Gesprek met André-Mutien Léonard, de controversiële bisschop van Namen. “De kijk van de paus op de toekomst vind ik profetisch, moedig en indrukwekkend. “

DE NAAMSE TAXICHAUFFEUR vroeg met opgetrokken wenkbrauwen wat ik dan wel bij die bisschop Léonard verloren had. De gesluierde zuster-portierster van het wat onderkomen neo-klassieke bisschoppelijk paleisje keek bezorgd op : wat had haar bisschop nu weer uitgehaald, dat er een journalist op af kwam ? In de miezerige hall hing de zure soepgeur die je ook in kloosters en internaten opvalt, maar in het bisschoppelijk kantoor zelf, niets dan zon en ook een breedglimlachende 55-jarige André-Mutien Léonard, de 29ste bisschop van het bisdom Namen. Op zijn tafel een grijpklare paarse stool, biechten kan hier blijkbaar elk moment. De bisschop draagt een opvallend zilveren borstkruis en ring. Is dat nu het gedoodverfde boegbeeld van het konservatieve katolicisme in ons land, de man die zowat met iedereen in zijn bisdom overhoop ligt ?

– Kan u de Waalse en de Vlaamse kerk vergelijken ?

– ANDRE-MUTIEN LEONARD : De Waalse kerk is zeer sterk georiënteerd op de kerk in Frankrijk, dat lijkt me vanzelfsprekend. De Waalse kerk heeft ook eerder dan Vlaanderen de sekularizatie gekend. Het geloof heeft hier zijn evidentie vlugger verloren dan bij jullie. Momenteel hebben we wel de indruk dat Vlaanderen nu pas de volle lading van al deze problemen te verwerken krijgt. In Wallonië is de storm wat geluwd en zien we veeleer sporen van een heropleving, een nieuw begin voor de kerk, wat in Vlaanderen misschien nog niet in zicht is. Zeker lijkt me dat de huidige kerkkrisis veel dieper ingrijpt in Vlaanderen dan in Wallonië. Het ergste schijnt hier voorbij.

Maar Vlaanderen en Wallonië op kerkelijk gebied vergelijken, is niet zo makkelijk. Onze sociaal-ekonomisch-kulturele situatie is zeer verschillend, denk maar aan de jarenlange machtspositie van de Parti Socialiste in dit landsgedeelte.

– Kontakten met Waalse kerkmensen leren dat in Wallonië nog altijd het beeld leeft van een machtige Vlaamse kerk die zowat alles te zeggen heeft. Klopt dat ?

– LEONARD : Ja, die indruk leeft hier wel. Ik denk, maar misschien vergis ik me, dat in Vlaanderen de kerk stevig gestruktureerd is, maar dat de ziel er wat uit is. Neem nu, bijvoorbeeld, de priesterroepingen. In Wallonië nemen deze veeleer toe of stagneren ten hoogste, terwijl in Vlaanderen het aantal intredes in de seminaries ernstig daalt. Of nog, de opkomst van nieuwe religieuze groepen en gemeenschappen in de kerk : hier delen wij volop in de hausse van het nieuw religieus leven, dat zich vooral in Frankrijk manifesteert, terwijl soortgelijke bewegingen in Vlaanderen moeilijk van de grond komen.

– Op de recente Waalse kerkdag is opgekomen voor een eigen Waalse kerk. Deelt u die mening ?

– LEONARD : Zelfs indien we duidelijk onze eigen weg gaan, een eigen evolutie doormaken, wens ik toch dat de kerk van België één zou blijven. Ondanks de vele verschillen hebben we een gemeenschappelijk verleden, een vorm van verbondenheid, eenzelfde stijl. Op verschillende vlakken wordt trouwens voortreffelijk samengewerkt.

– Meneer de bisschop, hoe zou u uzelf portretteren ?

– LEONARD : Ik moet wel opvallen, want blijkbaar hou ik veel mensen bezig. Momenteel is er zelfs al een journalist een boek over mij aan het schrijven, stel je voor. De titel van zijn boek vind ik best geslaagd : Mgr. Léonard, un évêque de plein air. De auteur maakt hier allusie op het feit dat ik vijf maanden per jaar niet in Namen woon, maar rondtrek van dekenaat tot dekenaat. Zo ontmoet ik heel veel mensen en dat komt tegemoet aan mijn temperament. Na twintig jaar professor te zijn geweest in Louvain-la-Neuve, heb ik genoeg boekenwijsheid opgestoken, genoeg gedoceerd en gepubliceerd. Met mijn nederige komaf hou ik namelijk van het kontakt met de eenvoudige mens en dit op een volkse manier, ik werk graag op het veld. Zo ben ik nu eenmaal : ik hou van de luister en de ernst van de liturgie, maar op mijn tochten door het bisdom kan ik even goed in een bejaardenhome een ontspanningsnamiddag animeren en zelfs optreden als chansonnier.

– U wordt veel gevraagd door de media. En zelfs op de BRTN weerklonk uw versie van een Brassens-lied. Voelt u zich een mediabisschop ?

