Vrije Tribune
Vrije Tribune
Hier geven we een forum aan columnisten en gastbloggers
Opinie

30/11/17 om 11:27 - Bijgewerkt om 11:31

'Nieuwe partner vinden na relatiebreuk: waarom zijn de kansen van vrouwen er zo op vooruitgegaan?'

Dimitri Mortelmans (UAntwerpen) over de verschuivingen in de relatiegeschiedenis van vrouwen.

'Nieuwe partner vinden na relatiebreuk: waarom zijn de kansen van vrouwen er zo op vooruitgegaan?'

© Getty Images/iStockphoto

Recent schreven verschillende media dat overspel niet langer een exclusief mannelijk domein is. Vrouwen hebben mannen zo goed als bijgehaald in het vinden van een nieuwe partner tijdens een huwelijk of een samenwoonst. De klassieke schaats zeg maar is niet langer enkel zijn schaats maar zij doet mee aan de short track.

Maar niet alleen tijdens het huwelijk is het vinden van een nieuwe partner gewijzigd. Ook nàdat een relatie (huwelijk of samenwoonst) is stukgelopen, zijn er verschuivingen in de relatiegeschiedenis van vrouwen. Sociale wetenschappers zijn erg geïnteresseerd in herpartnertrajecten na een relatiebreuk. De positieve effecten van een nieuwe partner zijn immers groot. Niet alleen zorgt een nieuwe partner vaak (opnieuw) voor een inkomen waardoor het risico op armoede vermindert, ook en vooral blijkt een nieuwe partner een positieve invloed te hebben op de fysieke en mentale gezondheid van de gescheidene.

Delen

Nieuwe partner vinden na relatiebreuk: waarom zijn de kansen van vrouwen er zo op vooruitgegaan?

In oudere leeftijdscohorten vertoonden vrouwen altijd lagere kansen op het vinden van een nieuwe partner vergeleken met mannen. Dat had twee redenen. In de eerste plaats hadden ze minder gelegenheid om nieuwe partners tegen te komen. Vrouwen waren immers minder actief op de arbeidsmarkt wat maakte dat zij een potentiële pool van nieuwe partners misten. Niet zelden wordt een nieuwe partner immers gevonden via collega's of vrienden van collega's. Daarnaast was er vroeger nog geen sprake van co-ouderschap en zorgden vrouwen bijgevolg 12 dagen op 14 voor hun kroost. Dat beperkte hun uitgaangsgelegenheid in sterke mate en zo misten zij een tweede gelegenheid om nieuwe potentiële partners te ontmoeten. Bovendien is de aanwezigheid van kinderen ook geen stimulerende factor bij de zoektocht. Niet zelden wordt er nu nog gesproken dat zo iemand 'een pakje meebrengt'.

Is dit beeld dan zo sterk gewijzigd ? Toch wel. Uit een onderzoek uit 2013 van Pasteels en mezelf, blijkt dat de herpartnerkansen van vrouwen redelijk spectaculair gestegen zijn. Als we kijken naar de scheidingscohorte van 1980 (gescheiden tussen 1981 en 1990) dan heeft 16% één jaar na hun feitelijke scheiding al een nieuwe relatie. Voor mannen gescheiden na 2000 is dat percentage gestegen tot 24%. Voor vrouwen is de stijging veel uitgesprokener. Daar had 16% van de scheidingscohorte 1980 een relatie na één jaar en maar liefst 29% als ze gescheiden was na 2000.

