Joe Henderson brengt hulde aan de vader van de bossa nova, Antonio Jobim.

OP 8 DECEMBER 1994 bezweek de Braziliaanse komponist, gitarist en pianist Antonio Carlos Brasileiro de Almeida Jobim (67) aan de gevolgen van een hartkwaal. De Girl of Ipanema, die hij ooit onder de bewonderende blikken van het mansvolk had zien voorbijzweven vanuit zijn raam in het kustplaatsje Ipanema, en die hem inspireerde tot het schrijven van een van de meest vertolkte songs uit de muziekgeschiedenis, zal nu wel een grootmoedertje zijn. Maar de melodie en een groot deel van de vierhonderd andere tema’s die Jobim komponeerde, hebben niets van hun frisheid verloren.

Sinds zijn overlijden regent het lofbetuigingen en beschouwingen over zijn komponeertalent. Hij wordt in één adem genoemd met meesters als George Gershwin, Cole Porter en Duke Ellington, die al generaties lang de jazzimprovizatoren gelukkig maken met hun inspirerende melodieën en onderliggende harmonische schema’s. Jobim is een kind van die drie grote komponisten. Niet voor niets besloot hij na een koncert van Duke Ellington in Rio om zijn studies in de architektuur vaarwel te zeggen en voor de muziek te kiezen.

Dat was in de jaren veertig. Antonio maakte zijn eerste muzikale stappen in de inferninhos, de groezelige nachtklubs van Rio. In 1958, als artistiek direkteur van Odeon Records, overtuigde hij de firma om een plaat uit te geven van zanger en gitarist Joâo Gilberto. Dit werd “Chega de Saudade”, met een titelnummer van Jobim zelf, en het was de geboorte van een nieuwe muziekstijl, de bossa nova of “nieuwe golf”. Ze maakte komaf met de overbodige ritmische versieringen waaronder de Braziliaanse samba gebukt ging, en verving die door een strak, driedelig aanvoelend, gesynkopeerd ritme. Naar het voorbeeld van wat iemand als saxofonist Gerry Mulligan in die tijd binnen de cooljazz-beweging deed, werd hierop een eenvoudige, maar efficiënte melodische lijn gezet.

Harmonisch werden de komposities verrijkt door onverwachte modulaties en snelle afwisselingen van verrassende akkoorden. Elke jazzimprovizator die zich doorheen Jobims akkoordenschema’s heeft weten te surfen, kent de addertjes die zich onder de ogenschijnlijke eenvoud van zijn melodieën verscholen houden. De meningen in Brazilië waren verdeeld. Puristen vonden dat dit geen echte samba meer was, maar jazz. De plaat werd niettemin een groot sukses.

Jobim kon samen met Luis Bonfa aan de slag om de filmmuziek van “Orfeu Negro” te maken. Kineast Marcel Camus bracht de Orfeus-myte terug tot leven in het feestgewoel van het karnaval van Rio en gaf meteen de bossa nova wereldwijde bekendheid.

BITTERZOET.

In 1962 namen saxofonist Stan Getz en gitarist Charlie Byrd de plaat “Jazz Samba” op, met onder meer het nummer “Desafinado” dat ook al in de soundtrack van “Orfeu Negro” voorkwam. De plaat deed door haar immens populair sukses niet alleen de bossa nova, maar ook de jazzmuziek ingang vinden in kringen die daar tot dan toe voor gesloten waren gebleven. Jobim en Gilberto werden uitgenodigd voor een koncert in Carnegie Hall in New York, samen met Stan Getz en Charlie Byrd, en de Verenigde Staten werden voorgoed ingepalmd door deze “new wave of Brasilian music”. Astrud Gilberto, de vrouw van Joâo, vertolkte er op fluistertoon de bitterzoete teksten van de bossa’s en werd het vrouwelijke boegbeeld van deze muziek.

Het sukses van de bossa nova bleef voortduren tot het begin van de jaren zeventig en was voor veel muzikanten een bron van inspiratie. Ook toen de interesse daarna wat terugviel, bleven de melodieën van de bossa-komponisten een aantrekkelijke uitdaging voor beginnende jazzmuzikanten die zich met de harmonische struktuur van deze nummers wilden meten.

Na zeven jaar afwezigheid in de studio’s nam Jobim vorig jaar nog een laatste CD op met zeven nieuwe nummers. Hij wordt onder meer begeleid door zijn zoon Paulo op de gitaar en zijn kleinzoon Daniel aan de piano : “Antonio Brasileiro”. De CD is een soort van sentimentele evaluatie van het verleden, en bevat naast eigen nummers ook songs van zijn vrienden Dorival Caymmi en tekstschrijver Vinicius de Moraes, de dichter van de bossa nova zeg maar.