– LEONARD : Och, de televisie en radio vragen me nogal eens en ik ga daar graag op in. Alhoewel… neem nu dat voorval met het Brassens-liedje. We hadden een goede diepgravende gedachtenwisseling gehad in de priesterraad, een echte goede dialoog, al waren we het lang niet eens op alle punten. Dan lees ik nadien tot mijn verwondering in een perscommuniqué dat het in de Naamse priesterraad eens te meer tot een breuk gekomen is tussen de priesters en mezelf. De dag nadien staat er in Le Soir warempel een artikel over de alweer oplaaiende koorts in het bisdom Namen. Voor mij was dit een voorbeeld van een typisch verschijnsel in de pers : het non-event opblazen tot een belangrijk incident. Kort daarop vraagt de RTBF-radio me als gast in een ochtendprogramma. Ik mocht een stukje muziek kiezen om het interview met mij te illustreren. Ik kon gregoriaans, klassieke of lichte muziek nemen. Ik koos Georges Brassens met “La complainte des fossoyeurs” (de ballade van de doodgravers), zij die leven van de dood van de anderen. Ik besloot dat liedje op te dragen aan bepaalde journalisten, de toepassing spreekt voor zich. Maar toen dacht ik bij mezelf, waarom dat liedje niet zelf zingen, ik zing zo graag. Ik deed het als student en nu nog in bejaardentehuizen. En als ik de tekst nu ook zou herschrijven en zeer konkreet toepassen op bepaalde journalisten ? En dat deed ik. Maar die journalisten hadden blijkbaar niet erg veel zin voor humor en het werd een nieuwe rel.

– Men noemt u wel eens een konservatieve populist. Herkent u zich in deze typering ?

– LEONARD : Van de ene kant sta ik bepaald open voor alle mogelijke vernieuwingen en aanpassingen, maar tegelijk ben ik zeer gehecht aan de eisen van het geloof, de sakramenten, aan het leergezag van de kerk, zelfs op de meest controversiële punten. Zodra je tegenwoordig gehecht bent aan de traditionele waarden, aan de paus en aan de fundamenten van het geloof, krijg je het etiket konservatief opgekleefd. Mijn leidraad kan je samenvatten in getrouwheid en openheid. Het opzoeken van de mensen, het direkt kontakt met hen, is dat populisme ? Men verwijt me nogal eens dat er een breuk bestaat tussen mij en de bewoners van dit bisdom, ik merk daar niets van. Integendeel, de mensen begroeten me hartelijk en bedanken me omdat ik de weg naar hen vind.

– Nog anderen noemen u gewoon gevaarlijk : een harde kerkvorst in een populaire verpakking.

– LEONARD : Het kan inderdaad sommigen wel hinderen dat ik tegelijkertijd trouw ben aan de traditionele essentiële geloofsgegevens en toch zo open en bereikbaar voor iedereen ben.

– Imiteert u niet een beetje paus Joannes Paulus II ?

– LEONARD : Ik imiteer niemand. Ik bèn nu eenmaal zo, dat ligt gewoon in mijn natuur. Neem nu mijn verlangen om zeer dikwijls op het terrein een stuk te gaan meeleven met de mensen in de verschillende hoeken van mijn bisdom, dat de provincies Namen en Luxemburg omvat en 660.969 inwoners telt. Dat idee haalde ik al jaren geleden bij de Portugese bisschoppen. Ze vertelden me hoe ze ieder jaar de periode van Allerzielen tot Palmzondag gingen doorbrengen in verschillende parochies van hun bisdom. Ook Frans van Sales, de heilige bisschop van Genève deed dit al en pas later vernam ik dat de huidige paus, alvorens hij paus werd, in zijn bisdom hetzelfde deed.

– Wat bewondert u het meest in de huidige paus ?

– LEONARD : Zijn gebedskultuur, hij is een man van gebed. Vervolgens zijn profetische trekken, hij heeft een moedige en profetische kijk op de toekomst. Neem nu zijn visie op de viering van het jaar 2.000, 2.000 jaar kristendom, en zijn echte oecumenische ingesteldheid. Lees er zijn brief “Het licht uit het Oosten”, gericht tot de oosterse kerken, maar eens op na. Dat is voor mij indrukwekkend. Hij is een groot intellektueel, groot filozoof en groot moralist en toch zeer jong van hart, sportief, dynamisch en open van geest.

– De paus en uzelf moeten toch almaar meer afrekenen met een groeiende binnenkerkelijke oppositie en niet altijd van de minsten. Denk onder meer aan Melchior Wathelet, die in Verviers opstapt in een manifestatie ten gunste van monseigneur Gaillot.

– LEONARD : De oppositie tegen de paus komt in eerste instantie voort uit een weerstand tegen de waarheid die hij verkondigt, die waarheid hoort men niet graag. Het evangelie wekt nu eenmaal weerstand op. Hij is een stoorzender in het reilen en zeilen van deze tijd. Toch moet ik zeggen dat in de verschillende elektrisch geladen Romeinse verklaringen van de jongste tijd (seksuele moraal, verbod voor priesterwijding voor vrouwen, enzovoort) er een pastorale aanpak ontbreekt. Ik mis in die dokumenten warmte. Koele teoretische beschouwingen volstaan niet, daar moet iets aan veranderen. Het is een kwestie van kommunikatie.

