Dirk Draulans

In de hoofdstad van Somalië dreigt opnieuw een oorlog tussen technicals. Die zou het land alweer in hongersnood kunnen storten.

EEN BERICHT UIT MOGADISHU

KOMMANDANT-VLIEGER Jan Lemmens van de vijftiende wing van de Belgische luchtmacht stuurt zijn C-130 laag over de duinen om de luchthaven ten noorden van de Somalische hoofdstad Mogadishu. Alles lijkt rustig. Eenmaal geland, is de eerste die opduikt echter niet de kleine Somali die gewoonlijk mooie schelpen komt verkopen, maar een knalrode technical een tot gevechtsmachine omgebouwde pick-up vol jonge vechters rond de op de laadbak gemonteerde zware mitrailleur. In de duinen wemelt het van de gewapende mannen. “Vanuit de lucht valt moeilijk te zien of de toestand veilig is, ” zegt Lemmens. “Maar voorlopig gaan we door met de bevoorrading. We zijn de enigen die hier nog met een transportvliegtuig landen, om voor de Europese kommissie hulpgoederen te leveren. Er wordt gezegd dat het land aan de rand van een nieuwe hongersnood staat. “

Niet iedereen schat de inspanningen van de Belgen naar waarde. “The guys from Kismayo, ” zegt een jongen schamper als hij hoort dat er Belgen in de buurt zijn. En hij spuwt op de grond. Kismayo is het stadje in Zuid-Somalië waar Belgische parakommando’s, tijdens de operatie Restore Hope van de Verenigde Naties (VN), een jaar lang vrede trachtten te brengen. Zonder resultaat. Eind maart jongstleden werd de operatie na bijna twee jaar definitief afgeblazen. Honderd tweeëndertig blauwhelmen sneuvelden. Bijna honderd miljard frank werd er gepompt in deze geflopte poging tot peace enforcement (het opleggen van vrede). “Mochten ze ons dat geld gewoon hebben gegeven, dan zou de oorlog nu afgelopen zijn. Want dan zou iedereen rijk zijn geweest, ” zegt Hassan Togane in Mogadishu grimmig Somalië telde voor de oorlog en de hongersnood ongeveer vijf miljoen inwoners. “Nu hebben de meesten niets meer. Dat zorgt voor onrust. En groeiende onveiligheid. “

SCHROOTHOOP.

In Mogadishu wijst er bijna niets meer op dat hier niet zo lang geleden dertigduizend blauwhelmen gelegerd waren. De wrakken van de vier pantserwagens van de VN, die op 1 oktober 1994 door Somaliërs werden uitgeschakeld, staan met de wielen diep in het zand weg te roesten. Ze dienen als speeltuig voor kinderen. Ook is er nog de muur van zware containers langs de haven, die de blauwhelmen tegen sluipschutters en plunderaars moest beschermen. De bakken zijn te zwaar om te verslepen. In de zeepfabriek vlakbij de internationale luchthaven bleven de zandzakjes liggen van de scherpschuttersposten van de vredesmacht. Uit scheuren in de zakken steken blauwe bloempjes hun kopje op.

Op de luchthaven zelf is van de VN niet meer te vinden dan verweerd afval, de spinnewebachtige geraamten van achtergebleven satellietschotels, en een roestende schroothoop van jeeps en terreinwagens. Een VN-bulldozer reed ze voor het vertrek van de laatste blauwhelmen plat, om te voorkomen dat de Somaliërs ze tot technicals zouden ombouwen. Het is net of de blauwhelmen er nooit zijn geweest.

De luchthaven lijkt alleen verlaten. Plotseling schuift de poort van een loods open, en daarin prijken, netjes op een rij, twintig technicals van krijgsleider Mohamad Farah Aideed, die dit stuk van de stad kontroleert. De technicals van Aideed domineren het straatbeeld in Zuid-Mogadishu. Dag en nacht scheuren ze rond. Ze zijn gemakkelijk te herkennen. Sinds Aideed zichzelf onlangs uitriep tot president, en een regering vormde, liet hij ze in camouflagekleuren schilderen, en stak hij de jonge bandieten die ze bemannen in een vuilbruin uniform. Zo maakte hij een leger.

