Een verloren generatie

CHARLEROI Als het erop aankomt, vertrouwen jongeren alleen op zichzelf en hun naaste omgeving. © Reporters

Franstalige jongvolwassenen hebben geen enkel vertrouwen in de politiek, het onderwijs, de verzorgingsstaat, de banken en de bedrijven. Dat blijkt uit een grootschalig onderzoek bij 18- tot 30-jarigen van het Franstalige socialistische ziekenfonds, Le Soir en de RTBF.

‘Het is geen lachertje om vandaag jong te zijn’, zegt Martin Wauthy, de marketingdirecteur van het socialistische ziekenfonds, die het onderzoek leidde naar hoe 18- tot 30-jarigen in het leven staan en tegen de samenleving aankijken. ‘Jongvolwassenen lopen constant met het hoofd tegen de muur. Aan de ene kant is er de boodschap zoals die voornamelijk via de media wordt verspreid: de toekomst behoort je toe, doe wat je leuk vindt en doe het met passie, alles is mogelijk, zolang je je schouders er maar onder zet. Maar als puntje bij paaltje komt, blijkt de samenleving waarin die jongeren een zelfstandig bestaan moeten opbouwen een vijandige, gesloten burcht. Jongeren merken al snel dat de middelen die ze nodig hebben om volwaardig aan de samenleving te kunnen deelnemen afwezig zijn of onevenwichtig verdeeld.’

Rancune

Een geschikte baan, een betaalbare woning, maatschappelijke waardering: de meeste jongvolwassenen hebben de indruk dat die niet voor hen zijn weggelegd.

‘Dat gevoel van gebrek aan erkenning leeft sterker bij sociaaleconomisch kwetsbare jongeren, maar het is ook sterk aanwezig bij hoogopgeleide jongeren met een goede baan. Je kunt je dus wel indenken hoeveel boosheid en rancune dit veroorzaakt.’

Jongvolwassenen tussen achttien en dertig vormen een interessant studieobject. Ze hebben de beschermde omgeving van de middelbare school achter zich gelaten en zetten hun eerste stappen in de samenleving: ze vatten hogere studies aan, betreden de arbeidsmarkt en stichten een gezin – of dromen daar op zijn minst van. De overgang van de school naar het echte leven blijkt in veel gevallen lelijk tegen te vallen, wat aanleiding geeft tot stress en onzekerheid.

‘Het verschil tussen het maatschappelijke verwachtingspatroon en hoe hun levens er echt uitzien, heeft een negatieve weerslag op hun geestelijke gezondheid’, aldus Wauthy. ‘Een op de drie jongeren leeft constant in angst en heeft weleens zelfmoord overwogen. Dat zijn rampzalige cijfers.’

Uit de stortvloed aan reacties op Facebook besluit Wauthy dat zijn onderzoek de vinger op de wonde legt. ‘Veel jongeren laten ons weten dat ze zich perfect herkennen in het beeld dat wij schetsen van hun generatie – een generatie die zich over het algemeen slecht in haar vel voelt.’

Bezitlozen

Het vertrouwen van jongeren in bestaande maatschappelijke structuren en instellingen blijkt ook bijzonder laag. Gaan stemmen is volgens de overgrote meerderheid een zinloos gebaar, slechts vier procent van de Franstalige jongeren heeft vertrouwen in politieke partijen. Ook in het onderwijs zijn ze diep teleurgesteld, en de meeste jongeren zijn van mening dat de financiële sector de echte macht in handen heeft.

Als het erop aankomt, vertrouwen jongeren alleen op zichzelf en hun naaste omgeving: hun ouders, familie en vrienden. De ondervraagde jongeren rapporteren doorgaans een uitstekende verstandhouding met hun ouders. Van een generatieconflict is hoegenaamd geen sprake. De grote meerderheid zou het zonder de financiële steun van de ouders ook niet redden. ‘En dat geldt niet alleen voor studenten en werkzoekenden,’ zegt Martin Wauthy, ‘maar ook voor jongeren die werken.’

Ook op het gebied van waarden staat familie bovenaan. 49 procent van de jongeren vindt een gezin stichten het allerbelangrijkst. En toch heeft 78 procent van de 18- tot 30-jarigen zelf geen kinderen. Dat komt, zo geven ze aan, omdat ze eerst hun zaakjes voor elkaar willen krijgen, vast werk en een eigen woning, voor ze aan kinderen beginnen. ‘Maar hoe wil je met 1200 euro vandaag een eigen huis verwerven?’, aldus Wauthy. ‘En dus stellen jongeren hun kinderwens uit.’

