‘Is het normaal dat iets drie maanden houdbaar is?’

© Getty Images/iStockphoto

Hormonen zijn de dirigent van ons lichaam. Maar wat als ze met je lijf aan de haal gaan? En wat als hormoonverstorende chemicaliën het dirigeerstokje overnemen? Endocrinoloog Max Nieuwdorp komt met antwoorden.

Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

We kunnen niet zonder ze. Hormonen regelen hongergevoelens, slaap, partnerkeuze, zwangerschap, hoe we ouder worden en zelfs ons geestelijk en lichamelijk welbevinden. Maar als het samenspel van hormonen uit balans is, kan dat ons dagelijks functioneren en onze persoonlijkheid danig overhoopgooien.

Dat merkt internist-endocrinoloog Max Nieuwdorp dagelijks in zijn praktijk in het Amsterdam UMC. Geïnspireerd door de verhalen van zijn patiënten en het almaar toenemende aantal hormonale ziektes, zoals diabetes, schildklieraandoeningen of zelfs bijniertumoren, schreef Nieuwdorp Wij zijn onze hormonen. ‘De titel is een knipoog naar de bestseller van Dick Swaab over de hersenen (Wij zijn ons brein, nvdr). Want waar ons brein belangrijk is bij alle beslissingen die we nemen en de keuzes die we maken, zijn hormonen op hun beurt van invloed op hoe het brein functioneert. Dat betekent natuurlijk niet dat we slaven van onze hormonen zijn. Er is altijd een wisselwerking tussen om- geving, lichaam en geest. Je hebt patiënten met een trage schildklier die nog altijd marathons kunnen lopen en je hebt er die arbeidsongeschikt zijn. Dat illustreert dat we nog heel veel niet weten over hormonen en dat het onderzoek nog verre van af is.’

Langdurig dagelijks gebruik van sojabonen kan het oestrogeenniveau in het bloed van jonge kinderen sterk verhogen.

U pleit ervoor dat artsen en patiënten meer stilstaan bij de reden waarom het hormonale circuit op bepaalde momenten in ons leven verandert en om de zaken wat meer op hun beloop te laten. Rommelen we te veel met ons endocrinologisch systeem?

Max Nieuwdorp: De reactie van een arts is heel vaak om iets wat de patiënt mist terug te geven. Men meet een tekort in het bloed, schrijft een pilletje voor en daarmee is de kous af. Zo makkelijk is het uiteraard niet. Als de suikerspiegel van een 80-jarige te hoog staat, is een behandeling met hormonen waarschijnlijk niet erg nuttig. Het is normaal dat een ouder lichaam wat meer insulineresistent wordt omdat het zo energie kan vasthouden. Er is ook heel wat ellende voortgekomen uit het teruggeven van verloren hormonen aan vrouwen in de overgang. Dat was tussen de jaren 1960 en 2000 erg in zwang, maar het leidde tot een hogere kans op borst- en eierstokkanker, trombose en hart- en vaatziekten. Vaak is er een biologische reden waarom een mens stopt met hormonen aan te maken. Bij de overgang is dat waarschijnlijk omdat te veel zwangerschappen het lichaam hebben uitgeput. Hormoontherapie bij overgangsklachten helemaal afzweren is ook geen goed idee. Een hormoonbehandeling kan best veilig, wanneer ze snel na de menopauze gestart wordt en zo kort mogelijk gegeven wordt.

Mannen van een zekere leeftijd die testosteron bijslikken als verjongingskuur is dus ook geen goed idee?

