Ondanks het sociaal rumoer willen de Europese leiders van geen wijken weten. De eenheidsmunt zal er op 1 januari 1999 komen en zal “Euro” heten. Premier Dehaene zal de volgende maanden alle zeilen bijzetten om België bij de eersten in de muntunie te hijsen.

EEN BERICHT UIT MADRID

DE Europese top in Madrid zit erop. Na de afrondende perskonferentie en een trits radio- en tv-interviews komt premier Jean-Luc Dehaene (CVP) in de Boeing van de Belgische luchtmacht op adem. Terwijl de Nederlandse Europees kommissaris Hans van den Broek niet van ophouden weet en aan een nieuw dossier begint de vreten en minister van Buitenlandse Zaken Eric Derycke (SP) van de korte nacht en de geleverde inspanningen bekomt, gooit Dehaene zich op de pas verschenen best-seller van Bill Gates. De premier toont zich zeer tevreden over de resultaten van Madrid en het Spaanse voorzitterschap. Ook deze keer amuseerde hij zich tijdens het lange vergaderen met de kollega’s. “Die Europese raden blijven ongemeen boeiend. Als je vlug bent, kun je er echt aan politiek doen. ” Een gesprek op een paar duizend meter hoogte.

1995 zit er bijna op. Was dit een goed politiek jaar ?

JEAN-LUC DEHAENE : Voor België was het een overgangsjaar. We maakten de brug van de ene legislatuur naar de andere en konden de grote uitdagingen, waarop we in 1996 een antwoord moeten geven, vrij goed voorbereiden.

Het was geen tijdverlies ?

DEHAENE : Nee, door eerst verkiezingen te houden en dan aan de begroting te beginnen, kunnen we de 3 procent halen. Dat konsolideerde ons krediet op de markten en gaf ons een stevige basis om volgend jaar een aantal moeilijke hervormingen door te voeren.

Voor Europa betekende 1995 een verloren jaar.

DEHAENE : Ik vind van niet. In Madrid is goed werk geleverd. We hebben nu een programma, een kalender en een procedure voor de volgende vier, vijf jaar. Iedereen weet nu zeer goed wat er moet gebeuren. België ook. Terwijl we ons land in de vorige legislatuur tot een federale staat omvormden, moeten we het nu definitief in het ruimere Europa verankeren.

1995 was ook het jaar van het affront van Dayton.

DEHAENE : Je moet een onderscheid maken tussen schijn en werkelijkheid. Zonder de force d’action rapide van Frankrijk en Groot-Brittannië en het werk van Carl Bildt was Dayton er nooit gekomen. Het is niet omdat Dayton in de Verenigde Staten ligt en de Amerikaanse onderhandelaar meer in de schijnwerpers stond, dat Europa zijn rol niet speelde. Wie dat beweert, verdraait de feiten.

De VS, niet Europa, forceerden de vrede.

DEHAENE : Dat klopt. Daarvoor is het Europees buitenlands beleid niet goed genoeg gestruktureerd. Zo’n forcing krijg je niet voor elkaar als je eerst onder de vijftien landen een akkoord moet bereiken.

Bovendien moet je een eigen militair apparaat hebben.

DEHAENE : Ook op dat vlak speelt Europa zijn rol en moeten we ons niet door de schijn laten beïnvloeden. Europa zal in Joegoslavië veel meer soldaten hebben dan de VS.

Kenmerkend voor de nieuwe wereldorde, ook de Europese, is dat de belangrijke beslissingen nog altijd in Washington worden genomen. Is dat frustrerend ?

DEHAENE : Je kan er ook de konklusie uit trekken dat de Europese integratie meer dan ooit nodig is. In de globale wereld zal Europa slechts gehoord worden als het met één stem praat. Dat is ons gelukt in de Gatt-onderhandelingen, waar de onderhandelaar namens de vijftien sprak. Als er morgen een nieuwe monetaire wereldorde komt, zal Europa slechts meetellen als het één munt heeft. Met vijftien verschillende munten zal het niets te zeggen hebben.

Bestaat er enige hoop dat de intergoevernementele konferentie het buitenlands beleid fundamenteel verandert ?

