Ode aan een rekkertje

Joe Lovano © GF/JIMMY KATZ
Bart Cornand
Bart Cornand Redacteur Knack

Joe Lovano vindt op Bird Songs de oplossing voor eeuwige struggle met de vaderfiguur.

Pap’, zei hij in het vliegtuig, ‘weet je van wie ik het meeste houd?’ Glimmend nipte ik van mijn glas. ‘Jij staat op twee in mijn top tien. Op één staat Geronimo Stilton. Die is niet gewoon journalist, die is uitgever! Dat word ik later ook.’

Vaders en zonen, het is een ongelijke strijd.

Tenorist Joe Lovano weet er alles van. Die heeft twee papa’s: de saxofonisten Big T Lovano en Charlie Parker. Ik heb zo’n vermoeden wie op één staat. ‘Mijn pa heeft indertijd nog Charlie Parker met zijn strijkers zien spelen toen die in Cleveland passeerde, en hij hoorde hem met Miles. Aaaah. Vader leerde spelen dankzij het Charlie Parker en Dizzy Gillespie-songbook. En als kind gebruikte ik zijn collectie om zelf sax te leren. Solo’s opbouwen, eigen interpretaties verzinnen, het begon voor mij allemaal bij Parker.’

Voor zijn 22e album in 20 jaar bij Blue Note Records nam Lovano met zijn ensemble Us Five (James Weiman, piano; Esperanza Spalding, bas; Otis Brown III, drums; Francisco Mela, drums) een eerbetoon aan Parker op. Dat deed hij eerder al met Frank Sinatra, Enrico Caruso en Tadd Dameron, maar Bird Songs is toch van een andere diersoort. Dat moest ook wel. Niet alleen kun je met tribute-cd’s van Parker de bierfeesten van München van onderleggers voorzien, Lovano’s stijl – die slissende toon, die aarzelende sprongetjes, die spookachtige boventonen – is niet echt het uitgelezen medium voor knetterende bebop.

Onder het motto ‘Je doet niet wat de meester deed door te doen wat de meester deed’ paste het kind in Lovano voor knutselwerk met mallen en gips, en ging aan de slag met schaar, plakband, wasco’s, paperclips en rekkertjes. Stukken melodie worden als vamp op de kop van het stuk geplakt (Passport), snelle tempo’s worden opgerekt of in lussen gelegd – elasticiteit is hét kernwoord van deze cd. Luister naar Donna Lee, op weekdagen een razendsnelle tour de force onder saxofonisten. Niet zo bij Lovano, die het openingsthema behoudt, maar het tempo zodanig verlaagt dat de kloppende hitsigheid plaatsmaakt voor langoureus geflirt. In Birdyard wordt de eerste frase van de melodie van Yardbird Suite gekneed tot een tollend thema en doordrenkt met de aulochrome – de dubbele sopraan, gebouwd door onze landgenoot François Louis, die toelaat om tegelijk de melodie te spelen én erover te harmoniseren. Nog een stap verder: Blues Collage, een echte mash-up van Carving the Bird, Bird Feathers en Bloomdido. Lover Man, Parkers pijnlijkste opname ooit, valt helemaal in de plooi met Lovano op een zeldzame G mezzosopraansax.

Is dit een van de beste bands van het moment, zoals het vakblad DownBeat claimt? I beg to differ. De hype rond bassiste Esperanza Spalding lijkt me vooralsnog vooral hormonaal aangedreven, en Lovano’s keuze voor twee drummers is zelden een meerwaarde – met een hoofdtelefoon op wordt u binnen de kortste keren kierewiet.

Maar de merites van dit project? Bird Songs is koesterend, vermoeiend, meeslepend en confronterend. Anders gezegd: vaders en zonen, of hoe je de strijd wint door te zien dat het geen strijd is.

JOE LOVANO/US FIVE, BIRD SONGS, IS UIT OP BLUE NOTE/EMI.

Bart Cornand

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content