Rik Van Cauwelaert
Rik Van Cauwelaert Rik Van Cauwelaert is directeur van Knack.

Komt na de zaak-Agusta nu ook een oude Distrigas-affaire aan de oppervlakte ? Het hof van kassatie wil verder onderzoeken.

PROKUREUR-GENERAAL Jacques Velu van het hof van kassatie maakte zich eind vorige week nog eens boos. Eerder al wond Velu zich, samen met andere hoge magistraten, in zijn mercuriale op over het heilloze gedrag van de pers in delikate kwesties als het Agusta-onderzoek. Nog geen week later was het alweer prijs.

Kassatie had net haar verslag over de stand van het Agusta- en Dassault-onderzoek, en het aandeel daarin van de gewezen ministers Willy Claes (SP) en Guy Coëme (PS), bij kamervoorzitter Raymond Langendries (PSC) afgeleverd. De voorzitter had, naar eigen zeggen, het werkstuk ongelezen in een kluis opgeborgen. Daar zou het blijven tot Langendries deze week, donderdag, samen met de voorzitters van de kamerfrakties overlegt over wat ze verder te doen staat.

Het rapport lag evenwel nog geen 24 uur in de kluis van Langendries of via BRTN-radio lekte al dat kassatie slechts een voortzetting van het onderzoek vroeg er zou dus geen sprake zijn van een verzoek tot inbeschuldigingstelling, noch van Claes noch van Coëme. Een dag later strooide de RTBF-radio rond dat de Luikse speurders een link hadden ontdekt tussen de Agusta-zaak en een oude Distrigas-affaire. Volgens de RTBF had eenzelfde Zwitserse fiduciaire zich ingelaten met de behandeling van het smeergeld, betaald door Agusta en de ontzaglijke kommissielonen “beheerskosten”, heette dat toen die begin van de jaren tachtig door Distrigas waren uitgekeerd in verband met de aankoop van Saudische olie. Gevolg : prokureur-generaal Velu in alle staten. Hij liet prompt een persmededeling verspreiden waarin stond dat wat de media meldden in verband met recente rapporten van het hof van kassatie over Willy Claes en Guy Coëme, “grotendeels” let op de nuance ! uit de lucht was gegrepen.

Dit keer echter kon Velu bezwaarlijk het parlement met de vinger wijzen. Want dat had zich keurig van haar vooralsnog niet opgelegde zwijgplicht gekweten. Als er al sprake was van lekken, dan konden die alleen uit het gerecht of, erger nog, van kassatie zelve komen. Als daar maar geen nieuwe huiszoekingen bij magistraten van komen.

TWEE DATUMS.

Hoe dan ook, volgende donderdag moeten kamervoorzitter en fraktievoorzitters zich over de rapporten van kassatie buigen. Daarbij stelt zich mogelijks al een eerste probleem : de aanwezigheid van de leider van de SP-kamerfraktie Frank Vandenbroucke. Juridisch lijkt het geen onoverkomelijk probleem dat Vandenbroucke samen met zijn kollega’s kennis neemt van wat het hof van kassatie rapporteert. Vanuit deontologische invalshoek rijst dan weer de vraag of iemand als Vandenbroucke, zelf in het kader van de Agusta-zaak aan een gerechterlijk onderzoek onderworpen, mee aan tafel kan zitten. Zijn vervanging, eventueel door de Brugse jurist Renaat Landuyt (SP), lijkt aangewezen maar is niet afdwingbaar.

Of de kamer in het verslag van kassatie veel nieuws over Agusta zal vernemen, valt nog af te wachten. Maanden geleden werd Claes dagenlang ondervraagd. Sessies waarvan de ondervragers niet veel wijzer werden. Intussen is ook het onderzoek in Zwitserland en Luxemburg nog volop aan de gang. Wat overeind blijft, is uiteraard de vaststelling dat Claes als minister van Ekonomische Zaken en vooral zijn kabinetschef Johan Delanghe over het Agusta-kontrakt heeft onderhandeld, daarbij “een lichte voorkeur” voor de aankoop van de 46 Italiaanse gevechtshelikopters liet blijken, en dat achteraf 51 miljoen frank door Agusta aan SP-penningmeester Etienne Mangé werd betaald.