DEHAENE : Ik vrees van niet. Zowel de buitenlandse politiek als defensie zullen in hoofdzaak inter-goevernementeel blijven. Het zou al mooi zijn mochten we het beleid iets efficiënter kunnen maken. Bijvoorbeeld, door de nadruk te leggen op de gemeenschappelijke akties. Als de kommissie verantwoordelijk wordt voor de uitvoering, zou dat de koördinatie zeer ten goede komen. Dit is misschien wel haalbaar.

Is het niet zielig dat Europa bij de VS, Japan en de Arabische landen voor de wederopbouw van Bosnië moet schooien ?

DEHAENE : Nee, het is een vernieling die de vechtersbazen zelf aanrichtten. Het zou straffen toebak zijn als we daarom de hulp aan de ontwikkelingslanden moeten verminderen. Dat wil niet zeggen dat we niets moeten doen, want het gaat om gedeelde verantwoordelijkheid. De Amerikanen maken het zich echter iets te gemakkelijk als zij de klus politiek willen klaren en ons voor de wederopbouw laten opdraven. Iedereen moet één derde betalen.

Waarom ? Dit was toch een Europese oorlog.

DEHAENE : Het gaat om een kollektieve verantwoordelijkheid, die de mogelijkheden van Europa overstijgt. We moeten trouwens niet vergeten dat de VS dezelfde houding aannemen als het over het Nabije Oosten en Oost-Europa gaat. Het is tijd dat we de zaken eens op orde stellen.

Het volk mort, meneer de eerste-minister, zowel in Frankrijk als in België.

DEHAENE : Mag ik u verzoeken om niet te veralgemenen. Het is niet omdat er bij ons toevallig betoogd werd op het moment dat in Frankrijk alles plat lag, dat je over dezelfde situatie kan praten. Drie van de vier maatregelen die Alain Juppé nam, zijn bij ons al lang in uitvoering. Het is wel juist dat er onbegrip rond het belang van de monetaire unie bestaat. Anderzijds hingen de politici ik reken me daar graag bij teveel maatregelen op aan de kapstok van de eenheidsmunt. We wekten de illuzie dat de besparingen zonder de eenheidsmunt niet nodig waren. Niets is minder waar. We moeten onze staatsschuld hoe dan ook afbouwen en sommige hervormingen zijn noodzakelijk omwille van de informatiemaatschappij die op ons afkomt. De konvergentienormen brengen ons een zekere discipline bij en daar bovenop, als een kers op de taart, de eenheidsmunt. Voor een klein land, dat de grote Europese markt nodig heeft als brood, betekent dat een enorm voordeel.

Een groot deel van de bevolking heeft genoeg van uw recepten.

DEHAENE : Er bestaat inderdaad een groot scepticisme. Nu we een naam voor de Europese munt hebben, hoop ik dat de informatiecampagnes de mensen kunnen overtuigen en zelfs entoesiasmeren.

Het besparen blijft echter onverkort gehandhaafd, precies omwille van Maastricht. Wat ben je met een kers zonder taart ?

DEHAENE : We moeten de mensen uitleggen dat we hoe dan ook moeten saneren. In het begin van de jaren tachtig voerden we serieuze besparingen door, maar nadien lieten we stoom af. Een beetje trager kon ook wel, dachten we. Het gevolg was dat we op het einde van het decennium met moeite het vooropgestelde objektief van 7 procent haalden. Nu daalden we op vier jaar tijd van 7 naar 3 procent. Zonder de muntunie hadden we die inspanning waarschijnlijk niet kunnen opbrengen.

Vandaag zou een anti-cyclisch beleid verantwoord zijn. Wegens de muntunie kan dat niet.

DEHAENE : We zitten met een deficit van 500 miljard frank. Is er iets meer anti-cyclisch dan zo’n tekort ? Dat belet niet dat meer groei ons zou helpen, zowel wat de begroting als de tewerkstelling betreft.

Er bestaat toch zoiets als een deflatoire spiraal.

DEHAENE : Je kan dit beleid niet zonder meer deflatoir noemen. Eigenlijk zit je met een vrij gezonde ekonomie. We zitten met een groeipauze, niet met een deflatie.

Als eerste-minister kunt u moeilijk iets anders vertellen.

DEHAENE : Nee, ik haal dat onder meer uit de publikaties van de Kredietbank. Ook de analyze en de prognose van de Nationale Bank tonen aan dat er een gezonde ekonomische basis is, zonder deflatoire symptomen.

De werkloosheid bevindt zich wel op rekordpeil en neemt niet af.

