhaaltje dat de rest van de partijtop goed uitkomt, en wel om dezelfde reden: spijtig van de peiling, ocharme onze voorzitter, waar is dat water om onze handen in onschuld te wassen? En Coens zelf? Ook hij vond het uiteindelijk nog niet de slechtste exit. Vrijdagavond trok hij zelf resoluut de kaart van de slechte marketing: ‘Het is nu aan iemand die goed kan communiceren.’ Alleen zijn zoon Felix zei in een open brief waar het op stond. Hij deed zijn beklag over mensen die al meer dan tien jaar ‘op de hoogste posten’ blijven zitten in een partij die al jaren achteruitgaat. Hallo Hilde Crevits? Wouter Beke?

Ondanks al het gecommuniceer over de communicatie ging diezelfde Crevits dan toch iets dieper in de analyse. Maandagochtend kon je de Vlaamse minister van Economie op de radio horen zeggen dat het probleem van CD&V ‘veel fundamenteler’ is dan de voorzitter. Dat is zonder enige twijfel correct, en dat zal Mahdi snel merken. Mocht hij nog niet helemaal up to speed zijn met die problemen, dan kan hij er de memoires van CVP-boegbeeld Jean-Luc Dehaene op naslaan. De ex-premier somde er een aantal redenen voor het betonrot in de politiek op. Hij had het over het autoriteitsverlies van de politicus, over ontvoogde burgers die afkerig zijn van ‘permanente bindingen’, de snelheid van sociale media, en over de verlokkingen van de directe democratie die ‘tot anarchie leidt’ en zelfs tot ‘autoritair leiderschap’.

Het zijn allemaal redenen die, inderdaad, suggereren dat het voor een CD&V-voorzitter van vandaag van levensbelang is om ‘een scherpe communicator’ te zijn. Maar dat zal niet volstaan. In dit landschap zal een machtspartij van het centrum altijd klappen krijgen, zeker als die macht elke verkiezing opnieuw wegslinkt. De aantrekkingskracht van het midden, hoe moedig ook, is namelijk zeer beperkt. Het is de reden waarom Dehaene tien jaar geleden al krek dezelfde vragen stelde als Coens, Mahdi of Verlinden vandaag: waar is de maïzena? Burgerdemocratie kan toch geen brute optelsom van losse individuen zijn? Zelfs Dehaene, die doorgaans rechtuit, en soms brutaal, met de pers communiceerde, werd er in zijn epiloog een beetje wollig van: ‘hoe kan “ik” opnieuw meer “wij” worden?’ Voor Mahdi wordt die vraag een joekel van een uitdaging. Hij kan beginnen in zijn eigen partij.

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content