De Vlaamse Johanna Spaey heeft de Gouden Strop gewonnen voor het beste Nederlandstalige spannende boek van 2005. Net als collega’s Mieke de Loof, Esther Verhoef en Margreet Hirs ergert zij zich aan de kunstmatige scheidingslijn tussen thriller en roman.

Het thrillerdebuut van Johanna Spaey, Dood van een soldaat, speelt zich af in een Vlaams dorp, vlak na het einde van de Eerste Wereldoorlog. De gruwelijke gevolgen van de oorlog uiten zich in geestelijke en lichamelijke verminkingen, waarmee geleefd, of gedood, moet worden. Spaey: ‘Ik zal niet ontkennen dat er een typisch misdaadgenre bestaat, waarin het vinden van de dader of de motieven van de seriemoordenaar centraal staan. In mijn boek heb ik vooral de invloed van de desastreuze Eerste Wereldoorlog op verschillende menselijke relaties centraal gesteld. Mijn grootvader, die ik nooit heb gekend, heeft vier jaar als jong soldaat achter de IJzer gelegen. Hoe ouder ik werd, hoe groter de hunkering naar het ontbrekende stuk van mijn persoonlijke ‘biografie’. Het valt me trouwens op dat veel vrouwen zich aangesproken voelen door de Eerste Wereldoorlog. Het immense, vaak absurde leed dat ermee gepaard ging, is daar niet vreemd aan.

‘Sommige mensen vinden dat ik een heuse liefdesroman heb geschreven, anderen noemen het een historische roman en weer anderen een literaire thriller. Maar goed: er vallen doden en de zoektocht naar de moordenaar(s) is niet onbelangrijk. Ik denk dat het gebruik van een oorlog en/of een moord een heel sterk middel is om menselijke relaties tot op het bot te ontleden. Tenslotte vallen alle maskers en uiterlijkheden weg als mensen met hun eigen doodsangst, wreedheid of wanhoop – en die van anderen – worden geconfronteerd. Het misdaadgenre is een uitgelezen middel om mensen en al hun angsten en afgeleiden neer te zetten.

‘Ik ben een geschiedenis- en feitenfreak, mede dankzij mijn ‘kommaneukerige’ opleiding tot assyriologe en mijn huidige baan als eindredacteur. Persoonlijk heb ik geen boodschap aan romans die bulken van de clichés en die van historische feiten, de bijbel en apocriefe werken een soort neppuree uit een pakje maken.

‘Qua literaire kwaliteiten stel ik altijd erg hoge eisen aan mezelf. Ik vind het in die zin soms vreemd dat zogenaamde romanauteurs en dichters rustig het ene psychologische cliché na het andere kunnen neerpennen en armzalige zinnen mogen schrijven, terwijl bij een thriller al snel de ‘literaire kwaliteiten’ als een wereldwonder worden vermeld. Ik beschouw mezelf niet echt als een thrillerauteur, maar wel als een gewone auteur die een boek heeft geschreven waarin een paar moorden worden gepleegd. Het wordt hoog tijd dat we afstappen van dat strikte onderscheid tussen romans en thrillers. In de boeken van Hugo Claus vallen er ook doden. Wraak of moordlust of psychologische terreur vind je toch niet alleen in misdaadromans?’

Tegen vooringenomenheid valt moeilijk te strijden. De meeste critici die thrillers wegzetten in het hoekje ‘pretentieloos amusement’ hebben geen idee waarover ze oordelen. Jean-Claude Izzo, Mo Hayder, Karin Alvtegen, Ian Rankin, Henning Mankell, Michael Connelly, Arnaldur Indridason, Philip Kerr, Fred Vargas, Andrew Taylor, Natsuo Kirino gelezen? Nee, dank u, het zal wel weer van hetzelfde zijn. Allemaal een plakkertje met ‘formuleschrijver’ op hun voorhoofd, en daarmee een brevet van literair onvermogen. Zeker, er zijn genoeg thrillerauteurs die slecht of middelmatig werk afleveren, zoals dat ook geldt voor zogeheten literaire auteurs. Maar als er één genre is dat getuigt van vitaliteit – en de laatste decennia zo verbreed is dat de grens tussen misdaadfictie en literatuur niet eenvoudig meer te trekken valt – is dat het misdaadgenre.

Het verkeerde been

Megabestsellerauteurs als Dan Brown en Nicci French zijn niet de maatstaf voor de kwaliteit van de hedendaagse misdaadliteratuur. Er zijn thrillerauteurs die meer historische en psychologische diepgang te bieden hebben, maar die bezetten niet maandenlang internationaal de bestsellerlijsten. Wie wil oordelen moet zijn huiswerk doen en daarnaast ook niet blind zijn voor het toenemende aantal cross-overs. Het gebruik van thrillerelementen en -technieken is in de ‘gewone’ literatuur geen zeldzaamheid meer. Inventiviteit, onderwerpen openbreken, verrassende gezichtspunten bieden, en de vereniging van elementen uit diverse genres, vormen een mooie combinatie voor goede literatuur.

‘Goede thrillerschrijvers zijn voor mij ontmaskeraars van de dubbele standaarden in de maatschappij’, zegt Mieke de Loof. ‘Ze zijn waarheidszoekers middenin een industrie van leugens. Tegelijkertijd zijn ze zich bewust van de veelkantigheid van de waarheid, Van de morele ambivalenties van hun karakters ook. Ik hou ervan als thrillerauteurs je op het verkeerde been zetten zodat je jezelf betrapt op vooroordelen en ik hou er ook van dat iconen van hun voetstuk gehaald worden. Thrillers zijn goed als ze met andere woorden mijn wereldbeeld veranderen, nieuwe perspectieven bieden.’

