‘Soms voel ook ik het staartje van mijn ziel kwispelen’

BART VAN LOO: ‘De zinnen van Timmermans ademen grond, licht en lucht en vallen samen met een ongerept, verdwenen Vlaanderen.’ © DIEGO FRANSSENS
Jeroen de Preter
Jeroen de Preter Redacteur Knack

In de herfst van zijn leven schreef Felix Timmermans met Boerenpsalm zijn meest aangrijpende roman. Naar aanleiding van de bijzonder fraaie heruitgave gingen we op wandel met collega-schrijver, Kempenzoon en Timmermansvriend Bart Van Loo. ‘We hebben vandaag niks hogers dat ons verbindt. En hier staan we nu.’

Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Een prachtige lentemiddag aan de Kruiskensberg, pal in het hart van de Antwerpse Kempen. Bij dit gewezen bedevaartsoord, vandaag de toegangspoort tot een wondermooi natuurgebied, ontmoeten we Bart Van Loo, eminent francofiel, sinds tien jaar inwoner van West-Vlaanderen, maar Kempenzoon voor het leven. ‘Van hier kun je te voet naar mijn ouderlijk huis in Bouwel’, vertelt Van Loo. ‘Hier liggen mijn wortels.’

De plek van afspraak hebben we niet zomaar gekozen. Het door de Nete doorkliefde landschap bij de Kruiskensberg vormt ook het decor van Boerenpsalm, een roman uit 1935 die, aldus Van Loo in de inleiding bij de recente heruitgave, ‘qua spankracht, existentiële lading, verrassende beeldspraak, zintuiglijke gewaarwording en pure zeggingskracht tot de mooiste van de Nederlandse letteren behoort’.

Ons vertrekpunt, de Kruiskensberg, herinnert meteen aan de meest tragische passage uit die roman.

Boerenpsalm is de monoloog van Wortel, een arme boer. Al vroeg in de roman wordt zijn harde bestaan verzacht door de geboorte van Polleken, een kind waar hij zielsveel van houdt en dat de anders zo ruwe boer zo sterk kan ontroeren dat hij soms eens goed moet vloeken ‘om weer vent te kunnen zijn’.

Maar dan komt de winter. Polleken, nog geen twee jaar, wordt ziek. Om het kind te genezen krijgt Wortel de raad om spoorslags geneeskrachtig water te halen uit de putten van de Kruiskensberg. Helaas. Wanneer Wortel thuiskomt, is zijn jongetje al overleden. Het hierna beschreven verdriet gaat door merg en been. ‘’t Ligt ginder opgesloten in de grond,’ mijmert de rouwende vader, ‘en toch verwacht ge het ieder ogenblik en rekt ge uw oor naar zijn lach en zijn geroep. ’t Is zeven uur, nu ging het slapen, denkt ge, ’t is vier uur, nu vroeg het een boterham met siroop. De hond zoekt ernaar. Hij snuffelt eens aan de schoentjes, beziet ons, beziet terug de schoentjes en gaat naar buiten eens zien naar ons Polleken.’

Geen enkele boer heeft ooit gesproken als Wortel, en toch geloof je dat er in Boerenpsalm een echte boer aan het woord is.

Op dieet

Eenvoudig, bijna uitgebeend proza is dit. Maar wel bijzonder effectief. ‘Daarom hou ik meer van Boerenpsalm dan van dat spekbuikige, van levenslust bruisende Pallieter’, zegt Van Loo. ‘ Pallieter is het boek waarmee hij altijd vereenzelvigd wordt en waarmee hij zelfs in het Van Dale-woordenboek is opgenomen. In Boerenpsalm is zijn taal op dieet. Dat was in zijn tijd trouwens groot nieuws. Timmermans was beroemd geworden met zijn sappige, soms overdreven beeldrijke taal. Hij heeft daar, niet altijd ten onrechte, veel kritiek op gekregen. Maar met Boerenpsalm had hij zich herpakt, zonder zijn eigen, unieke stijl te verloochenen.’