Nieuwdorp: Dat is inderdaad niet zo slim omdat er een goede reden is waarom het lichaam dan minder mannelijke hormonen gaat produceren. Bij iedere man daalt vanaf 45 jaar de hoeveelheid testosteron met één procent per jaar. Dat is een natuurlijk proces dat al duizenden jaren bestaat. Het zorgt voor meer vetopslag en minder roekeloos gedrag. Als je supplementen gaat slikken om het mannelijke hormoon op te krikken, zul je misschien iets meer spiermassa krijgen, maar je zult er niet ineens veel jonger gaan uitzien. De keerzijde is dat je een groot deel van je eigen hormoonproductie om zeep helpt. Als er te veel hormonen gegeven worden, schakelt het lichaam vaak zijn eigen productie terug, zeker bij geslachtshormonen. Bovendien zijn mannen van een bepaalde leeftijd doorgaans iets dikker, waardoor testosteron in het vetweefsel ook nog wordt omgezet naar vrouwelijk hormoon.

© Getty Images/Foodcollection

Vaak krijgen mensen met aanhoudende vermoeidheid cortisone voorgeschreven, een synthetische versie van het hormoon cortisol, wegens een zogenaamde ‘bijnieruitputting’. Maar daar bestaat discussie over?

Nieuwdorp: Bij patiënten met een depressie of burn-out is de koppeling tussen het brein en de bijnier verstoord. De bijnier zelf functioneert vaak prima, zij krijgt alleen niet de juiste aansturing. Dat kan door langdurige chronische stress, maar ook door inhalatiecorticosteroïden voor astma of bepaalde zalfjes. We zien het nu ook vaak bij mensen met long covid. Of je dat nu bijnieruitputting wilt noemen of niet, het hoeft zeker niet met medicijnen behandeld te worden.

Wat doet u dan wel om die verstoorde koppeling te behandelen?

Nieuwdorp: Niet zo veel. Het lichaam moet vooral zichzelf genezen. En dat is soms een werk van lange adem. Bij de ene persoon lukt het, bij de andere niet. Waarom dat zo is, weten we niet. Daarom is het beter om te voorkomen dan te genezen. Behoed jezelf voor langdurige chronische stress.

Sinds de publicatie van het boekDode lente in 1962 van de Amerikaanse biologe Rachel Carson weten we dat gifstoffen onze hormonale huishouding ernstig kunnen ontregelen. Het gaat dan om pesticiden, chemicaliën in plastic, voeding en kledij. Hoe bezorgd bent u daarover?

Nieuwdorp: Het verontrustendste aan hormoonverstoorders is dat ze cumulatief zijn, met andere woorden dat ze zich opstapelen in ons lichaam. Onderzoekers van Amsterdam UMC hebben onlangs voor het eerst microplastics in het bloed van mensen gevonden. Af en toe eens uit een plastic waterflesje drinken, hoeft niet per se een probleem te zijn. Je lichaam breekt die microplastics voor een deel af en de ene persoon doet dat beter dan de andere. Maar als je jarenlang plastic flesjes gebruikt, kan jouw lichaam die microplastics op den duur niet meer kwijt. Zelfs al houd je er vandaag mee op. Daarnaast stapelen hormoonverstoorders zich waarschijnlijk op in vet en vetachtige organen, waar ze de productie van de hormoonklieren en de communicatie tussen het lichaam en de klieren kunnen verstoren. Er is dringend meer onderzoek nodig naar de impact op lange termijn van die stoffen. Vandaag zijn er al heel wat dwarsdoorsnede-onderzoeken. Dat zijn studies waarin men op één bepaald tijdstip één situatie of aspect observeert, zoals de relatie tussen hormoonverstoorders en schade aan de schildklier. Maar er zijn nog geen langdurige onderzoeken die allerlei effecten als cumulatie, omgeving en darmflora combineren. Patiënten en artsen moeten zich ervan bewust zijn dat een ziekte een optelsom is van factoren. Jarenlange blootstelling, medicatie, levensstijl, genen… Het kost ons wellicht tien tot twintig jaar om het allemaal in kaart te brengen, maar waar rook is, is vuur.

Waarom zijn die onderzoeken niet allang gevoerd? Het valt toch niet uit te leggen dat we aan schadelijke hormoonverstoorders blootgesteld blijven worden?