In die onderhandelingen van Ekonomische Zaken met Agusta zijn twee datums belangrijk : 18 november en 2 december 1988. Op die datums, waaraan het gerecht veel belang hecht, had telkens een belangrijke vergadering plaats op het kabinet van Ekonomische Zaken. Tijdens de eerste bijeenkomst haalde Agusta haar zogenaamde joker boven : de investering in een komposietfabriek in Vlaanderen. Op 2 december maakte Agusta, weliswaar na voorstellen van het bedrijf Sabca, duidelijk dat de fabriek in het Limburgse Lummen zou worden gevestigd, dus in de elektorale fief van Willy Claes. Op 18 november echter werd het consultancy-kontrakt ten belope van één procent van de helikopteraankoop getekend tussen Agusta-baas Raffaelo Teti en advokaat Alfons Puelinckx. Deze laatste trad daarbij op als vertegenwoordiger van het Panamese Kasma Overseas, een schermvennootschap, waarlangs de kommissies, via Zwitserse rekeningen van de gewezen adjunkt-nationaal sekretaris van de SP Luc Wallyn, naar Mangé werden versluisd. Maar later in het onderzoek werd ook rekening gehouden met de mogelijkheid dat het consultancy-kontrakt pas later, eind december ’88, nadat de regering tot de Agusta-aankoop had besloten, werd ondertekend. Een truuk van Agusta om de uitbetaling van de kommissies tegenover de Italiaanse fiskus te verantwoorden.

BEWIJZEN.

Behalve de betaling van de 51 miljoen frank beschikt het gerecht over geen doorslaggevend bewijs dat Claes of Delanghe op ingrijpende wijze tussenbeide kwamen ten voordele van Agusta. Dat is dan weer frustrerend voor de enquêteurs. Die beschikken wel over ernstige aanwijzingen dat medewerkers van Guy Coëme, zoals diens kabinetschef Jean-Louis Mazy, de onderhandelingen in de richting van Agusta, en daarna voor het MirSip- en het ECM-kontrakt richting Dassault hebben gestuurd. Mazy was, bijvoorbeeld, aanwezig op de bijeenkomst van 2 december ’88 op het kabinet van Ekonomische Zaken, hoewel het zijn kollega André Bastien van Defensie was, die voor Coëme het dossier opvolgde. Maar bij de PS en in de omgeving van Coëme werden, voor zover bekend, geen sporen van kommissies of smeergeld gevonden. Tenzij, in het geval van Agusta, in de richting van de Luikse lobbyist Georges Cywie. Die houdt op zijn beurt vol dat hij ondanks de eis van Jean Dubois, een medewerker van André Cools niet één politicus heeft gesmeerd. Op het eerste gezicht lijken de uittreksels van zijn bankverrichtingen in Jersey en Luxemburg zijn bewering te staven.

Voor de miljardenkontrakten met Dassault, gesloten in 1989 voor de updating van de Mirage-jachttoestellen (Mirage Safety Improvement Program) en de elektronische uitrusting van de F-16’s (Electronic Counter Measures), wogen de tussenkomsten van het kabinet van Guy Coëme alweer veel zwaarder door dan het optreden van de minister van Ekonomische Zaken Claes. Terwijl Claes het onderhandelingswerk overliet aan zijn dienst voor Industrie en Defensie, bemoeide het kabinet van Coëme zich voluit met de besprekingen.