“Tot voor kort opereerden de meeste technicals op freelance basis, ” zegt Aideeds minister van Buitenlandse Zaken Jamah Mohamad Galib. Hij heeft tijd zat om te praten, want niemand heeft de regering van Aideed erkend, zodat hij niets om handen heeft. “De technicals speelden een belangrijke rol bij het voeden van de families. Ook nu zullen vele families het moeilijk hebben om hun wapens af te geven, uit vrees dat ze zich anders niet tegen plunderaars kunnen beschermen. Wij willen hier bij voorrang weer een gevoel van veiligheid scheppen. Daarom brengen we de technicals in een leger onder. Wie wil, kan bij het leger aansluiten, maar hij moet dan wel zijn wapens onder kontrole brengen van de autoriteiten. “

Galib beweert niet te weten hoeveel technicals ondertussen bij het leger zijn aangesloten. Vorige week sloten die van Aideed de belangrijkste straten van Zuid-Mogadishu af. Iedereen die er langs wou, werd gefouilleerd op wapens. Er is overigens geen minister van Defensie in Aideeds regering, wel een minister van Ontwapening en een minister van Demobilizatie.

De bevolking interpreteerde het ontwapeningsinitiatief echter niet als een poging om de veiligheid te herstellen. “Een bende bandieten wordt geen leger door de manschappen in uniform te steken en de voertuigen in camouflagekleuren te schilderen, ” zegt oorlogsheld Abdinasir Ahmed Adem. “Zelfs in het bruin, blijven Aideeds mannen bandieten. De meesten van hen zijn nooit in een leger geweest en weten niet wat discipline is. Waarom zouden ze zich ineens als soldaten gedragen ? Aideed heeft zijn misdadigers te lang beloofd dat hij president zou worden. Omdat hij dat politiek niet voor elkaar kreeg, deed hij het enige wat hem tot dusver wat heeft opgeleverd : hij stuurt aan op een nieuwe oorlog. Elke dag laat hij op de radio een onverbloemde oorlogsverklaring voorlezen, gericht aan al wie niet bij zijn leger wil aansluiten. Dat zorgt voor spanning in de stad. Hij gebruikt het argument van de veiligheid om zoveel mogelijk tegenstanders te ontwapenen. De in beslag genomen wapens worden aan de nomaden in de woestijn verkocht, want hij kan elke frank gebruiken om zijn oorlogsmachine draaiend te houden. “

PRIVE-TECHNICALS.

Adem ontvangt zijn gasten onder een grote poster van hemzelf als stadsguerrillero. Zijn bijnaam was Seerjito : “Soldaat”. Hij beweert dat hij de leider was van een handvol guerrillero’s. Naar zijn zeggen 67 man, die eind 1990 met hun akties de aanzet gaven tot de val van de toenmalige diktator Siad Barre. Ook nu blijft Adem op alles voorbereid. Het eerste wat bij zijn woning opvalt, is een technical met een kanon waarvan de loop recht op de bezoeker is gericht. Adem wil niet kwijt hoeveel privé-technicals hij kontroleert.

“Momenteel patrouilleren er bijna uitsluitend technicals van Aideed door de straten, ” zegt hij. “Maar vele mensen hebben hun technicals thuis of elders verborgen. Ik voorspel dat hier nog deze maand een oorlog tussen technicals uitbreekt. Die zal erger zijn dan wat Somalië tot dusver aan geweld heeft meegemaakt. Het zal een oorlog zonder fronten zijn, met technicals die door de stad zullen rijden, en op alle cruciale punten shoot outs zullen houden, tot een van de partijen van de straat is geschoten. Daarop zullen huis-aan-huis gevechten volgen, waarbij vele slachtoffers zullen vallen. Het is helaas de enige manier om hier vrede te brengen. De militaire macht van Aideed moet gebroken worden. “

De man die zich geroepen voelt om Aideed te kraken, is Osman Ato, een neef van de krijgsheer en tot voor kort zijn belangrijkste financier. Zijn zoon is nog altijd verantwoordelijk voor de bewapening van Aideeds technicals. Ato reageerde op de oorlogsverklaring door een lijst publiek te maken van Aideeds spionnen in alle mogelijke organizaties. De sfeer in de stad werd meteen nog grimmiger. Het wantrouwen nam toe.