Ondertussen bleven verschillende musici, denk aan Sting en Frank Sinatra, materiaal van Jobim vertolken. En er is de laatste CD van tenorsaxofonist Joe Henderson, “Double rainbow”. Deze typische hard-bopper is niet de eerste de beste. Hij was zowat de eerste tenorist die de Coltrane-complexen van zich af schudde en zijn eigen weg ging als improvizator. Zijn haarscherpe toon, zijn frisse stijl vol onverwachte nuances gekleurd door trillers en voortgestuwd door plotse tempowijzigingen en uitbarstingen van notenreeksen maakten dat hij al in de jaren zestig door ingewijden als een kleine meester beschouwd werd.

Toch werd hij pas in het begin van de jaren negentig erkend als één van de grootste improvizatoren uit de jazzgeschiedenis. Dat gebeurde na de CD’s “Lush Life”, gewijd aan Ellington-arrangeur en komponist Billy Strayhorn, en “So near, so far”, een hommage aan Miles Davis. In 1992 werd hij door de Down Beat International Critics andReaders Poll uitgeroepen tot jazzmuzikant van het jaar, maker van de beste album en beste tenorsaxofonist, een driepunter die enkel Duke Ellington hem had voorgedaan in 1969.

WEEK.

De muzikale hulde van de vurige Joe Henderson aan de soms als week bestempelde Antonio Jobim verraste. Het idee om “Double rainbow” te maken kwam tijdens een koncert in Carnegie Hall in april van vorig jaar, toen Henderson een fel gesmaakte solo ten beste gaf op Jobims “Desafinado”, met de komponist zelf aan de piano. De bedoeling was om de Noordamerikaanse en de Brazilaanse visie op deze muziek met mekaar te konfronteren. Een eerste deel werd opgenomen in Los Angeles, met pianist Herbie Hancock, drummer Jack De Johnette en bassist Christian Mc Bride. Het tweede deel was gepland in Rio, met de Brazilianen Oscar Castro-Neves aan de gitaar, Nico Assumpçao aan de bas, Paolo Braga aan de drums en Antonio Jobim zelf aan de piano. Door de gezondheidsproblemen van Antonio kon de zaak niet doorgaan. De opnames gebeurden ten slotte in New York, met Eliane Elias aan de piano.

Het resultaat van deze konfrontatie is schitterend. Terwijl Henderson zich in het Braziliaanse gedeelte oplegt om zoals Getz dat ook deed in de jaren zestig de tunes van Jobim in een strak tempo met eenvoudige melodische lijnen te omspelen, dan wordt de struktuur van de nummers in het meer jazzy gedeelte resoluut opengebroken. In de prachtige cadenza’s van het slotnummer “Modinha”, of in duo met de piano of de bas, opent de muzikant alle registers van zijn kunnen, spelend met dynamiek en tempi, de luisteraar betoverend met zijn meest zoete toon om dadelijk hierop verrassend scherp uit de hoek te komen.

Voor Joe Henderson was het een speciale ervaring : “De muziek van Jobim is heel verschillend van wat ik gewoonlijk speel. Toch voel ik mij er thuis, omdat niets er aan het toeval is overgelaten en alles volmaakt mooi klinkt. Deze bossa’s spreken ook een zachte kant in mij aan. Toen ik de tunes begon te spelen, had ik het gevoel dat ik in een bad van karamel dook. Ik heb me bij het spelen volmaakt gelukkig gevoeld, in harmonie met mezelf en de wereld rondom mij. “

Voor het huldekoncert aan Jobim op het festival “Viva Brasil”, werden tenorsaxofonist Henderson en de bezetting van het Braziliaanse luik van “Double Rainbow” uitgenodigd. Eveneens van de partij is Caetano Veloso, één van de voornaamste komponisten van het tropicalismo. In de jaren zeventig vernieuwde hij de Braziliaanse volksmuziek met pop-elementen. Er is ook de populaire Braziliaanse zanger en gitarist Chico Buarque, die al heel jong debuteerde in de bossa-sfeer met onder meer nummers van Jobim. De in Parijs wonende Braziliaanse zangeres Marcia Maria zal evenmin ontbreken. Ze wordt omringd door een briljante formatie van Belgische jazzmusici gitarist Philip Catherine, saxofonist en dwarsfluitist Steve Houben, pianist Eric Legnini en bassist Jean-Louis Rassinfosse) en het kwintet van cellist Jacques Morellenbaum met Jobims zoon Paulo en kleinzoon Daniel. Een mooiere hommage aan de vader van de bossa nova is niet denkbaar.

Francis Cromphout

“Tribute tot Tom Jobim” op maandag 3 juli in het PVSK te Brussel om 20 u.30.

Joe Henderson, “Double Rainbow”, Verve 527-222-2.

“Antonio Brasileiro”, Columbia 476-281-2.

Antonio Jobim : kind van Gershwin, Porter en Ellington.

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content