BART VAN LOO: ‘Het is helemaal niet zo dat Timmermans het boerenleven idealiseert.’
BART VAN LOO: ‘Het is helemaal niet zo dat Timmermans het boerenleven idealiseert.’ © DIEGO FRANSSENS

Wat die stijl zo uniek maakt? ‘Zijn zinnen ademen grond, lucht en licht, en vallen organisch samen met een ongerept, verdwenen Vlaanderen’, zegt Van Loo. ‘Ze verschijnen vandaag als een medicijn – tot het einde van de roman uitnemen – dat ons wat broodnodige aarding bezorgt. Weet je, eigenlijk kun je nog het best over Timmermans spreken door hem te citeren.’ Struinend over het jaagpad naast de Nete voegt hij meteen de daad bij het woord. ‘Neem, in het eerste hoofdstuk van Boerenpsalm, Wortels herinneringen aan zijn vader. “Onze vader was krom gewerkt als een vraagteken”, vertelt Wortel. “Toen ze hem kistten zat hij ofwel recht in zijn kist of staken zijn benen in de lucht. Ze hebben hem moeten kraken, tenminste ik heb hem gekraakt. De anderen hadden schrik.” Niet veel later vertelt Wortel over zijn eerste ontmoeting met zijn vrouw Fien. “Ze blonk als een droge ajuin.” Zo kan ik nog wel een uurtje doorgaan. Ergens in het boek zegt Wortel dat hij de Heer aanbidt ‘tot in het staartje van mijn ziel’. Dat is Timmermans ten voeten uit. Hij schrijft over de ziel, iets onaanraakbaars, maar door het een staartje te geven, kun je het vastpakken.’

Academisch is de taal van Timmermans allerminst. ‘Hij was geen goeie leerling en is maar tot zijn veertiende naar school geweest’, vertelt Van Loo. ‘Bovendien groeide hij op in een tijd waarin er simpelweg geen Standaardnederlands bestond. Hij had niet, zoals aspirant- schrijvers van onze generatie, grote voorbeelden aan wier taal hij zich kon spiegelen. Dat maakt dat hij zijn taal voor een groot deel moest verzinnen. Dat vind ik een interessant gegeven. Wij hebben sinds 1935 veel intellectuele vooruitgang gemaakt. De Vlaming is beter gaan schrijven en is hoger opgeleid. Maar we hebben zo ook filters ontwikkeld. Academici – het kruim van de samenleving – worden vaak opgeleid om artikels te schrijven die niemand wil lezen. Dat staat haaks op Timmermans, die uit onwetendheid een eigen taaluniversum creëerde. Zonder schaamte, en met veel humor. Timmermans heeft van zijn zwakte zijn sterkte gemaakt. Het gebrek aan standaard of opleiding gaf hem vrijheid. Zijn taal is een soort zelfverzonnen Vlaams, dat wonderlijk genoeg nog altijd makkelijk is te verstaan. Wat ik aan die taal nog het mooiste vind, is de volstrekte geloofwaardigheid. Geen enkele boer heeft ooit gesproken als Wortel, en toch geloof je dat er in Boerenpsalm een echte boer aan het woord is. Daarbij zal het zeker geholpen hebben dat Timmermans zich graag onder de boeren mengde. Dan praatte hij met hen over de patatten. Of over het weer. Dat herken ik nog bij mijn vader, een hovenier en een moestuinier. Het weer is van ’s ochtends tot ’s avonds onderwerp van gesprek. Als mijn vader me belt, zal het nog altijd zijn eerste vraag zijn. “Heeft het al geregend, daar in West-Vlaanderen?”’

‘Beiregoed’

Van Loo keerde de Kempen de rug toe toen hij, 18 jaar, Romaanse filologie ging studeren in Antwerpen. ‘Toen ik in Antwerpen woonde en er mijn weg begon te vinden, dacht ik: er is geen leven mogelijk buiten Antwerpen. Maar toen kwam ik een Française tegen, mijn latere vrouw. Ze werkte en werkt nog altijd in Rijsel. Bij wijze van compromis zijn we tien jaar geleden in Moorsele gaan wonen, in West-Vlaanderen. Ik woon er graag. Maar mijn wortels liggen elders. Dat “ontworteld” zijn vind ik niet erg. Het doet je beseffen dat je wortels hebt. Maar soms loop ik door Moorsele en denk ik, in een flits: wat doe ik hier? “Ik ben niet van hier.” Mijn achtjarige dochter spreekt met een West-Vlaamse tongval. Dat is volstrekt normaal, natuurlijk, maar voor mij is het raar. “Beiregoed”, zegt ze de hele tijd. Het is alsof er een alien in huis woont. ( lacht) Mijn vrouw moet daar om lachen, maar voor een Kempenaar als ik is het heel wat, meer dan honderd kilometer verder gaan wonen. Ik denk dat het me zonder veel kleerscheuren is gelukt, al moet ik wel bekennen dat ik probeer om van onze thuis in West-Vlaanderen een stukje Kempen te maken. Even verder groeien scheuten van kriekelaars. Ik schep ze uit en herplant ze her en der, in de hoop dat er bomen van komen. Want dat mis ik nog het meest in mijn nieuwe thuis. Bomen. Als ik met mijn vrouw naar de Kempen rijd, zegt ze het al voor we zijn aangekomen: “Wanneer ga je weer over je bomen beginnen?”’

