Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

‘In de geschiedenisles ging het over Congo. De leraar vertelde dat zwarte vrouwen soms een kind kregen met een witte Belg. Mulatten noemde hij die kinderen. Ik wist niet wat ik hoorde. En ik was niet de enige. Een kind van een zwarte moeder en een witte vader is een metis. Heel beleefd zei ik dat ik het woord “mulat” beledigend vond, maar meneer deed alsof hij me niet hoorde. Ik herhaalde mijn opmerking en ook mijn vrienden begonnen te protesteren. Toen werd hij echt kwaad. Hij vond dat we de les verstoorden, noemde onze generatie overgevoelig en overdreven politiek correct. Die preek duurde wel een halfuur.

Twee dagen later hadden we weer geschiedenis. Die les ging over de economische impact van de kolonisatie. De leraar legde uit hoe de kolonies België veel welvaart hadden gebracht. Een van mijn klasgenoten, een jongen met Rwandese roots, onderbrak hem meteen. “En de Afrikanen dan? Waar is hun welvaart?” blafte hij. Daarop begon iedereen door elkaar te roepen. Meneer kreeg de klas echt niet meer onder controle. Pas toen de bel ging, stopte het geschreeuw.

In de volgende les ging het plots niet meer over de kolonisatie. We keken naar een oersaaie documentaire over het interbellum. De leraar deed alsof er niets was gebeurd en ook wij hielden onze mond. Dat vond ik wel jammer. Ik had graag een écht klasgesprek over kolonisatie gehad, maar dat durfde ik niet te vragen. De rest van het schooljaar is er geen woord meer over de kolonisatie gezegd. We moesten dat hoofdstuk wel kennen voor het examen, maar meneer stelde er niet één vraag over. Ik denk dat hij een beetje bang was voor ons antwoord.’

* Omdat Malika nog op dezelfde school zit, getuigt ze onder een andere naam.

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content