DEHAENE : Maar ze neemt ook niet toe. In 1995 hebben we waarschijnlijk zelfs tienduizend werklozen minder dan vorig jaar. Dat betekent dan weer dat er bij de 25.000 nieuwe jobs bijkwamen, want elk jaar komen er 15.000 meer mensen op de arbeidsmarkt. Misschien zijn we te pessimistisch omdat we heel akkurate cijfers over de werkloosheid hebben, maar niet over de werkgelegenheid. Het beeld is te deprimerend.

In feite werd het globaal plan een maat voor niets.

DEHAENE : U vergist zich. Het globaal plan liet ons toe om de begrotingsobjektieven te realizeren en de konkurrentiepositie van de bedrijven iets te verbeteren. De positieve invloed op de werkgelegenheid was wegens de tragere ekonomische groei minder dan verhoopt. Als de groei versnelt, zouden we echter snel resultaten merken. We moeten er ons ook rekenschap van geven dat meer investeringen niet automatisch meer jobs betekenen. Dat recept werkt niet meer. Er is een nieuwe arbeidskultuur en -organizatie nodig om de overstap van de industriële naar de informatiemaatschappij te realizeren. Volledige werkgelegenheid voor iedereen zal naar de achtergrond verdwijnen. Ik ben er mij van bewust dat elke stap die we nu zetten, moeilijker wordt. Op het einde van de jaren tachtig was er een hoge ekonomische groei en had iedereen de indruk dat de dingen goed gingen. Dan is het moeilijk om inspanningen te vragen. Als iedereen echter de krisis ervaart, is de bereidheid om iets te doen groter.

Ontmoet u dan een andere publieke opinie ?

DEHAENE : Ik geef toe dat het moeilijk ligt bij de publieke opinie, maar we wekten geen valse illuzies. Jacques Chirac deed dat wel. Wij zegden altijd dat de weg moeilijk zal zijn en toch gaven de mensen ons het vertrouwen.

Tijdens uw campagne pakte u uit met “Sleutels voor morgen. ” In vergelijking met toen neemt u nu gas terug.

DEHAENE : Dat is niet waar. In mijn boek schetste ik het perspektief, misschien zelfs de utopie, waar ik naartoe wil. Wie schrijft, kan tot het uiterste gaan. Wie regeert niet.

Herman De Croo heeft dus ongelijk als hij zegt dat u uw boek verloochent.

DEHAENE : De Croo zegt dat omdat hij de meest extreme maatregelen uit het boek niet in het beleid terugvindt. Dat is juist. Ik wil de hervormingen geleidelijk doorvoeren, met zoveel mogelijk overleg en zonder sociale breuken.

Twijfelt u dan nooit over de te volgen weg ?

DEHAENE : Dingen die vandaag evident zijn, waren dat vijf jaar geleden niet. Had iemand toen voorspeld waar we vandaag mee bezig zouden zijn, dan had men hem zot verklaard. Tot voor kort was het ondenkbaar dat we de overheidsbedrijven systematisch in grotere privé-gehelen integreren. Ze zouden ons voor gek uitgemaakt hebben, als we destijds gezegd hadden hoe we met de socialisten het konkurrentievermogen zouden verbeteren. Je mag niet te vlug zeggen dat iets onmogelijk is.

De gids weet het altijd beter en twijfelt nooit.

DEHAENE : (doodernstig) In het hooggebergte moet je als gids weten waar je naartoe wil en als je voortdurend twijfelt, breng je diegenen die aan je vastgeklonken zijn in gevaar. Je moet de mensen natuurlijk overtuigen dat je effektief weet waar je wil uitkomen.

Is de twijfel niet het begin van de wijsheid ?

DEHAENE : Je moet je geregeld bevragen en zoeken naar de beste weg. Trouwens, het is iedere keer een nieuw parkoers en je moet voortdurend zoeken en tasten aan welke rotsen je je best kunt vastklampen. Je kunt dat niet uit de boekjes halen. Daarom pin ik mij nooit vast op timing en procedures.

In verband met de sociale zekerheid stuurde u de plannen bij. Mede onder invloed van de Franse toestanden wil u nu minder ver gaan.

