?DE ONGESCHREVEN LEER” wordt nadrukkelijk gepresenteerd als het meesterwerk van Geerten Meijsing. Het boek is prestigieus uitgegeven als een ingebonden turf mét leeslint. De roman heeft een protserige ondertitel : ?een cijferroman in 499 bladzijden, 144.000 woorden en 499 voetnoten”. Meijsing suggereert een intense en langdurige arbeid in de datering van zijn voorwoord : ?Haarlem, Amsterdam en Lucca, 1965-1995″. Op een inlegvel bedeelt de redactie van De Arbeiderspers de lezer met een gebruiksaanwijzing die geheel in het verlengde ligt van de schier eindeloze pretentie van dit boek : ?Deze cijferroman heeft een structuur die de schepping van de wereld nabootst. De tekst bestaat uit exact 144.000 woorden, die zijn geordend op basis van de vijf Platonische figuren en de heilige tetractys. De heilige tetractys is de oorsprong van alle dingen en de bron van de natuur. De harmonie waarin de sirenen zingen…”

Als door een dergelijke grandeur moet worden gewaad vooraleer aan de eerste regel van een roman te komen, is enige achterdocht gepast. Het uitgangspunt van ?De ongeschreven leer” is de eenvoud zelve : Plato, die het geschreven woord wantrouwde, zou het alfa en omega van zijn leer enkel mondeling hebben overgeleverd. Meijsings roman vertelt het verhaal van de gevaarlijke en complexe zoektocht naar Plato’s ongeschreven leer.

FLAUW.

De lezer worstelt zich door een woekering aan dodelijke intriges in het kielzog van twee personages : het zogenaamd intrigerende meisje Zelda en de uit vroeger werk van Meijsing bekende Kanger. Onafhankelijk van elkaar worden ze geconfronteerd met het complot van een niets of niemand ontziende sekte, De Vrienden van de Vorm.

Als Kanger en Zelda elkaar aan het eind van de roman in Syracuse ontmoeten, is de gênant flauwe ontknoping nabij : het door monnik Gordon vervaardigde manuscript van Plato’s ongeschreven leer blijkt een maat voor niets. Maar dat is dan helemaal geen verrassing meer, de hele roman door heeft Meijsing immers al te opzichtig met zijn pompeuze boodschap te koop gelopen : de ware wijsheid laat zich niet op papier vangen, een systeem met een welomschreven betekenis voor alles en iedereen is niet mogelijk.

Terwijl het in zijn Erwin-trilogie lekker wegglijden was in de langoureuze eruditie, is het zielloze maniërisme van ?De ongeschreven leer” van een hemeltergende pedanterie. Zo hyperventilerend als het esoterisme in Meijsings zogenaamde meesterwerk is, zo doeltreffend was zijn omgang met Plato in het knappe tweeluik ?Veranderlijk en wisselvallig” en ?Altijd de vrouw”, door de schrijver zelf bestempeld als tussendoortjes om den brode. De oplossing is eenvoudig : als we met z’n allen ?De ongeschreven leer” ongekocht laten, zal Meijsing om den brode wellicht weer een verkwikkend boek schrijven.

Bart Vanegeren

Geerten Meijsing, ?De ongeschreven leer”, De Arbeiderspers, Amsterdam, 499 blz., 999 fr.

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content