Mieke de Loof won vorig jaar de Hercule Poirotprijs met haar historische debuutthriller Duivels offer. Het boek speelt zich af in Wenen, 1913, aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog. Hoofdpersoon is Ksaveri Ignatz von Oszietsky, jezuïet en geheim agent. Zijn eerste opdracht behelst de ontmaskering van een spion, die voor het Vaticaan aan het Habsburgse hof opereert. De beheerste taal offreert een explosieve inhoud. Mieke de Loof: ‘Het is het eerste van een reeks van zeven boeken, die zich allemaal zullen afspelen in Wenen, 1913-1919. Met dezelfde fictieve hoofdpersoon, Ignatz, maar iedere keer met andere historische figuren en plaatsen. Wenen was in die tijd het laboratorium van Europa. En een spiegel van de maatschappij nu. Het is net of vóór de ineenstorting van het Habsburgse Rijk, Wenen zich nog eens in al zijn pracht en praal (opflakkering van de kunsten en de wetenschappen) én in al zijn ellende en misdadigheid laat zien.

‘Die complexe werkelijkheid kan ik het meest recht doen in misdaadromans. Want misdaadliteratuur neemt je mee naar de donkere kanten van de mens en de maatschappij. De marge, de schuivende grensgebieden, de morele ambivalenties, die interesseren me. En de nadagen van het Habsburgse Rijk zijn voor mij de ideale grondlagen waarin ik mijn archeologische zoektocht naar de grensgebieden tussen goed en kwaad, waarheid en leugen, kan voortzetten. Als tegengif ook voor de rechtse en linkse populismen die vandaag weer veel opgang maken en die zich voeden met simplismen.

‘Onlangs las ik in The Observer of The Independent dat het beste op literair gebied te beleven valt in het thrillergenre. Natuurlijk weet ik wel dat we in het Nederlandstalige gebied dat hoge literaire niveau nog niet halen, maar we zijn met een flinke inhaalbeweging bezig. We hebben trouwens een prachtige Middelnederlandse traditie waarop we kunnen bouwen. Halewijn bijvoorbeeld, met daarin een vrouwenverslinder en maagdenlokker en een intelligente heldin, die haar belager koelbloedig afmaakt. Of Reynaert, de psychopaat en verpersoonlijking van het kwaad. Waarmee ik maar wil zeggen dat ik het onderscheid tussen ‘echte’ literatuur en thrillers totaal kunstmatig vind.’

Bij de strot gegrepen

Esther Verhoef schrijft met scherp. In haar debuut Onrust, en in haar tweede thriller, Onder druk. Harde acties, gecompliceerde persoonlijke verhoudingen, misdadige netwerken, familiedrama’s. Verhoef: ‘Ik zoek in een thriller emotie, spanning. Het moet intens zijn, invoelbaar en beeldend, wat automatisch meebrengt dat het goed geschreven moet zijn, anders komt het niet over. Plot vind ik niet zo belangrijk, goede research of ervaring wel. Dat ik dit type thriller ben gaan schrijven is een logisch gevolg van het feit dat ik zelf met genoegen thrillers lees die als hard worden beschouwd, en omdat mijn innerlijke belevingswereld daar nu eenmaal op aansluit. Ik wil bij mijn strot gegrepen worden, doordringen tot de kern.

‘Ik denk niet dat je boeken tegenwoordig nog zo eenvoudig in een bepaalde hoek kunt plaatsen. De genres groeien naar elkaar toe. De onderwaardering van de – goed geschreven – thriller ten gunste van de literaire roman wordt kunstmatig in stand gehouden. De huidige definities zijn achterhaald.’

In haar laatste thriller Haventijd – die zich evenals haar vorige boeken in Italië afspeelt – presenteert Margreet Hirs de stad Genua als de gedeukte, architectonisch verkrachte, ‘opgeschoonde’ culturele hoofdstad van Europa 2004. ‘Ze was een slonzige oude hoer, die het vak nog niet verleerd had.’ Oud en jong, verleden en heden, komen samen in een, niet zelden, fatale omhelzing. Hirs: ‘Ik bouw een stad op in mijn verhaal. Ik richt er een monumentje voor op. In Romeins theater heb ik de overweldigende Romeinse geschiedenis op een nonchalante manier aan een clubje scholieren op schoolreisjes kunnen ophangen. In Haventijd heb ik Zena (de eervolle naam van Genua, die uit de glorietijd van haar koloniale zeehandel stamt) voor de geschiedenis van de stad gebruikt. En in mijn volgende boek heb ik weer een andere truc bedacht om het verleden een stem te geven. De reden van deze minder traditionele aanpak: historici weten wel veel, maar ze schrijven vaak zo saai, en het mag nooit saai zijn.

‘Heb ik voor het misdaadgenre gekozen? Ik maak van allerhande genres en subgenres gebruik in mijn werk. Ook fantasy, horror, Frans feuilleton, roman, en in het verhaal waar ik nu aan werk zelfs een snuifje sf. Ik kan mij niet vinden in één genre, dat is me te beperkend. Ik wéét hoe men een misdaadroman volgens het boekje schrijft, maar dat moeten anderen maar doen. In de bespreking van mijn boeken wordt nogal eens gezegd dat je goed je kop erbij moet houden. En zo is het maar net. Voel ik mij aangesproken door de smalende literaire beoordeling van thrillers? Nee. Waarom eigenlijk? Die beoordeling is wat ouderwets. Met kinderboeken ging dat vroeger ook zo, en kijk nu eens! Het zal dus wel veranderen. Maar wanneer?’

Ineke van den Bergen

‘Alle maskers en uiterlijkheden vallen weg als mensen met hun eigen doodsangst, wreedheid of wanhoop worden geconfronteerd.’

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content