Na de moord op Theo van Gogh in Nederland kregen ook in ons land enkele politici doodsbedreigingen. ‘Wie olie op het vuur gooit, zaait radicalisme’, zegt Mohammed Boulif, voorzitter van de Moslimexecutieve. Wat leeft er bij de Belgische moslims?

Mohammed Boulif, een ex-bankier van Marokkaanse afkomst, treffen we in de lokalen van de Moslimexecutieve op de derde verdieping van een gebouwtje aan het Brusselse Rouppeplein. De voorzitter bereidt een congres voor over bankieren in de islam in Londen waar hij zal optreden als gastspreker. Het is zondagavond. Om het kwartier valt het licht uit en moet hij onder het elektronisch oog met de armen gaan molenwieken om het weer te laten aanflitsen. Hij heeft het druk en reist geregeld, vertelt hij. Ook meteen na de moord op Theo van Gogh vertrok hij op een buitenlandse zending. ‘De impact ervan heb ik toen verkeerd ingeschat’, zegt hij. ‘Ik dacht niet dat het zo’n vaart zou lopen. In minder belangrijke Belgische aangelegenheden ben ik vaak persoonlijk gaan praten met de betrokkenen om de situatie te ontmijnen.’

Die late reactie werd de Moslimexecutieve, die bijna al sinds haar oprichting in 1999 onder vuur ligt, zwaar aangerekend. SP.A-senator Mimount Bousakla vond het uitblijven van een forse veroordeling een zoveelste reden om de Moslimexecutieve af te schaffen. Eerder al, bij de oprichting en nogmaals in 2003, is beweerd dat de Moslimexecutieve extremisten in haar rangen telt. In een gespannen sfeer kwam dan vorige week het debat op gang over het al dan niet voortbestaan van de Moslimexecutieve, en over de vraag of ze ook geen Vlaamse kamer zou moeten tellen.

Maar dat is niet voor meteen: de Moslimexecutieve blijft nog een tijdje in haar huidige vorm bestaan. Een officiële spreekbuis vormen voor de moslimgemeenschap – zo luidde onder meer haar doel. De Moslimexecutieve beperkte zich daarbij strikt tot materiële kwesties als moskeeën, onderwijs, imams. ‘Religieuze of ideologische standpunten kunnen en mogen we trouwens toch niet innemen’, zegt Boulif. ‘Anders dan bij de katholieken laat de islam niet toe dat er een hiërarchisch hogere macht wordt ingesteld, waar alle moslims naar zouden luisteren’, doceert hij. ‘We zijn verkozen omdat de overheid een gesprekspartner wilde voor de materiële vraagstukken. Onze taak beperkt zich tot de vertegenwoordiging van de wereldlijke instelling van de moslimgemeenschap: de erkenning van moskeeen, de aanstelling van imams, en het dossier van het islamonderwijs. Het gaat dus om materiële vraagstukken. Ideologische of filosofische vragen mogen we niet beantwoorden.’

‘Dat is precies het mooie aan de islam. De moslims zijn vrij om hun godsdienst individueel te beleven. Er is geen religieuze autoriteit die hen zegt wat te denken of te doen.’ Een welluidende theorie, die misschien ook voor een stuk de verdeeldheid binnen de Moslimexecutieve moet maskeren. Boulif wil wat de Belgische moslimgemeenschap betreft alleen uit eigen naam spreken. ‘Weinig moslims zouden het op prijs stellen als ik hun visie zou vertegenwoordigen. Dan bellen ze boos op, om te vragen hoe lang ik me nog ga verantwoorden in naam van de gemeenschap. Ik heb geen mandaat om in hun naam te spreken, klinkt het dan.’ Kennelijk heerst ook daar niet echt een ontspannen sfeer.

Wat leeft er bij de moslims na de gebeurtenissen van de laatste weken? Is de situatie even explosief als in Nederland?

