Guatemala: de bescherming van water is een strijd op leven en dood

© Nicola Zolin

In Guatemala levert een inheemse gemeenschap al tien jaar strijd om een hydro-elektrisch bedrijf uit haar woongebied te verdrijven. Wat is de menselijke prijs van dat gevecht?

Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Door Nicola Zolin en Paloma Dupont De Dinechin.

Elke dag, vroeg in de ochtend, neemt Juan Alonzo, een 33-jarige Guatemalteekse landbouwer, zijn oudste zoon mee om de kardemom- en maïsvelden langs de rivier de Pojom te bewerken. Daarmee vergaart hij een klein inkomen voor zijn grote familie. Op hun weg bezoeken ze vaak het graf van Juans vader, Sebastián Alonzo, die vijf jaar geleden werd vermoord tijdens een betoging tegen een hydro-elektrisch bedrijf dat al jaren voor grote onrust zorgt in de vallei van Ixquisis. De tranen komen Juan nog altijd in de ogen als hij terugdenkt aan het incident. ‘Mijn vader stierf bij het verdedigen van onze rechten. Maar we worden nog altijd bedrogen door het bedrijf.’ In het dorp Yulchén Frontera, een paar kilometer van de Mexicaanse grens, leven zelfvoorzienende boeren zoals Alonzo in extreme armoede, zonder elektriciteit en andere moderne voorzieningen. De jongeren zien zich gedwongen om massaal te emigreren naar de Verenigde Staten.

De waterkrachtcentrales zouden welvaart brengen, zo werd de lokale bevolking beloofd.
De waterkrachtcentrales zouden welvaart brengen, zo werd de lokale bevolking beloofd. © Nicola Zolin

Toch is deze regio zeer rijk aan één grondstof: water. Guatemala’s rivieren vormen de levensaders voor de inheemse Mayagemeenschappen, die zich volledig in de steek gelaten voelen door de staat. Het gebied kan alleen bereikt worden met pick-uptrucks, over kronkelige en hachelijke bergwegen. Toen het bedrijf Promoción de Desarrollo Hídrico (PDH, nu Energía y Renovación) de bouw van twee waterkrachtcentrales plande, met de belofte om vooruitgang en welvaart te brengen in de verarmde regio Ixquisis, koesterden inwoners als Juan Alonzo hoge verwachtingen voor hun familie. Maar het nieuwe toekomstbeeld bleek een illusie. Voor Alonzo was de komst van het bedrijf het begin van zijn persoonlijke nachtmerrie.

Geen elektriciteit

Het bedrijf hield verschillende bijeenkomsten met de lokale gemeenschappen. Volgens de deelnemers liet het hen ge- loven dat het met zijn waterkrachtproject voor elektriciteit en ontwikkeling zou zorgen. Alonzo nam deel aan de gesprekken in Yulchén Frontera, samen met andere mensen, onder wie Maria Bautista, een van de weinige opgeleide en geletterde vrouwen van de gemeenschap. Zij was de eerste die haar bezorgdheid uitsprak.Zij begon te vermoeden dat PDH niet eerlijk was. Volgens de Guatemalteekse wet zijn elektriciteitsproductie en -distributie twee verschillende activiteiten en zou de in Ixquisis geproduceerde stroom naar het Nationaal Elektrificatie Instituut (INDE) moeten worden geleid: hij zou dus niet rechtstreeks kunnen worden gedistribueerd op lokaal niveau. Bautista begreep daaruit dat de regio geen elektriciteit zou krijgen. ‘Ik sprak tot de gemeenschap in onze inheemse taal en vertelde dat we werden bedrogen. Als gevolg daarvan besloten inwoners de overeenkomst niet te ondertekenen die PDH voor ons had opgesteld’, legde Bautista uit.

Juan Alonzo met zijn zoon bij het graf van zijn vermoorde vader.
Juan Alonzo met zijn zoon bij het graf van zijn vermoorde vader. © Nicola Zolin

Die dag veranderde alles in de vallei van Ixquisis. De bevolking raakte ontmoedigd: sommigen wilden niet geloven dat het project niet de verwachte voordelen voor hun gemeenschap zou op- leveren, terwijl anderen er absoluut van overtuigd waren dat het een frauduleuze zaak was. Toen de bouwwerkzaamheden begonnen in 2013, werd de verdeeldheid in de gemeenschap alleen maar groter. Lucas Jorge García, de regionale voorzitter van Ixquisis, riep de inwoners op om zich te verzetten tegen de plannen van het bedrijf. ‘Ze probeerden de meest invloedrijke mensen en de lokale leiders van onze gemeenschappen te corrumperen, om ze aan hun kant te krijgen en misleidende informatie te verspreiden’, zegt Garciá. ‘Ik ben nooit op hun voorstellen ingegaan, ook al bleven ze geld aanbieden. We willen dat de indringers voorgoed vertrekken.’

