De Britse premier John Major zit nog altijd geprangd tussen eurofielen en eurohaters.

HELEMAAL van harte ging het niet. Maar zelfs baronesse Margaret Thatcher zag zich gedwongen John Major te feliciteren, nadat hij vorige week door de parlementsleden van de Konservatieve partij opnieuw op het schild was getild. Bladen als The Daily Mail en The Daily Telegraph, die de bemanning van de “Toryanic” hadden opgeroepen om nu eindelijk eens “de kapitein overboord te zetten”, gaven schoorvoetend toe dat de premier wel een bloemetje had verdiend.

De gok van John Major om zijn mandaat als partijleider (en dus als premier) ter beschikking te stellen, heeft goed uitgepakt. “Put up or shut up” had hij geroepen. En hij won. Beter gezegd : hij verloor niet. Want hoewel 218 van de 329 fraktieleden Major steunden, betekende dat ook dat ruim een derde tégen hem stemde. Labourleider Tony Blair konkludeerde niet ten onrechte dat Major nu aan het hoofd staat van twee Konservatieve partijen. “De Tories hebben het deksel van de beerput gelicht, ze hebben gemerkt dat het stonk en het deksel gauw terug dichtgegooid. “

Door vervroegde verkiezingen over het partijleiderschap uit te lokken, hoopte Major de eurohaters in zijn kabinet (die hij ooit bastards noemde) de mond te snoeren. Hij wilde er zeker van zijn dat hem in ieder geval tot aan de parlementsverkiezingen van april 1997 geen bananeschil voor de voeten kan worden gegooid. Het is nog maar de vraag of hij in dat opzet geslaagd is.

Major dankt zijn overwinning aan de verdeeldheid en de zwakte van zijn tegenstanders. Zijn uitdager, de voormalige minister voor Wales John Redwood, kon niet van charisma worden verdacht. Zijn uiterlijk zat hem niet mee. Redwood, die sprekend op Mr. Spock lijkt, wordt eigenlijk alleen door de fans van “Star Trek” op handen gedragen. Hij is nog nooit in opspraak gekomen en hij draagt geen dameslingerie onder zijn driedelig pak, maar dat is nog geen garantie voor populariteit. Zelfs in vergelijking met John Major is hij een droogstoppel en het ergste wat een Konservatief politicus kan overkomen een intellektueel. Zijn aan Margaret Thatcher en aan de Amerikaanse Republikein Newt Gingrich ontleende denkbeelden over belastingverlaging en terugdringen van de overheidsbemoeienis overtuigden de Konservatieve parlementsleden niet. Die zagen Major als het minste kwaad. Mét Major stevenen ze weliswaar af op een gigantische verkiezingsnederlaag, maar met Redwood zou de katastrofe niet meer te overzien zijn.

De echte zwaargewichten van Major’s kabinet, de eurofiel Michael Heseltine en de eurohater Michael Portillo, hielden zich opvallend gedeisd. Zij hoopten op een krappe overwinning van de premier zó krap dat hij zich genoodzaakt zou zien af te treden waarna zij in de tweede ronde in het strijdperk zouden kunnen treden tegen Redwood. Zeker Michael Heseltine (die vijf jaar geleden Margaret Thatcher ten val bracht) kon zich niet permitteren een tweede keer van koningsmoord te worden beschuldigd.

TROOSTPRIJS.

De populaire “good old Hezza” (62 inmiddels) kan zijn oude droom om ooit zijn intrek te nemen in Downing Street 10 nu wel opbergen. Maar Major beloonde hem voor zijn “loyaliteit” met het vice-premierschap. De herschikking van het kabinet werd op een apotekersschaaltje afgewogen. Major, die beseft dat hij zijn herverkiezing te danken heeft aan de steun van de lefties binnen de Konservatieve partij, wil niet langer de gijzelaar zijn van de eurosceptici. John Redwood werd de laan uitgestuurd en Michael Portillo kreeg de portefeuille van Defensie. Een vergiftigd geschenk en een handenbinder : terwijl Portillo op bezoek is bij de Britse blauwhelmen in Bosnië, haalt hij geen ander kattekwaad uit. Voormalig minister van Defensie Malcolm Rifkind volgt Douglas Hurd op als minister van Buitenlandse Zaken. Rifkind staat niet bekend als een eurohater, al heeft hij zijn bedenkingen bij de invoering van een Europese munt.

Toch is Major niet uit de zorgen. Het gehakketak van de Konservatieve parlementsleden over méér of minder Europa boeit de Britten maar matig. In de opiniepeilingen scoort Major (31 procent) beduidend slechter dan Labourleider Tony Blair (55 procent). Ook al heeft Major nu nog bijna twee jaar om het tij te keren, niemand zou nog een penny durven verwedden op de kansen van de Tories om in 1997 de verkiezingen te winnen. En in het najaar wordt het rapport gepubliceerd over het schandaal van de illegale wapenleveranties aan Iran. Dat zou een aantal (voormalige) ministers van Major de kop kunnen kosten.

In Brussel, Bonn en Parijs werd intussen met opluchting gereageerd op de herverkiezing van Major. Het had erger gekund, met Michael Portillo op Buitenlandse Zaken, bijvoorbeeld. Maar tegelijkertijd groeit het besef dat met Major geen zaken meer kunnen worden gedaan en dat voor echte beslissingen over de toekomst van de Europese Unie beter kan worden gewacht tot er een Labour-premier in het zadel zit. Op de top in Cannes reageerde Helmut Kohl al knorrig op het Britse veto tegen de oprichting van een Europese politiemacht. Met de intergoevernementele konferentie, die de Europese instellingen moet aanpassen aan de noden van het post-Maastricht-tijdperk, kan misschien maar beter niet zoveel haast worden gemaakt.

P.P.

Een bedrijf in computerspelletjes mikte de kamp tussen Major en Redwood op de muren van het Westminsterpaleis. Maar het bleek een schijngevecht.

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content