Nieuwdorp: Die onderzoeken gaan nu wel van start in Europa. Je zou kunnen zeggen dat de wetenschap te laat is, maar het probleem is dat de periode tussen blootstelling en het ontstaan van klachten erg lang is. Er kunnen tientallen jaren zitten tussen het moment waarop het lichaam aan een stof wordt blootgesteld en de gevolgen ervan. We beginnen pas nu de effecten van hormoonverstoorders te zien. Bij geneesmiddelen heb je een langetermijnmeldingsplicht zodat onveilige medicijnen van de markt kunnen worden gehaald. Bij weekmakers in plastics, E-nummers in voeding en andere hormoonverstoorders is dat niet het geval. Je houdt er dus het best mate mee. Alles verbieden wat gevaarlijk kan zijn? Dat is onmogelijk. Sommige E-nummers hebben ook hun nut, zoals voor de voedselveiligheid. Maar mensen moeten zich wel afvragen of het normaal is dat iets drie maanden houdbaar is.

Kunnen hormoonverstoorders al op jonge leeftijd een effect hebben?

Nieuwdorp: Het is een feit dat meisjes vroeger in de puberteit komen. Daar kunnen hormoonverstoorders een rol in spelen, maar zeker ook het slaappatroon, een veranderd voedingspatroon en niet te vergeten een hoge mate van sociale stress. Dat zijn allemaal factoren in de westerse levensstijl die ervoor kunnen zorgen dat we sneller vruchtbaar worden. De verklaring zou kunnen zijn dat ons lichaam vindt dat het sneller klaar is voor voortplanting in een wereld vol overvloed. Ik vind het fascinerend om te zien dat de timing van de vruchtbaarheid bij mensen beïnvloed kan worden. Een zorgwekkender trend is de mogelijk dalende zaadkwaliteit bij mannen.

Zitten we binnen afzienbare tijd met een spermacrisis?

Nieuwdorp: Zo dramatisch is het niet. Ook al lijkt er een dalende trend te zijn, als man heb je nog altijd een overvloed aan zaadcellen, zo’n 47 miljoen in een theelepel zaad. Maar feit blijft dat de man en zijn zaad een zwakke schakel vormen in de menselijke voortplanting. Heb je als man een kinderwens, wacht dan niet te lang en houd je gewicht op peil. Want ook overgewicht vormt een risicofactor, doordat testosteron in lichaamsvet wordt omgezet in oestrogeen.

Ondertussen is het diabetesmedicijn Ozempic, dat de eetlust onderdrukt, heel populair aan het worden als hulpmiddel om af te vallen. Een goed idee?

Nieuwdorp: De komende jaren zullen we een combinatie zien van hormonen die de eetlust en het metabolisme remmen, wat tot 30 procent gewichtsverlies kan leiden. Aan de andere kant heb je ook bariatrische chirurgie die kan resulteren in 40 procent gewichtsreductie. Wat is de beste manier? Dat is nog niet helemaal duidelijk. De ontbrekende hormonen aanvullen is duur en het is maar de vraag hoelang dat effect aanhoudt. Maar je kunt ermee stoppen als je bijwerkingen hebt. Bariatrie is ook best duur, maar het is zo goed als onomkeerbaar en we kennen de langetermijneffecten niet. Bovendien zal overgewicht een groot probleem blijven in onze samenleving. We hebben van onze voorouders genen gekregen die heel effectief vet opslaan en sinds de jaren 1960 worden we geconfronteerd met een overvloed aan hoogcalorisch voedsel. We blijven oude keuzes maken in een nieuw aards paradijs.

Max Nieuwdorp, Wij zijn onze hormonen, De Bezige Bij, 304 blz., 22,99 euro.
Max Nieuwdorp, Wij zijn onze hormonen, De Bezige Bij, 304 blz., 22,99 euro. © National

Wat kunnen we zelf doen om onze hormonen in balans te houden en gezond oud te worden?