DEHAENE : Nee, begin oktober al zei ik dat ik de timing van het regeerakkoord soepel zou interpreteren op het vlak van de hervorming van de sociale zekerheid. Op dat ogenblik was er nog geen sprake van Frankrijk. Ik wist dat de uitvoering van het werkgelegenheidsplan en de begroting veel tijd zou vergen. Anderzijds waren er zware dossiers, zoals Belgacom en de NMBS. Die konden we niet op hetzelfde moment aanpakken als het dossier van de sociale zekerheid.

Kortom, de beproefde salamitaktiek.

DEHAENE : Ten onrechte heeft de salamitaktiek een pejoratieve bijklank. Voor mij komt het erop aan dat je het vooropgestelde doel bereikt. Velen in het parlement en de pers vragen om een globale aanpak en een dito plan, waarin je alles tegelijk aanpakt. Als je dan vastloopt, maken ze je als eersten het verwijt : hoe is het in godsnaam mogelijk, dat hij het zo globaal heeft aangepakt ? Ik laat me daar niet aan vangen.

Wil u nu volgend jaar 40 miljard frank in de sociale zekerheid besparen ?

DEHAENE : Daar ben ik nog niet aan toe. Het gaat immers om meer dan een begrotingsoperatie, het moet ook een strukturele hervorming zijn. De organizatie moet veranderen en we moeten een aantal maatschappelijke ontwikkelingen inbouwen. We moeten dus tien tot vijftien jaar verder kijken. Als die strukturele hervormingen er eenmaal zijn, stellen die 40 miljard frank zich in een heel ander perspektief. Zelfs als je nog eenmalige maatregelen moet treffen, is het een andere situatie dan met de begroting van 1996.

Na de ambtenarenbetoging zei vakbondsleider Hervé De Cuyper dat het nu genoeg is geweest.

DEHAENE : Ik zou dat zinnetje in zijn kontekst willen zien. Ik weet dat de Cuyper niet blind is voor de maatschappelijke veranderingen en weet dat er hervormingen moeten komen. Hij moet echter ook de angst voor verandering en de onzekerheid vertolken, die bij zijn leden heerst. Ik heb daar alle begrip voor. In een maatschappij waar de zekerheden op de helling worden gezet, hebben de mensen de spontane reflex om zich vast te klampen aan wat ze hebben. Zo’n proces veroorzaakt spanningen, konfliken, pijn en smarten. Wie beweert dat zo’n veranderingsproces pijnloos kan verlopen, strooit de mensen zand in de ogen. Je moet er wel voor zorgen dat de pijndosis dragelijk blijft en geen maatschappelijke breuken tot gevolg heeft. Ook het begin van de industrializering veroorzaakte veel leed kijk naar Pieter Daens.

De politici beseften toen nauwelijks wat er aan de hand was.

DEHAENE : Vandaag voelt de politiek het beter aan. Beter misschien dan de sociale gesprekspartners die zich omwille van hun strukturen moeilijker kunnen losmaken van de werkmetodes en de objektieven van de industriële maatschappij. Dat verklaart sommige kortsluitingen.

Was die ambtenarenbetoging met meer dan vijftigduizend deelnemers dan geen belangwekkend politiek feit ?

DEHAENE : In de mate dat ze uitdrukking aan die angst gaf, was ze dat wel.

Weet u nu beter hoe ver u te ver kunt gaan ?

DEHAENE : Oh, nee, dat zal ik moeten aftasten in het overleg. Tegelijk moet je ook weten dat je gesprekspartners aan de overkant eigenlijk perfekt weten wat er moet veranderen.

Spelen ze dubbelspel ?

DEHAENE : Ze zitten soms ook met de moeilijkheid om hun achterban uit te leggen wat er moet gebeuren. Dat is niet altijd even gemakkelijk.

Toen u het globaal plan voorbereidde, zei u dat werkloosheid de zorg van de bonden niet is.

DEHAENE : Op dat ogenblik vond ik geen begrip voor een aantal problemen zoals de relatie tussen loonvorming en tewerkstelling. Nochtans is die band reëel. Ik hoop dat we nu wel een consensus kunnen krijgen over de nieuwe loonvorming en de wet op de kompetitiviteit.

Is het een probleem dat de socialistische koalitiepartner dichter bij de vakbond staat dan uw partij ?

DEHAENE : Ik ben daar niet van overtuigd. Het is niet omdat de socialistische top met nogal wat spektakel met het ABVV vergadert dat ze dichter bij de vakbond staat. Ik denk dat ik meer kontakten heb en systematischer met de bonden vergader dan de socialisten.

