Historicus Daniel Siemens: ‘De nazi’s beweerden dat zij het enige alternatief waren. Dit soort framing zien we ook vandaag’

Tot de successen van de Weimarrepubliek behoorden ook de gelijkstelling van man en vrouw en een relatief grote seksuele tolerantie. ‘Het was een zeer moderne samenleving, met soortgelijke uitdagingen als die waarmee wij worden geconfronteerd.’ © Bettmann Archive

In 1926 leefden Duitsers nog in de prille Weimarrepubliek. Zeven jaar later was er van een democratie geen sprake meer. Had het ook anders kunnen lopen? Ja, zegt historicus Daniel Siemens. Hij ziet lessen voor vandaag. ‘We moeten onze instituties democratiebestendig maken.’

Een eeuw geleden genoten Duitsers van de ‘Gouden Jaren Twintig’ in de Weimarrepubliek, de eerste Duitse democratie die in 1919 was ontstaan. Maar een lang leven was die niet beschoren. ‘Niemand dacht in 1926 dat de republiek nog slechts zeven jaar zou bestaan’, zegt Daniel Siemens, hoogleraar Europese geschiedenis aan de Universiteit van Newcastle en expert in het interbellum en het nationaalsocialisme.

‘Voor veel mensen was dat jaar een periode van relatieve rust en stabiliteit. Duitsland had de Eerste Wereldoorlog achter de rug en – zij het met enkele verwondingen – ook de turbulente beginjaren van de republiek overleefd, waarin de levensvatbaarheid van de democratie veel zwaarder op de proef was gesteld. Tijdgenoten zullen 1926 daarom eerder hebben ervaren als een fase van consolidatie van de democratie, ook al tekenden zich aan de horizon al verontrustende ontwikkelingen af.’

In de beginjaren stond de Weimarrepubliek sterk onder druk. Er moesten bijvoorbeeld hoge herstelbetalingen aan de overwinnaars worden betaald, het leger werd ingekrompen. Al in 1920 was er een eerste poging tot staatsgreep door rechtse vijanden van de democratie, en in 1923 probeerde Hitler een putsch tegen de republiek. Waren de Duitsers nog niet rijp voor democratie?

Daniel Siemens: De aanname dat de Duitsers nog niet voldoende begrepen wat democratie was, lijkt mij onzinnig. In Centraal-Europa bestonden al vanaf het begin van de negentiende eeuw sterke democratische tradities, die hun eerste hoogtepunt bereikten in de Europese revoluties van 1848 en 1849. Ondanks tegenslagen ontwikkelden zich ook in het Duitse keizerrijk, een constitutionele monarchie met sterk autoritaire trekken, democratische procedures. Dat was natuurlijk geen democratische staat in de huidige betekenis, en vrouwen mochten er niet stemmen. Maar de opkomst van mannen bij de Rijksdagverkiezingen was al in het keizerrijk hoog. We kunnen de ondergang van de Weimarrepubliek niet verklaren door te stellen dat Duitsers democratie niet begrepen of ze als idee fundamenteel afwezen.

Nazi-toespraak in München. ‘De nazi’s beweerden dat zij het enige alternatief waren. Dit soort framing zien we ook vandaag.’ © ullstein bild via Getty Images

Waardoor dan wel?

Siemens: Juist vanuit het perspectief van vandaag lijkt mij één punt zeer belangrijk, omdat het een waarschuwingssignaal is: in de late Weimarrepubliek ontbraken gematigde centrumrechtse partijen die als partner voor stabiele coalities met de SPD en de katholieke Centrumpartij in aanmerking kwamen. De Duitse Volkspartij (DVP), die je het best kunt vergelijken met de huidige CDU, leed enorme verliezen, en de liberalen waren vrijwel volledig betekenisloos geworden. Bovendien werden de partijen die zich voor het vrouwenkiesrecht hadden ingezet niet beloond door vrouwelijke kiezers. Vrouwen stemden ongeveer even vaak op extreemrechtse partijen als mannen.

Was dat een weerspiegeling van de zwakte van de gematigde partijen of van de kracht van Hitlers NSDAP?

Siemens: Beide. De NSDAP slaagde erin zich vanaf 1925, nadat het verbod op de partij was opgeheven, opnieuw en professioneler te organiseren. De innovatiekracht en propagandaprestatie van de NSDAP zijn vaak overschat in historisch onderzoek. Het is belangrijk niet onbewust een narratief over te nemen dat de nationaalsocialisten zelf hebben verspreid. De kernboodschap van de NSDAP was immers dat de ‘systeempartijen’ allemaal onbekwaam waren en tegen de belangen van het ‘volk’ ingingen. De nazi’s beweerden dat zij het enige alternatief waren. Dit soort politieke framing zien we ook in de politiek van vandaag.