Na de zelfmoord, eerder dit jaar, van gewezen stafchef Jacques Lefèvre kwamen in het leger de tongen los. In één van de afscheidsbrieven van Lefèvre aan zijn familie stonden al elementen die bij het gerecht het vermoeden stijfden, dat in de kontrakten met Dassault een en ander niet pluis was. Intussen beschikt het gerecht over getuigenissen van luchtmachtgeneraals die het hebben over zware druk, uitgeoefend door, alweer, Jean-Louis Mazy. Mazy, die in tegenstelling tot Delanghe nooit werd opgepakt en die intussen mee aan de leiding staat van de (socialistische) verzekeringsmaatschappij P & V, is in deze kontrakten alomtegenwoordig. Maar, zegt een gewezen kabinetsmedewerker die destijds de besprekingen over MirSip en ECM van dichtbij volgde : “Vooral het MirSip-kontrakt voor de modernizering van de verouderde Mirage-toestellen liet bij iedereen een slechte smaak na. Uiteraard roerde het kabinet van Coëme zich, maar onderschat ook de rol van Sabca niet. Samen met Sonaca is het één van die bedrijven die op overheidsbestellingen rollen. En Sabca dreigde met forse ontslagen als de regering niet met deze bestellingen over de brug kwam. “

OLIEKONTRAKT.

Over dit alles zal de vergadering van kamervoorzitter en fraktieleiders donderdag meer vernemen uit het verslag van hof van kassatie. Wellicht ook over het verband dat, volgens een RTBF-bericht, zou bestaan tussen de Agusta-zaak en de Distrigas-affaire.

Ter herinnering : vlak na de tweede oliekrisis, begin 1980, sloot Distrigas een kontrakt met het Saudische bedrijf Petromin voor de levering van 13,75 miljoen ton ruwe olie of zo’n 20 procent van het Belgische verbruik. Dit alles om de energiebevoorrading van ons land, via de onafhankelijke verdelers, veilig te stellen. Officieel heette deze overeenkomst een kontrakt tussen twee bedrijven. Niettemin werden de onderhandelingen van zeer dichtbij gevolgd door het kabinet van minister Willy Claes van Ekonomische Zaken zijn toenmalige kabinetschef Jean-Pierre Pauwels was tegelijk voorzitter van Distrigas. In december 1980 kende Claes voor dit kontrakt zelfs een staatswaarborg toe van 600 miljoen dollar wat meer was dan aan de Saudi’s moest worden betaald.

De eerste reakties over dit initiatief klonken ronduit positief. Zo titelde De Standaard destijds : “Staatsoliekontrakt goed voor stabiele prijs en bevoorrading”. Daaronder konkludeerde de verslaggever : “Er is in de oliesektor een toenemende waardering vast te stellen voor de wijze waarop minister Claes, in het belang van de Belgische ekonomie, het oliekonrakt ten uitvoer brengt. “

Gaandeweg kropen de eerste adders vanonder het gras. De bedongen prijs voor de olie, 26 dollar per vat, was de zogeheten government selling price van de Saudi’s, die op dat moment inderdaad lager lag dan de Opec-prijs. Een neerwaartse prijsaanpassing was echter in het kontrakt niet voorzien. De Saudi’s schakelden trouwens al snel over op de (hogere) Opec-prijzen. Daarbovenop echter was in het kontrakt sprake van betaling van diensten- en beheerskosten ten belope van 2,5 dollar per vat (159 liter) voor het eerste jaar en 1,7 dollar voor de resterende termijn. Wat neerkwam op een slordige 6 miljard frank.

De beheerskosten werden aangerekend door een Panamese vennootschap, Ferroil, die het geld inde via een Zwitserse fiduciaire. Maar Ferroil was destijds niet de enige schermvennootschap die in de Distrigas-affaire opdook. In een eerste faze immers had Distrigas zich laten bijstaan door een Saudische konsultant, ene Taoufik Raïs, die volgens zijn overeenkomst met het gemengde staatsbedrijf per vat 1,25 dollar betaald kreeg, en dat via de Geneefse fiduciaire Genefin. Later, toen andere tussenpersonen opdoken, werd Raïs’ kommissie tot 0,55 dollar per vat gereduceerd. Genefin fuseerde uiteindelijk met een andere fiduciaire en verdween uit beeld.

Belangrijker echter was de rol van Ferroil, waarvan nooit werd achterhaald wie achter deze vennootschap schuilde. Saudi’s, werd gezegd, maar ook Belgen, want een deel van kommissies zou naar België zijn teruggevloeid.

