Hubert van Humbeeck

Is kolonel Luc Marchal verantwoordelijk voor de moord op tien para’s in Kigali ? Een repliek met allure.

Enkele uren na de moord op president Juvénal Habyarimana van Ruanda stuurt kolonel Luc Marchal in de vroege ochtend van 7 april 1994 een peloton soldaten naar de residentie van eerste-minister Agathe Uwilingiyimana om haar naar het radiogebouw in Kigali te begeleiden. Daar wil ze de bevolking tot kalmte oproepen. Zo ver komt ze niet : ze wordt nog in haar woning vermoord, de tien Belgen worden meegevoerd naar een kazerne en daar op hun beurt gedood.

Kolonel Marchal stond aan het hoofd van ongeveer vijfhonderd Belgische para’s die toen in het kader van een VN-vredesopdracht in Ruanda waren. Blauwhelmen. Licht bewapend in een kluwen van etnische, persoonlijke en politieke belangen.

Nog net voor nieuwjaar liet de auditeur-generaal in Brussel weten dat hij de kolonel in beschuldiging stelt voor onvrijwillige doodslag : hij gaat er met andere woorden van uit dat Marchal de dood van de tien had kunnen voorkomen.

De kolonel nam zijn tijd om op de beschuldiging te reageren. Hoewel. Terwijl de auditeur-generaal weken geleden al een perskonferentie gaf, wachtte Marchal vorige week nog op een officieel bericht. Het is dus niet alleen de pers, die mensen die ergens van worden beschuldigd niet altijd netjes behandelt.

Maar toen kolonel Marchal dan toch in zijn pen kroop, gebeurde dat op een beheerste manier en werd zijn repliek via de persdienst van de krijgsmacht verstuurd. Ten behoeve van de audiovisuele media legde dezelfde dienst de mededeling ook vast op videoband. Want het leger blijft een korps. Dat op deze manier impliciet laat weten dat het zeer verstoord is met de gang van zaken.

Het moet gezegd : Marchal slaat in zijn antwoord nagels met koppen. Hij stelt niet alleen dat de opdracht die hij gaf volledig kaderde in de zogenaamde rules of engagement, die de VN voor de tussenkomst in Ruanda hadden vastgelegd : zijn baas de Canadees Romeo Dallaire noch hijzelf konden daar in Kigali een letter aan veranderen. Maar hij gaat verder. Hij valt met name over de, inderdaad, merkwaardige mededeling aan de pers van de auditeur-generaal, dat hij door de inbeschuldigingstelling van Marchal een maatschappelijk debat over de kwestie op gang wil brengen. ?Is dat de taak van de rechterlijke macht,” vraagt de kolonel zich af. ?Alleen in het parlement kan een demokratisch debat worden gevoerd, waarbij alle verantwoordelijkheden, ook de politieke, ter sprake kunnen worden gebracht.” Onder verstaan : ik krijg uiteindelijk een politiek proces. Want op mijn rug zal de diskussie worden gevoerd, die er niet kwam toen de regering weigerde een parlementaire onderzoekskommissie toe te laten.

Marchal heeft op dat punt gelijk : het is biezonder delikaat om een militair die binnen de grenzen van zijn opdracht is gebleven te gebruiken in een politiek steekspel. Maar de kolonel gaat zelf ook over de schreef. Zijn stelling dat de genocide in Ruanda niet die omvang had kunnen aannemen als politiek België niet halsoverkop had beslist om zijn para’s uit het land terug te trekken, klinkt meer dan een beetje demagogisch. Marchal weet zelf ook best dat z’n vijfhonderd lichtbewapende manschappen die vloedgolf van geweld niet hadden kunnen stoppen.

Maar dat die vloedgolf er aan kwam, was bijna een publiek geheim. Ook Marchal bevestigt nu expliciet dat de VN-vredesmacht in Ruanda al maanden van tevoren had gewaarschuwd dat er iets op til was. Het VN-hoofdkwartier in New York wist daarvan, en Brussel wist ervan. Op zeker ogenblik, maar dat schrijft Marchal niet, vroeg de VN-vertegenwoordiger in Kigali aan het Belgische ministerie van Buitenlandse Zaken om alstublieft zijn invloed in New York aan te wenden om de bekende wapenopslagplaatsen van de Hutu-milities ten minste te mogen bewaken. Njet, zei New York, dat valt buiten het mandaat.

Als er dan toch zondebokken moeten worden gezocht, kan misschien met de vinger worden gewezen in de richting van een organizatie die haar mensen te velde niet ernstig neemt. Zo weinig ernstig dat ze ze laat afslachten.

Hubert van Humbeeck

Dag klein visselijn mijn (Foto : Patrick de Spiegelaere)

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content