“Zo veel geld vind je niet onder de steert van een peerd”, zei Timmermans over de Rembrandtprijs. Hij had hem beter niet aanvaard.

Over geworteld zijn gaat het ook in Boerenpsalm. Timmermans noemde zijn boer niet voor niets Wortel. Boerenpsalm is in belangrijke mate een roman over de verknochtheid, de vergroeiing tussen de boer en zijn grond. In de wetenschap dat Timmermans dit boek in de jaren dertig schreef, roept dat onvermijdelijk vragen op. Paste zijn roman in de Blut und Boden– ideologie van de nazi’s? En waarom aanvaardde hij in 1942 de Rembrandtprijs, een Duitse onderscheiding die onmiskenbaar een nationaalsocialistisch doel moest dienen?

BART VAN LOO: ‘Als ik naar de Kempen rijd, zegt mijn vrouw: “Wanneer ga je weer over je bomen beginnen?”’
BART VAN LOO: ‘Als ik naar de Kempen rijd, zegt mijn vrouw: “Wanneer ga je weer over je bomen beginnen?”’ © DIEGO FRANSSENS

‘Timmermans was geen verzetsheld’, repliceert Van Loo. ‘Die Rembrandtprijs had hij beter niet aanvaard. Ik ga ervan uit dat hij is gezwicht voor het geld dat eraan vasthing. “Zoveel geld vind je niet onder de steert van een peerd”, zei Timmermans zelf daarover. Je kunt dat afkeuren, maar een Blut und Boden- auteur kan ik hem onmogelijk noemen. Dat etiket gaat helemaal voorbij aan het feit dat Boerenpsalm helemaal niet in het kraam van de nazi’s paste. Daarvoor was het boek veel te katholiek. Trouwens, toen Boerenpsalm naar het Duits werd vertaald, kwam er bezwaar van IG Farben, de Duitse chemiereus die Zyklon B heeft ontwikkeld, het gas dat werd gebruikt in de vernietigingskampen. IG Farben verzocht Timmermans’ Duitse uitgever om Wortels aversie tegen chemicaliën in de landbouw te schrappen. “Bij mij komt er nooit chimiek in huis”, zegt Wortel. “Ik wil God zijn ogen niet uitsteken. Hij geeft ons regen, dauw en mest van beesten en mensen. Natuur, geen zwelpoeders!” Op basis van die passage zou je Timmermans een ecologist kunnen noemen. Ach, het is ook helemaal niet zo dat Timmermans het boerenleven idealiseert. Wortels bestaan is er een van vallen, opstaan, en opnieuw vallen. En wat is er trouwens mis met die ondefinieerbare verknochtheid aan een echt, fictief of half verzonnen land? Die kun je wel degelijk ervaren zonder je te verliezen in de gevaarlijke psychologie van het zuivere vaderland. In mijn geval gaat het hier trouwens vooral over nostalgie naar een tijdperk of land dat ik als dusdanig nooit hebt gekend, maar dat me op een of andere manier vertrouwd voorkomt. Dat heb ik met het Parijs van Honoré de Balzac, het vlakke land van Jacques Brel, de kanalen en cafés van Georges Simenon… en dus ook met de Kempen van Timmermans.’

Gerecupereerd

Tijd voor een korte adempauze. Samen kijken we naar het landschap: uitgestrekte weiden, hier en daar een bomenrij en, als je goed kijkt, in de verte een oude hoeve. ‘Je zou kunnen denken dat dit het decor is van Boerenpsalm’, zegt Van Loo. ‘Maar dat is een beetje misleidend. Zo uitgestrekt waren de weiden toen niet. De velden waren kleiner, er waren meer bomen en hagen. Maar je kunt hier nog wel iets van die ongereptheid voelen. Hetzelfde voel ik in de taal van Timmermans – Wortel die een bepaalde karwei wil klaren “voor den eerste pijpajuin uit den grond priemt – ik voel het ook als ik mijn vader bezig zie in zijn eeuwige moestuin. Bij uitbreiding, ook bij het schrijven van De Bourgondiërs. Wroeten in de grond, en wortels blootleggen.’

