Servisch studentenprotest tegen corruptie houdt aan: ‘Wij leven in een land van loze beloftes’

© Moeder in hongerstaking, tegen een achtergrond van hels lawaai.
Rudi Rotthier

Een hongerstaking. Protest tegen een Trump-hotel. Een eigen kieslijst. Ook na de eerste verjaardag van hun protest blijven de studenten in Servië alomtegenwoordig.

De datum en het uur zijn op ontelbaar veel buttons vereeuwigd: 1 november 2024, 11.52 uur. Op dat moment stortte de betonnen luifel aan het station van Novi Sad in. Van de zeventien mensen die eronder stonden – volwassenen en kinderen – zijn er zestien overleden.

Het station had net een dure renovatie ondergaan, als onderdeel van een prestigeproject voor de nieuwe snelverbinding tussen Belgrado en Boedapest.

De ingestorte luifel was voor velen een rampzalig bewijs van overheidscorruptie. Bouwcontracten worden rondgestrooid om steekpenningen te kunnen innen, niet om het comfort of de veiligheid van bewoners te garanderen.

Bouwcontracten worden rondgestrooid om steekpenningen te kunnen innen.

De regering van president Aleksandar Vučić probeerde de gebeurtenis af te doen als een tragisch ongeval. Hijzelf zei aanvankelijk dat bij de renovatie niet aan de luifel was geraakt. Tienduizenden reizigers en passanten hadden het tegendeel kunnen vaststellen. Er waren tonnen beton aan de structuur toegevoegd zonder dat de basis was verstevigd.

Die eerste november vormde het begin van een massale protestcampagne, geleid door studenten, met slogans als ‘We leven allemaal onder de luifel’ en ‘Corruptie doodt’.

Het regime overleeft tot dusver, al hebben enkele ministers ontslag genomen. Maar het protest overleeft ook. En voorlopig is niemand aan de winnende hand.

Hongerstaking

Onmiddellijk na de eerste verjaardag begon de moeder van een van de slachtoffers, Dijana Hrka, een hongerstaking aan het parlement in Belgrado.  Stefan, haar 27-jarige zoon, stond op een vriendin te wachten toen het beton hem vermorzelde. ‘Sindsdien wacht ik’, vertelde ze op de derde dag van haar hongerstaking. ‘Tot vandaag is niemand vervolgd voor wat er is gebeurd, is niemand opgepakt, is niemand ter verantwoording geroepen. Ik heb hen een jaar gegeven, en ze hebben niets uitgericht. Ik ga in hongerstaking om een reactie te krijgen.’

Op het terrein tussen het parlement en het presidentieel paleis is een kamp voor regeringsgezinden opgericht. Hrka (48) sloeg haar tent op aan de rand van dat kamp, gescheiden door een omheining en een gemaskerde politiemacht die vooral de regeringsgezinden leek te verdedigen.

‘Tot vandaag is niemand vervolgd voor wat er is gebeurd.’

Tijdens mijn eerste bezoek kon ik nog door dat regeringskamp wandelen. Niet dat het veel opleverde. Mensen weigerden meestal te praten, en als ze het toch deden, hulden ze zich in nietszeggendheid.

De daarop volgende dagen maakte de politie elke toegang voor niet-regeringssupporters onmogelijk.

Het was een vreemde confrontatie. Aanhangers van de regering, die met bussen werden aangevoerd, speelden extreem luide, patriottische muziek. Aan de andere kant van het hek kwamen sympathisanten de moeder ondersteunen. Daar kon je verhalen over overheidscorruptie horen. ‘Vijf soorten camera’s en projectoren zijn er op de school van mijn kind’, vertelde een vrouw. ‘Zo zijn er vijf contracten uitgeschreven en kan iemand vijf keer langs de kassa passeren. Als je geopereerd moet worden maar je hebt geen poot in de regeringspartij, dan kom je op een lange wachtlijst terecht. En zo gaat het op alle niveaus.’

Hrka kreeg een reactie. De president belde, maar volgens haar zonder concrete beloftes, en hoe dan ook ongeloofwaardig zolang zijn aanhang haar aan martelend luide muziek blootstelde.  Na zestien dagen zette ze haar actie uitgeput stop: ‘Ik kan veel meer doen als ik blijf leven.’