MOHAMMED BOULIF: Ik denk van niet. De doodsbedreigingen tegenover de politici wijzen wel op een klimaat van spanning. Toch heb ik de indruk dat de gemeenschappen in België heel goed samenleven. Historisch gezien waren de Belgen goed voorbereid: ze zijn vertrouwd met het probleem van samenleven tussen Vlamingen en Walen. De migranten, in een eerste fase de Italianen, hebben zich snel en goed geïntegreerd. De integratie van de moslimgemeenschappen, de Turken, de Marokkanen, vraagt natuurlijk wel wat meer tijd. De internationale context werkt op dat vlak momenteel ongunstig: er heerst een sfeer van geweld. De moord op Theo van Gogh veroordelen we dan ook ten zeerste, hoewel we ook vragen hebben bij de mening die hij vertegenwoordigde. Nederland is een gastvrij en verdraagzaam land, waar men evenwel tussen de gemeenschappen niet altijd respect toont voor de andere en waar men blijkbaar te gemakkelijk bepaalde grenzen overschrijdt. Ik ben een voorstander van de vrije meningsuiting maar in het huidige klimaat, waarin de moslims in het defensief gedrukt zijn, is elke vorm van provocatie uiterst gevaarlijk. Als je de koran, die voor de moslims een heilig woord is, reproduceert op de rug van een naakte vrouw, raak je de moslims diep in hun geloof. Sommige moslims zijn bereid om een dialoog aan te gaan, maar anderen zijn dat helemaal niet. Ze reageren emotioneel en vatten elke vorm van kritiek heel persoonlijk op. Dat leidt tot reacties zoals in Nederland.

Wij pleiten nochtans altijd voor een dialoog. De koran schrijft immers voor dat je met anderen moet discussiëren op de best mogelijke manier. Lukt het niet om een dialoog aan te gaan, dan is er een tweede principe: negeren. We laten de andere spreken, schrijven, en op een dag begrijpt hij het misschien wel. Komt het dan toch nog tot een conflict waarbij de andere bepaalde grenzen overschrijdt, dan is het uitgesloten dat we het recht in eigen handen zouden nemen. De enige die dan recht kan spreken, is de staat. Dat geldt zelfs in het geval van een jihad – alleen een staat kan daarover beslissen, niet een enkeling of een groep van terroristen.

Het klimaat in Nederland is ontaard, zegt men. De frustratie was de jongste tijd toegenomen.

BOULIF: Nederland is altijd al een zeer open land geweest, een van de meest open landen van de Europese Unie. De moslims hebben er ook altijd heel wat voordelen genoten. Akkoord, een Moslimexecutieve zoals de onze, die de wereldlijke instellingen van de islam vertegenwoordigt, is er niet. Maar Nederland telt wel heel wat scholen waar de islamitische godsdienst en Arabisch onderricht worden. Er zijn een dertigtal islamscholen die ook door de staat betaald worden. In België is er slechts één, een lagere school in het islamitisch centrum in Brussel.

Tot voor enkele jaren was er in Nederland een gunstig klimaat voor moslims. Maar na de moord op Pim Fortuyn is de situatie zienderogen verslechterd en volgden de incidenten elkaar op. De imams die zich op een onaanvaardbare manier over onder meer Europeanen uitlieten, dreven de al negatieve sfeer ten aanzien van de moslims nog op de spits. Voor de Nederlandse moslims was het helemaal nieuw: voor het eerst kregen ze te maken met politiek extremisme. Omdat het er zo plots kwam, kregen ze het niet verteerd.

In België is de situatie wat dat betreft anders, er is de lange traditie van het Vlaams Blok/Vlaams Belang. Het is een gevaarlijke partij die nog groeit, maar door de manier waarop ze is ontstaan hebben de moslims ermee leren leven.

Ook in België spreken sommige imams naar verluidt opruiende taal. U draagt de dossiers voor om imams aan te stellen. Hoe talrijk zijn de ‘omstreden’ imams en hoe gevaarlijk schat u in wat ze prediken?

BOULIF: Let wel, we oefenen geen controle uit op de preken van de imams. We weten min of meer wat er zich afspeelt. Maar we zijn niet de gendarmes van de gemeenschap. We zijn aangesteld om de moskeeën te erkennen, de imams voor te dragen, het dossier van het islamonderwijs af te leveren. Stuk voor stuk zijn het kwesties waarin we geen theologische uitspraken hoeven te doen. In een moskee meten we alleen het aantal vierkante meter en tellen het aantal gelovigen, en we sturen het dossier door. Van de imam gaan we na of hij zijn papieren bezit en deel uitmaakt van het comité van de moskeeën. Verder reikt onze taak en onze bevoegdheid ook niet. Imams excommuniceren kunnen we niet. Het is de opdracht van justitie om ‘verdachte’ imams op te sporen en te vervolgen.