Een door de bevolking als heilig beschouwde berg werd opgeblazen en een deel van de Pojom werd omgelegd. In 2017 was 30 procent van het project voltooid. In Yulchén Frontera verenigden Alonzo, Bautista en het grootste deel van het dorp zich tegen het bedrijf, dat op het punt stond om de Pojom om te leiden via een ondergrondse pijpleiding. De teelt van rode bonen, maïs, tarwe, koffie en kardemom, die afhankelijk is van rivierwater, zou daardoor in het gedrang komen. De bevolking merkte al de afname van verschillende soorten vis, krab en wier, en vreesde voor hun verdwijnen. Bovendien vormde de rivier het hart van het dorp. ’s Namiddags na school gingen kinderen er zwemmen.

Yulchén Frontera. Na school gaan de kinderen van het dorp zwemmen in de rivier.
Yulchén Frontera. Na school gaan de kinderen van het dorp zwemmen in de rivier. © Nicola Zolin
Twee schotwonden

De inheemse gemeenschappen van Ixquisis protesteerden wekenlang tegen het bedrijf, dat ondertussen zijn naam had veranderd van PDH in Energía y Renovación, omdat zijn reputatie was aangetast. De grootste bijeenkomst was op 17 januari 2017, met 600 à 1000 mensen uit verschillende gemeenten van San Mateo Ixtatán die hun woede uitten. ‘We werden tijdens de demonstratie beschoten met traangas en we moesten vluchten’, herinnert Juan Alonzo zich. ‘Ik zag mijn vader nergens meer. Toen we een paar uur later terugkwamen, lag hij bewegingloos op de grond. Zijn overhemd zat onder het bloed. Hij had twee schotwonden, in het achterhoofd en in de maag.’

De 68-jarige Sebastián Alonzo stierf op weg naar het ziekenhuis van Santa Cruz Barillas, op meer dan drie uur rijden. Zijn naam staat nu op een lijst – samengesteld door de ngo Global Witness en vrijgegeven op 29 september – van 1733 milieuactivisten die in de voorbije tien jaar zijn vermoord. De meeste van die moorden gebeurden in Latijns-Amerika, 40 procent van de slachtoffers behoren tot de inheemse bevolking, hoewel die maar 5 procent van de bevolking vertegenwoordigt. In het politiedossier staat vijf jaar na de dood van Sebastián louter te lezen: ‘Doodsoorzaak: nog vast te stellen.’ Cristian Otzin, een advocaat gespecialiseerd in de verdediging van inheemse rechten, gelooft dat Sebastián Alonzo werd neergeschoten door de private beveiligers van Energía y Renovación.

De bouwwerken hebben een negatieve invloed op het visbestand.
De bouwwerken hebben een negatieve invloed op het visbestand. © Nicola Zolin

Energía y Renovación had op dat moment twaalf bewakers van het beveiligingsbedrijf Asteriscos Inversiones en acht van G4S Secure Solutions. Allemaal hadden ze toestemming om wapens te dragen. Beide bedrijven beweren dat geen van hun agenten aanwezig was toen de schoten werden afgevuurd. Juan Alfonso de Léon, projectdirecteur van Energía y Renovación, gelooft dat op de dag van Alonzo’s dood ‘een oppositiegroep, gesteund door mensen van buiten de gemeenschap, een actie heeft uitgevoerd die verre van vreedzaam was’. De directeur, die kantoor houdt in de hoofdstad Ciudad de Guatemala, ontkende dat de beveiligers van Energía y Renovación verantwoordelijk waren voor de moord. ‘Die mensen vielen de politie aan en verbrandden onze machines. Ze wilden ons uit Ixquisis verdrijven. Ze geloven dat het bedrijf verantwoordelijk is voor alles. Als het regent, is het onze schuld. Als het niet regent, is het onze schuld! We laten het aan de autoriteiten over om te bepalen wat er die dag is gebeurd.’

De bouwwerken hebben een negatieve invloed op het visbestand.
De bouwwerken hebben een negatieve invloed op het visbestand. © National
Medeplichtige politie

Maar de autoriteiten lijken er niet op gebrand om de zaak op te volgen. Op het politiebureau van Ixquisis, dat een jaar na de komst van PDH werd geopend, weigerden de twee agenten te praten over het waterkrachtproject. ‘Ik wist niet dat hier iemand was gestorven, ik ken Sebastián Alonzo niet’, antwoordden ze toen ze werden ondervraagd over de moord. Francisco Simón, een lokale journalist van Prensa Comunitaria die de demonstraties versloeg, beweert dat ‘de politieauto’s op ongeveer 200 meter afstand van de plaats delict stonden. Het lijkt erop dat er geschoten is met de medeplichtigheid van de politie.’ Naast het politiebureau staat op een nabijgelegen muur graffiti met de tekst: ‘De PNC (Nationale Burgerpolitie) moet vertrekken!’ en ‘De strijd gaat door’.

