?Seven” : de strijd tussen licht en duisternis, huiveringwekkend gedramatizeerd.

IS ?Seven” de meest angstaanjagende thriller die ooit werd gemaakt ? Klinkt als een reklameslogan, maar ik ben bang dat het nog waar is ook. ?Seven” (vanaf volgende week in de bioskoop) is inderdaad twee uur lang naargeestigheid troef. De demente toon wordt meteen gezet met de akelige, grafisch biezonder vindingrijke begin-generiek die ongeveer hetzelfde effekt heeft als wanneer iemand met zijn nagels op het schoolbord krast.

Het gegeven is even simpel als dankbaar cinematografisch. Twee politiedetectives, Somerset ( Morgan Freeman) en Mills ( Brad Pitt), worden belast met een huiveringwekkende moordzaak. Een zwaarlijvige man wordt in zijn huis dood gevonden, hij is naakt en met handen en voeten vastgebonden aan zijn stoel, zijn gezicht is in een bord spagetti gezakt, tussen zijn knieën zit een emmer vol kots. Doodsoorzaak : hij werd door de moordenaar volgepropt met voedsel tot hij letterlijk barstte.

Het duurt niet lang of Somerset, de meest snuggere detective van de twee, heeft in de gaten dat ze te maken hebben met een moordenaar die op bijbelse wraak is belust en mensen afmaakt in de stijl van de hoofdzonde waar ze zich aan overgeven. Zijn eerste slachtoffer gaat aan gulzigheid kapot, en te vrezen valt dat de dader gewetensvol in zeven dagen het lijstje zal afwerken : hebzucht, begeerte, afgunst, gramschap, hoogmoed en luiheid.

Freeman speelt de zestigjarige, door zijn job getekende veteraan die zes dagen voor hij met pensioen gaat, willens nillens met een affaire te maken krijgt die hem diep meesleurt in de afgrond die hij tot elke prijs wil vermijden precies de reden waarom hij ermee wil stoppen. Pitt is de dertigjarige gretige nieuwkomer die hoopt in het voetspoor te treden van zijn door de wol geverfde partner, maar wiens leven door dit onderzoek op een afschuwelijke manier overhoop gehaald zal worden.

?Seven” steunt op twee beproefde formules van het thriller- en policier-genre : de gedwongen teamvorming van twee detectives met tegengestelde persoonlijkheid en de klopjacht op een serial killer. Maar beide overbekende schema’s worden door regisseur David Fincher van het cliché bevrijd.

Dit is pas de tweede film van Fincher (33), die zijn reputatie dankt aan zijn briljante videoclips voor Madonna (?Vogue”, ?Express Yourself”). Zijn eerste lange speelfilm was ?Alien 3″ (1992), een vervolgfilm die hij nu verloochent, omdat de producerende studio, Fox, zijn persoonlijke visie om zeep hielp. ?There’s no one who hated Alien 3 more than I did”, zei hij in een interview in het gezaghebbende ?Sight and Sound”.

SPOTJES.

Zoals wel vaker met makers van clips (of spotjes) die overstappen naar de avondvullende film was Finchers ambitieuze debuut adembenemend qua look, maar liet het script, de opbouw van het verhaal en de dramatische logika veel te wensen over. Zelfs de aktie was biezonder rommelig geënsceneerd. Maar jawel, de prent oogde geweldig. Estetisch was het een festijn, zij het in een sombere, teneerdrukkende toonaard, een stijl die, kwestie van het kind een naam te geven, door bewonderaars als ?techno-romantiek” werd bestempeld.