Akkoord, we trachten meestal wel aan te manen tot een gematigde dialoog om de rust te bewaren, maar we kunnen de gemeenschap niets opleggen. De klachten zijn trouwens relatief. Het radicalisme dat je soms hoort in moskeeën is zelden een politiek islamistisch radicalisme. Vaak gaat het om pleidooien van solidariteit tegenover de Palestijnen, Irak, Tsjetsjenië. Ik geef toe, de grens met de politiek is soms misschien moeilijk te trekken. Maar een imam die hetzelfde discours houdt als een activist, is gevaarlijk. De activist is een idealist.

De Unie van Turkse Verenigingen zegt dat de raad van bestuur toegankelijk zal zijn en dat de preken bespreekbaar zullen zijn.

BOULIF: Ze kunnen dat ook doen vanuit hun hoedanigheid, ze hebben een andere rol dan wij. Ze spreken in naam van een aantal moskeeën die hun rechtstreekse leden zijn. Wij zijn niet verkozen om dat te doen. Soms lanceren we een standpunt via het Comité van Theologen, een zestal theologen, met wie we regelmatig overleg plegen. Over de hoofddoek bijvoorbeeld zijn we van mening dat meisjes die een hoofddoek dragen, in België het recht hebben om dat te doen. Ze gaan daarmee niet in tegen de grondwet, en ze vragen daarmee ook geen extra rechten ten aanzien van de Belgen. We hebben als moslims de keuze gemaakt om te leven in een gemeenschap die regels en wetten heeft en een grondwet, en dus moeten we die zo goed mogelijk proberen na te leven. In België heeft dat totnogtoe altijd goed gewerkt. De gemeenschappen leven vrij harmonieus samen.

Meteen na de moord op Theo van Gogh kondigde minister van Binnenlandse Zaken Patrick Dewael aan dat hij het terrorisme strenger zou bestrijden. Hij stigmatiseert, klonk het toen.

BOULIF: Ik begrijp niet dat een zo hooggeplaatst politicus als Dewael, die een briljant man is, zo onvoorzichtig kan zijn en olie op het vuur komt gooien. Extra maatregelen kunnen alleen contraproductief werken en zullen tot radicalisering leiden. Justitie doet haar werk trouwens goed. Door de moslims almaar openlijk aan te vallen, kan er alleen maar frustratie ontstaan.

Ik denk dat men vandaag de moslims eerder de hand moet reiken en proberen om ze te verstaan. Imams die een ‘bedenkelijke’ preek houden, moeten dan ook niet meteen het land worden uitgezet. Men moet met hen praten. Hun discours vloeit vaak voort uit de cultuur in het land waar ze van afkomstig zijn. Bovendien kennen ze vaak ook de taal niet van de jongeren die hier geboren zijn en tot wie ze zich moeten richten. Ze moeten een soort van opleiding krijgen waarin ze bijvoorbeeld ook leren welke de rol is van een religieuze leider in België – die is helemaal anders dan in Egypte of Saudi-Arabië. Bovendien moet hij ook antwoorden krijgen op voor hem vaak helemaal nieuwe vragen: euthanasie en atheïsme bijvoorbeeld. Wie in België als moslim niet meer gelooft, kan gewoon alcohol drinken. In andere landen is dat iets wat erg choqueert. Vandaar ons pleidooi voor een opleiding voor de moslims, die vanuit de moslimgemeenschap zelf zal moeten komen.

De moslimgemeenschap is aan zelfreflectie toe?

BOULIF: Misschien wel. Maar toch denk ik dat men te vaak de islam als godsdienst aanvalt, in plaats van groepen van moslims die zich op een bepaalde manier gedragen. Denk aan de onderdrukking van de vrouw bijvoorbeeld. Dat is een lang niet te veralgemenen fenomeen dat in de westerse samenleving nog vooral bij minderheden voorkomt. Ook de genitale verminking, die soms als voorbeeld wordt gebruikt, is een praktijk die alleen in bepaalde contreien bestaat. Men houdt een veel te negatief discours over de islam in het algemeen. Daardoor moeten de moslims zich steeds weer verdedigen. Ik pleit voor een grondige dialoog.

Door Ingrid Van Daele

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content