In gesprek met de Rohingya: ‘Ik weet niet meer door hoeveel mannen ik verkracht ben’

Rohingya-vluchtelingen in Bangladesh © Belga Image
Naimul Haq Journalist IPS

Bangladesh vangt duizenden Rohingya op die vluchtten voor vervolging in buurland Myanmar. We spraken met enkele van hen. ‘Elke dag is een nachtmerrie.’

Parul Akhtar*, een Rohingya-vrouw van midden twintig wil het liefst nooit meer terugdenken aan het thuisland dat ze drie weken geleden met haar twee kinderen verliet. Ze is een van de vele Rohingya die in de afgelopen maanden uit Myanmar werden verjaagd.

Ze durft nauwelijks iets te zeggen over haar situatie. Ze zit voor een geïmproviseerde tent in Kutupalong in het zuidoosten van Bangladesh. Dat land vangt duizenden Rohingya op die vluchtten voor vervolging in buurland Myanmar.

We zijn in het donker gevlucht, terwijl onze huizen in brand stonden.

Parul Akhtar

Het geweld dat zij en haar gezin doormaakten nadat vrachtwagens met militairen en boeddhistische mannen naar hun dorp Rajarbil in het district Maungdaw waren gekomen, ligt nog vers in het geheugen. Ze verkrachtten, vernielden spullen, staken huizen in brand en namen jonge mannen mee.

‘Ik ril als ik daaraan denk’, zegt Parul, zichtbaar ontdaan over de verschrikkelijke herinneringen. Voor haar tent in het kamp Modhuchhara, het grootste Rohingya-vluchtelingenkamp in Kutupalong, op ongeveer 35 kilometer afstand van de stad Cox’s Bazar, vertelt Parul over hoe ze de verschrikkingen ontvluchtte.

‘De ontsnapping was een nachtmerrie. We moesten informanten, het leger en natuurlijk de politie ontwijken. We zijn in het donker gevlucht, terwijl onze huizen in brand stonden. Het hele dorp is veranderd in een spookdorp’, zegt ze in tranen.

Miljoen vluchtelingen

Parul werd verschillende keren verkracht voor ze aankwam in Bangladesh. Ze is een van de ongeveer een miljoen vluchtelingen die de noordelijke staat Rakhine in Myanmar zijn ontvlucht, een van de armste staten van het land.

Laila Khatun, die ook herhaaldelijk werd verkracht door militairen en andere leden van veiligheidstroepen, zegt dat ze samen met haar man en kinderen werd opgesloten in haar huis en dat er gedreigd werd het in brand te steken. ‘Ik heb de soldaten gesmeekt om dat niet te doen’, zegt Laila, die ook begin twintig is. ‘Ze sleepten me naar buiten en verkrachtten me. Ik weet niet meer door hoeveel mannen ik verkracht ben.’

Ze zegt dat ze alleen gespaard is gebleven omdat ze geen weerstand bood toen ze voor het oog van haar gezin werd verkracht.

Een ander slachtoffer, Nasima Aktar, zegt dat haar man en broer weg waren toen ze na de verkrachting weer bij bewustzijn kwam. ‘Mijn kinderen zijn ook niet gespaard.’

Landmijnen

In het ziekenhuis in Cox’s Bazar willen veel Rohingya uit angst niet praten met journalisten. ‘Ze hebben onvoorstelbaar geleden’, zegt een arts die anoniem wil blijven. ‘We hebben talloze kinderen behandeld met schotwonden en vrouwen die hun benen zijn kwijtgeraakt. Dergelijke dingen gebeuren in oorlogsgebieden, maar dit gaat om onschuldige, ongewapende mensen. Wat hebben zij gedaan dat ze geconfronteerd worden met landmijnen en willekeurig vuurwapengeweld?

We hebben talloze kinderen behandeld met schotwonden en vrouwen die hun benen zijn kwijtgeraakt.

Arts

De weg naar veiligheid in Bangladesh is een zware weg. Vluchtelingen volgen vaak dezelfde route via ruig, modderig en heuvelachtig terrein met dichte begroeiing. Anderen proberen over zee, via de Baai van Bengalen, Bangladesh te bereiken.

Peyara Begum vertelt hoe zij en haar buren vluchtten naar Kutupalong in Ukhiya, een kleine stad ten zuiden van de populaire toeristenstad Cox’s Bazar. ‘Het was donker. We droegen onze kinderen en alles wat we konden meenemen en vluchtten voor ons leven’, zegt Peyara. ‘We gingen zonder mannen, alleen met zeven vrouwen. We hebben twaalf uur gelopen door de heuvels, in complete stilte om te voorkomen dat we ontdekt zouden worden.’

Etnische zuivering

De wreedheden tegen de Rohingya, waarvan de meerderheid moslim is, waren al gedocumenteerd voor dat de wereld hoorde over de ‘etnische zuivering’ door de Myanmarese junta die eind augustus escaleerde. De leiders van het regime worden beschuldigd van het geven van opdracht tot marteling, gedwongen verdwijningen, geweld, willekeurige detentie, vuurwapengeweld en moorden om angst te zaaien onder de Rohingya, met als doel hen te verdrijven.

Hashem Ali, een van de vele overlevenden, laat zijn gewonde linkerhand zien. Daaraan werd hij recentelijk geopereerd in een ziekenhuis in Cox’s Bazar. Ali vertelt dat hij een maand geleden een opvangkamp in Bangladesh bereikte. Samen met drie andere mannen was hij ontsnapt toen de grenswachten in Myanmar het vuur op hen openden.