Alle ondervraagde jongeren kampen met gevoelens van frustratie over de maatschappij en hun eigen kansen daarin, maar ze reageren daar niet allemaal op dezelfde manier op. Een kleine veertig procent van de ondervraagde jongeren valt in de categorie die Wauthy ‘les dépossédés’ of de bezitlozen heeft gelabeld. ‘Dat zijn jongeren bij wie angst het overheersende gevoel is. Ze zien de mondialisering en de multiculturele samenleving niet als een verrijking, maar als een bedreiging. Ze vinden dat Belgen voorrang moeten krijgen op de arbeidsmarkt en zouden het liefst de nationale grenzen weer invoeren. Ze voelen zich uitgesloten, door de samenleving in de steek gelaten en bestempelen zichzelf uitdrukkelijk als een verloren generatie’, zegt Wauthy, die vreest dat deze groep een makkelijke prooi vormt voor xenofobe en extreemrechtse charlatans.

Aan het andere uiterste van het spectrum staan ‘les acteurs’, iets minder dan 20 procent van de ondervraagden, die juist heel optimistisch over de eigen toekomst denken. Zij voelen zich kiplekker in een steeds meer diverse samenleving die de nieuwe mogelijkheden van de economische mondialisering met beide handen wil aangrijpen. Tussen die bezitlozen en actieve optimisten zit een grote restgroep van ‘onbeslisten’, aldus Wauthy.

Syriza

De 18- tot 30-jarigen van vandaag zijn geboren tussen 1985 en 1997. De oudsten van hen hebben 9/11 bewust meegemaakt, de jongsten zijn opgegroeid met de bankencrisis. Die gebeurtenissen zijn dus veelal bepalend voor hun historische referentiekader. ‘Deze jongeren hebben de Val van de Muur en het ongebreidelde optimisme dat daarop volgde niet gekend’, zegt Wauthy. ‘Ze hebben de verzorgingsstaat – de combinatie van economische groei en sociale herverdeling – niet gekend toen die nog echt effectief was. Ze zijn opgegroeid met de dreiging van de klimaatopwarming, maar zien ook hoe de huidige generatie politici verzuimt daar ook maar iets aan te doen. Deze jongeren zijn getuige van een maatschappijmodel dat op zijn laatste benen loopt. De naoorlogse sociaaldemocratie is uitgewoond en een alternatief is vooralsnog niet voorhanden.’

Maar dat het over een andere boeg moet, daarvan zijn de meeste jongeren overtuigd: 9 op de 10 jongeren willen een radicale maatschappelijke omwenteling. Sommigen proberen in hun persoonlijke leven alvast alternatieve keuzes te maken. Ze passen hun consumptiegedrag aan als verzet tegen de ratrace en hebben interesse voor nieuwe economische modellen zoals de deeleconomie. En allemaal zien ze zichzelf wel deelnemen aan nieuwe protestbewegingen die een breuk beloven met de bestaande orde.

In hun onvrede over de gang van zaken in de samenleving staan Franstalige jongeren zeker niet alleen. Uit eerder onderzoek van onder anderen professor Mark Elchardus (VUB) in Vlaanderen bleek ook al dat Vlaamse jongeren uitgesproken negatief staan tegenover de samenleving en de gevestigde structuren, zij het dat ze hun persoonlijke leven eerder positief waarderen. Dat laatste is in Franstalig België veel minder het geval, maar dat is ongetwijfeld toe te schrijven aan de slechtere sociaaleconomische omstandigheden. In armere Zuid-Europese landen genieten nieuwe linkse partijen en bewegingen zoals Syriza of Podemos brede steun bij een zogenaamde verloren generatie van hoogopgeleide maar volstrekt gedesillusioneerde jongeren. ‘Via sociale netwerken staan jongeren hier rechtstreeks in contact met Spaanse en Griekse leeftijdsgenoten’, besluit Wauthy. ‘Ik denk dat hun ontreddering vergelijkbaar is, en dat ook bij ons bewegingen die de traditionele politiek verwerpen en radicale maatschappelijke verandering beloven, een grote aanhang kunnen krijgen.’

DOOR HAN RENARD

Gaan stemmen is volgens de over-grote meerderheid van de jongeren een zinloos gebaar.

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content