Over de Bourgondiërs schreef Van Loo een boek dat op weg lijkt om de nogal onwaarschijnlijke kaap van de 300.000 exemplaren te ronden. ‘Net als de boeken van Timmermans kun je op mijn boek een vlag planten. Dat is ook gebeurd. Het boek is zowel door Vlaams-nationalisten als door belgicisten gerecupereerd. Terwijl ik het nooit zo heb bedoeld. In wezen is dat boek vanuit dezelfde nieuwsgierigheid ontstaan als mijn allereerste boek. Waar kom ik vandaan? Toen ik twaalf was heb ik een familiegeschiedenis geschreven, De geschiedenis van de familie Van Loo en vele anderen. Een tiental jaar geleden heb ik mijn notities van toen nog eens geraadpleegd voor het boek over Napoleon dat ik toen aan het schrijven was. Ik stuitte op een notie over mijn betbetovergrootvader Joseph Van Loo, in 1801 geboren in Itegem, in de Franse tijd, Département Deux-Nèthes, enkele steenworpen van hier. Om mijn 12-jarige zelf te factchecken heb ik nog eens nagevraagd bij de burgerlijke stand. “Dikke felicitaties aan de 12-jarige Bart Van Loo”, kreeg ik als antwoord. “Het klopt helemaal en als cadeau krijg je een kopie van de geboorteakte van Joseph Van Loo.” Die akte hangt vandaag boven mijn schrijftafel, naast de akte van mijn dochter Clémence. Ze is geboren in Tourcoing, net over de grens. De gedachte dat er, 213 jaar na Joseph Van Loo, opnieuw een Van Loo is met een Franstalige geboorteakte doet iets met mij. ’

BART VAN LOO: ‘Ook in het ongegeneerde vertelplezier voel ik me verbonden met Timmermans.’
BART VAN LOO: ‘Ook in het ongegeneerde vertelplezier voel ik me verbonden met Timmermans.’ © DIEGO FRANSSENS

Knecht van God

Terug naar Boerenpsalm, en een aspect van deze roman dat we nog niet hebben besproken. Van Loo gelooft dat de auteur, na vele jaren van miskenning en misprijzen, misschien wel klaar is om herontdekt te worden door een jongere generatie, misschien wel dankzij Boerenpsalm. ‘De verbondenheid met het nabije, is dat niet iets wat we vandaag allemaal heel erg zoeken?’ Daar is iets van. Maar dreigt Van Loo niet te vergeten dat de roman misschien wel in de eerste plaats bedoeld is als een ‘psalm’, een religieus lied? Kunnen we ons nog iets voorstellen bij een boer die zichzelf definieert als ‘de knecht van God’?

IG Farben verzocht Timmermans’ Duitse uitgever om Wortels aversie tegen chemicaliën in de landbouw te schrappen. “Bij mij komt er nooit chimiek in huis”, zegt Wortel.

‘Dat is een terechte vraag’, stelt Van Loo. ‘Timmermans evoceert een wereld waarin een leven zonder God nog ondenkbaar is. Zelfs als het over vrouwen gaat, sluipt de kerk Wortels beeldspraak binnen: “Haar lach bleef in uw ribben galmen lijk in een kerk”, zegt hij ergens.

‘Die wereld is weg. Ik wil daar niet nostalgisch over spreken – mijn familie was katholiek genoeg om te weten dat de godsdienst ook op de mensen heeft gewogen – maar we hebben er ook iets mee verloren. We hebben vandaag niks hogers dat ons verbindt. En hier staan we nu. ( denkt na) Natuurlijk wil ik niet, zoals in mijn kindertijd, elke week naar de mis gaan. Maar tegelijk ben ik nog altijd gevoelig voor het ritueel. Er is weinig dat op kan tegen een begrafenis. Het idee dat zo’n ritueel een structuur volgt die al eeuwen wordt gevolgd, is erg waardevol. Ik trok me, vroeger meer dan vandaag, weleens terug in de abdij van Tongerlo. Dan woonde ik altijd de vespers bij. Er is een moment waarop een monnik het spreekgestoelte betreedt om de broeders uit het verleden te herdenken die op die dag gestorven zijn. “Herdenken we broeder Isidoor, gestorven op 7 mei 1645, als- ook broeder Adriaan, gestorven op dezelfde dag in 1864.” De eerste keer dat ik erbij was, kreeg ik er rillingen van. Ik voelde me opgenomen in een keten die ik amper kon bevatten. Het geloof van Wortel is in de eerste plaats erg volks, vol verbindende rituelen en symbolen, maar tegelijk ook pantheïstisch, een overtuiging dat alles op een of andere manier in verbinding staat met alles, niet het minst het hoge en het lage, het vrome en het vette. De eerste titel luidde niet zomaar “Engelen en Verkens” en ik ben dan ook erg opgetogen dat er een heerlijk tastbare varkenskop van schilder Koen Broucke op de cover staat, en een Mariabeeldje op de achterflap. Soms raak ik als 21e-eeuwer Wortel in zijn diepe godsgeloof natuurlijk kwijt, maar net zo goed herken ik een hang naar intuïtieve transcendentie die me blijkbaar dierbaar is. En voel ik het staartje van mijn ziel kwispelen.’