Wat maakt dat de herpartnerkansen van vrouwen er zo sterk op vooruitgegaan zijn? Ten eerste is er het co-ouderschap. Door de toename van een gedeeld verblijf, is het niet langer één partner die 12 op 14 dagen de kinderen bij zich heeft. Een gedeeld verblijf heeft ook een gedeelde vrije periode tot gevolg. Die vrije periode kan op veel manieren ingevuld worden maar zeker is dat het ruimte biedt om aan sport te doen of uit te gaan. De vrijetijdssector is een niet onbelangrijke omgeving om nieuwe mensen tegen te komen en te herpartneren. Ten tweede is er de gewijzigde positie van de vrouw op de arbeidsmarkt. In vergelijking met hun moeders of grootmoeders zijn de hedendaagse gescheiden vrouwen veel sterker actief op de arbeidsmarkt.

Delen

Jongeren gaan weliswaar later het huis uit maar toch zien we dat er relatief meer jonggescheidenen op de tweede partnermarkt terecht komen dan vroeger.

In een studie die ik deed met Struffolino, toonden we aan dat 36.3 % van de alleenstaande moeders voor de scheiding reeds voltijds werkten en dat ook bleven doen na de breuk. In totaal was zelfs 69.4 % voltijds of deeltijds actief op de arbeidsmarkt. Een derde factor die meespeelt is de versnelling van echtscheiding. Steeds meer huwelijken en samenwoonsten stranden na relatief korte tijd. Jongeren gaan weliswaar later het huis uit maar toch zien we dat er relatief meer jonggescheidenen op de tweede partnermarkt terecht komen dan vroeger. Die jonge ex-partners beschouwen een leven lang alleenstaand zijn niet als een optie. En dus gaan zij actiever dan vroeger op zoek naar een nieuwe liefde in hun leven. Seriële monogamie heet dat in vaktermen en het maakt dat online én offline daten normaler en populairder is dan ooit.

Deze trends in herpartneren zijn goed én slecht nieuws voor alleenstaand ouderschap. Het goede nieuws is dat sneller herpartneren betekent dat alleenstaand ouderschap in toenemende mate een beperkte transitieperiode wordt. Een nieuwe partner heeft immers sterk positieve effecten op de gescheiden persoon en dat niet alleen op financieel gebied maar ook op gezondheidsvlak. Het slechte nieuws is echter dat de kansen op herpartneren ongelijk verdeeld zijn. Bij mannen zijn hoger opgeleide mannen in het voordeel want die vinden sneller dan hun lager opgeleide evenknie een nieuwe partner. Omdat die partner vaker een jongere of lager opgeleide vrouw is, zien we bij de vrouwen een omgekeerd effect. Hier zijn het de hoger opgeleide vrouwen die in toenemende mate moeite hebben om een nieuwe partner te vinden. Als de partnermarkt van de hoger opgeleide mannen immers leeg raakt doordat mannen lager opgeleide vrouwen daten, dan blijft er een gat voor de hoger opgeleiden vrouwen. Voor vrouwen is dit neerwaarts herpartneren immers nog steeds een groot taboe.

Toekomst van de alleenstaande ouder

En zo lijkt de toekomst van de alleenstaande ouder sterk te verschuiven. Van een probleem van economisch zwakke mannen en vrouwen, zien we in de toekomst een nieuwe groep van alleenstaande hoger opgeleide vrouwen er bij komen. Deze groep zal minder economische problemen of armoede kennen. De problemen in deze groep zullen zich op nieuwe domeinen uiten waarbij voornamelijk gezondheidsproblemen wellicht het sterkst de kop op zullen steken.

Beleid voor alleenstaande ouders zal zich nog steeds op arbeidsmarktparticipatie en armoede moeten concentreren maar voor deze nieuwe groep hoger opgeleide alleenstaande zal ook steun tegen vereenzaming en psychische problemen noodzakelijk blijken. Of de genderrevolutie moet een volgende stap zetten en radicaal nieuwe evenwichten tussen mannen en vrouwen vinden waarbij ook vrouwen op grote schaal een lager opgeleide man als valabele levenspartner beschouwen.

Dimitri Mortelmans is gewoon hoogleraar aan de Faculteit Politieke en Sociale Wetenschappen van deUniversiteit Antwerpen.

Onze partners