Nu zegt Rome dat wij bisschoppen die teksten pastoraal moeten vertalen naar de mensen toe, maar de pers krijgt deze teksten meestal eerder in handen dan wij. We krijgen er gewoon de tijd niet voor. De oppositie zou dus heel wat wind uit de zeilen worden genomen bij een betere kommunikatie.

– En de oppositie tegen uw eigen persoon ?

– LEONARD : Oppositie tegen mijn persoon ? Ik ben hier nu vier jaar bisschop, tegenstand was er vooral in het begin toen ik de teologische vorming op mijn seminarie wilde hervormen. Er was een teologisch instituut, het Sénevé, niet zonder verdienste trouwens, maar daar heerste een tekort aan evenwicht tussen professoren die de officiële kerkelijke leer doceerden en een bepaald kritische vleugel. In het belang van het bisdom en de priesterroepingen wilde ik dat evenwicht herstellen, niemand diende daarom ontslagen te worden. Ik ijverde alleen voor een aanvullende samenwerking met de Ecole de la foi, een teologische instelling die het tekort aan spiritualiteit zou aanvullen. Ik wilde ook wel zelf, als oud-professor enige kursussen geven op mijn eigen seminarie. Die synergie lukte niet. Je weet dat er al een zekere allergie voor mijn persoon was vóór mijn eigenlijke aanstelling tot bisschop. Ik had toen al de reputatie een rechtlijnig priester te zijn, iemand van rechts. Er hing een gespannen sfeer toen ik hier kwam, sfeer gecreëerd door bepaalde milieus, want de mensen zelf stonden achter mij. Mijn bisschopswijding werd overigens een echt feest. Maar toch heerste er wantrouwen. Vandaar dat mijn plan met het seminarie werd afgeschoten. Inderdaad, ik wilde verandering, maar zonder iemand te ontslaan. Ondanks vele onderhandelingen bleven we in de impasse. Ik stuurde mijn seminaristen intussen naar andere instituten. Om uit de krisis te geraken, ben ik in 1993 dan maar begonnen met een heel nieuw seminarie, waaraan geen enkele professor van de oorspronkelijke teologische afdeling van het oude Sénevé wilde meewerken. Voilà, dat is het verhaal.

– Meneer de bisschop, bent u lid van Opus Dei ?

– LEONARD : Opus Dei behoort tot de katolieke kerk, we moeten ook een binnenkerkelijk oecumenisme stimuleren. Ik ben op generlei wijze verbonden met het Opus Dei. Als professor in Louvain-la-Neuve lag mijn verhouding met deze organizatie trouwens niet zo best. Ik bewonder veel zaken in het Opus Dei, maar het is niet mijn stijl, al erger ik mij aan een bepaald soort kritiek op het Opus.

– De kerk schijnt verlamd door een almaar voortschrijdende polarizatie, is dat tij nog te keren ?

– LEONARD : De polarizatie in de kerk beperkt zich tot West-Europa en Noord-Amerika, in andere delen van de wereld hoor je daar niets van. In ons land is de polarizatie sinds kort inderdaad een opvallend feit geworden, maar dan toch vooral in Vlaanderen. Je moet weten, onze maatschappij staat op alle vlakken sociaal, economisch, kultureel, politiek , op een keerpunt, er beweegt heel wat. Er is vooral ook een spirituele krisis. De vraag die zich opdringt, is de volgende : wat doen we met Gods’ woord en met Jezus Kristus ? Wij zijn kinderen van de moderne tijd met zijn vele verworvenheden, die lang niet allemaal negatief zijn. Vanaf de Verlichting is de kreet gaan aanzwellen : de mens is volledig autonoom, de mens is het centrum van alles. Ook ons geloof hecht veel belang aan waarden als gewetensvrijheid en menselijke waardigheid, maar staat tegelijkertijd open voor iets dat van buiten de mens komt, dat van hoger komt. Dat valt moeilijk voor onze tijdgenoten, dat kunnen ze moeilijk aanvaarden. Daar ligt de ware achtergrond van alle binnenkerkelijke diskussies en weerstanden. Ik hoop dat we daaruit geraken, niet opgesplitst in kampen van winnaars en verliezers, maar in het gezamenlijk herontdekken van het essentiële van het geloof als iets dat ons van hoger is gegeven, dat van buiten ons komt. Het opperste leergezag stoort velen, precies omdat het een teken is van iets dat van boven de mens komt.

Staf Nimmegeers

Monseigneur Léonard, bisschop van Namen : “Ik imiteer niemand, ik ben nu eenmaal zo. “

Léonard over paus Joannes Paulus II, hier tijdens zijn bezoek aan Slovakije van vorige week : “Hij is een groot intellektueel met een jong hart. “

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content