Het Jaar van de Pergola

TOOTS THIELEMANS EN DR. BILLY TAYLOR 'Speel vooral mee.' © JOS KNAEPEN
Bart Cornand
Bart Cornand Redacteur Knack

Bij het overlijden van dr. Billy Taylor.

‘Ik wist dat jazz niet zo bekend was bij jonge zwarten als James Brown en soul. Als je aan een jonge gast in Harlem zegt dat Duke Ellington geweldig is, zal hij sceptisch zijn – tot hij Duke heeft gezien op 127th Street.’ Dus wat deed pianist Billy Taylor? Hij kocht een oplegger, bouwde er een krullerige pergola op, en doopte hem The Jazzmobile: een rijdend podium dat de groten van de jazz naar onontgonnen buurten bracht. My kinda guy.

Young Billy Taylor, zoals Duke hem noemde (er bestond ook een oude Billy, een bassist) overleed op 28 december, 89 jaar oud. Was hij een uitzonderlijk pianist, een monument, een icoon? Nee, in de drie categorieën net niet. Maar als één muzikant in het pre-Marsalistijdperk zijn leven heeft besteed aan jazzonderwijs, sociale ontvoogding en steun aan jonge muzikanten, dan wel hij. De ‘geniale professor’, zoals hij werd genoemd, groeide op in de bands van Ben Webster en Dizzy Gillespie, leidde de huisband van Birdland, lobbyde op de hoogste echelons voor meer erkenning van de jazz, doceerde aan de universiteit van Long Island en de Manhattan School of Music – hij stond erop om met doctor Taylor te worden aangesproken – en had vier decennia lang een jazzprogramma op de Amerikaanse televisie. Allemaal met één gemeenschappelijk doel: de jazz toegankelijk maken zonder hem te verdunnen.

Om al die redenen raakte de dood van Billy Taylor me. En niet alleen mij. Een van de eerste muzikanten die van Taylor een kans kreeg, was Toots Thielemans. ‘Toen ik in 1952 naar Amerika verhuisde, werkte ik bij Sabena. Ik had een gezin te onderhouden, huur te betalen, maar van de muzikantenvakbond mocht je de eerste zes maanden van je verblijf geen vaste job aanvaarden. Ik had geen cent over – enfin, net genoeg om elke vrijdagavond letterlijk één pintje te drinken. Ik ging naar The Hickory House, een restaurant aan 52nd Street, waar al de jazzclubs waren. En daar zag ik Billy op het podium, en hij was goed. “Mag ik meespelen?” vroeg ik schaapachtig. Ja, dat mocht. En hij nodigde me meteen uit voor de week erna. Zo is het begonnen.’

57 jaar later stond Thielemans nog eens met Billy Taylor op een New Yorks podium, ditmaal in Jazz at Lincoln Center voor de uitreiking van de National Endowment of the Arts Jazz Master Awards – de Pulitzerprijzen van de jazz, zeg maar. Toots had mogen kiezen wie hem zijn prijs zou overhandigen. Hij koos voor Taylor. ‘Als jazzmuzikant kom je soms op onverwachte plekken’, aldus Young Billy, die intussen een gedurfde pruik droeg. ‘Het overkwam mij toen ik met klarinettist-saxofonist Don Redman als eerste Amerikaanse band naar Europa mocht reizen. Ik ontmoette er mooie mensen. Een van hen, een Belg, speelde gitaar. Hij was superbe op zijn instrument. Stel u mijn verbazing voor toen ik hem zeven jaar later in een club in New York zag. “Speel vooral mee”, zei ik. Maar in plaats van zijn gitaarkoffer open te klikken, haalde hij een harmonica uit zijn borstzakje. And he just killed everybody.’

Intellectueel maar niet pretentieus. Sociaal geëngageerd maar niet prekerig. Diepe jazz voor jonge geesten. Het kán, ook bij ons. Kijk naar trompettist Bart Maris en co., die novicen jazz leert spelen in de Gentse volksbuurt de Brugse Poort. Of de JazzClass Series van JazzLab Series, die erin slagen nieuwsgierige leken warm te maken. Billy Taylor is er niet meer. Laten we voor hem 2011 uitroepen tot het Jaar van de Pergola.

Bart Cornand

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content