Het hoofdkwartier van Ato ligt op minder dan een halve kilometer van dat van Aideed. Als er oorlog tussen hun technicals zou komen, zullen ook de sjieke villa’s van Zuid-Mogadishu, die tot dusver min of meer gespaard bleven, tot puin worden geschoten. De meeste mensen verwachten of hopen dat Ato het zal halen. Niemand weet hoeveel technicals hij kontroleert, maar hij kan alvast rekenen op de steun van Aideeds voornaamste rivaal : Ali Mahdi Mohamed, die het noorden van Mogadishu kontroleert. Waar Aideed zich vooral als militair profileerde (“generaal”), heeft Ali Mahdi zich altijd een meer politieke rol aangemeten (“president”).

Dat is te merken aan het verschil in sfeer tussen beide helften van de stad. Het noorden is rustig, minder agressief, bijna niemand loopt er gewapend rond en de mensen drinken tee op straat. Vele huizen zijn er versierd met muurschilderingen. In het zuiden brengt alleen de bougainvillea wat kleur. Sommige schilderingen maken reklame voor produkten die er niet meer zijn, zoals schrijfmachines, andere voor oorlogsgebonden materiaal, zoals krukken voor gewonden.

In beide stadshelften bestaat de belangrijkste handelswaar uit “reservestukken”. Het aanbod in de winkeltjes en kraampjes heeft echter meer weg van een verroeste schroothoop. Veel wagens zijn uiteengevallen tot pruttelende motoren op vier wielen. Mogadishu, eens een blitse stad, vervalt tot puin en stuift onder het zand. De weg langs de haven is een kilometerslange vuilnisbelt annex schroothoop. De open ruimten waar de massa hongerdoden werden begraven, ligt bezaaid met afval. Overdag zoeken vluchtelingen er naar iets wat ze eerder over het hoofd zagen. ’s Nachts, als het voor de vluchtelingen te gevaarlijk is om buiten te komen, nemen benden honden de belt over. Die verschuilen zich overdag in de duinen om niet te worden neergeknald.

De monumenten van de stad zijn tot puin herleid, met uitzondering van de moskeeën. Van de katedraal staan nog alleen de buitenmuren overeind en de steunbogen binnenin. Tot groot jolijt van zwaluwen allerhande die nu zowel binnen als buiten kunnen nestelen. “We fuck Christians” is de enige boodschap die nog op de muren te lezen is. Aan de universiteit valt alleen westerse kultuur te bestuderen : haar muren zijn volgeklad met graffiti van Amerikaanse soldaten. Het parlementsgebouw is een metershoge hoop gebroken marmer en glas. Een enorme muurschildering van een vrouw die een ketting breekt, en die de vrijheid voorstelt, bleef intakt, met uitzondering van het ene kogelgat op de plek van het hart van de vrouw.

RAKETWERPER.

Het is in dat parlementsgebouw dat Little Ears (“Kleine Oren”) zijn reputatie bewees. Niemand kent zijn echte naam en niemand weet hoeveel mensen hij heeft vermoord, maar als Little Ears uit wandelen gaat, sleept hij zijn raketwerper mee. Hij zou het geweest zijn die met een goed gemikte rocket-propelled grenade (RPG) een Amerikaanse Blackhawk-aanvalshelikopter boven Mogadishu neerhaalde.

Kwatongen beweren dat al minstens twintig Somaliërs die eer hebben opgeëist, maar in het geval van Little Ears zijn het anderen die zeggen dat hij de held met dienst was. Hij is een man van weinig woorden.

