Dirk Draulans

Over de televisie als supervergrootglas. De beelden van het jaar.

De getergde blik van Willy Claes, die voor een horde fotografen en cameramensen zijn onschuld staande houdt : “I can look everybody in the eyes ! ” Het gewaggel van Boris Jeltsin die een sekretaresse onzedelijk betast. Jean-Luc Dehaene met een stetson op zijn hersens, die een mechanische stier berijdt. De schuwe oogopslag van prinses Diana. De valpartij van Fabio Casartelli in de Tour de France. Verhakkelde lijken in de straten van Grozny, Tuzla en Sarajevo. De ondertekening van het vredesakkoord in Dayton. De moord op Yitzhak Rabin en de vochtige ogen van Bill Clinton. We krijgen het de komende weken allemaal opnieuw te zien.

Maar welk beeld zal ons van 1995 bijblijven ?

Vermoedelijk dat van de brandweerman die in Oklahoma een baby vanonder het puin haalde. Want dàt beeld dat was echte televisie.

Vorige week verscheen het boek “Live ! Macht, missers en meningen van de nieuwsmakers op tv”. De auteurs Charles Groenhuijsen en Ad van Liempt, respektievelijk prezentator en hoofdredakteur van het onvolprezen Nederlandse aktualiteitenprogramma Nova, proberen daarin het mechaniek van de televisieverslaggeving bloot te leggen.

Een beroemd voorbeeld te vergelijken met de stervende baby in Oklahoma is de hysterie die in Engeland ontstond nadat de BBC meer dan de helft van zijn belangrijkste nieuwsprogramma besteedde aan het vijfjarig meisje Irma Hadzimuratovic dat op 30 juli 1993 tijdens een mortieraanval op Sarajevo zwaar gewond was geraakt. Televisiemakers noemden dat cynisch naar de naam van het meisje het Irma-effekt : Instant Respons to Media Attention. “Televisie vernauwt de blik”, schrijven Groenhuijsen en Van Liempt. “Dat gebeurt door letterlijk en figuurlijk in te zoomen op verdriet en leed van een individu. De camera staat er bovenop en laat dus onvermijdelijk veel informatie weg. Dat leidt tot een vorm van selektief kijken, want door de overdaad aan media-aandacht heeft de kijker de indruk veel of zelfs bijna alles te zien. “

Wie dagelijks naar het journaal kijkt, weet dat misère-beelden, zoals die uit Ruanda, aan snelle inflatie onderhevig zijn. Heb je één opgezwollen kadaver gezien, heb je ze allemaal gezien. Iedere hoofdredakteur met een béétje gevoel voor kijkcijfers heeft dat in de gaten.

Groenhuijsen en Van Liempt ergeren zich “aan de tendens van veel televisieverslaggevers en hun commerciële opdrachtgevers om te scoren. Er ontstaat een gevaarlijk mengsel van propaganda, censuur en leugens aan de ene kant, en ijdelheid, ambitie en geldingsdrang aan de andere kant. “

Maar dat geldt natuurlijk niet alleen voor de televisie.

Het grootste gevaar vormen volgens de twee Nova-journalisten al die met een witte schotelantenne en satellietverbinding uitgeruste auto’s die het nieuws live in de huiskamer moeten brengen. Welke omroep zou nu niet op CNN willen lijken ? “Vroeger ging alles veel trager. De verslaggever moest met een paar blikken film onder zijn arm terugrijden naar de studio ; daar zat hij vervolgens een uur te wachten tot de film ontwikkeld was en dan pas kon hij zijn reportage gaan monteren. Dat gaf hem de tijd om na te denken en nog eens een paar feiten te checken. Dat is allemaal voorbij. Alles is instant. Mede dankzij de satelliet-schotel is zorgvuldig afwegen niet meer mogelijk. “

“Live ! ” is een nuttig boekje en het zou geen kwaad kunnen als de nieuwe topmanager van onze publieke omroep het straks onder de kerstboom vond. Bij de BRTN is de eerste auto-met-satellietverbinding eindelijk gearriveerd.

Piet Piryns

De eerste sneeuw (Foto : Patrick de Spiegelaere)

Tocht in de tunnel

Er is iets mis met Le Shuttle : de trein die auto’s met passagiers door de tunnel onder het kanaal rijdt. Dat de onderneming Eurotunnel, die de tunnel bouwde en exploiteert, 360 miljard Belgische frank schuld heeft, en zelfs de rente daarop niet meer kan betalen omdat de inkomsten tegenvallen, is niet ons probleem. Er zijn al mensen voor minder failliet gegaan, en die tunnel gooien ze niet meer dicht. Misschien halen ze de treinen er wel uit, zodat de auto’s er zelf door kunnen rijden.