Die alles overheersende sombere look is nu ook weer triomfantelijk aanwezig in ?Seven”. Fincher is duidelijk een man die een dwingende visie heeft van wat op het doek wel en niet moet te zien zijn. Deze visie is morbide, éénkleurig, nat (het regent voortdurend) en extreem somber, zowel visueel als psychologisch. Herhaalde malen zien we Freeman en Pitt binnendringen in een duister, vochtig en lekkend appartement waar ze de resten vinden van een man die uiteindelijk bezweek aan martelingen en verminkingen. De plek des onheils is volledig verduisterd, er zijn alleen de luchtbundels van de zaklantaarns van de detectives die door de muffe ruimte priemen en in verblindende flitsen veel meer de horror suggereren dan expliciet laten zien.

De duisternis is zo alles overheersend dat ?Seven” wel in een stad lijkt te spelen waar niemand in geen maanden de elektriciteitsrekening heeft betaald. Het gaat echter om meer dan een formalistische pose. ?Seven” dramatizeert de ongelijke strijd tussen licht en duisternis en blijkens het visueel palet van de film merk je meteen wie aan het langste eind trekt.

Je ziet niet zoveel maar de sfeer van doem die over elk beeld hangt, kruipt in je kleren. De niet met name genoemde stad is een landschap van post-industrieel verval. Samen met zijn cameraman Darius Khondji en zijn production designer Arthur Max (voormalig lichtdesigner voor Pink Floyd en Genesis) schept Fincher een klimaat van apocalyptisch onheil en bederf. De belichting leunt aan bij de beklemmende claustrofobie van de klassieke ?film noir” uit de jaren veertig, maar dan wel doordrenkt van het fin de siècle nihilisme van de late jaren negentig. De twee hoofdrolspelers tasten letterlijk in het duister ; het gelaat van Freeman wordt meestal opgelost in zijn omgeving, terwijl dat van Pitt er krijtwit tegen afsteekt.

Anders dan in ?Alien 3″ steunt Finchers visueel brio hier duidelijk op een ijzersterk scenario en een gewiekste struktuur. Wie straks van plan is de film te gaan bekijken en dat zou eenieder die van thrillers houdt moeten doen raad ik aan niet verder te lezen en te wachten tot hij de film heeft gezien.

MEESTERWERK.

Gezien de zeven hoofdzonden premisse, nemen we aan dat Fincher keurig het rijtje zal aflopen zodat we de ene spectaculaire moord na de andere zullen voorgeschoteld krijgen. Net als het op een voorspelbare aftelling begint te lijken, heeft de regisseur echter een verrassing in petto. Nadat het vijfde lijk wordt ontdekt, geeft de dader zich vrijwillig aan op het politiebureau. De wijze waarop hij er ondanks zijn hechtenis toch zal in slagen zijn ?meesterwerk” te voltooien, levert een van de meest bloedstollende ontknopingen op die u ooit zal hebben gezien.

Achteraf zullen de slimmerds beweren dat ze het allemaal hadden zien aankomen. En inderdaad, Fincher geeft ons middels allerlei verdoken aanwijzingen (let op het nummer van Brad Pitts appartement !) wel een hint, maar het laatste half uur is toch razend spannend. Het mooie aan het scenario van Andrew Kevin Walker is dat we na de verrassing ook beseffen dat dit de enige mogelijke ontknoping was, dat alle losse draden in het verhaal nu aan elkaar geknoopt zijn zodat de hallucinante cirkel op een volstrekt logische manier weer gesloten wordt.

Zoals zijn beroemde voorganger in het serial killer genre, het Hannibal Lecter avontuur ?Silence of the Lambs”, is ?Seven” een thriller die stilaan wegglijdt in pure horror. Anders dan de brave politie-enquêtes van weleer, verlegt ?Seven” de interesse van de procedure van de wetsdienaars naar de perverse patologie van de moordenaar. Zoals de door William Peterson gespeelde detective uit ?Manhunter” van Michael Mann (waarin Hannibal Lecter voor ’t eerst zijn opwachting maakt) zich moet kunnen verplaatsen in de zieke psyche van een seriemoordenaar, zo probeert ook Freeman te doorgronden hoe de killer denkt en voelt. Daarvoor moet hij de rechtswetenschap links laten liggen, de geschiedenis in duiken en er in de verpletterende stadsbiblioteek Milton, Chaucer en Dante op napluizen. Freeman beseft vrij snel dat hij niet te maken heeft met een evenwaardige tegenstander, wel met de inkarnatie van het vlees geworden kwaad wat dan ook voor de échte religieuze dimensie van de film zorgt.