Ambacht

Nog een laatste bedenking over Timmermans. In februari 1957 publiceerde de socialistische krant Vooruit een kritisch stuk over hem. Het stuk was van de hand van die andere volksschrijver, Louis Paul Boon. ‘Ik heb de Fee, zoals men hem toen voorstelde, eens gezien terwijl hij een voordracht kwam houden’, schreef Boon. ‘Nooit heb ik sindsdien nog zoveel volk bij elkaar weten komen, om een literaire avond bij te wonen: Timmermans beklom het podium, hij was dik en hijgde. Ik had de indruk dat hij zijn dikheid er wat dik oplegde. Hij sprak toen, de ene lachsalvo na de andere brak los. Ik weet niet meer waarmee men lachte.’

Felix Timmermans, Boerenpsalm, Davidsfonds Literair, 192 blz.,  29,99 euro.
Felix Timmermans, Boerenpsalm, Davidsfonds Literair, 192 blz., 29,99 euro. © National

Met zijn theatervoorstelling over de Bourgondiërs brengt Van Loo net als Timmermans in zijn tijd ontzettend veel volk op de been. En net als bij Timmermans mag er tijdens die voorstellingen al eens gelachen worden. ‘Ik heb die gelijkenis ook nog maar net ontdekt’, zegt Van Loo. ‘Timmermans trad ongelofelijk veel op. Hij kon geen nee zeggen, en genoot van de aandacht. Dat heeft hem ook veel kritiek opgeleverd. Hij kreeg het verwijt dat hij een soort literaire koopman was geworden. Dat klinkt me herkenbaar in de oren.’

Van Loo schaamt zich er niet voor. Hij vertelt met veel sympathie over wijlen Gaston Durnez, icoon van de krant De Standaard en auteur van een veelgeprezen Timmermansbiografie. ‘In die biografie zit een soort schaamteloos vertelplezier. Ik zie nog te vaak een intellectualisme dat zich schaamt om plezier te hebben. Durnez had daar geen last van. Ik heb hem ook enkele keren ontmoet. Na afloop van een boekvoorstelling vroeg hij me waarom zulke presentaties toch zo serieus geworden zijn? De nieuwe door Koen Broucke geïllustreerde editie van Boerenpsalm wordt omarmd door mijn inleiding en een nawoord dat bestaat uit impressies van Gaston Durnez. Samen leggen we een krans rond Boerenpsalm. Dat doet me wel iets. In dat autodidactische, ongegeneerde vertelplezier voel ik me met Durnez en Timmermans verbonden. Ik heb een veel gelezen boek over de Bourgondiërs geschreven, maar ik ben geen historicus. Niemand heeft me op een congres gezien. Dat gaf me de vrijheid om me minder zorgen te maken over wat deze of gene specialist zou verwachten, en om na jaren onderzoek in de eerste plaats te schrijven wat ik zelf wilde schrijven. Met vallen en opstaan. Schrijven is een ambacht dat ik me met veel moeite en dagelijkse arbeid eigen heb gemaakt. Ook daarin voel ik een verwantschap met Timmermans en Durnez. Ik voel me meer een ambachtsman dan een intellectueel. Een ambacht beheersen is prachtig. En heel af en toe gebeurt het dat ambacht kunst wordt, die de tijden overstijgt. Zoals Boerenpsalm.

Bart Van Loo

– 1973 geboren in Herentals

– studeerde Romaanse filologie aan de Universiteit Antwerpen

– 2006 debuteert na een korte carrière in het onderwijs als schrijver met Paris retour, een literaire reisgids voor Frankrijk

– 2011 breekt door bij het grote publiek met Chanson. Een gezongen geschiedenis van Frankrijk

– 2019 publiceert De Bourgondiërs, met inmiddels 300.000 verkochte exemplaren een ongeziene bestseller

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content