Zo begon hij ook vorige week niet druk te diskussiëren toen zijn groep in de puinhoop van het parlement op een bende morianes met drie mitrailleurs stuitte. Een ontmoeting met morianes is het gevaarlijkste wat iemand in Mogadishu kan overkomen. Deze losgeslagen bandietenbenden vechten tegen iedereen, en moorden voor twee keer niks. Zonder de raketwerper en de reputatie van Little Ears zou het daar achter de voorstelling van de vrijheidsvrouw een slachtpartij zijn geworden. Nu verdwenen de morianes lachend in de richting van de frontlijn de groene lijn omdat er bijna geen mensen en dus ook geen geiten komen, zodat er meer planten groeien dan elders.

“Veel morianes hebben zich de jongste weken bij de technicals van Aideed aangesloten, ” zegt Oman Hassan, chef van het groepje lijfwachten waar Little Ears deel van uitmaakt. “Als ze al partij kiezen, is het om de kans te verhogen dat de oorlog opnieuw oplaait. Vrede is het laatste wat ze willen, en zeker geen vrede onder Ali Mahdi van het Noorden, want die heeft de sharia ingevoerd : de islamitische wetgeving met haar zware straffen, die korte metten maakt met bandieten. Somalië was altijd islamitisch, maar heel liberaal getint. Jammer genoeg ruiken de geestelijken nu hun kans. De shit die ze door hun luidsprekers jagen, komt sinds kort rechtstreeks op de radio. “

De harde toepassing van de sharia is nieuw in Somalië. De beulen hebben de straftechniek nog niet goed in de vingers. Een man sneed zes minuten aan de voet van een dief die veroordeeld was tot de amputatie van een hand en een voet, omdat hij de sjaal van een vrouw had gestolen. De dief gaf geen kik, keek af en toe zelfs meewarig naar het gesukkel van zijn beul. Een hard volkje, de Somaliërs.

“De sharia toepassen, is de enige manier om snel uit de chaos te geraken, ” zegt Mohamed Jirdeh Hussein. Hij is de eigenaar van het als een vesting bewaakte Hotel Sahafi in Zuid-Mogadishu, het enige hotel in de stad dat nog open is. “Sinds de invoering van de sharia is het noorden van Mogadishu heel veilig geworden. Niets belet dat het systeem later gemengd wordt met een andere vorm van rechtspraak, zoals vroeger in Somalië al het geval was. “

Zoals veel gematigden hoopt ook Jirdeh dat de nakende oorlog tussen de technicals van Aideed en zijn vroegere kompaan Ato het pad naar vrede zal effenen. “De enige oplossing voor dit land is de dialoog. Het grootste probleem is een gebrek aan verstandhouding. Ato heeft eindelijk ingezien dat er met een krijgsleider als Aideed nooit vrede zal komen. Hij keerde hem onverwacht de rug toe en sloot zich aan bij Ali Mahdi, die zich altijd als vredesapostel heeft geprofileerd. De twee vormen een machtige alliantie. Ik hoop dat ze standhouden, want ze zijn op de goede weg. Hoewel Ato het grootste deel van zijn financiële slagkracht de jongste jaren in de technicals van Aideed heeft gepompt, staat hij financieel nog altijd sterker dan Aideed. Hij geniet de steun van veel zakenmensen in het buitenland. Aideed betrekt zijn enige inkomsten uit wat hij steelt en wat hij de bananenexporteurs afperst. “

BANANENOORLOG.