SOVJETS.

In 1981, onder de rooms-blauwe regering Martens V, maakte staatssekretaris Etienne Knoops (PRL) een einde aan het oliekontrakt. Want door een daling van de olieprijs stapelden de verliezen van Distrigas zich op. Ondanks grondig spitwerk, onder meer van dit blad, werd nooit achterhaald wie precies achter Ferroil zat. Een gerechtelijk onderzoek noch een enquête van het hoog komitee van toezicht brachten klaarheid. Uiteindelijk werd de hele Distrigas-affaire afgedaan als een afrekening tussen liberalen en socialisten. Het kontrakt tussen Distrigas en Petromin kostte de Belgische staat miljarden frank. Bovendien kwam meer dan de helft van de geleverde olie, normaal bestemd voor de onafhankelijke verdelers, terecht bij de grote petroleummaatschappijen.

Een ander Distrigas-kontrakt met het Algerijnse Sonatrach voor de levering van aardgas eindigde door prijsdalingen en afnemend verbruik in een gelijkaardig débâcle. Dat kontrakt werd niet opgezegd, maar minister Mark Eyskens onderhandelde over een neerwaartse herziening van de prijs. De Algerijnen eisten een schadeloosstelling van om en bij de 11 miljard frank. Nu nog betaalt de Belgische overheid de financiële gevolgen van de avonturen van Willy Claes en Jean-Pierre Pauwels op de internationale energiemarkt.

Hoewel het gerecht noch het hoog komitee laakbare daden aan het licht brachten, cirkuleerde in die jaren in de Wetstraat, maar vooral in kringen rond Distrigas, het gerucht dat de SP aan die kontrakten genoeg had overgehouden om zich jaarlijks een verkiezingscampagne te kunnen veroorloven. Als dat al zo was, dan had de SP in die periode toch ook andere katten te geselen. Eind ’78 had de partij de schouder gezet onder de nieuwe krant De Morgen. Een onderneming die, tot het faillissement van de krant eind ’86, de socialistische beweging, vakbonden, ziekenfondsen en partij samen, meer dan 450 miljoen frank kostte. De SP alleen al verloor daarbij, volgens penningmeester Etienne Mangé, 140 miljoen frank.

Van minstens één konstruktie rond De Morgen, de financieringsmaatschappij Ars Grafica, werd vermoed dat er Distrigas-geld was geparkeerd. Ars Grafica, dat er volgens sommigen kwam op initiatief van Jean-Pierre Pauwels en dat werd voorgezeten door de toen nog jonge Luc Van den Bossche (SP), moest leningen aangaan voor de aanschaf van een computergestuurde pers voor Het Licht, de drukkerij van De Morgen en Vooruit. Op de vraag waar Ars Grafica, dat ook de vrouw van Luc Wallyn onder haar oprichters rekende, het benodigde geld vandaan haalde, volgde binnen de SP nooit een éénduidig antwoord. Ars Grafica zou uiteindelijk, midden ’87, worden opgeslorpt door de NV Studin, een vennootschap opgezet door het Instituut voor Sociaal, Ekonomisch en Cultureel Onderzoek (Iseco) en Luc Wallyn, waar later een deel van het Agusta-geld belandde.

Mocht het Luikse gerecht na Agusta ook op Distrigas doorboren en juridisch lijkt dit perfekt mogelijk dan is het einde van de Agusta-miserie nog lang niet in het gezicht. Als onderzoeksrechter Véronique Ancia en raadsheer Francis Fischer nog een beetje doorduwen, stoten ze binnenkort wellicht ook nog op de okkulte financiering door de Sovjets van de grote winterstaking van 1960-’61.

Rik Van Cauwelaert

Jean-Pierre Pauwels, ex-kabinetschef en architekt van de energieplannen van Willy Claes.

Willy Claes : na Agusta en Dassault, ook Distrigas op zijn bord ?

Raadsheer Francis Fischer van het hof van kassatie wil doorgaan.

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content