Nieuwdorp: We kunnen ouderdom vooralsnog niet heel aanzienlijk een halt toeroepen omdat we het proces niet helemaal begrijpen. Maar je kunt ziekte, lang voordat ze optreedt, zo veel mogelijk proberen te voorkomen door je levensstijl aan te passen. Daar draag je zelf een grote verantwoordelijkheid in. Maar het is een way of life. Met gewoon wat meer groentjes eten, kom je er niet. Ook je slaap, een positieve ingesteldheid en beweging spelen een rol.

Op onze omgeving hebben we minder invloed. De laatste jaren worden we geconfronteerd met PFAS-vervuiling. Chemiebedrijf 3M verzekert ons dat er na 20 jaar onderzoek geen enkele impact van PFAS op onze gezondheid is vastgesteld. Wat zegt een endocrinoloog?

Nieuwdorp: Er zijn een aantal dwarsdoorsnede-onderzoeken die wel degelijk een verband tonen tussen PFAS en schildklierziektes. Je kunt niet stellen dat PFAS helemaal geen schade aanricht. Je moet alert blijven. Maar net zoals bij microplastics breekt de ene persoon sneller PFAS af dan de andere. Het hangt bijvoorbeeld ook af van hoe het met je lever gesteld is.

Ook natuurlijke hormoonverstoorders, zoals plantenhormonen of fytohormonen, zijn niet onschuldig. Hoe schadelijk zijn ze?

Nieuwdorp: Planten hebben hormonen waarmee ze signaalstoffen afgeven en met elkaar communiceren. Omdat die veel op onze eigen hormonen lijken, is het helemaal niet zo gek dat ze een verstorend effect op onze hormoonhuishouding kunnen hebben. Als je ze met mate consumeert, zijn ze niet gevaarlijk. Eet je een appel per dag, dan hoef je je geen zorgen te maken. Maar drink je elke dag via smoothies tien appels, dan krijg je cumulatief weer meer binnen. Opnieuw hangt het effect af van de dosis en de genen van een persoon. Omgekeerd kunnen alternatieve therapieën met fytohormonen, zoals zilverkaars en gemberthee, mogelijk overgangsklachten bij sommige vrouwen verlichten. Maar dat moet nog verder onderzocht worden.

Is de opkomende eiwittransitie waarbij vlees steeds meer vervangen wordt door voornamelijk sojabonen, die fyto-oestrogenen bevatten, daneen reden tot bezorgdheid?

Nieuwdorp: Vooral voor kinderen lijkt opmerkzaamheid geboden. Langdurig dagelijks gebruik van plantaardige oestrogenen kan het oestrogeenniveau in het bloed van jonge kinderen sterk verhogen. Door supporters van soja wordt vaak gewezen op de lange levensverwachting in Japan en andere Aziatische landen. Ze zien daarin onomstotelijk bewijs dat sojaconsumptie geen kwaad kan. Maar we vergeten wel dat we in het Westen substantieel meer soja eten dan in Aziatische landen. Het wordt vaak aan bewerkte producten toegevoegd, zoals vleesvervangers, en het is ook een van de belangrijkste eiwitbronnen voor varkens en pluimvee. Bovendien wordt soja in Aziatische landen vaak genuttigd in gefermenteerde vorm, zoals miso, natto en tempé, die biochemisch gezien andere stoffen zijn.

Welke onopgeloste mysteries over ons hormonaal systeem fascineren u het meest?

