“Salome” van Richard Strauss in de Munt : opnieuw een indrukwekkende belevenis.

DE APOSTELEN Marcus en Mattheus hadden zich nooit kunnen voorstellen dat hun bericht over de moord op Jochanaän (= Johannes de Doper) ooit tot een adembenemend dramatisch werk zou uitgroeien. Zij vertellen het geval in hun evangelies ; Marcus uitgebreid in 6 : 22 en Mattheus in 14 : 6. Een fait divers waar boulevardbladen nu bol van staan, maar ook een onderwerp dat veel schilders inspireerde. Voor schrijvers lag het blijkbaar moeilijker. Oscar Wilde waagde het in 1890 in zijn eenakter “Salomé” voor Sarah Bernhardt, heel geraffineerd en poëtisch, met een opbouw die deze van de grote klassieken evenaart. Het was erg gewaagd voor zijn tijd, een schandaalstuk, want hij had er een aan nekrofilie grenzende episode aan toegevoegd : de vrijage van Salome met het afgehakte hoofd.

Toen kwam de muziek. De in het begin van de eeuw anti-konformistische Richard Strauss kreeg het stuk van Wilde onder ogen. Het was precies wat hij nodig had, want zijn eerste opera’s, “Guntram” en “Feuersnot”, hadden bakzeil gehaald. In 1903 begon hij er aan. De première had plaats in Dresden in 1905, met sukses èn met boe-geroep van de puriteinen vanwege het erotische.

De voorgeschiedenis is deze : Jochanaän zat in de kerker omdat hij de tetrarch Herodes had beschuldigd van echtbreuk. Die was na het verstoten van zijn eerste vrouw getrouwd met Herodias, de echtgenote van zijn halfbroer van wie ze een dochter had, Salome, en die ze meenam naar Herodes’ hof. Dan begint het door Wilde dramatisch verrijkte verhaal : Herodes is jarig. Tijdens het feest kondigt Jochanaän vanuit zijn kerker de komst van de Messias aan en vervloekt het wulpse gedrag aan het hof. De soldaten van wacht snappen er niets van.

Ook Salome dwaalt er rond, gevlucht voor de geile blikken van haar stiefvader. De stem van Jochanaän fascineert haar en ze wil de man zien. Ze haalt de op haar verliefde officier Narraboth over om de profeet uit de kerker te laten. Ze zoekt toenadering tot de heilige man, wil hem strelen en kussen. De jaloerse Narraboth kan dat niet verdragen en pleegt ter plaatse zelfmoord. Jochanaän wijst Salome af (“Sei verflucht ! “) en strompelt terug de kerker in.

Herodes en Herodias zijn op zoek naar haar en vinden haar bij de kerker. De tetrarch is over zijn toeren door haar schoonheid en wil dat ze voor hem danst. Zij stemt erin toe op voorwaarde dat hij elke wens van haar zal inwilligen. Zij danst zo sensueel als ze kan. Daarna uit ze haar wens (in het evangelie op instigatie van haar moeder, maar bij Wilde uit eigen beweging) : ze wil het hoofd van Jochanaän op een zilveren schaal. Herodes gruwelt en probeert haar daar van af te brengen. Ze blijft koppig en hysterisch herhalen : “Ich will den Kopf des Jochanaän”. Hij zwicht en stuurt de beul. Als hij ziet hoe Salome het bloedende, afgehouwen hoofd liefkoost en op de mond kust, fluistert hij Herodias toe : “Sie ist ein Ungeheur, deine Tochter ! ” Ze is een monster. Hij beveelt zijn soldaten haar met hun schilden te verpletteren.

LOKROEP.

Het is verbazend hoe rijkelijk de tekst Strauss heeft geïnspireerd. Na zijn Wagneriaanse opera’s toont hij hier een eigen stijl. Dit is een oer-Strauss. Al het latere bij hem is herhaling en ervaring. Zoals Wagner in “Tristan”, zo laat Strauss in “Salome” àl het nieuwe zien waarmee hij de muziek zou verrijken.

Het zwaartepunt in “Salome” ligt bij het orkest (orkest-drama) met duizenden klankkleuren. In de lijn van het gegeven hoor je harde, zelfs rauwe dissonanten en expres verwrongen akkoorden. De zangstijl vertoont naast lyrische passages ook direkt expressieve, soms haast gedeklameerde elementen. Opvallend zijn de leitmotiven. Eén ervan blijft je dagenlang achtervolgen : het is de lokroep van Salome (heel kort b, dis’, dan volle waarde b, en fis als slot).

De verpletterende geladenheid is een schoolvoorbeeld van muzikale dramatiek. Salome’s zwoelheid staat haaks op het plechtig profetische van Jochanaän en het dekadente van het vorstenpaar. De spanning lost geen moment en wordt haast ondraaglijk als het orkest bijna helemaal zwijgt vóór het hoofd wordt afgeslagen. Je huivert ervan. Strauss heeft met zijn kompositie de tekst een dimensie toegemeten die er nog niet was, een etische invulling waarvan Wilde geen vermoeden had : een transformatie van het zondige en perverse naar aanvaarding en begrip. Na alle rillingen van afschuw blijft enkel de stem van de liefde over. “Und das Geheimnis der Liebe ist größer als das Geheimnis des Todes” zijn Salome’s laatste woorden.

Dit meesterwerk van Richard Strauss speelt momenteel in de Munt. Het is een “herneming” uit 1992. De toen door iedereen zo bejubelde produktie wordt gebracht met dezelfde knappe dirigent, Antonio Pappano, die intussen almaar beter wordt. Ook de intelligente regie van Luc Bondy is dezelfde. Uit de bezetting van toen is enkel Livia Budaï-Batky als fatale Herodias overgebleven. De rest is nieuw, maar uitzinnig goed. Diverse rollen zijn dubbel bezet al naargelang de datum van uitvoering. Ik zag die met Inga Nielsen als verleidelijke èn sensuele Salome, Robert Dale als indrukwekkende profeet en Hubert Delamboye als wufte Herodes. Niets is perfekt, maar hoe kan je kritiek geven op een produktie waarbij je om de haverklap een krop in de keel krijgt ? Deze “Salome” mogen ze nog vaak hernemen.

Fons de Haas

Salome. Nog voorstellingen op 20, 22 en 26 september om 20 uur en op 24 september om 15 uur. 02/229.12.11.

“Salome”, Jochanaäns volgelingen, de enigen in lichte kledij, brengen een bezoek aan de kerker : een verpletterende geladenheid.

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content