Voorzichtige reizigers kopen nu al geen retourticket meer, omdat ze bang zijn dat de treinen niet meer zullen rijden als ze terug moeten, wegens Eurotunnel over de kop gegaan. Maar de merde voor de reiziger die wel een tochtje door de tunnel waagt, is dat Eurotunnel zijn belangrijkste belofte op een uurtje van Frankrijk naar Engeland of omgekeerd geregeld niet waarmaakt. Op het gevaar af te gaan klinken als Emiel Goelen : de jongste weken waren er net iets te veel problemen om vlot door de tunnel te geraken om dat als een toevallige tegenslag te beschouwen.

Het duurde geregeld uren voor er plaats was op een trein, met een maximum van vier uur. Zelfs onze prins Filip doet dat sneller. Flexibiliteit om extra-treinen in te schakelen, of gewoon extra-personeel op te roepen om de verkeerschaos op de parkeerplaats op te vangen, ontbrak. Een uitleg was er wel altijd : teveel Britse toeristen wilden tegelijk terug ; of de ferry’s lagen aan de ketting als gevolg van de stakingen in Frankrijk. Als het dan toch eens een keertje lukte om op tijd een trein te nemen, moesten alle auto’s er na een half uurtje weer af, wegens technisch defekt.

De ironie wilde dat tijdens die laatste rit alle passagiers een certifikaat van Eurotunnel kregen, dat getuigt dat de passagier “geschiedenis maakte door met Le Shuttle door de kanaaltunnel te reizen”. Als Eurotunnel binnenkort failliet gaat, zal dat van die geschiedenis wel kloppen. Maar misschien zou Eurotunnel beter een certifikaat van moed en zelfopoffering uitreiken aan de passagiers die toch het risico nemen om lang op een trein te moeten wachten.

Dirk Draulans

Lekker warm

Een avond in Brussel-Centraal, wachten in een trein die wacht. Kijken naar de schaduw van een koploze sint en zijn paard op de muur van het Spanje-plein, een foto van Marc Cels. Uit de vrieskou stapt een haveloze baard rond een hoofd zonder mijter het coupé binnen. Blaast, bedelt om een sigaret en gaat zitten als de trein rijdt. Wat is het lekker warm. Komt de kaartjesknipper. Waarheen gaat de reis, sint ? Naar Knokke. Het eerste kaartje is verlopen, het tweede is voor Charleroi. Identiteitskaart ? Geen identiteitskaart. “In het volgende station moet ge er uit ! “. Kontroleur naar af, de heilige krijgt zijn tweede sigaret. De gloei gaat mee tot Gent Sint-Pieters. Dag sint. Fluitend op de lippen bij wijze van “Meekomen ! “, troont de kaartjesknipper hem naar de trap. Trappen af zo gaat het, tot aan het infobord. En aan de andere kant weer trappen op, naar de volgende, warme trein. Zo doen de havelozen, bij duizend graden onder nul.

Jan Braet

Grof vuil

Je bent vierenzeventig, je bent een nette weduwe en je wil een oud matras kwijt. Als voorbeeldig Gentenaar breng je die dus naar het containerpark. Daar is iedereen buitengewoon behulpzaam. Men raadt je aan je matras terug mee te nemen en de stadsreinigingsdienst te bellen. Het ophalen van grof vuil gebeurt in Gent vooralsnog kosteloos, maar op aanvraag. Wie het grof vuil daarentegen zélf aanvoert, moet regels zijn regels betalen. Een matras wordt als “brandbaar niet-rekupereerbaar grof vuil” beschouwd en het dumpen ervan kost 550 frank per kubieke meter. Betalen dus, om ze eindelijk kwijt te zijn.

Op de faktuur wordt een en ander duidelijk. Het containerpark valt onder de Intercommunale Vereniging voor Afvalbeheer in Gent en Omstreken (Ivago), waarin de stadsreinigingsdiensten van Gent en Destelbergen begin dit jaar zijn opgegaan. Een dergelijke privatizeringsoperatie kost blijkbaar geld. Volgens de stadsgids (1994-1995) betaalde de burger voor het deponeren van grof huisvuil aanvankelijk slechts 300 frank per kubieke meter.

Een telefoontje met de stadreiniging leert algauw dat je nu meteen bij Ivago terechtkomt en dat grof huisvuil (maximaal één kubieke meter) inderdaad kosteloos en op aanvraag wordt opgehaald : nog tot 15 december. Nadien zal dit niet meer op aanvraag, maar wel vier keer per jaar gratis gebeuren. Een telefoontje met het kabinet van de schepen voor Milieuzaken Lieven Decaluwe (VU) leert dan weer dan hij wel in de raad van bestuur van Ivago zetelt, maar noch voor huisvuil noch voor interkommunales verantwoordelijk is. Die behoren tot de bevoegdheid van schepen voor Ekonomische Ontwikkeling, Haven en Nutsvoorzieningen Daniël Termont (SP).

Het overhevelen van de stadsreinigingsdiensten naar Ivago is een beleidsoptie van de paars-gele koalitie en dààr heb je als nette weduwe niet voor gestemd.

Frank De Moor

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content