Na de daad

MIXTUUR De haan, die kraait. © GF/JAZZLAB SERIES
Bart Cornand
Bart Cornand Redacteur Knack

Omne animal post coitum triste. Over accordeonist Tuur Florizoone, en de pijn van de verborgen bastaardkinderen in Congo.

Jazz en de niet zo hoofse minne, het is een lang verhaal. Pianist Jelly Roll Morton – hebt u zich ooit al afgevraagd wat zijn naam eigenlijk betekent? – begeleidde de meisjes tijdens hun werk in de sporting houses van New Orleans. Het American Songbook, met de liedjes van Cole Porter voorop, barst van de innuendo’s. En we zouden de koters niet te eten willen geven die verwekt werden met een plaat van Chet Baker op de achtergrond.

Maar wat hoor je over het leven post coitum? Over de kinderen die zijn voortgekomen uit al dat al dan niet buitenechtelijke gehobbel? Precies daarover gaat Mixtuur, het nieuwe project van accordeonist Tuur Florizoone.

We schrijven 1950, Congo. Contacten tussen kolonialen en Congolese vrouwen leveren een generatie mulatten op. De kinderen werden bij de moeders weggehaald en ondergebracht in pleeggezinnen en gesloten mulattenkolonies. De zoektocht naar een identiteit kon beginnen.

Precies om die Europees-Afrikaanse mix is het Tuur Florizoone te doen. De accordeonist (bij velen bekend van de soundtrack bij Aanrijding in Moscou, maar checkt u vooral zijn werk met Tricycle) kreeg van de Gentse vzw Trefpunt de vraag om een compositie te schrijven voor een project over de vergeten bastaardkinderen van Congo. Na de succesvolle lanceringsconcerten zijn er nu ook een cd en een tour. En vooral: een heel bijzondere, hechte band. De Zuid-Afrikaanse Tutu Puoane, het Congolese koor Nabindibo, balafonspeler Aly Keita (Kameroen) en de percussionisten Wendlavim Zabsonre (Burkina Faso) en onze Chris Joris planten de muziek diep in de rode aarde – om niet te zeggen: liefhebbers van Polé Polé zullen hen onmiddellijk omhelzen. Onder, naast en boven hen krijgt u heel spannend volk. Florizoone, Marine Horbaczewski (cello), en Michel Massot (bastuba en trombone) zijn oude bekenden van elkaar – samen maakten ze in 2008 het mooie Cinema Novo. Trompettist Laurent Blondiau en bassist Nic Thys zijn van alle markten en bazaars, benoorden en bezuiden de Sahara, thuis.

Dat imbroglio van stemmen en kleuren is ronduit bezwerend. De lange aanhef, Kwa heri, dringt door tot de tandwortels, Once You Go Black You Never Come Back snoert je keel dicht met een prachtige, intrieste intro van Massot . Queskia laat je op adem komen tijdens een verkwikkende wandeling. Die frisse lucht waait door de hele cd. Ja, de thematiek is zwaar, maar Florizoone en co. – met Blondiau als meest opvallende uitschieter – zorgen er met kleine themaatjes en sololijnen voor dat de zaak niet te heavy wordt.

Hoe zat dat ook weer bij Aristoteles? Woordenboek erbij. ‘ Omne animal…’ M-hm, juist. Aha. Hier. ‘ Praeter gallum qui cantat.’ Behalve de haan, die kraait. En die haan, lezer-luisteraar, dat bent u.

TUUR FLORIZOONE, MIXTUUR, WERF 096 VANAF 15 SEPTEMBER OP TOURNEE MET JAZZLAB SERIES. INFO: WWW.JAZZLABSERIES.BE

Bart Cornand

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content