FACTCHECKER

Jan Jagers Factchecker, doctor in de politieke en sociale wetenschappen en zelfstandig journalist.

Vindt u kinderarmoede in een van de rijkste regio’s ter wereld geen schandvlek? ‘Natuurlijk’, antwoordde minister van Armoedebestrijding Liesbeth Homans (N-VA) daarop onlangs in De Standaard. ‘En zonder mijn paraplu open te trekken: tussen 2005 en 2013 is de kinderarmoede in Vlaanderen verdubbeld. Ik wil die opnieuw halveren. Ik doe geen millimeter af van die ambitieuze doelstelling.’

Uit Homans’ verwijzing naar 2005-2013 blijkt dat alvast de vorige regering – met Ingrid Lieten (SP.A) als bevoegd minister – niet is geslaagd in wat zij wel beoogt. De regering-Bourgeois I legde de eed af in juli 2014. Is de kinderarmoede in Vlaanderen voordien ‘verdubbeld’, ’tussen 2005 en 2013′?

Homans’ uitspraak steunt op de ‘kansarmoede-index’ van Kind en Gezin, laat haar woordvoerder weten. ‘Die is door de jaren heen altijd gebruikt. Bij het afsluiten van het Pact 2020 heeft de Vlaamse regering in 2008 beslist om het aantal kinderen dat geboren wordt in kansarme gezinnen met de helft te verminderen tot maximaal 4 procent in 2020. Die doelstelling hebben we in de beleidsnota 2015-2019 herhaald.’

Kind en Gezin meet sinds 2001 hoeveel 0- tot 3-jarigen opgroeien in een kansarm gezin, en brengt daartoe zes criteria in rekening: inkomen, opleidingsniveau en werksituatie van de ouders, huisvesting, gezondheid, en de mate waarin het kind wordt ‘gestimuleerd’.

In 2005 bedroeg de index van Kind en Gezin 6,5 procent, tegenover 11,2 procent in 2013. In 2014 zette die stijging zich lichtjes door (tot 11,4 procent), en volgens onze informatie wordt later deze week duidelijk dat het cijfer ook in 2015 niet zou dalen.

Die meting is nuttig en nodig, zegt sociologe Julie Vinck van het Centrum voor Sociaal Beleid (UAntwerpen). ‘Maar je kunt niet zeggen dat de totale kinderarmoede verdubbeld is als je alleen naar de jongste kinderen kijkt.’

De kinderarmoede bij 0- tot 17-jarigen, ook in vergelijking met andere Europese landen, drukken wetenschappers bij voorkeur uit met het ‘relatieve monetaire armoederisico’. Dat houdt – anders dan de index van Kind en Gezin – alleen rekening met centen, maar wel op een uitgekiende manier, door onder meer de gezinsgrootte en de inkomensnorm in een land te verrekenen.

Zo gemeten leefde in Vlaanderen in 2013 ’12 procent van de kinderen tussen 0 en 17 jaar (ongeveer 150.000 kinderen) in een gezin met een inkomen onder de armoededrempel’, lezen we in het Jaarboek Armoede 2015. Tussen 2004 en 2013 schommelde dat aantal tussen 10 procent en 12 procent. Voor 2014 zou het ‘significant gestegen’ zijn tot 13,6 procent.

‘De stijging bij heel jonge kinderen vertaalt zich stilaan in een gestegen kinderarmoedegraad bij alle kinderen jonger dan 18 jaar’, zegt Vinck. ‘Maar van een verdubbeling is vooralsnog geen sprake.’

Henk Van Hootegem, adjunct-coördinator van het interfederale Steunpunt Armoedebestrijding, zit op dezelfde lijn. ‘De armoedecijfers zijn vrij stabiel, maar in de praktijk zien we dat bepaalde groepen het duidelijk moeilijker krijgen. Eenoudergezinnen en laaggeschoolden bijvoorbeeld.’

Experten verklaren de stijging door de financiële crisis. Maar ook migratie speelt een rol, schreven Frank Vandenbroucke en Julie Vinck al in het Jaarboek Armoede 2013.

Conclusie:

Op gezag van drie experten beoordeelt Knack de stelling als grotendeels waar. De kansarmoede-index van Kind en Gezin is ‘bijna verdubbeld’ tussen 2005 en 2013. Maar die zegt alleen iets over jonge kinderen. Het armoederisico bij 0- tot 17-jarigen is sinds 2005 gestegen van 10 procent naar 13,6 procent in 2014.

GROTENDEELS WAAR

Jan Jagers

‘Tussen 2005 en 2013 is de kinderarmoede in Vlaanderen verdubbeld’ Vlaams viceminister-president LIESBETH HOMANS (N-VA) in De Standaard

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content