De vorige oorlog tussen technicals in Mogadishu dateert van de eerste maanden van dit jaar, en ging om bananen. De bedrijven Somalifruit (van Italiaanse oorsprong) en Sombana (gekontroleerd door de Amerikaanse groep Dole, die in februari 1994 in het zog van de Amerikaanse mariniers in Somalië neerstreek) huurden elk een legertje technicals in om elkaar het vuur aan de schenen te leggen. De gevechten van de technicals in de bananenoorlog verlamden vaak het leven in Mogadishu. “We slaagden er onlangs in dit probleem te regelen, ” zegt buitenlandminister Galib van de regering van Aideed. “Er werd een kommissie opgericht die de plantages over beide bedrijven verdeelde. De bananenoorlog is voorbij. “

Aideed had belang bij zo’n regeling. Hij int regelmatig massa’s dollars van de twee bedrijven. “Dat zijn de exporttaksen die, bij gebrek aan havenautoriteiten, rechtstreeks naar de overheid gaan, ” legt de minister geduldig uit. Over de omvang van de ontvangsten wil hij niets kwijt. Een zakenman in de stad zegt dat Aideed niet lang zou overleven zonder de “taksen” van de bananenexporteurs. Hij spendeert wekelijks, naar verluidt, 40.000 dollar (ongeveer 1,2 miljoen frank) aan het op de been houden van zijn technicals.

Bananen en ander fruit zijn ongeveer het enige wat er nog op de markt van Mogadishu te vinden is. In de woestijn om de stad zwerven grote troepen kamelen en geiten met prachtige rode bijeneters op hun rug. De militairen van de Belgische luchtmacht, die geregeld kreeften bestellen bij de mannen op de luchthaven, krijgen de beesten zo vers geleverd dat ze er op de terugweg naar de Kenyaanse havenstad Mombasa in de lege laadruimte van hun C-130 loopwedstrijden mee kunnen organizeren.

“Dit land heeft zoveel te bieden, ” zucht zakenman Jirdeh. “De zee is een onuitputtelijke voedselbron ; in de woestijn wemelt het van het vee, en de landbouwgebieden in het zuiden behoren tot de beste van het kontinent. En toch lijdt het grootste deel van de bevolking honger. Minder dan tien procent van de bewoners van Mogadishu heeft werk. Toen de VN vertrokken verdween van dag op dag de enige grote werkgever uit de stad. Er is geen industrie meer, geen overheid, geen dienstensektor : er is alleen oorlog om een beetje handel. Velen hebben geen middelen van bestaan. De aangeboden goederen zijn duur omdat de prijs beïnvloed wordt door de veiligheidsmaatregelen die de producenten moeten nemen om zich tegen plunderaars te beschermen. Zo wordt de stad voor veel mensen onleefbaar. Ze beginnen uit te wijken naar de woestijn. Als er niet gauw een oplossing daagt, krijgt Somalië te kampen met een hongersnood zoals die van enkele jaren geleden, die een ravage onder de bevolking aanrichtte. “

De vooruitzichten zijn slecht. Tot voor kort was het rustig op het platteland. Nu is het plantseizoen aan de gang. Vorige week is echter voor het eerst sinds lang opnieuw zwaar gevochten in de woestijn. In het Keysaney-ziekenhuis van het Rode Kruis in Noord-Mogadishu werden de slachtoffers van die ongeregeldheden binnengebracht. In Mogadishu zelf vertoont een kwart van de bevolking tekenen van ondervoeding. Mensen die in paniek raken, trekken met hun wapens de woestijn in om de boeren aan te vallen en te beroven. Die slaan op de vlucht, zodat de oogst mislukt, en vele mensen doelloos gaan zwerven.

“Ik hoop dat de machtsstrijd tussen Aideed en Ato snel beslecht zal zijn, ” zegt Jirdeh. “Zoniet zal het land minder dan een jaar na het vertrek van de VN weer beland zijn waar het allemaal begon : bij een massale sterfte als gevolg van een door oorlog in de hand gewerkte hongersnood. Maar dan zullen we er alleen voorstaan om die krisis te overwinnen. “

Dirk Draulans

Het vertrek van de Verenigde Naties leverde Mogadishu helemaal over aan geweld en chaos.

Een technical : het woord slaat zowel op de “strijdwagen” als op de bemanning.

De oorlog tussen milities bepaalt het lot van het land.

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content