Een vaak genoemde les uit Weimar luidt dat de grondwet te veel constructiefouten had. Bijvoorbeeld het sterke evenredige kiesstelsel, dat leidde tot een versnipperd parlement.

Siemens: Men heeft zeker de mogelijkheid tot misbruik van artikel 48 onderschat, waarmee de rijkspresident per noodverordening buiten het parlement om kon regeren. Maar over het algemeen was de grondwet zeer modern. Daaraan lag het niet.

Werkloze vrouwen in de wachtruimte van een arbeidsbureau in Berlijn. ‘Vrouwen stemden ongeveer even vaak op extreemrechtse partijen als mannen.’ © ullstein bild via Getty Images

Ontbrak het aan een brede euforie voor de nieuwe staatsvorm, de democratie?

Siemens: Met miljoenen oorlogsdoden, honger, verdrijvingen en groot sociaal leed was het einde van de Eerste Wereldoorlog in 1918 eenvoudigweg geen goede tijd voor euforie. Toch hebben de eerste verkiezingen in de jonge republiek laten zien dat er aanvankelijk stabiele democratische meerderheden voor de nieuwe staat bestonden. Gezien de omstandigheden had de Weimarrepubliek geen slechte start. Tot ongeveer 1927 zou ik de geschiedenis van de Weimarrepubliek daarom eerder als een succesverhaal beschouwen. Je moet ook bedenken dat veel Europese democratieën het interbellum niet overleefd hebben. Weimar was geen historisch uitzonderingsgeval.

Toch discussiëren historici over de vraag of alles ook goed had kunnen aflopen. Of was de Weimarrepubliek vanaf het begin tot mislukken gedoemd?

Siemens: Na 1945 werd de Weimarrepubliek in de Bondsrepubliek eerst gezien als een staat met slechts een beperkte overlevingskans. Voor de burgerlijke elites was dat vertekende beeld van een niet-levensvatbare democratie nuttig om te legitimeren waarom in de Bondsrepubliek alles beter zou zijn. Pas in de afgelopen decennia hebben historici sterker het innovatieve potentieel en de overlevingskracht van Weimar benadrukt.

Welk innovatief potentieel was dat?

Siemens: Er werden tal van projecten opgestart en veel positieve veranderingen voor de bevolking bereikt. Denk bijvoorbeeld aan de achturige werkdag, een oude eis van de SPD, of aan massale investeringen in sociale woningbouw. Er werden ook belangrijke verbeteringen doorgevoerd in het onderwijs, in de arbeidsparticipatie van vrouwen en op het gebied van jeugdbescherming. Dat werd door de bevolking zeker gewaardeerd, iets wat de latere geschiedschrijving soms te weinig heeft onderkend.

Tot de successen van de Weimarrepubliek behoorden ook de gelijkstelling van man en vrouw en een relatief grote seksuele tolerantie. Vanuit hedendaags perspectief oogt zij daardoor bijna modern.

Siemens: Dat klopt, maar zulke thema’s waren vooral belangrijk voor een jong, stedelijk milieu. Er gebeurde toen heel veel tegelijk. Wat voor de één uiterst bevrijdend was, was voor anderen irrelevant of werd strikt afgewezen. De Weimarrepubliek was in die zin een zeer moderne samenleving, met soortgelijke uitdagingen als die waarmee we vandaag worden geconfronteerd. Veel was gefragmenteerd, er bestonden talloze milieus met zeer uiteenlopende belangen. Tegelijk was er ook een sterke behoefte aan gemeenschap en saamhorigheid. De democraten zijn er helaas niet in geslaagd om dat te verenigen.

Bij de verkiezingen van 1930 werd de NSDAP met ruim 18 procent verrassend de tweede partij na de SPD. Ze profiteerde daarbij van de gevolgen van de wereldwijde economische crisis van 1929, die hoge werkloosheid en massale verarming tot gevolg had. De nieuwe regering onder Heinrich Brüning stond door de crisis en de enorme herstelbetalingen zwaar onder druk. Had zij überhaupt nog beleidsruimte?

Siemens: De uitdagingen waren zonder twijfel enorm. Een economische crisis van soortgelijke omvang zou ook vandaag elke regering tot het uiterste drijven. Brüning steunde niet langer op parlementaire meerderheden, maar voerde zijn beleid door met behulp van noodverordeningen van de rijkspresident. Hij probeerde de last van de herstelbetalingen te verminderen en was daarin ook redelijk succesvol. Maar hij verkocht zijn beleid extreem slecht. Hoe langer de crisis duurde, hoe minder de kiezers geloofden dat de situatie op middellange termijn zou verbeteren.