Nieuwdorp: Ik ben bijzonder geboeid door de rol van de darmflora. Wie weet worden onze darmbacteriën wel een gamechanger in de behandeling van overgewicht. Ook de rol van de omgeving fascineert mij. Waarom zijn er seizoensgebonden hormoonziekten? Waarom komt diabetes type 1 bijvoorbeeld meer voor op plekken waar er minder zonlicht is en wat is de impact daarvan op het immuunsysteem en de darmbacteriën? Wat mij dan weer frustreert, is dat we hormonale disbalans nog altijd heel statisch behandelen, net als 40 jaar geleden. We denken dat we het complexe hormonale systeem zomaar eventjes kunnen nabootsen met een pilletje of insuline-injectie. Het is fantastisch dat we bijvoorbeeld diabetes op die manier redelijk onder controle kunnen krijgen, maar het mag geen verrassing zijn dat patiënten bijwerkingen en complicaties ervaren. Tegelijk ben ik hoopvol over de nieuwe technologieën. Nu al injecteren de nieuwste versies van insulinepompen hormonen via zelfregulerende algoritmes. Hopelijk kunnen die technologieën ook ingezet worden tegen andere hormoonziektes.

Max Nieuwdorp

– 1977 geboren in Brunssum, Nederland

– Studie geneeskunde (Universiteit Utrecht), specialisatie endocrinologie

– 2006 voert de eerste stoelgangtransplantatie in Nederland uit

– 2011 doneert een deel van zijn lever aan zijn zoon die aan een zeldzame vorm van leverkanker lijdt

– Sinds 2012 internistendocrinoloog in het Amsterdam UMC

– 2015 wordt benoemd tot hoogleraar inwendige geneeskunde, in het bijzonder diabetes (Universiteit Amsterdam)

– Onderzoekt de wisselwerking tussen hormonen en darmbacteriën en de invloed ervan op de gezondheid

5 tips om uw blootstelling aan hormoonverstoorders te beperken:

Voeding: eet biologische groenten en fruit. Vermijd etenswaren in plastic en met veel bewaarmiddelen. Breng afwisseling in uw menu. Warm geen eten in plastic potjes op in de microgolfoven. Gooi beschadigde antikleefpannen weg en gebruik alternatieven uit gietijzer of roestvrij staal.

Cosmetica: via parabenen, microplastics, parfums, kleurstoffen, zware metalen en andere additieven vinden hormoonverstoorders via de huid de weg naar binnen. Kies voor biologische of natuurlijke producten.

Huis: meubels, tapijten en behangpapier kunnen minuscule kleine stofjes loslaten die zich in de lucht verspreiden. Zorg voor een goede ventilatie en verlucht regelmatig.

Kleding: was pas gekochte kleding altijd voor het dragen. Kies voor kleding van natuurlijke stoffen. Labels als ‘geurvrij’, ‘antibacterieel’ of ‘niet strijken’ wijzen op de aanwezigheid van chemicaliën.

Poetsen: Soms zijn water en een scheutje azijn al voldoende. Verlucht de kamer extra goed indien u schadelijke producten gebruikt.

Wereldleiders en hun hormonen

Het verhaal gaat dat een te snel werkende schildklier van de Amerikaanse president George Bush Sr. zodanig invloed had op zijn gemoedstoestand dat die doorwerkte in de beslissing om Irak aan te vallen. Na een medische behandeling verdween zijn drang om oorlog te voeren.

Toen John F. Kennedy in oktober 1962, op het gevaarlijkste moment in de Koude Oorlog, voor zijn hormoonziekte te vroeg de hormonen testosteron en cortisol toegediend kreeg, maakte hij een zwaar verwarde indruk op Sovjetleider Nikita Chroesjtsjov. Volgens historici kon de plaatsing van kernraketten op Cuba op het nippertje worden afgewend.

Om het agressieve karakter van Adolf Hitler te temperen, hadden Britse spionnen het plan om oestrogenen aan de maaltijden van de Führer toe te voegen. Omdat oestrogeensupplementen geen geur of smaak hebben, zouden voorproevers ze niet opmerken. Het bleef enkel bij plannen, maar op basis van de huidige stand van de wetenschap had het experiment best kunnen lukken.

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content