‘Dierenwelzijn is een luxeprobleem’

GEERT EN ANN ALBERS Een compleet verbod op kooi-eieren zou voor hun bedrijf een ramp betekenen. © FRANKY VERDICKT

Geert en Ann Albers leiden een groot pluimveebedrijf met 150.000 legkippen in Oudenaarde. Geert heeft het bedrijf in 1992 van zijn ouders overgenomen en er flink in geïnvesteerd. Het koppel Albers heeft een uitgesproken voorkeur voor kooisystemen. Tussen 2004 en 2010 vervingen ze hun traditionele kooien door verrijkte kooien en zogeheten kleinvolières, de Rolls-Royce onder de verrijkte kooien. De oude legbatterijen verdwenen naar Argentinië en Algerije – eentje ging naar de sloop. ‘Buiten Europa maakt niemand zich druk om dierenwelzijn’, zegt Geert Albers. ‘Mensen hebben in die landen vaak geen geld om te eten. Dierenwelzijn wordt er gezien als een typisch, door rijke Europeanen gecreëerd luxeprobleem.’

‘De scharrel is misschien gunstiger voor het welzijn van de kip,’ zegt hij, ‘maar het welzijn van de boer heeft er sterk onder te lijden. In een scharrelstal is de helft procent meer stof aanwezig dan in een kooistal.’

‘In een kooisysteem ben jij de baas over de kip, in de scharrel is dat net andersom’, vervolgt Albers. ‘Daar vliegen de kippen je om de oren. Ze leggen ook overal eieren, soms zelfs in hun eigen mest. Bij ons vallen de eieren op een band die de eieren naar de sorteerruimte vervoert, waar ze worden verpakt.’

Voeding, water, temperatuur, licht, het verzamelen van de eieren – alles wordt in pluimveebedrijf Albers automatisch en volgens een strak tijdschema geregeld.

‘Het komt erop aan zo goedkoop mogelijk te produceren en dat kan met dit systeem’, zegt Geert.

De witte eieren (‘mensen willen bruine eieren, al verandert dat niets aan de smaak’) van de kippen van Geert en Ann eindigen haast nooit als tafelei. De Albersen werken voor de industrie. Dat is het gevolg van hun keuze voor kooien en daar leggen ze zich bij neer. Maar indien onder druk van de dierenbeschermers en de consumenten ooit een compleet verbod op kooi-eieren wordt ingevoerd, zou dat voor hun bedrijf een ramp betekenen.

In de kleinvolièrestal van Geert en Ann staan grote verrijkte kooien in gangen van 90 meter lang opeengestapeld als schappen in de supermarkt. Het is er kraakschoon en een sterke mestgeur hangt er ook niet. De kippen, die op het moment van ons bezoek 49 weken oud zijn (op 80 weken worden ze geruimd), zien er niet uit als de gepluimde scharminkels die GAIA beschrijft. Maar het blijft natuurlijk een zielig beeld, die in traliewerkhokken gevangen- gehouden kippen, een enkel vief exemplaar dat in een moment van onoplettendheid is weten te ontsnappen en door het gangpad waggelt, buiten beschouwing gelaten.

Of ze soms contact hebben met GAIA? ‘Beter van niet’, zegt Ann Albers. ‘Als de mensen van GAIA op bezoek komen, zul je zien dat ze net die ene kip eruit halen die een paar veren mist.’

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content