Isaac Bashevis Singer neemt in “Het visum” afscheid van de oude Poolse literatuur.

WE WETEN NIET met zekerheid wanneer Isaac Bashevis Singer zijn roman “Het visum”, die pas in 1992 in de Verenigde Staten verscheen, heeft geschreven. Waarschijnlijk gebeurde dat toen hij nog in Warschau verbleef. Niet alleen vinden we in “Het visum” alle elementen terug die zo typerend zijn voor Singers oeuvre, de auteur gunt ons bij monde van zijn hoofdfiguur, de joodse jongen David, ook een royale blik in zijn literaire keuken.

Nu we het zoveel decennia later lezen, lijkt het allemaal erg vanzelfsprekend en braaf, maar in dit vroege werk neemt Singer al radikaal afscheid van de vermolmde tradities die de Poolse literatuur zolang getekend en geketend hebben. David wil een roman of een toneelstuk schrijven. Natuurlijk moet het over de liefde gaan. Maar het hoeft niet per se de liefde van één man voor één vrouw te zijn : “Waarom zou ik geen roman schrijven waarin een man verliefd was op twee vrouwen, of zelfs drie dat zou trouwens een novum zijn in de literatuur, ” aldus David. Hij rekent af met de romantische literaire helden, die zich op één knie laten vallen om de zoom van het gewaad van hun geliefde te kussen terwijl ze een koortsige toespraak houden. David : “Maar die romanciers vermeden hoofdpersonen die honger hadden, moe waren, geen plek om te slapen hadden, en geen idee hadden op wie ze verliefd waren. “

SPINOZA.

Het lijdt weinig twijfel dat Singer zijn eigen literatuur als een breuk ervoer met de slechte smaak die de populaire Poolse roman beheerste in de negentiende en het begin van de twintigste eeuw. David, de achttienjarige aankomende schrijver die niets minder dan “het raadsel van de schepping” wil doorgronden, heeft nog haast niets geschreven, laat staan iets gepubliceerd.

Zijn opvattingen en denkbeelden over literatuur die hij in het Jiddisch zal schrijven, zijn allesbehalve vaag : “Er moest een nieuwe literatuur komen, een literatuur zonder vaste regels en patronen. En zonder scheiding tussen literatuur en filosofie. Die literatuur moest mensen weergeven met al hun gedachten en grillen, in al hun daden en krankzinnigheid. De literatuur heeft altijd het karakter bestudeerd, maar ze is vrijwel altijd voorbijgegaan aan de menselijke karakterloosheid. “

Het verhaal speelt zich af in het begin van de jaren twintig. David, de zoon van een ortodoxe jood, zit in Warschau aan de grond sinds zijn leraarscarrière abrupt werd afgebroken. Meer dan eens overweegt hij hij heeft een essay over Spinoza’s filozofie geschreven om zelfmoord te plegen. Dat het zover niet komt, heeft hij waarschijnlijk te danken aan de oudere vrouwen in zijn omgeving, die om hem geven en met wie hij intiem omgaat zonder er echt verliefd op te worden. Het is een vertrouwd tema in Singers werk. Wat ons echter in “Het visum” treft, meer dan in het ander werk van de schrijver, is de manier waarop hij ons konfronteert met de hachelijke positie van de Poolse jood die via de grootstad kennis maakt met de moderniteit.

David, getekend door zijn traditionele joodse opvoeding, kan onmogelijk opgaan in de anonimiteit van de hoofdstad. Hij is en blijft een provinciaal die moeite heeft om zich in het Pools uit te drukken en die veel te arm is om zich in het bruisende intellektuele en mondaine leven van Warschau te storten. Maar David heeft ook te veel ervaring met het liberale en urbane leven om zich nog te kunnen thuisvoelen in de bekrompen wereld van zijn ortodoxe ouders die in een onooglijke plaats wonen.

SCHIJNHUWELIJK.

David is een ontwortelde jongeman, die zich meer laat leven dan dat hij zelf leeft. Alle vrouwen met wie hij het bed deelt, sturen hem uiteindelijk ook wandelen. Hij is niet opgewassen tegen zijn ambitie om een groot schrijver te worden. En ondanks de grote helderheid van zijn literaire denkbeelden, lijdt hij mateloos onder zijn grote passiviteit, alsof hij zelf het karakterloze personage is waarover hij wil schrijven : “Ik had me al tientallen keren voorgenomen om mijn ouders te schrijven, maar een of andere tegenwerkende kracht weerhield me. Ik wist dat ik Sonja moest opbellen, maar ik deed het niet. Ik leed aan een soort geestelijke verlamming. “

Het is de spanning tussen stad en platteland, liberalisme en ortodoxie, verlichting en bekrompenheid, toeval en gedetermineerdheid, Spinoza en het rabbinaat, Pools en Jiddisch, wetenschap en bijgeloof waardoor David wordt verlamd. Daarbij komt dat de kennis van het ongelukkige lot van de joodse gemeenschap zowel in Polen als in het revolutionaire Rusland het hem onmogelijk maken om blind te geloven in een wereld die in de loop der tijden alleen maar beter kan worden, zoals zijn kommunistische hospita’s doen.

Het sceptische levensgevoel waarmee David zoveel overtuigden irriteert, wordt misschien het best uitgedrukt in zijn vraag waarom ze de wandluizen niet uitroeien “in plaats van de wereld een revolutie te bezorgen”.

Dat David een schijnhuwelijk aanvaardt en naar Palestina emigreert met een vrouw die hem daar voor haar echte minnaar zal inruilen, is een bewijs te meer van de manier waarop hij zich door zijn omgeving laat drijven. Dat het allemaal anders afloopt, doet er hier niet toe.

Aan het slot neemt David in het Danzigstation een ticket enkele reis naar Bialodrewna, naar het ouderlijke huis en dus ook naar het verleden. Hij neemt weliswaar voor één keer een echte beslissing, maar dat het thuis een beetje goed afloopt, geloven we niet. De slotzin voorspelt weinig goeds : “Ik liep naar het station en ging in de rij staan voor een kaartje. Het was een lange rij. Maar aangezien de tijd niet bestond, maakte het niet uit hoe lang ik moest wachten. “

Piet De Moor

Isaac Bashevis Singer, “Het visum”, De Arbeiderspers, Amsterdam/Antwerpen, 211 blz., 599 fr.

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content