Bij haar protest put de inheemse bevolking kracht uit traditionele rituelen.
Bij haar protest put de inheemse bevolking kracht uit traditionele rituelen. © National

Sommigen, zoals Edgar Month, een niet-inheemse inwoner die in 2013 een baan had gevonden als beveiliger voor het waterkrachtbedrijf, begonnen zich steeds ongemakkelijker te voelen toen de spanningen tussen de gemeenschap en het bedrijf hun hoogtepunt bereikten. ‘Ik dacht dat ik een belangrijke baan had’, zegt hij. ‘Toen mijn vrouw kanker had, hielp het me om de ziekenhuis- rekeningen te betalen. We hadden het anders nooit gered.’ Zijn vrouw Berta runt een klein familierestaurant in Ixquisis, dat ook werknemers van het nabij- gelegen bedrijf bedient. Voor Edgar en Berta leverde Energía y Renovación alleen maar voordelen op. ‘Maar op een gegeven moment was het onmogelijk om de angsten van de mensen om me heen te negeren’, zegt Month. Een van hun zonen keerde terug uit de VS en drukte hen op het hart dat de demonstranten aan de goede kant stonden. Edgar en Berta openden een kleine winkel naast het restaurant en besloten zich alleen nog op hun eigen activiteiten te richten.

Bij haar protest put de inheemse bevolking kracht uit traditionele rituelen.
Bij haar protest put de inheemse bevolking kracht uit traditionele rituelen. © Nicola Zolin
Inheemse meerderheid

Na de dood van Sebastián Alonzo hebben de gemeenschappen de strijd voortgezet via juridische weg, gesteund door de ngo AIDA (Interamerican Association for Environmental Defense). AIDA heeft meer dan honderd aanvallen gedocumenteerd tegen opposanten van het project sinds het werd opgestart: bedreigingen, mishandelingen en de vermoedelijke vergiftiging van huisdieren. In 2018 diende de organisatie een klacht in bij MICI, het controlemechanisme voor de private dochteronderneming van de Inter- American Development Bank (IDB), die 11,3 miljoen pond had geïnvesteerd in de hydro-elektrische projecten. In zijn financieringsverzoek beweerde het bedrijf dat de meerderheid van de bewoners van het gebied niet inheems was. ‘Dat verzinsel liet hen toe om de financiering van het project volgens lagere normen door de bank te laten goedkeuren’, zegt Rosa Peña, een advocaat van AIDA. ‘In werkelijkheid is 86 procent van de bevolking van Ixquisis inheems.’ Drie jaar later velde het MICI voor het eerst in de geschiedenis een oordeel ten gunste van de gemeenschappen. Het adviseerde IDB om de steun aan het project in te trekken, omdat het niet voldeed aan het eigen interne handvest. In maart 2022 gaf IDB Invest er gevolg aan.

‘Onze mensen hebben al die jaren te veel geleden’, zegt regioverantwoordelijke Lucas Jorge.
‘Onze mensen hebben al die jaren te veel geleden’, zegt regioverantwoordelijke Lucas Jorge. © Nicola Zolin

Het bedrijf heeft nu een klacht in- gediend tegen de Guatemalaanse staat, omdat die er niet in geslaagd is het project af te ronden, ondanks alle vereiste goedkeuringen. Juan Alfonso de León, sinds zes jaar de projectdirecteur van Energía y Renovación, geeft nu te kennen dat het bedrijf ‘zich er volledig van bewust is dat het gebied voornamelijk bevolkt wordt door inheemse gemeenschappen’. Hij heeft nog het volste vertrouwen in de toekomst en gelooft ‘dat het project technisch en maatschappelijk haalbaar is en moet worden voortgezet’.

Angst en geloof

Vijf maanden later blijft de bevolking op haar hoede. ‘Onze mensen hebben te veel geleden al die jaren. Het is moeilijk te ge- loven dat de strijd voorbij is’, zegt Lucas Jorge, terwijl hij met was en hout een kruis op de grond tekent. Het is een onderdeel van een traditionele ceremonie die wordt uitgevoerd hoog in de bergen die door de inheemse Chuj- en Kanjobalbevolking als heilig worden beschouwd.

In het afgelegen gebied zijn nauwelijks moderne voorzieningen.
In het afgelegen gebied zijn nauwelijks moderne voorzieningen. © National

In een staat van transcendentie, in het zonlicht gefilterd door de takken van de bomen, bidden Jorge en een groep ouderen voor hun rivieren en bergen, en voor alle mensen die werden bedreigd, geslagen, gearresteerd en gedood. Mensen zoals Sebastián Alonzo. Uit die rituelen putten ze kracht. ‘We zullen deze strijd alleen winnen als we het geloof laten zegevieren over de angst’, zegt Jorge.

De persverantwoordelijke van Energía y Renovación wilde geen commentaar geven op de klachten of over de toekomst van het bedrijf, aangezien het ‘om een lopende zaak’ gaat.

Dit artikel kwam tot stand met de steun van het Journalism Fund, en maakt deel uit van een onderzoek naar drie Latijns-Amerikaanse activisten die werden vermoord in hun strijd voor het recht op water.

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content