Waarom dan die felle uitval van Willy Peirens ?

DEHAENE : Je moet dat relativeren. De scherpste uitval stond niet toevallig in Het Laatste Nieuws en er was weinig in de andere kranten van terug te vinden. In mijn persoonlijke kontakten met Willy Peirens sindsdien vergaderden we nog geregeld merkte ik er alleszins niets van. Binnen de kristelijke familie hebben we wel de zeer duidelijke afspraak dat iedereen zijn verantwoordelijkheid heeft.

Zijn er tijdens de kiescampagne geen verwachtingen gewekt die nu de zenuwachtigheid van CVP-voorzitter Johan Van Hecke verklaren ?

DEHAENE : Ik geloof het niet. We spraken nooit van een big bang in de sociale zekerheid. Ook in mijn boek schrijf ik dat we de sociale zekerheid geleidelijk moeten hervormen. Vergelijk het met de staatshervorming. Het is een dynamisch proces dat in feite nooit beëindigd is. De hervorming is al vijftien jaar bezig en zal waarschijnlijk nog vijftien jaar duren. Daarom relativeer ik de ingrepen die we nu moeten doorvoeren en leg ik er de nadruk op dat je vooral het einddoel voor ogen moet houden. Ik stel trouwens vast dat de CVP erg genuanceerd wordt, als ze de hervorming probeert te konkretizeren en de slogantaal verlaat.

Hoe verklaart u dan de zenuwachtigheid van uw partijvoorzitter ?

DEHAENE : In een kalme periode zijn er altijd kleine brandjes.

Heeft het met de partijvernieuwing te maken ?

DEHAENE : Ik denk niet dat het met onze partij te maken heeft. Het is echter duidelijk dat de SP met het ontslag van Willy Claes moeilijke maanden kende. Dat veroorzaakte frustraties en prikjes. Daar bovenop kwamen een aantal biechten. Sommigen kregen het daarvan op hun heupen, maar je moet daarbij koud blijven en proberen de gemoederen te sussen. Binnen de regering is de sfeer alleszins zeer goed.

De kardinaal pleitte voor een meer humane behandeling van de asielzoekers. Voelt u zich daardoor aangesproken ?

DEHAENE : Alleszins wat de migranten betreft. Wat de illegalen betreft, mag dat er echter niet toe leiden dat je een soort premie aan de illegaliteit geeft. Het respekt voor de wet en het recht, is ook een waarde. Het beleid van minister Johan Vande Lanotte is zeer efficiënt.

Gaat hij niet te ver met de gesloten centra ?

DEHAENE : Ik geloof dat de situatie daar verbeterd is. Als er toestanden zijn, heeft het ook met de betrokkenen te maken. Ze aanvaarden niet dat ze zich in een illegale situatie bevinden en menen dat ze een aantal rechten kunnen verwerven. Dat kunnen we niet toelaten.

Hebt u al een gesloten centrum bezocht ?

DEHAENE : Het Klein Kasteeltje.

Onmenselijk ?

DEHAENE : Het is er niet ideaal, maar ondertussen verbeterde de situatie. Door de opening van de andere centra verminderde de overbevolking er. Het nieuwe centrum in Steenokkerzeel is trouwens een stuk komfortabeler dan de barakken van 127bis. We doen inspanningen, maar we moeten die mensen wel duidelijk maken dat ze hier illegaal zijn.

Stoort het u dat de kardinaal zich politiek profileert ?

DEHAENE : De kardinaal liet zich niet met de politiek in, wel met menselijke waarden. Hij blijft in zijn rol. Ik heb mijn verantwoordelijkheid en die heeft ook met waarden te maken. In de politiek moet je echter konkrete beslissingen nemen en moet je kiezen tussen verschillende waarden die vaak met elkaar botsen.

Paul Goossens

Premier Jean-Luc Dehaene : “We zitten met een groeipauze, niet met een deflatie. “

Dehaene (links) zorgt voor een vrolijke noot tijdens de familiefoto van de top van Madrid. “Iedereen weet nu zeer goed wat er moet gebeuren. “

Met SP-voorzitter Louis Tobback. “De SP kende moeilijke maanden. “

Met CVP-voorzitter Johan Van Hecke. “De CVP is zeer genuanceerd. “

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content