Rijkskanselier Heinrich Brüning in 1932. ‘De Weimardemocratie eindigde nog voor Hitler in 1933 kanselier werd.’ © Getty Images

Brüning probeerde de crisis ook te bestrijden met de verlaging van lonen en sociale uitgaven. Aan die impopulaire maatregelen hield hij hardnekkig vast. Heeft hij de democratie uiteindelijk kapot bezuinigd?

Siemens: Zo hebben veel tijdgenoten het al gezien. Brüning had er meer rekening mee moeten houden hoe impopulair zijn beleid was. Dat het regeringsbeleid zich vanaf 1930 niet meer op democratische meerderheden baseerde, was een beslissend moment. Daarmee eindigde de Weimardemocratie eigenlijk niet pas met Hitlers benoeming als rijkskanselier in januari 1933. Hoe wil je draagvlak voor democratie creëren als je tegelijkertijd laat zien dat je de wil van de kiezers niet respecteert en buiten het parlement om regeert?

‘Democratieën gaan niet ten onder omdat antidemocratische partijen een absolute meerderheid behalen. Daar is veel minder voor nodig.’

De nazi’s haalden bij verkiezingen nooit meer dan 37 procent van de stemmen en konden uiteindelijk toch de republiek vernietigen. Wat zegt dat over de kwetsbaarheid van democratieën?

Siemens: Democratieën gaan niet ten onder omdat antidemocratische partijen een absolute meerderheid behalen. Daar is veel minder voor nodig. Het volstaat sterk genoeg te zijn en vervolgens een gewillige partner te vinden. Het is belangrijk dat we dat vandaag begrijpen.

‘Het valt niet te betwisten dat de strategie om een partij die zich vijandig opstelde tegenover de grondwet te “temmen” en in het burgerlijke kamp in te bedden, catastrofaal is mislukt.’

Betekent dit dat de ondergang van de Weimarrepubliek aantoont dat een ‘brandmuur’ tegen de Alternative für Deutschland (AfD) nodig is?

Siemens: Dat argument is zelfs dwingend, als men de situatie vergelijkbaar acht. Tegelijk heeft elke historische situatie een open uitkomst. Tegenstanders van de brandmuur, ook binnen het democratische kamp, wijzen de gelijkenis af en stellen dat je de AfD en zijn kiezers niet principieel kunt uitsluiten. Het valt echter niet te betwisten dat in 1933 de strategie om een partij die zich vijandig opstelde tegenover de grondwet te ‘temmen’ en in het burgerlijke kamp in te bedden, catastrofaal is mislukt. Ook actuele, internationaal vergelijkende politicologische studies wijzen erop dat het slechten van brandmuren leidt tot de normalisering van extreme standpunten.

‘De republiek is niet ten onder gegaan aan een gebrek aan democraten. Er waren te veel mogelijkheden voor niet-democraten om de democratie aan te vallen.’

Op welk moment had men volgens u de Weimardemocratie nog kunnen redden?

Siemens: Uiteindelijk blijft dat altijd speculatie. Voor mij blijft het een zeer belangrijk punt dat men er in de eerste jaren van de Weimarrepubliek niet in is geslaagd voldoende overtuigde democraten op sleutelposities in de staat te krijgen – in bestuur, politie en justitie. Deze oude functionele elites treurden om de monarchie en pasten zich vaak niet aan de nieuwe staatsvorm aan. De republiek is niet ten onder gegaan aan een gebrek aan democraten, maar er waren te veel mogelijkheden voor niet-democraten om de democratie aan te vallen. Een voorbeeld: rechts-radicale geweldplegers en moordenaars konden voor de rechtbank lange tijd rekenen op grote clementie, omdat veel rechters hun vermeende ‘vaderlandse motieven’ erkenden.

Kan dat ons vandaag niet ook hoop geven? Vandaag zitten er, anders dan in de vroege Bondsrepubliek, geen oud-nazi’s meer in justitie en bestuur.

Siemens: Ja, de uitgangspositie is vandaag zeker beter. Maar dat hoeft niet zo te blijven. De nieuwe rechts-extremisten zijn momenteel intensief bezig hun jonge aanhang te scholen, zodat die binnenkort posities kunnen innemen van waaruit zij het systeem kunnen veranderen. We moeten onze instituties dus democratiebestendig maken.

Christoph Gunkel

Daniel Siemens

1975: geboren in Bielefeld, Duitsland.

Hoogleraar Europese geschiedenis aan de Universiteit van Newcastle en expert in het interbellum en het nationaalsocialisme.

Publiceerde boeken over onder meer Horst Wessel en Adolf Hitlers Sturmabteilung (SA).

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Expertise