Leiderloos

Op een kwartiertje stappen van het parlement hebben de studenten van de faculteit letteren en wijsbegeerte hun hoofdkwartier. Het heeft enige voeten in de aarde om hen te interviewen, want ze willen een leiderloze beweging zijn. Voordat ze een interview geven, hebben ze de toestemming van hun volksvergadering nodig. Uiteindelijk interview ik drie mannelijke, anonieme studenten, afkomstig uit de afdelingen filosofie, antropologie en geschiedenis.

‘Ik zou zo graag willen dat dit een land wordt waar mensen niet van wegvluchten maar naar terugkeren.’

Waarom leiderloos? Als veiligheidsmaatregel, en omdat ze van vorige generaties geleerd hebben dat studentenego’s de acties in de weg kunnen zitten.

Ze geven wel toe dat het veel werk is om leiderloos te werken: voortdurend moet er worden afgetoetst met studentenvergaderingen binnen de eigen faculteit, en dan met de andere faculteiten doorheen het land, van links tot rechts.

Ze zijn nu volop bezig met een ‘studentenlijst’, een kieslijst voor de vervroegde verkiezingen die ze eisen, maar die nog niet toegezegd werden. De lijst zal geen enkele student bevatten en evenmin een politicus, maar wel ‘figuren die het algemeen belang behartigen’. Er is al een programma klaargestoomd, maar daarover, en over de lijst, moet nog gestemd worden. Of de oppositiepartijen zich zullen terugtrekken ten voordele van de studenten is nog maar de vraag.

Schuldgevoel

Waar halen ze na een jaar nog hun energie vandaan?

‘In mijn geval: uit schuldgevoel’, zegt de student antropologie. ‘Mijn vriendin is naar Italië vertrokken. Ik zal haar volgen want we willen een gezin beginnen. Ik zou zo graag de laatste bewoner van mijn land zijn die vertrekt. Ik zou zo graag willen dat dit een land wordt waar mensen niet van wegvluchten, maar naar terugkeren. En dus werk ik me nu te pletter.’

‘Uit sigaretten’, suggereert de geschiedenisstudent. ‘En we behalen overwinningen – dat stimuleert ons.’

De premier moest namelijk opstappen, en het budget voor onderwijs wordt opgetrokken.

Een oud-strijder aan een ruïne die aan Donald Trump is toegekend. © rr

De volgende dag zetten de studenten, samen met anderen, een nieuw actiepunt op het programma. De regering heeft een overeenkomst afgesloten met Jared Kushner, de schoonzoon van de Amerikaanse president Donald Trump. Daardoor zal een militair complex in het stadscentrum, dat in 1999 aan diggelen werd gebombardeerd door de NAVO, omgevormd worden tot een Trump-hotel plus appartementen. De ruïne dient tot nu als monument ter nagedachtenis van die bombardementen.

‘Wij willen de EU als zakenpartner, niet als vriend.’

‘We zijn patriottisch’, zegt een van de studenten. ‘We zijn voor het behoud van onze geschiedenis. We zijn tegen de uitverkoop van onze bedrijven en ons vastgoed. Maar dat wat kapotgeschoten werd met Amerikaanse wapens nu moet wijken voor een hotel ter meerdere eer en glorie van de Amerikaanse president is wel héél gortig.’

Waarom zoekt de Servische regering niet gewoon uit wat er misliep in Novi Sad? Dat zou het protest toch ontzenuwen?

‘Misschien omdat het netwerk van corruptie te ver reikt. Wie weet reikt het tot in de EU’, klinkt het. ‘De president spreekt zich tegenwoordig uit tégen de Europese Unie, maar de EU-landen zijn z’n grote bondgenoten (Vučić ontwikkelde de voorbije jaren een anti-EU- en pro-Ruslandretoriek, maar profileerde zich daarvoor als pro-EU, nvdr). Dat verklaart het euroscepticisme binnen onze beweging.’

‘Wij willen neutraal zijn. In een wereld met toenemende spanningen tussen Oost en West lijkt ons dat een zinnige houding. Wij willen de EU als zakenpartner, niet als vriend. En we willen in geen geval loze beloftes. We leven in Servië sinds onze geboorte met loze beloftes. Daarom zijn we dit systeem zo moe.’

Net afgestudeerde studenten tijdens het protest tegen het Trumphotel, met een portret van een bevelhebber uit de eerste wereldoorlog. ‘Toen wist men wel nog hoe het nationaal belang te verdedigen.’ © rr

 

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Expertise