Over de killer (een nieuwe opmerkelijke prestatie van Kevin Spacey) die pas halfweg de film ten tonele verschijnt, komen we niet zoveel te weten behalve dat hij het produkt is van religieus fundamentalisme en zichzelf als een wraakengel ziet. Een eens te meer schitterende Freeman is de speurder die zelf machteloos staat. Hij is meer getuige dan aktieheld, speelt meer de rol van observator dan van iemand die de gebeurtenissen ingrijpend kan beïnvloeden.

Er is trouwens relatief weinig aktie met als grote uitzondering de lange achtervolging door een duister pand, over daken, brandtrappen, steegjes, gefilmd als een driftig visueel scherzo van silhouetten en schaduwen. Het is andermaal een knap staaltje van Finchers virtuoos suggestieve filmstijl. Er is in ?Seven” weinig of geen geweldpleging te zien, wel des te meer kontemplatie van het eindresultaat van het geweld : zwaar toegetakelde lijven, rottend vlees, lijken in ontbinding, autopsieën.

BOSCH.

Zoals zoveel huiverfilms spekuleert ?Seven” op de walging voor het menselijk lichaam, een echo naar de films van David Cronenberg. (De sombere score werd trouwens geschreven door Cronenbergs vaste komponist David Shore die ook de muziek maakte voor ?Silence of the Lambs”). Fincher bekijkt die viscerale horror met een klinische afstandelijkheid, alsof je aan Jeroen Bosch een camera zou geven. Misdaad is in deze film een ziekte die zich snel in de korrupte stad verspreidt. Mills heeft niet toevallig een vrouw ( Gwyneth Paltrow) die de stad verafschuwt en vreest en daar, zo zal later blijken, alle reden toe heeft.

De zwartgalligheid van ?Seven”, en in het biezonder de brutale afwezigheid van een happy end, is verbazend in een Hollywood waar zelfs de meest taaie misdaadstory liefst op een positieve noot moet eindigen. ?Seven” werd dan ook niet geproduceerd door een grote studio maar door de mini-major New Line, voor een naar huidige Hollywood-normen bescheiden budget van dertig miljoen dollar. De film deed het verbazend goed aan de Amerikaanse kassa (en werd zelfs een van de meest winstgevende produkties van het jaar). Hoewel de aanwezigheid van hartedief Brad Pitt (die ?Apollo 13″ weigerde om ?Seven” te kunnen maken) daar zeker voor iets tussenzit, moet er toch een andere verklaring zijn voor het sukses. Want wie komt om ?Legends of the Fall” nummer twee te zien, zal toch wel even schrikken.

In het trendgevoelige tijdschrift ?Entertainment Weekly” werd de populariteit van ?Seven” en aanverwant sinister vertier al sociologisch verklaard. Het sukses van films (en tv-reeksen en songs) over serial killers (?Copycat”), mafiosi (?Casino”), alkoholisme (?Leaving Las Vegas”, ?The Crossing Guard”), de doodstraf (?Dead Man Walking”), tienerseks (?Kids”), het einde van de wereld (?Twelve Monkeys”) en het einde van de eeuw (?Strange Days”) wijzen erop dat het publiek de goed-gevoel-film beu is en graag zijn tanden zet in iets harder, grimmiger en bitterder. Er bestaat zelfs al een modeterm voor : ?Bleak Chic”. Onaangenaam vermaak dat gewoon de hopeloosheid van de jaren negentig vertolkt. Grimmig genot.

Patrick Duynslaegher

Brad Pitt in Seven : de zeven hoofdzonden.

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content