‘We waren met een groep van acht. Toen we geweervuur hoorden achter ons, hebben we ons opgesplitst en zijn we gaan rennen. Ik werd in mijn linkerarm geschoten, maar rende door. Na ongeveer 20 of 25 minuten waren we nog maar met zijn vieren. Twee anderen werden volgens een van mijn vrienden doodgeschoten’, vertelt Ali.

Een andere overlevende, Joshim, zegt dat militairen vooral jonge mannen scheiden van hun gezinnen. ‘Mijn eigen broer en veel andere mannen werden uit huis gehaald, geslagen en in vrachtauto’s geladen’, zegt Ali, die in huilen uitbarst.

Mensenhandelaren

‘Elke dag is een nachtmerrie’, zegt Mosammet Jahanara (33) uit Rasidong in Maungdaw. ‘Mannen, jonge vrouwen en zelfs tienermeisjes verstopten zich zodra het geluid van motorvoertuigen te horen was. Er werd geschoten op huizen. We probeerden dekking te zoeken. Sommigen vielen op de grond en bloedden dood. Wie te zwak was om te ontsnappen, werd opgepakt en gemarteld.’

De opvangkampen in een strook van 30 kilometer tussen Nayapara en Kutupalongmay bieden de gevluchte Rohingya tijdelijke veiligheid, maar jonge vrouwen en meisjes lopen nog steeds het risico op misbruik. Van de populatie bestaat 52 procent uit vrouwen en in de meeste gevallen hebben zij geen opleiding gehad. Veel van hen zijn nu alleenstaande moeders.

Sarat Dash van de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) zegt dat veel vrouwen te maken hebben gehad met fysiek en seksueel geweld. ‘Sommige vrouwen zijn in Cox’s Bazar nog steeds niet veilig. Ze zijn soms doelwit van mensenhandelaren, die misbruik maken van hun kwetsbaarheid. We proberen dat soort situaties te voorkomen. Daarnaast hebben we ook te maken met gedwongen huwelijken. In de hoop dat ze dan veilig zijn, ook in economische zin, worden meisjes al op jonge leeftijd uitgehuwelijkt. We zijn bang dat zij gedwongen worden tot relaties met oudere mannen.’

Psychologische hulp

Sathyanarayanan Doraiswamy, hoofd Gezondheid bij het VN-Bevolkingsfonds (UNFPA) in Bangladesh noemt de situatie rond de Rohingya ‘een uitdaging.’ ‘In zeer korte tijd hebben we dertien Vrouwvriendelijke Ruimtes (WFS) opgezet, plaatsen waar vrouwen en meisjes hulp kunnen krijgen, medische verwijzingen en soms tijdelijke opvang. De hulpverleners op deze plaatsen steunen vrouwen en meisjes die te maken hebben gehad met seksueel geweld, of die het risico daarop lopen.’

Bijna elke vrouw en elk meisje lijdt aan trauma’s als gevolg van seksueel geweld of herinneringen aan moorden.

Rezaul Karim Chowdhury, Coast Trust

De woordvoerder van het Hoge Commissariaat voor de Vluchtelingen (UNHCR) in Cox’s Bazar, Mohammed Abu Asaker, zegt dat het UNHCR en partnerorganisaties veel gezinnen zien met een kind aan het hoofd, en kinderen die alleen zijn. ‘We proberen deze kinderen in contact te brengen met mensen uit hun eigen dorp, zoals buren, of met verre familieleden, als ze die hebben.’

Rezaul Karim Chowdhury van de Coast Trust, een plaatselijke ngo op het gebied van crisismanagement, zegt dat het bij de Rohingya om een grote crisis gaat die ook vraagt om grootschalige interventie op het gebied van psychologische hulp. ‘Bijna elke vrouw en elk meisje lijdt aan trauma’s als gevolg van seksueel geweld of herinneringen aan moorden. We kunnen helpen voorzien in de basisbehoeften, maar zo’n ernstig getraumatiseerde bevolkingsgroep helpen is een zware taak.’

Staatloos

De Rohingya hadden al een miserabel leven voor hun vlucht, met beperkte toegang tot basisvoorzieningen zoals gezondheidszorg en schoon water. Ook waren er weinig mogelijkheden om in hun levensonderhoud te voorzien. De Rohingya waren de minst geletterde bevolkingsgroep van Myanmar.

Ze worden niet erkend als een van de 135 officiële etnische groepen in het land en zijn sinds 1982 geen staatsburgers meer. Daardoor zijn ze in feite staatloos. Sinds 2012 groeide het aantal incidenten tussen extremistische en ultranationalistische boeddhisten en de islamitische Rohingya, die vaak werden neergezet als een bedreiging.

Het Myanmarese leger houdt vol dat de ‘zuiveringsoperatie’ een gerechtvaardigde reactie was op een aanval van Rohingya in oktober 2016 op grenswachten bij de Bengalese grens. Daarbij werden negen politiemensen gedood.

*De namen van de slachtoffers zijn verzonnen om hun identiteit te beschermen.

Dit artikel is tot stand gekomen met steun van het Internationale Programma voor de Ontwikkeling van Communicatie (IPDC) van de Unesco.

Bekijk ook de fotoreportage: De wonden van Rohingya-vluchtelingen

Partner Content